2.3.Het hof heeft de bewezenverklaring op een zogenoemde promis-wijze als volgt gemotiveerd (met voetnoten van het hof):
“
2. Bewijsmiddelen
[slachtoffer] heeft op 29 augustus 2018 verklaard dat hij gedetineerd zat in de Marwei in Leeuwarden (het hof begrijpt: de Penitentiaire Inrichting ‘de Marwei’). Hij verbleef in een eenpersoons cel. Hij heeft verklaard dat hij op 24 augustus 2018 in zijn cel in elkaar is geslagen door drie mannen. Er kwamen drie mannen zijn cel binnenlopen. Een Armeen, een zwarte man en een blanke man. De Armeense man kwam als eerste binnen. [slachtoffer] werd door alle drie de mannen geslagen. Ze sloegen hem met hun vuisten. Hij weet niet hoe vaak hij is geslagen, maar heeft voor zijn gevoel zeker 20 vuistslagen op zijn gezicht gekregen van alle drie de mannen. De mannen sloegen hem ook op zijn lichaam en op zijn handen. Ze sloegen veel en hard op hem. Tijdens het slaan zeiden ze dat hij zijn weed aan hen moest geven. Ze wilden dat [slachtoffer] hen de sleutel van zijn celkluisje zou geven. De zwarte man vond de sleutel en opende daarmee het celkluisje van [slachtoffer]. Later bleek dat daaruit zijn Wilkinson baardtrimmer, zijn scheerapparaat en oplader zijn weggenomen. Ook werd een after-shave weggenomen. Toen de mannen weg waren is [slachtoffer] naar de bewakers gelopen. Iedereen werd toen ingesloten. [slachtoffer] moest vervolgens de daders aanwijzen. Hij liep met een bewaker langs de cellen. Op de celdeuren hangen foto’s van de gevangenen. [slachtoffer] heeft de bewaker middels de foto’s duidelijk gemaakt wie hem hadden mishandeld. De bewaker schreef de namen op een briefje. Kort voor het verhoor kreeg [slachtoffer] van een van de bewakers een briefje met daarop de namen, te weten: [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij letsel heeft opgelopen, te weten een gebroken neus, twee gebroken oogkassen en een geblesseerde linkerhand. Hij heeft tevens verklaard dat hij mogelijk op een later tijdstip zou moeten worden geopereerd aan zijn oogletsel. Later, nadat alles achter de rug was, zag [slachtoffer] dat zijn Braun scheerapparaat in zijn cel was gegooid. De oplader van dit scheerapparaat werd teruggevonden in een prullenbak buiten zijn cel.
Getuige [betrokkene 3] heeft op 3 september 2018 bij de politie verklaard dat hij op 24 augustus omstreeks 10:30 uur enkele personen met elkaar hoorde praten op de luchtplaats. Hij hoorde dat ze spraken over het feit dat ze [slachtoffer] binnenkort zouden bedijen. Kort nadat hij het gesprek op de luchtplaats hoorde ging hij naar [slachtoffer], op zijn cel. Hij vertelde hem wat hij had gehoord en adviseerde hem om zijn celdeur wat meer dicht te houden. Hij merkte/zag dat de cel van [slachtoffer] in de gaten werd gehouden. Toen [betrokkene 3] terugkwam uit een telefooncel en naar zijn eigen cel wilde gaan zag hij drie personen uit de cel van [slachtoffer] komen en zag hij dat [slachtoffer] bloed had op zijn gezicht. De drie personen gingen meteen de ronde trap op naar boven, naar de eerste verdieping. Hij zag dat [slachtoffer] meteen doorliep naar een bewaker. Direct daarna werden volgens [betrokkene 3] alle 48 gedetineerden ingesloten.
[betrokkene 3] heeft op 28 januari 2019 verklaard dat de drie mannen die zijn aangehouden door de politie dezelfde mannen zijn die hij uit de cel van [slachtoffer] zag komen.
Binnen het onderzoek werden door de politie als verdachte aangemerkt en aangehouden: verdachte, [betrokkene 1] en [betrokkene 2].
Getuige [betrokkene 4] is op 13 september 2018 telefonisch gehoord door verbalisant [verbalisant]. In het proces-verbaal van verhoor getuige heeft [verbalisant] verklaard dat [betrokkene 4] werkzaam was op de afdeling van [slachtoffer] op het moment dat het incident plaatsvond. [betrokkene 4] heeft verklaard dat hij aan het werk was op de afdeling en dat hij zag dat [slachtoffer] aan kwam lopen. Hij zag dat hij veel bloed op zijn gezicht had. Hij hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij door drie mannen in elkaar geslagen was. De mannen hadden spullen van hem ‘weggejat’, onder andere een scheerapparaat inclusief lader. [betrokkene 4] heeft vervolgens alarm geslagen waarna alle gedetineerden werden ingesloten. Daarna is hij samen met [slachtoffer] langs alle cellen gelopen. Op de celdeuren hangt een foto van de gedetineerde die daar verblijft. [slachtoffer] wees vervolgens drie mannen aan, te weten [betrokkene 1], [verdachte] en [betrokkene 2]. [slachtoffer] gaf aan 100% zeker van zijn zaak te zijn. [betrokkene 4] is gaan zoeken in de afvalbakken om te kijken of daar een scheerapparaat in lag. Op de eerste verdieping kwam hij een oplader van een scheerapparaat tegen in een afvalbak. De cellen van de drie mannen die [slachtoffer] had aangewezen bevinden zich op die verdieping.
Blijkens het dossier zijn er telefoongesprekken die gevoerd werden door [betrokkene 1] opgevraagd. Het dossier bevat onder andere een telefoongesprek dat [betrokkene 1] op 24 augustus 2018 om 11:35:33 uur heeft gevoerd. Verbalisanten hebben opgemerkt dat [betrokkene 1] in dit gesprek ‘[betrokkene 1]’ wordt genoemd. Het telefoongesprek is door verbalisanten uitgewerkt. Het hof bezigt de volgende passages voor het bewijs:
‘Er is hier een mannetje. Hij bedijt mij. (straattaal = iemand de les lezen). Ik wil hem klappen geven voordat ik lozoe ben (straattaal = weg ben), begrijp je? Ik denk, hij heeft 20 grannies genakt van mij (straattaal = gestolen).
(...)
Opmerking verbalisant: [betrokkene 1] praat op zachtere toon.
Ik ga hem zo meteen broer, zo meteen worden we er uit gelaten (...) we zijn dan met een paar man. Ze staan al klaar. 3 man, we gaan hem helemaal in elkaar (het hof begrijpt: slaan). Ja ik zweer het je, drie boys.’
Het dossier bevat tevens een telefoongesprek dat [betrokkene 1] op 25 augustus 2018 om 15:02:28 uur heeft gevoerd. Het telefoongesprek is door verbalisanten uitgewerkt. Het hof bezigt de volgende passages voor het bewijs:
‘Weet je wat we gister iemand hebben aangedaan? (op fluisterende toon) (...) Hij deed een beetje stoer. Hij heeft 20 gram van mij gestolen. (...) Brother, ik haal een team op, gewoon een team. Een B-team. Brother, we gaan met de B-team. Broer, we wachten de hele tijd totdat zijn cel leeg is. Hij zit daar alleen brother. Ik ren naar binnen, ik begin hem te pompen, (pompen = straattaal voor slaan). We beginnen hem helemaal te mishandelen. (...) Hey brother, we hebben hem helemaal toto geslagen mattie. (...) Broer, niet alleen ik brother. Zijn neus is gebroken, beide oogkassen zijn gebroken. Hoor, beide oogkassen zijn gebroken. Hoor hij heeft gesnitched (snitchen = straattaal voor verraden). Hij is direct naar bewaarders gegaan. Wij werden gisteren opgepakt, wij drieën. (...) Want weet je wat het was, we wisten waar zijn stashplek (stash = straattaal voorraad) was. Hij stashed zijn zwen in zijn scheerapparaat. (...) Die motherfuckers hebben die scheerapparaat meegenomen.’
[betrokkene 1] heeft bij de politie verklaard dat hij vaak Armeen wordt genoemd. Op 24 augustus 2018 was hij tijdens het vrijdaggebed, tussen 12:30 en 14:05 uur, uit zijn cel. Toen heeft hij gewacht op [slachtoffer]. Toen [slachtoffer] terugkwam is [betrokkene 1] in zijn cel geweest. Hij heeft hem met een platte hand geslagen. Dit was een harde klap. Hij heeft hem nog een vuist in zijn ribben en op zijn benen gegeven. Zijn eerste klap was op zijn gezicht met een vlakke hand. Hij heeft tevens verklaard dat [slachtoffer] hasj voor hem naar binnen had gebracht en 20 gram had achter gehouden.Blijkens een forensisch geneeskundig letselverslag, opgesteld door T.H. Tan, forensisch arts bij GGD Fryslân zijn er bij [slachtoffer] naast uitwendige letsels onderhuidse bloeduitstortingen waargenomen die zijn veroorzaakt door inwerking van stomp mechanisch uitwendig inwerkende kracht op het gelaat. Er zijn meer inwendige letsels, te weten een breuk van de rechter oogkasbodem en een breuk van het rechterjukbeen. Deze zijn veroorzaakt door inwerking van mechanische uitwendige kracht op het gelaat. Aangezien de opperhuid boven deze breuken niet is doorbroken kan men er vanuit gaan dat hier sprake is van inwerking van stomp uitwendig geweld. Het feit dat [slachtoffer] rond beide ogen onderhuidse bloeduitstortingen heeft en er op de SEH zwelling is geconstateerd ter hoogte van de beide jukbenen betekent dat er aan beide gezichtshelften een inwerking van mechanisch uitwendig geweld heeft plaatsgevonden. Tevens blijkt uit een in het letselverslag opgenomen brief van de neuroloog aan de huisarts van [slachtoffer] dat er sprake is van verminderde visus aan het rechteroog. De verminderde visus waarschijnlijk in het kader van verschrompeling van de oogzenuw als gevolg van een trauma, bij herhaald doorgemaakt stomptrauma op het oog met ook opnieuw doorgemaakte fractuur van de oogkas. Het verlies van reukvermogen en de gehoorklachten kunnen ook in het kader van doorgemaakt trauma verklaard worden.
Blijkens een brief van [betrokkene 5], oogarts bij het Medisch Centrum Leeuwarden, is er ernstige verslechtering van de visus van het rechteroog van [slachtoffer] opgetreden sinds 24 augustus 2018. Met zeer grote waarschijnlijkheid bestaat er een causaal verband tussen het ondergane geweld dat [slachtoffer] op 24 augustus 2018 onderging en de sterk verslechterde visus. Prognostisch gezien verwacht [betrokkene 5] na ruim twee jaren geen verbetering van het zicht van het rechteroog. Thans is de visus zeer slecht, er is alleen nog sprake van lichtperceptie. Gezien het verloop tot nu toe is een totale blindheid uiteindelijk beslist niet uit te sluiten.”