Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
[…] / […] [9] leidend. Daarin is uitgemaakt dat de rechter
ambtshalveheeft te beslissen over de toewijsbaarheid van de proceskosten en de hoogte daarvan. Dat betekent dat een kostenveroordeling niet hoeft te worden gevorderd, maar zo nodig ambtshalve wordt gegeven, tenzij de in het gelijk gestelde partij expliciet te kennen heeft gegeven geen prijs te stellen op een proceskostenveroordeling, wat bijvoorbeeld wel eens voorkomt bij proefprocedures. [10]
omdat[eiser] hier niet meer op heeft gereageerd (door een akte ter rolle te nemen of pleidooi te vragen). Gelet op het ambtshalve karakter van de beoordeling van de proceskostenveroordelingsvordering, miskent deze klacht het toepasselijke procedureelrechtelijke stelsel, zodat deze klacht tevergeefs is. De klacht dat de rechter in het laatste processtuk geponeerde stellingen alleen aan zijn beslissing ten grondslag kan leggen wanneer hij een onderzoek naar de juistheid daarvan heeft ingesteld, faalt in dit geval eveneens. Hetzelfde geldt voor de klacht dat gehandeld is in strijd met de goede procesorde doordat zonder dat [eiser] zich over de vordering heeft kunnen uitlaten, een vordering wordt toegewezen waarvan [verweerster] stelt dat die “volledige vergoeding van de proceskosten” zou inhouden. Ook deze klacht miskent het ambtshalve karakter van de proceskostenbeoordeling. Voor zover over de hoogte van de proceskostenveroordeling wordt geklaagd, zal ik deze klacht bespreken bij subonderdeel 2.1-IV.
het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM Pro.” (Onderstreping cassatieadvocaat).
buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Hieromtrent is in het arrest HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea) overwogen dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (als grond voor een vergoedingsplicht ter zake van alle in verband met een procedure gemaakte kosten), als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven.
Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden.
Strandhotel-arrest [19] is over de maatstaf voor schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring als volgt overwogen [20] :
Duka/Achmea [29] is uitgemaakt dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen wanneer het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven:
Duka/Achmeamoet zijn voldaan.”
subonderdeel 2.1-IIgaat gelet op het geschetste juridische beoordelingskader uit van een onjuiste, want te lichte, opvatting over een kennelijke misslag. Het moet gaan om een zo evidente vergissing in het recht of de feiten, dat daarover geen redelijke twijfel bestaat. Hierbij wordt een afstandelijke toets gehanteerd, zodat het om
in het oog springende vergissingenmoet gaan. Als niet kon worden ingeschat of het gestelde “voldoende” was, zoals de klacht aandraagt, dan kan geen sprake zijn van een zo evidente vergissing dat hierover geen redelijke twijfel bestaat.
Duka/Achmeazou hebben miskend, dus dat bij de beoordeling van misbruik van procesrecht een terughoudende toets geldt en dat sprake moet zijn van evidente ongegrondheid. Geklaagd wordt dat niet gebleken is dat in het kader van de vordering tot zekerheidstelling de belangen van [eiser] en [verweerster] in combinatie met de onjuiste rechtsopvatting (kennelijk wordt hiermee gedoeld op de juridische misslag) evident geen kans van slagen zou hebben gehad, laat staan dat dit op voorhand duidelijk had moeten zijn.
Lindeboom/Beusmans [38] is uitgemaakt dat de begroting van de proceskosten een feitelijke beslissing is, die geen motivering behoeft. Tenzij deze begroting op een misslag berust, kan over de begrijpelijkheid hiervan in cassatie niet worden geklaagd, aldus rov. 3.4 uit dit arrest. Dit is onlangs bevestigd in het
Wodka-arrest [39] . In dat licht faalt de klacht dat integrale toewijzing van de ongespecificeerde nota onbegrijpelijk is, nu niet wordt geklaagd dat de begroting van de proceskosten op een misslag berust. Voor zover wordt geklaagd dat het hof heeft miskend dat [eiser] zich niet heeft kunnen uitlaten over de gevorderde proceskosten, verwijs ik naar mijn bespreking van de subonderdelen 2.1-Ia en b.