ECLI:NL:PHR:2022:373

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
14 april 2022
Zaaknummer
21/01309
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 141 SrArt. 157 SrArt. 284 SrArt. 285 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak deelname criminele organisatie Hells Angels Haarlem wegens ontbreken crimineel oogmerk

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling wegens deelname aan een criminele organisatie, namelijk het Hells Angels charter Haarlem. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens deelname aan een organisatie met het oogmerk strafbare feiten te plegen, waaronder geweld, brandstichting, afpersing en wapenbezit.

De verdediging betoogde dat er feitelijk sprake was van twee organisaties: een kleinere groep met crimineel oogmerk en de bredere Hells Angels Haarlem zonder dergelijk oogmerk. Zij stelde dat de verdachte alleen lid was van de laatste en geen wetenschap had van strafbare feiten gepleegd door de kleinere groep. Tevens werd aangevoerd dat de bewijslast onvoldoende was en dat de betekenis van symbolen als patches niet eenduidig was.

Het hof stelde vast dat de Hells Angels Haarlem een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband vormde met een bedreigende reputatie en dat strafbare feiten werden gepleegd en beloond binnen de organisatie. Het hof concludeerde dat het oogmerk van de organisatie gericht was op het plegen van misdrijven en dat de verdachte deelnam aan deze organisatie.

De advocaat-generaal adviseert het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de veroordeling standhoudt. De zaak illustreert de complexe afweging tussen lidmaatschap van een motorclub en de bewijslast omtrent het criminele oogmerk en deelname aan een criminele organisatie.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens deelneming aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/01309
Zitting19 april 2022
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 10 maart 2021 door het Gerechtshof Amsterdam wegens ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’, veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft voorts een aantal inbeslaggenomen voorwerpen verbeurdverklaard en van een aantal voorwerpen de onttrekking aan het verkeer bevolen.
Er bestaat samenhang met de zaken 21/01219, 21/01206, 21/01312, 21/01271, 21/01305 en 21/01272. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
4. Het eerste middel bevat bewijsklachten. Het tweede middel bevat een klacht over de strafmotivering. Voordat ik het eerste middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring, een deel van de pleitnota, de bewijsoverwegingen en een deel van de in de aanvulling opgenomen bewijsmiddelen weer, en maak ik nog een aanvullende opmerking.
Bewezenverklaring, pleitnota, bewijsoverwegingen en bewijsmiddelen
5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
‘hij in de periode van 01 mei 2014 tot en met 26 januari 2017 te Haarlem en elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit:
- Hells Angels, charter Haarlem (gevormd door: verdachte en [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ) en
- Stichting Hells Angels Haarlem en
- [betrokkene 3] ,
welke organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, te weten één of meer misdrijven omschreven in:
- artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht (het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen) en
- artikel 157 van Pro het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk brand stichten of een ontploffing te weeg brengen) en
- artikel 284 van Pro het Wetboek van Strafrecht (een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander of tegen een derde wederrechtelijk dwingen iets te doen of niet te doen of te dulden) en
- artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht (bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling of brandstichting) en
- artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht (mishandeling) en
- artikel 301 van Pro het Wetboek van Strafrecht (mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en
- artikel 302 van Pro het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling) en
- artikel 303 van Pro het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en
- artikel 304 aanhef Pro en onder sub 2 van het wetboek van strafrecht (mishandeling, mishandeling met voorbedachte raad en/of zware mishandeling van een of meer ambtenaren gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn / hun bediening) en
- artikel 317 van Pro het Wetboek van Strafrecht (afpersing) en
- artikel 26 van Pro de Wet Wapens en Munitie (voorhanden hebben van (een) wapen(s) en munitie van de categorie(ën) II en III van de Wet wapens en munitie).’
Uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gehouden op 26 januari 2021 blijkt dat de raadsman van de verdachte en de raadslieden van de medeverdachten [medeverdachte 6] en de Stichting Hells Angels Haarlem gezamenlijk het woord tot verdediging hebben gevoerd overeenkomstig overgelegde pleitnotities. Deze houden onder meer het volgende in (met weglating van voetnoten en verwijzingen):

Feit 1: deelname aan een criminele organisatie met geweldsoogmerk door (…) [verdachte] , (…)
(…)
4. In tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank en het openbaar ministerie, handhaaft de verdediging in hoger beroep het standpunt dat cliënten dienen te worden vrijgesproken van de deelname van een criminele organisatie ex artikel 140 Sr Pro wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
5. De volgende omstandigheden van artikel 140 Sr Pro zal de verdediging cumulatief afzonderlijk bespreken:
a. Geen deelname criminele organisatie door cliënten wegens ontbreken van enig oogmerk
b. Geen wetenschap van strafbare feiten en dus geen deelname aan een criminele
organisatie
Primair: geen deelname aan een criminele organisatie door cliënten, geen oogmerk
6. Dat cliënten [medeverdachte 6] en [verdachte] lid zijn van het
charter Hells AngelsHaarlem en dat de stichting de beheerder is van hun clubhuis wordt niet betwist. Dat het
chartereen organisatie is met een bepaalde structuur, zal de verdediging ook niet betwisten. Wat wel wordt betwist is dat cliënten hebben deelgenomen aan een organisatie die het oogmerk heeft gehad strafbare feiten te plegen. Kortom betwist wordt dat cliënten deel hebben genomen aan een criminele organisatie. De verdediging stelt zich derhalve op het standpunt dat zij dienen te worden vrijgesproken.
7. De reden dat verdediging stelt dat geen sprake is van deelname aan een criminele organisatie is gelegen in het feit dat sprake is geweest van
twee organisatiesin het onderzoek Toren. Er kan namelijk worden gesproken over de
Hells AngelsHaarlem, een vereniging, een organisatie zonder een oogmerk tot het plegen van strafbare feiten. En een, kleinere, organisatie gevormd door drie leden van de
Hells AngelsHaarlem en een niet lid, die een dergelijk crimineel oogmerk wel hebben
gehad en waartoe cliënten
niethebben behoord en waarvan zij geen lid zijn geweest.
8. Uit het onderzoek Toren volgt namelijk dat er vier hoofdverdachten zijn. [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] .
9. De eerste signalen die aanleiding gaven voor het onderzoek kwamen in 2014 binnen; waarop het onderzoek gericht op de hoofdverdachten vervolgens in maart 2015 is gestart. De reden daarvoor is bekend, deze hoofdverdachten waren betrokken bij alle incidenten. Het gehele onderzoek richtte zich bijna twee jaar lang op hen. Cliënten komen, als leden van de
Hells AngelsHaarlem, vervolgens vanzelfsprekend her en der voor in dat onderzoek. Het onderzoek richtte zich echter niet op hen. Pas aan het eind van het langdurige onderzoek worden zij daar object van.
10. Van belang daarbij is allereerst dat de groep hoofdverdachten in alle zaaksdossiers individueel of met elkaar worden verdacht van het plegen van de strafbare feiten met uitzondering van het vermeende vuurwapen bezit van cliënt [medeverdachte 6] en de vermeende deelname aan openlijk geweld door cliënt [verdachte] .
11. Daarnaast zijn de omstandigheden dat medeverdachte [betrokkene 3] geen lid was van het
charteren dat de overige medeverdachten enkel deelname aan een criminele organisatie wordt verweten. Die twee omstandigheden maken dat het
charteren ook de stichting niet automatisch de organisatie is geweest die een oogmerk tot het plegen van misdrijven heeft gehad. De enige link tussen cliënten en drie van de vier hoofdverdachten is echter dat
charter, meer niet.
12. Gelet op het voorgaande is – primair – sprake geweest van twee verschillende groepen, twee organisaties. De eerste wordt gevormd door het gehele
charter Hells AngelsHaarlem (en daar behoorde [betrokkene 3] niet toe) en de tweede bestond uit de vier hoofdverdachten (inclusief [betrokkene 3] ). Cliënten zijn alleen in verband te brengen met die eerste organisatie en bij die eerste organisatie kan de deelname aan criminele organisatie niet worden vastgesteld nu het criminele oogmerk bij een gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs daartoe niet kan worden aangenomen. Cliënten hebben slechts deelgenomen aan een organisatie, niet aan een
crimineleorganisatie.
Twee organisaties, twee verschillende oogmerken
13. De verdediging stelt zich allereerst op het standpunt dat het feit dat de vier hoofdverdachten al dan niet (gewelds)misdrijven hebben gepleegd en tegen bepaalde personen kenbaar hebben gemaakt dat zij dat uit naam van het gehele
charterc.q. de medeverdachten deden, niet maakt dat cliënten
daarmeeook onderdeel hebben uitgemaakt van diezelfde organisatie die deze misdrijven tot het oogmerk heeft gehad.
14. Simpeler gezegd: de vier hoofdverdachten kunnen met elkaar weliswaar een intensieve duurzame organisatie hebben gehad met het oogmerk tot het plegen van misdrijven en het opbouwen van een bepaalde gewelddadige reputatie van de
Hells Angelsin Haarlem et cetera, maar dat maakt niet dat dit dezelfde organisatie is geweest waartoe cliënten zouden behoren en dat cliënten derhalve ook onderdeel zijn geweest van de organisatie met zo’n oogmerk.
15. Van belang om dit te kunnen beoordelen is het feit dat de vier hoofdverdachten gedurende de ten laste gelegde periode intensief onderling met elkaar hebben overlegd en contact hebben over het eventueel plegen van misdrijven. Nergens uit blijkt dat zij daarbij hulp of ondersteuning hebben gekregen vanuit de overige leden van het
charter. Dit bevestigen [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook telkens tijdens de behandelingen van hun strafzaken in eerste aanleg en tijdens hun getuigenverhoren. Daarbij sprak geen van deze drie over een bijdrage van de andere leden aan de intensieve samenwerking die zij met zijn drieën hadden. Tekenend zijn de verklaringen van [betrokkene 2] : “
Ik vergaderde in besloten kring met de twee andere verdachten. [...] Wij drieën hadden zonder overleg de vinger in de pap. Met de rest hadden we nauwelijks tot geen contact, niet over bepaalde dingen die besproken waren.” en “
Als mensen niets weten, horen of zien kunnen ze daar ook geen vragen over stellen.”
16. Nergens blijkt uit dat cliënten op de hoogte zijn geweest van het plegen van strafbare feiten en dat deze feiten
namens het charterwerden gepleegd en derhalve ook op hen sloegen als lid van het
charter. Sterker nog uit de verklaring van [betrokkene 2] blijkt juist dat het niet de bedoeling was dat andere members van de hoed en de rand wisten.
17. Dat sprake is van twee organisaties, of beter gezegd: een kleine organisatie binnen een grotere organisatie, blijkt ook uit de verklaring van ex
Hells Angelslid [getuige 1] : “
[medeverdachte 1] was van de jonge lichting in de club en in 2014 was er een duidelijke splitsing ontstaan tussen de oude en de jongere lichting clubleden.” De rechtbank overweegt zelf: “
In zijn verklaringen schetst [getuige 1] een beeld van de Hells Angels Haarlem, waarbij er vanaf 2014 met de komst van [medeverdachte 1] , die vervolgens president werd, een groep binnen de groep is ontstaan; de ‘oude’ en de ‘nieuwe garde’”. Dit biedt beide ondersteuning voor het standpunt van de verdediging dat sprake is geweest van twee aparte organisaties met tevens verschillende oogmerken.
18. Kortom, het enkele feit dat vier hoofdverdachten bezig zouden zijn geweest met het plegen van (gewelds)misdrijven (onderdeel A in de vonnissen) en een reputatie van de
Hells AngelsHaarlem hebben laten ontstaan ten opzichte van de (Haarlemse) maatschappij (onderdeel C in de vonnissen), maakt niet dat de overkoepelende organisatie waartoe cliënten zouden behoren hetzelfde oogmerk zouden hebben gehad. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
(…)
19. De organisatie in de buitenste ring in het schema bestaat uit de groep personen die allemaal lid zijn van het
charter. Deze groep heeft dezelfde organisatorische kenmerken die door de rechtbank zijn genoemd in haar vonnis, namelijk dat:
a. alle personen lid zijn van de club
Hells AngelsHaarlem;
b. de contributie wordt stort op de bankrekening van de Stichting
Hells AngelsHaarlem ten behoeve van de vaste lasten van het clubhuis;
c. op donderdagavond een vergadering is van het
charter,
d. er eigen clubregels zijn
e. beslissingen op een democratische wijze worden genomen waarbij alle leden een stem hebben in te nemen beslissingen.
20. Enkel op basis van deze kenmerken blijkt die groep personen, het
charterzónder [betrokkene 3] ,
geenorganisatie te hebben gevormd met
als oogmerk het plegen van misdrijven. De voornoemde kenmerken kunnen immers kenmerken zijn van iedere voetbalclub in Amsterdam en zijn geen kenmerken van een
crimineleorganisatie.
21. Dat een deel van de leden van een club (de hooligans) zich vervolgens schuldig maken aan allerlei strafbare feiten uit naam van die club maakt immers nog niet dat alle leden van die club daarvan wetenschap hebben, laat staan daarmee instemmen.
22. In tegenstelling tot hetgeen de rechtbank heeft overwogen, stelt de verdediging zich overigens op het standpunt dat medeverdachte [betrokkene 3] geen onderdeel heeft uitgemaakt van het
charteren [betrokkene 3] derhalve ook geen deelnemer is geweest van dezelfde organisatie waartoe cliënten behoren. Daarvoor is ook geen enkel bewijs voorhanden. [betrokkene 3] had geen contact met andere leden anders dan de drie hoofdverdachten: [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en was geen lid van het
charter. Dat is ook een ondersteuning voor het feit dat sprake is geweest van twee aparte organisaties, met verschillende oogmerken. [betrokkene 3] wordt niet gezien in het clubhuis, niet bij vergaderingen en heeft – anders dan aan ‘de drie’ – geen enkele boodschap aan het
charterdoorgegeven. Zij speelt derhalve ten aanzien van het
chartergeen enkele rol, hooguit een rol binnen de kleine organisatie met de drie hoofdverdachten waarvan zij wel deel leek uit te maken.
23. Al de genoemde kenmerken maken weliswaar dat een samenwerkingsverband bestaat tussen cliënten en de hoofdverdachten (behalve [betrokkene 3] ), maar niet dat
dátsamenwerkingsverband, het
charter, ook het oogmerk had tot het plegen van misdrijven. Het samenwerkingsverband met zo’n oogmerk zou op basis van het dossier eerder hebben bestaan bij de organisatie tussen [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] én [betrokkene 3] , de kleinere zwarte cirkel in het schema. Cliënten behoren niet toe aan die organisatie. Dat er tussen de hoofdverdachten een intense relatie bestaat bevestigde [medeverdachte 1] ook: “
Voor mij is zij een fantastische vrouw en ik neem het mijzelf kwalijk dat zij door mij op een verkeerde manier in beeld is gebracht. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn onze privévrienden. Wij komen op elkaars verjaardagen. Wij zijn er voor elkaar, ook als er iets vervelends aan de hand is.”
24. En ook [betrokkene 2] wees ook op hun onderlinge verhoudingen: “
Zij zijn mijn vrienden. Ik ging buiten de club met ze om. We hadden regelmatig contact, over schrijnende dingen maar ook over leuke dingen.” En: “
Ik had alleen contact met [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] . Zij zijn als familie voor mij.”
OVC-gesprek Mercedes – “één lijn”
25. Kort zal ik in dit kader nog enkele opmerkingen plaatsen bij het OVC-gesprek van [medeverdachte 1] op 19 januari 2016 waarin hij ‘zijn lijn’ benoemde.
26. Dat [medeverdachte 1] tegen een niet-lid van de
Hells AngelsHaarlem opschept over ‘zijn lijn’, maakt niet dat die lijn er a) daadwerkelijk is geweest b) die lijn is besproken met alle leden van de
Hells AngelsHaarlem en c) dit een lijn is die door het hele
charter, dus ook cliënten, wordt gesteund.
27. De stelling dat cliënten dit dus zouden weten, vindt geen enkele ondersteuning in het dossier. Sterker nog uit alle verhoren in hoger beroep is juist het tegendeel gebleken. [medeverdachte 2] antwoordt op de vraag of de club als ‘kei en kei hard’ bekend stond: “
In mijn beleving niet, in hun beleving misschien. Waarom moet dat, daar gaat het helemaal niet om. Ik ben voor de Oude-Jongens-Krentenbrood mentaliteit.” [medeverdachte 4] kan zich de specifieke uitspraak niet herinneren, maar noemt het eveneens ‘grote praat’.
28. Opmerkelijk in dit verband is ook dat dit niet blijkt uit enige feitelijke handeling of gesprek tussen de oudere garde binnen of buiten het clubhuis, hetgeen natuurlijk wel te verwachten zou zijn als dit clubbreed zou gelden. Kortom die lijn was er wellicht wel, maar niet binnen de
Hells AngelsHaarlem, maar slechts binnen de kleine op zichzelf staande organisatie van [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] .
29. Een dergelijke organisatie bestond hooguit enkel uit de vier hoofdverdachten en stond los van hun lidmaatschap van het
charter. Dat getuigen en anderen aannamen of is verteld dat deze vier hoofdverdachten werden gesteund in hun doen en laten door de overige leden van het
charter, maakt dit niet anders. Die personen konden immers niet van de hoed en de rand weten. Zulks is ook gebleken uit getuigenverklaringen waaruit naar voren kwam dat nimmer is gesteld dat dergelijk handelen vanuit de club werd gedaan, maar vaak ‘een persoonlijk dingetje’ was. [medeverdachte 6] heeft bijvoorbeeld verklaard dat [betrokkene 1] tegen hem heeft gezegd dat zijn aanvaring met [getuige 9] een persoonlijk ding was. En [medeverdachte 4] wees uw hof erop dat getuige [getuige 2] slechts enkele weken
hang aroundis geweest en dus geen weet kon hebben of bepaalde handelingen van de hoofdverdachten namens de club werden verricht.
30. Het
chartersteunden de vier hoofdverdachten niet in hun criminele doen en laten en steunden hun ook niet in
hunoogmerk strafbare feiten te plegen. Het verschil in strafbladen tussen de hoofdverdachten en de rest van de verdachten spreekt in dit kader voor zich. Ook is kenmerkend wat [medeverdachte 1] hierover zegt: “
Ikzelf heb losse handjes en ben in het verleden gewelddadig geweest. Daar heb ik een straf voor gehad en daar heb ik van geleerd. Dat heeft niets met de club te maken. Veel leden hebben — naast de verdenking van deelname aan een criminele organisatie — geen andere feiten op hun tenlastelegging staan.”
31. Alle verdachten hebben ten overstaan van uw hof bevestigd dat zij niet hebben geweten van de vreselijke dingen waarvan de vier hoofdverdachten verantwoordelijk waren totdat zij het dossier in handen kregen.
32. Dat anderen uit naam van de club dergelijke strafbare handelingen zouden verrichten was ook alles behalve te verwachten. Immers, hebben alle verdachten ter zitting erkend dat ingrijpende beslissingen in de vergadering moesten worden besloten, of in elk geval werd gevraagd wat men er van vond. Niets in de dat verband is gebeurd. Het dossier bevat geen OVC-opnames die daar op wijzen. Daaruit blijkt ook dat zij op eigen houtje bezig waren.
33. Dat aangevers zelf menen dat dit gedragingen zijn met goedkeuring van de “oude garde”, is een veronderstelling van de aangevers. Zij hebben het gevoel, veronderstellen, dat cliënten en overige oude leden niet zouden hebben kunnen ingrijpen en niets hebben kunnen doen tegen strafbare gedragingen die door de hoofdverdachten namens het
chapterzouden zijn gepleegd. Al deze aangevers, op basis van wiens verklaringen de rechtbank tot verstrekkende conclusies komt, hebben echter geen enkele onderbouwing voor dat gevoel, die veronderstelling die zij hebben. Zij hebben geen enkele concrete aanwijzing, anders dan hun gevoel, dat de oude garde op enige wijze zou hebben kunnen én moeten ingrijpen ten aanzien van de hoofdverdachten. Zij hebben immers ook geen enkele concrete aanwijzing, anders dan hun gevoel, dat de gedragingen jegens hen namens het
chapterwerden gepleegd.
34. Het is op basis van hun gevoel, hun veronderstelling, net zo goed mogelijk, al ware het een alternatief scenario, dat de hoofdverdachten de buitenwereld hebben laten veronderstellen dat zij handelde namens het
chapter, terwijl dat eigenlijk helemaal niet het geval was, integendeel. In dit alternatief scenario, dat geenszins onaannemelijk is en niet haaks staat op bewijsmiddelen in het dossier, is het zeer wel mogelijk dat de hoofdverdachten ook tegenover cliënten slechts hebben doen blijken dat zij zelf
persoonlijkbepaalde gedragingen hebben gepleegd, zoals ze ook zelf hebben verklaard en niet dat zij deze gedragingen namens het
chapterhebben gepleegd. Uit geen enkel OVC-gesprek in het clubhuis blijkt dat er is gestemd over “boetes”, gestemd over motoren die moeten worden ingeleverd of is gestemd over bepaalde incidenten met andere motorclubs.
Conclusie
35. Kortom, de onderdelen (A, B en C) beschreven in het vonnis van de rechtbank, die kenmerkend zouden zijn voor het oogmerk van de vermeende organisatie van cliënten (grote cirkel), gaan wat de verdediging betreft niet op.
36. Allereerst heeft de organisatie waartoe cliënten zouden toebehoren, enkel het
charterzonder [betrokkene 3] , nimmer bijgedragen dan wel enige rol gehad bij een bedreigende en gewelddadige reputatie van het
chapter(onderdeel A in het vonnis) dan wel bij enige strafbare feiten, gepleegd door de vier hoofdverdachten (onderdeel C in het vonnis). Die onderdelen hebben eerder betrekking op de organisatie bestaande uit [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . Niet het
charterwaar cliënten lid van zijn. Dan blijft onderdeel B, het belonen van geweld door het
charter, over. Ook dat kan niet aan cliënten worden gelieerd. Daartoe wijs ik op het volgende.
Beloning geweld gelieerd aan organisatie cliënten, hetcharter?
37. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de overwegingen van de rechtbank omtrent een beloningssysteem voor het plegen van geweld feitelijke onderbouwing mist en derhalve niet het oogmerk van enige organisatie waartoe cliënten zouden behoren kan vaststellen.
38. De rechtbank heeft het beloningssysteem – summier – vastgesteld op basis dat:
a. bepaalde uiterlijke kenmerken van de
Hells Angels(Haarlem) zichtbaar waren en verdachten daar niets over zouden willen zeggen, dat
Dequiallo,
Deathhead Purple Heart,
Ball Peen Hammeretc. (deel B in het vonnis) hoe dan ook in direct verband zouden hebben gestaan met het belonen van geweld binnen het
charter Hells AngelsHaarlem (en derhalve bij kenmerken van de buitenste ring zouden behoren) en;
b. cliënt [medeverdachte 6] zou hebben gefluisterd dat men moet zwijgen, cliënten dit ook doen en
Omertazou staan geschreven op de muur van het clubhuis.
Uiterlijke kenmerken
39. De genoemde uiterlijke kenmerken en termen zouden een onderdeel vormen van het
charteren onderbouwing bieden voor het oogmerk. De verdediging bestrijdt die onderbouwing, nog los van het feit dat het
charterals geheel geen organisatie vormde die het oogmerk heeft gehad op het plegen van de verschillende strafbare feiten genoemd in de zaaksdossiers.
40. Allereerst hebben cliënten en de medeverdachten wel degelijk verklaard - en is dus geen sprake van
omerta- over de genoemde uiterlijke kenmerken. In eerste aanleg verklaarden zij namelijk al dat het hun niet zoveel zegt en als het ze wat zegt, het vooral kenmerken zijn die van oudsher al bij de
Hells Angelshoren.
41. Ten overstaan van uw hof verklaarde [medeverdachte 4] : “
Dequiallo betekent voor mij persoonlijk niks. Voor sommigen ziet het op een tegenslag die zij hebben overwonnen en dat zij nu weer vol in het leven staan. Daar heeft het mee te maken. Ik ken wel een paar die dat dragen [...] Ik ken niemand die geweld heeft gebruikt tegen de politie.”
42. Ter terechtzitting ten overstaan van uw hof zijn alle verdachten uitgebreider ingegaan op hetgeen dergelijke
patchesen symbolen volgens hen én voor hen betekenen. Cliënt [verdachte] heeft uw hof uitgelegd waarom hij eerder op de oppervlakte bleef met betrekking tot de betekenis van de patch
Dequiallo. Cliënt [verdachte] heeft een groot wantrouwen tegen iedereen en heeft al meermaals zaken ook hun context zien worden gehaald. Nu heeft hij het uitgelegd, het gaat voor hem over het overwinnen van heftige levensgebeurtenissen.
43. Dat anderen daaraan mogelijk een andere betekenis geven, doet daar dan ook niks aan af.
44. Daarnaast bestaan er ook objectieve contra-indicaties voor de betekenis van de genoemde termen zoals
Dequiallo. Zo blijkt uit de strafbladen van de verdachten in het onderzoek Toren namelijk geen enkel verband tussen het plegen van een geweldshandeling en het dragen van een
patchzoals
Dequialloof
Deathhead Purple Heart. Sterker nog het openbaar ministerie heeft op geen enkele wijze onderbouwd noch aangetoond dat überhaupt door één of meer leden van
Hells Angelsverzet tegen gezagsdragers is gepleegd waarvoor een dergelijke
patchzou zijn verstrekt. Datzelfde geldt voor de
Deathhead Purple Heart. Wegens het ontbreken van dat verband kunnen die termen dan ook geen ondersteuning vormen voor een beloningssysteem binnen enig oogmerk van een organisatie waartoe cliënten behoorden.
45. In dit kader merkt de verdediging op dat het openbaar ministerie ter onderbouwing van de betekenissen en de stelling dat de
patchesaantonen dat geweld beloond wordt, heeft gewezen op het arrest in de civiele zaak. Ter onderbouwing in die zaak is gewezen op een tap gesprek uit nota bene onderhavige strafzaak. Het laat zich overigens inmiddels wel raden uit welke groep de persoon komt die deze uitlating heeft gedaan. Het is echter aan uw hof om in deze strafzaak onder meer te oordelen over de vraag of
in de organisatie van cliëntensprake is van beloning van geweld. Het oordeel van een ander hof in een civiele zaak over een aannemelijke betekenis is daarbij mijns inziens geenszins redengevend.
1%
46. Het openbaar ministerie ziet ook in het 1%-teken een criminogene factor. Het staat op het clubhuis, op de
coloursen diverse leden hebben het ook op hun lichaam getatoeëerd.
47. Ten overstaan van uw hof hebben de verschillende getuigen daarover echter een verklaring afgelegd. De herkomst van de ‘1%’ is bekend en stamt van een uitspraak van meer dan 60 jaren geleden.
48. Getuige [medeverdachte 4] verklaarde hierover dat hij het zag als geuzennaam, hetgeen het openbaar ministerie overigens onderschreef. En bovenal dat hij zich er niet mee associeerde. Getuige [medeverdachte 6] verklaarde het gezien te hebben als een onderscheid tussen Harleyrijders (de ‘echte’ motorrijders) en de motorrijders op bijvoorbeeld Japanse merken. Hij verklaarde: “
In de loop der jaren wordt dat een ding, iedereen hecht er een andere betekenis aan’’. Getuige [medeverdachte 3] verklaarde voorts er niet zoveel mee te hebben.
49. Kortom, iedereen heeft zijn eigen interpretatie van dergelijke
patches, tatoeages of muurschilderingen. Uit de inhoud van de verschillende verklaringen volgt dat deze uitingen geen eenduidige betekenis hebben waarmee cliënten zich associeerden. Als zij al wetenschap hadden van een van de mogelijke betekenissen, betekent dat nog geenszins dat zij hiermee in zijn algemeenheid hebben geweten van een oogmerk tot het plegen van misdrijven. Een vergelijking zou kunnen worden getrokken met het hijsen van een piratenvlag op een boot. Dragen die booteigenaren daarmee een oogmerk tot geweld uit? Of kan het voeren van deze vlag ook anders worden geïnterpreteerd zoals het idee dat het gewoon stoer staat.
Tussenconclusie
50. Conclusie, de betekenis die de rechtbank heeft toegekend
enkelaan bepaalde uiterlijke kenmerken en termen, is niet objectief vast te stellen in de onderhavige zaak. Niet is immers vast te stellen dat daaruit het belonen van geweld kan worden aangenomen als zijnde een kenmerk van een organisatie waartoe cliënten behoorden. Het feit dat uit een onderzoek de betekenis zou volgen van verschillende termen, doet daar niets aan af. Het moet in de concrete casus worden vastgesteld dat één van de verdachten met een
patchzoals
dequiallodeze
patchdan zou hebben “verdiend” door het plegen enig strafbaar feit. En dat blijkt uit geen enkel bewijsmiddel.
51. Vooralsnog moet het er dus voor worden gehouden dat
patchesniet meer zijn dan een versiering zonder dat daaraan een bepaalde betekenis werd gehecht.
Omerta
52. Ten aanzien van het tweede onderdeel, namelijk de bewoordingen van cliënt [medeverdachte 6] in de arrestantenbus en het woord
Omerta, maakt ook dit niet dat kan worden geconcludeerd dat binnen het
chartereen beloningssysteem voor geweld/strafbare feiten zou bestaan. Uit het enkele feit dat er:
a. een woord op de muur zou staan, niet gerelateerd aan enige geweldshandeling, en;
b. dat cliënt voorts medeverdachten zou hebben geadviseerd over de proceshouding;
blijkt niet dat
daaruitzou volgen dat geweld zou worden beloond binnen het
charteren
daaruithet criminele oogmerk zou kunnen worden afgeleid. Dat is te kort door de bocht en in het dossier bevindt zich geen enkele onderbouwing voor die conclusie.
53. Bovendien is het niet zo dat alle verdachten zich integraal hebben beroepen op hun zwijgrecht tijdens het proces. Eigenlijk hebben alleen de verdachten [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niets over de club willen verklaren, maar de overige leden van het
charterjuist wel. Over verschillende termen hebben bijna alle leden van het
chartereen verklaring afgelegd. In hoger beroep zijn in elk geval alle vragen van uw hof onder ede én als verdachte beantwoord.
54. Dat zij eerder niet op
allevragen antwoord hebben gegeven maakt niet dat daarmee
omertaeen essentieel onderdeel is van een beloningssysteem voor geweld
in hetcharter. Ja het klopt, dat leden van de
Hells Angelseen soort erecode hebben en niet praten over wat er precies speelt binnen club, hoe de regels zijn, wie er wel en geen lid zijn. In dat verband moet ook de inmiddels achterhaalde opmerking van cliënt [medeverdachte 6] worden gezien. Maar geldt dat niet voor iedere vereniging? Sommige zaken zijn privé en gaan niemand verder wat aan, dat wil niet direct zeggen dat er dus strafbare feiten worden gepleegd.
55. Cliënt [verdachte] - en overigens meerdere van de medeverdachten – heeft zoals eerder al opgemerkt ook aangegeven waarom hij in beginsel slechts weinig kwijt wilde over de club. Telkens worden zaken in een verkeerde context geplaatst en verdraaid. Exemplarisch is het opgenomen gesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] dat het openbaar ministerie voorhield aan [medeverdachte 6] waarin werd gesproken over een ‘
kuttijd om een motor te kopen’ ‘
motor in de brand’, ‘
het snel regelen door [medeverdachte 6]’ en ‘
betalingen’. Cliënt [medeverdachte 6] heeft uw hof uitgelegd waar dit over ging. Hieruit zou volgens het openbaar ministerie moeten blijken dat de motor van voormalig
member[betrokkene 4] zou zijn afgepakt. Uit de uitleg van cliënt [medeverdachte 6] bleek evident dat dit niet aan de orde was.
56. Het is kenmerkend dat juist de drie hoofdverdachten niets over de club hebben willen verklaren en de overige leden van het
chartermeer openheid van zaken hebben gegeven. Kenmerkend ook voor het bestaan twee verschillende lijnen, twee verschillende organisaties.
57. Daarmee loopt tot slot ook onderdeel B, het belonen van geweld, genoemd in het vonnis ter onderbouwing van het oogmerk van de organisatie waartoe cliënten zouden behoren (samen met het
charter), spaak en zijn de overwegingen van de rechtbank te kort door de bocht. Geen enkele verdachte heeft in zijn verklaring bevestigd dat een dergelijke cultuur van het belonen voor het gebruik van geweld door leden, bestond binnen het
charter. De rechtbank heeft de ontkenning over het bestaan van een dergelijke cultuur zonder enige onderbouwing ter zijde geschoven.
58. Het feit dat de drie/vier hoofdverdachten wellicht een beloning voor geweld passend zouden vinden, betekent niet dat die zienswijze op het plegen van geweld toebehoort aan het
chapter Hells AngelsHaarlem. De overige leden van het
charterhebben dat bovendien expliciet ontkend.
Conclusie
59. Concluderend, de drie onderdelen waaruit volgens de rechtbank het oogmerk zou blijken van de vastgestelde organisatie waartoe cliënten zouden behoren, lopen ten aanzien van cliënten spaak. Zij hebben allereerst geen betrekking op het gehele
charter, maar alleen op de vier hoofdverdachten (onderdelen A en C). Daarnaast mist onderdeel B feitelijke onderbouwing in het dossier, in ieder geval ten aanzien van cliënten. Dit leidt tot de conclusie dat de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het deelnemen aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van strafbare feiten niet houdbaar zijn.
60. De organisatie waartoe cliënten behoorden had geen crimineel oogmerk, louter het oogmerk tot het behouden van de motorclub met hun eigen club gerelateerde activiteiten zoals de Harley-dag, motorrijden, BBQ-en en bierdrinken. Dat dit oogmerk - en geen crimineel oogmerk - bestond blijkt ook wel uit de banden die de club had met de gemeente op het moment dat cliënt [medeverdachte 6] de president van de
Hells AngelsHaarlem is geweest.
61. Vele getuigen waaronder [getuige 1] verklaarden over de club: “
De gezelligheid uitte zich in clubavonden met andere clubs en leuke evenementen als motorshows, de Harleydag, en de tattooconventie. Die evenementen gingen altijd in overleg met de gemeente Haarlem. Dat ging altijd goed. De verhouding tussen de Hells Angels en de gemeente was uitstekend toen.” Ook benoemden verschillende getuigen het feit dat de burgemeester en wijkagent wel eens in het clubhuis kwamen en dat de burgemeester heeft opgetreden op de Harleydag.
62. Dat cliënten onderdeel zijn geweest van het
charter, maakt niet zij daarmee lid zijn geweest van een organisatie die het oogmerk had tot het plegen van misdrijven. Daarvoor moet ten aanzien van het
chartervoldoende bewijs bestaan en niet louter ten aanzien van de drie hoofdverdachten die lid waren van het
charter. Dat bewijs is echter niet voorhanden. Uit niets blijkt dat het
charterin z’n geheel het criminele oogmerk had. Daarnaast is er een veelheid aan aanwijzingen voorhanden waaruit volgt dat de vier hoofdverdachten, niet allen lid van het
charter, zelf een (criminele) organisatie hebben gevormd. Het openbaar ministerie noemde het ‘de donkere schaduwzijde’, wat de verdediging betreft een compleet afzonderlijke criminele tak.
63. Dat leden van het
charter, cliënten, daar eventueel achteraf wetenschap van hebben gehad, maakt niet dat het
charterin z’n geheel daarmee een oogmerk heeft gehad tot het plegen van die misdrijven. Dat oogmerk had het
charternamelijk niet.
64. Gelet daarop verzoek ik uw hof cliënten vrij te spreken wegens het ontbreken van de deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk tot het plegen van misdrijven. Cliënten hebben immers geen deelgenomen aan de criminele organisatie van de vier hoofdverdachten noch hebben zij het oogmerk gehad strafbare feiten te plegen.
Subsidiair: geen wetenschap, geen duurzaam en gestructureerde samenwerking en dus geen deelname aan een criminele organisatie
65. Mocht uw hof van oordeel zijn dat sprake is van een organisatie waartoe cliënten behoren én dat
dezeorganisatie tevens het oogmerk had tot het plegen van misdrijven, dan stelt de verdediging zich subsidiair op het standpunt dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen bewijzen dat cliënten daar bewust aan hebben deelgenomen. Laat staan dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband op dit punt. Om die reden dienen cliënten dan ook subsidiair te worden vrijgesproken.
66. Volgens vaste rechtspraak is van deelneming aan een criminele organisatie sprake indien zij behoort tot een organisatie en een aandeel heeft in, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De verdediging betwist dat voor voornoemde kenmerken voldoende bewijs voorhanden is.
67. Ten aanzien van de deelname van cliënten spelen wat dat betreft twee aspecten een rol. Allereerst hebben zij geen wetenschap (achteraf) gehad over enige gepleegde strafbare feiten gelieerd aan het
charteren ten tweede hebben zij ook geen wezenlijk aandeel gehad bij het laten voortbestaan van die criminele organisatie. Het is hierom dat de verdediging zich subsidiair op het standpunt stelt dat cliënten dienen te worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigd bewijs. Ik zal de twee aspecten afzonderlijk bespreken.
Wetenschap (achteraf)
68. De rechtbank heeft allereerst overwogen dat cliënten in z’n algemeenheid wetenschap zouden hebben gehad van een aantal strafbare feiten. Cliënten wordt door de rechtbank verweten dat zij geen vragen hebben gesteld of hun afkeuring over bepaalde uitlatingen zouden hebben uitgesproken ondanks deze wetenschap. Daarnaast zouden zij in z’n algemeenheid op de hoogte zijn geweest van teksten als
dequiallo,
omertaen
power is taken not givenen daarmee van een beloningssysteem voor het gebruik van geweld door de
Hells AngelsHaarlem. Cliënten ontkennen de vastgestelde (algemene) wetenschap te hebben gehad over het strafbare oogmerk van de organisatie waartoe zij zouden hebben behoord, te weten slechts het
charter Hells AngelsHaarlem.
69. Om te beginnen heeft te gelden dat géén van de leden van het
chartertijdens de ten laste gelegde periode is veroordeeld voor strafbare feiten die gerelateerd waren aan het
charter, de
Hells AngelsHaarlem. Cliënten ook niet.
70. Op basis van de bewijsmiddelen is daarnaast zeer aannemelijk en kan niet worden uitgesloten van [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] strafbare feiten hebben gepleegd uit naam van het
charterzonderdat de andere leden, cliënten, daar enig aandeel in of enige wetenschap van zouden hebben gehad
voorafgaanddaaraan of tijdens de strafbare feiten. De eventuele wetenschap
achterafmaakt voorts niet dat de handelingen “die het daglicht niet kunnen verdragen”
daarmeein het kader van het
charterzijn gepleegd, maar juist in het kader van de organisatie van de vier hoofdverdachten. Dat raakt direct de relevantie van die eventuele wetenschap achteraf bij cliënten.
71. Dat cliënten in die situatie hun afkeuring niet kenbaar zouden hebben gemaakt, maakt niet dat zij
daarmeede eventuele strafbare gedragingen van de vier hoofdverdachten hebben ondersteund. Dit, los van het feit dat op basis van het dossier en de getuigenverklaringen aannemelijk is dat cliënten naar aanleiding van krantenberichten over het incident bij Van der Valk wel degelijk met elkaar en [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] hebben gesproken over hun activiteiten en dat zij dus wel zeker zijn aangesproken op dit mogelijk strafrechtelijk verwijtbare gedrag toen dat bekend werd. [medeverdachte 1] heeft als getuige bovendien bevestigd tot de orde geroepen te zijn met betrekking tot het Van der Valk hotel.
72. Bovendien zijn er ook andere aanwijzingen voor het feit dat [medeverdachte 1] wel degelijk is aangesproken door andere leden op zijn gedragingen. Dat blijkt uit de mond van hem zelf tijdens een opname in een voertuig. Daarop is te horen dat portieren worden ontgrendeld en [medeverdachte 1] instapt. Hij zegt
'stelletje flikkers, vieze flikkers, bangepoepers, bleh'. Vervolgens zegt hij nog '
kankerflikkers',
'je moet dit niet, je moet dat niet, kankerhomo's bleh..',
'Kankerflikkers allemaal, bah',
'helemaal misselijk van die kankerclub’. Hieruit blijkt duidelijk dat hij is aangesproken op zijn gedrag en daarmee op z’n zachtst gezegd niet blij is. Dat maakt het ook aannemelijk dat hij dingen uit rancune eventueel op eigen houtje is gaan doen, binnen zijn eigen kleine organisatie.
73. Dat laatste blijkt ook uit het feit dat zodra cliënten en de rest van de leden van het
charteruit het dossier wetenschap krijgen van de stevige verdenkingen aan het adres van de drie heren [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , zij direct een zogenaamde
patch in the boxhebben gekregen op 1 april 2017 en daarna de status
outop 7 juni 2017. Dit betekent dat zij alle drie dus uit het
charterzijn gezet door cliënten en de overige leden. Hieruit blijkt dat direct zelfregulerend is opgetreden door het
charteren tevens de afkeuring van het criminele oogmerk dat de drie hoofdverdachten samen met [betrokkene 3] hadden.
74. Geconcludeerd moet worden dat cliënten geen wetenschap hebben gehad van het eventuele criminele oogmerk van de organisatie van [medeverdachte 1] en als die wetenschap er al was, is deze pas achteraf gekomen, waarna onverwijld is gehandeld door cliënten en de andere leden van het
charter. Zo heeft het
charterde drie leden, hoofdverdachten, uit het
chartergezet. Dat zijn geen lichtzinnige beslissingen en staan hoe dan ook haaks op de veronderstelling van het openbaar ministerie dat de
Hells Angelseen criminele organisatie zou zijn. Dat is simpelweg niet het geval.
75. De rechtbank heeft geoordeeld dat alle clubleden, ook cliënten, duidelijk is geweest dat met regelmaat (ernstige) strafbare feiten werden gepleegd en zij
dusin zijn algemeenheid hebben geweten dat
Hells AngelsHaarlem tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat zij ook wetenschap hadden van concreet aantal gepleegde strafbare feiten. De verdediging betwist het causale verband tussen de (wetenschap van) gepleegde strafbare feiten door leden van de
Hells AngelsHaarlem en
daarmeewetenschap van strafbare gedragingen door de
club Hells AngelsHaarlem. In dat verband acht de verdediging het van belang hier te vermelden dat ook vanuit de overheidsinstanties waarmee de
Hells AngelsHaarlem veelvuldig contact onderhielden geen enkele mededeling is gedaan over de strafbare feiten gepleegd door [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . Hierdoor is - bij gebrek aan wetenschap - cliënten de kans ontnomen om in te kunnen grijpen en dat terwijl justitie die wetenschap wel had maar de strafbare feiten bewust onder haar toeziend doorgang heeft laten vinden.
76. Dat enkele leden op eigen houtje,
niet in het clubhuis, strafbare feiten plegen en dat over die feiten wetenschap achteraf zou bestaan, maakt namelijk niet dat deze feiten enkel vanwege hun lidmaatschap zijn gepleegd in het kader van de club en het aan cliënten is om daarvan iets te vinden en te zeggen. De rechtbank heeft zich ten aanzien van dit causale verband laten leiden door overtuiging, maar niet door wettig bewijs. In dat verband bespreek ik graag het volgende met uw hof.
Specifieke zaaksdossiers
77. In haar vonnis oordeelde de rechtbank dat (individuele) leden van de
Hells AngelsHaarlem zich in de ten laste gelegde periode schuldig hebben gemaakt aan verschillende misdrijven, die naar het oordeel van de rechtbank rechtstreeks verband houden met de club
Hells AngelsHaarlem en waaruit het oogmerk van die organisatie kan worden afgeleid.
(…)
85. Hoe het kan dat slachtoffers verklaarden dat zij bang waren voor
deHells Angelsheb ik uw hof al eerder voorgehouden. Eén of meer leden van “de jonge garde” hield een slachtoffer voor dat zij een probleem hadden met de club
Hells Angels, terwijl dit feitelijk volstrekt onjuist was. De overige zes leden van de oude garde wisten hier in werkelijkheid helemaal niets van af.
86. Uit het dossier blijkt dat de slachtoffers allen in het geniep, zonder medeweten van de overige
membersvan de
Hells AngelsHaarlem zijn benaderd en buiten het clubhuis werden afgeperst, bedreigd en/of mishandeld. Dit is niet enkel verklaard door de leden van “de oude garde”. Ter terechtzitting hebben [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bevestigd dat zij strafbare feiten pleegden zonder medeweten, laat staan instemming van de overige leden. In dat verband volgen hieronder enkele citaten. [medeverdachte 1] : “
Ik denk niet dat alle leden op de hoogte waren van alles wat er speelde. Ik ga er vanuit dat als mensen wisten dat er dingen zijn waarvan wij allemaal verdacht werden, we dat wel gehoord zouden hebben.”
87. En ook [betrokkene 2] verklaarde: “
U vraagt mij of er sprake was van een vergaderstructuur. Ik besprak veel met de andere twee verdachten ( [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] ). De andere leden zag ik op de clubavonden. De clubavond was op donderdag. Ik vergaderde in besloten kring met de twee andere verdachten. Je praat dan met elkaar onder het genot van een drankje of BBQ, dat heeft niets met echt vergaderen te maken. Je kunt het niet als werkoverleg kwalificeren. Wij drieën hadden zonder overleg de vinger in de pap. Met de rest hadden we nauwelijks tot geen contact, niet over bepaalde dingen die er besproken waren.”
88. En: “
Zij ( [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] ) zijn mijn vrienden. Ik ging buiten de club ook dagelijks met ze om. We hadden regelmatig contact, over schrijnende dingen, maar ook over leuke dingen. Dat niet alle leden op de hoogte waren van alles wat er gebeurde is een terechte conclusie.”
89. In al hiervoor door het openbaar ministerie aangehaalde zaaksdossiers hadden de slachtoffers enkel en alleen contact met de leden van de “jonge garde.” Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de “jonge garde” daarbij steeds volgens twee vaste methodes te werk gingen. Bij de eerste methode werden slachtoffers buiten het clubhuis, bij voorkeur in hun eigen woning of onderneming opgezocht, bedreigd en/of mishandeld. Daarbij werd de suggestie gewekt dat dit een actie was die door de gehele club
Hells Angelswerd gesteund, terwijl de overige leden hier in werkelijkheid geen weet van hadden.
90. Bij de tweede methode, de zogenoemde “Holleeder” methode, onder meer toepast op olliebollenbakker [betrokkene 5] , deed [medeverdachte 1] zich voor als tussenpersoon en bemiddelaar tussen de
Hells AngelsHaarlem en het slachtoffer, waarbij hij het slachtoffer deed geloven dat hij hem juist probeerde te helpen. Een geraffineerde en valse truc, waarmee tevens direct werd voorkomen dat er rechtstreeks contact door het slachtoffer zou worden gezocht met een van de
membersvan “de oude garde”.
91. Indien uw hof de verklaringen van alle voornoemde slachtoffers nauwkeurig ontleed en tegen het licht houdt, blijkt dat in geen van die zaken direct of indirect contact is geweest met een van de leden van de “oude garde”. Hoe geraffineerd de “jonge garde” daarbij te werk ging blijkt onder meer uit het verhoor van getuige [betrokkene 5] , die in de veronderstelling verkeerde te worden afgeperst door de
Hells AngelsHaarlem, terwijl zijn “jeugdvriend” [medeverdachte 1] daarbij als bemiddelaar optrad: “
Ik heb er met niemand van de Hells Angels over gesproken. Dat ging via iemand die ik ken. Ik heb daar geen boodschap aan. Als iemand geld van mij wil of ik word afgeperst, verwacht ik dat ze persoonlijk naar mij toekomen. Er is niemand naar mij toegekomen. U houdt mij voor dat [medeverdachte 1] ook bij de Hells Angel zat en ik met hem over het geld heb gesproken. Nee, hij is vrijgekomen. Ik heb hem geld gegeven. U vraagt mij hoe ik het zo zeker weet dat [medeverdachte 1] er niets mee te maken heeft dat ik hem geld heb betaald. (...) Van hem zou ik nooit verwachten dat hij dat zou doen.”
92. Nadat de verdediging de getuige het tapgesprek van 12 december 2015 tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] voorhield, waaruit evident bleek dat [medeverdachte 1] niet zijn vriend was, verklaarde deze: ‘
Dat is niet de [medeverdachte 1] die ik ken. Nu u mij dit voorhoudt kun je erover gaan twijfelen of [medeverdachte 1] er niet mee te maken heeft. Mensen kunnen in korte tijd veranderen. Ik was heel goed met hem. Als wat ik nu hoor zo is, dan sta ik ervan te kijken.”
93. De verklaring van [betrokkene 5] , dat hij met niemand anders van de
Hells AngelsHaarlem dan [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] contact had over de afpersingen en aan wie was wijsgemaakt dat zij handelden namens
deHells AngelsHaarlem, stond niet op zichzelf.
94. In al voornoemde zaaksdossiers werden slachtoffers op vergelijkbare wijze, buiten medeweten van de overige leden van de
Hells AngelsHaarlem, benaderd, afgeperst en/of mishandeld.
95. Geen van hen heeft verklaard dat de overige leden van de
Hells AngelsHaarlem daarvan op de hoogte waren, dan wel konden zijn. Dit gebrek aan enig bewijs voor betrokkenheid en/of de wetenschap bij cliënten daarvan, heeft het openbaar ministerie getracht te ondervangen, door te volstaan dat het enkel lid zijn van de
Hells Angels, in combinatie met het dragen van gewelddadige symbolen, voldoende is om deel te hebben genomen aan een criminele organisatie, dat het plegen van deze feiten tot oogmerk had. Alleen al gelet op al het voorgaande kan deze redenering echter geen stand houden.
96. Ook heeft het openbaar ministerie in het requisitoir stilgestaan bij verschillende andere zaaksdossiers op grond waarvan volgens haar kan worden vastgesteld dat leden van de
Hells Angelszich in de tenlastegelegde periode schuldig hebben gemaakt aan verschillende misdrijven, die rechtstreeks verband hielden met de club
Hells Angelsen waaruit het oogmerk van de organisatie op die misdrijven volgens haar kan worden afgeleid. Misdrijven die volgens het openbaar ministerie te maken hebben met clubaangelegenheden.
97. De verdediging betwist dit uitdrukkelijk. Volgens cliënten betrof het in alle gevallen misdrijven die door een of meer individuele leden zijn gepleegd, welke los stonden van de club en waarvan cliënten zich wensen te distantiëren. De “oude garde” heeft vooraf geen enkele wetenschap gehad van één of meer van deze door [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] of [betrokkene 1] gepleegde strafbare feiten. Dit laatste is, zoals hiervoor reeds aangehaald en volledigheidshalve hier nogmaals benoemd, door “de jonge garde” zelf ook verklaard als getuige. In het navolgende zal ik bij verschillende van deze strafbare feiten stilstaan en uw hof toelichten waarom deze feiten geen rechtstreeks verband houden met de club
Hells AngelsHaarlem en waarom hieruit niet het vermeende oogmerk van die organisatie kan worden afgeleid.
98. De rechtbank heeft drie c.q. vier zaaksdossier genoemd waarvan cliënten achteraf wetenschap zouden hebben gehad: C14-Uitkijk (dit geldt alleen voor cliënt [medeverdachte 6] en de stichting), C15-Martini, C17-Millenium, en C22-Spits. En daarnaast is de bespreking van het incident in het Van der Valk Hotel, dossier C20-Slechtvalk, aangehaald. De verdediging betwist die wetenschap en zal dit kort doorlopen.
99. Ten aanzien van de wetenschap van specifieke zaaksdossiers heeft de rechtbank op geen enkele manier een nadere uitwerking in het vonnis gegeven waaruit die wetenschap bij cliënten zou blijken. Dat is ook logisch, want die onderbouwing daarvoor blijkt ook nergens uit.
De afpersing en mishandeling vanhang around[getuige 2] (zaaksdossier – C14)
100. Om te beginnen wil ik met uw hof het zaaksdossier rondom de heer [getuige 2] bespreken. Het incident met [getuige 2] , die verklaarde door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te zijn afgeperst, is door de rechtbank en het openbaar ministerie eveneens beoordeeld als een clubaangelegenheid van de
Hells AngelsHaarlem. Dit wordt door cliënten en alle medeverdachten in hoger beroep uitdrukkelijk betwist. Geen van hen heeft ingestemd met, noch vooraf (concrete) wetenschap gehad van de afpersing en de mishandeling van [getuige 2] . Dat zij allen wèl wilden dat hij de club zou verlaten doet daaraan niets af.
101. [getuige 2] is anderhalf jaar lid geweest van de Redliners en is daar president geweest. Hierna is [getuige 2] tweeëneenhalve maand
hang aroundgeweest bij de
Hells AngelsHaarlem, waarna hij de club heeft moeten verlaten. Niet
bad standing, zoals in het dossier wordt gesuggereerd. Dat zou ook niet logisch zijn. [getuige 2] was namelijk slechts
hang around. De gedachte achter de positie van een
hang aroundis dat diegene geheel vrijblijvend kan ervaren hoe het is om lid te zijn van de
Hells Angels. Omgekeerd biedt dit de bestaande
memberseen kans om de
hang aroundbeter te leren kennen en op hun beurt een oordeel te vellen of de
hang around,
prospectmag worden.
102. In het geval van [getuige 2] is na tweeëneenhalve maand democratisch besloten dat hij de club diende te verlaten. [getuige 2] had maling aan verschillende clubregels, verkeerde structureel onder invloed van drank en drugs en maakte een psychisch labiele indruk. Daarmee was de kwestie voor de
full membersvan de
Hells AngelsHaarlem afgedaan. Althans dat dachten zij. Wat zij niet wisten en waarvan zij pas veel later kennis van hebben genomen, zijn de criminele activiteiten die [betrokkene 2] en [betrokkene 1] hierna op eigen initiatief hebben ondernomen met [getuige 2] als slachtoffer. Uit geen bewijsmiddel in het dossier blijkt dat cliënten hiervan op de hoogte waren, dan wel konden of moesten zijn. Ook [getuige 2] zelf weet eigenlijk met of zijn afpersing een clubaangelegenheid betrof of niet.
103. [getuige 2] verklaarde als getuige wat hem was overkomen nadat hij niet meer welkom was als
hang around. “
Ik heb contact opgenomen met de politie vanwege de bedreigingen van [betrokkene 1] . U vraagt mij of dat vanuit hem kwam of vanuit de club de Hells Angels Haarlem. Dingen die worden opgelegdgaan volgensmij altijd via de club.” (...) “Ik weet nietof [betrokkene 1] en [betrokkene 2] dat op eigen initiatief hebben gedaan. Daar kan ik geen oordeel over vellen, maar ik kan wel vertellen dat het negen van de tien keer clubbesluiten zijn.” En: “Van man tot man is er weinig druk op mij uitgeoefend. Het is een beetje in het geniep gegaan.
104. Dat de afpersing van [getuige 2] een clubbesluit was, wordt door cliënten uitdrukkelijk betwist en ontkend. Overigens verklaarde [getuige 2] als getuige uitdrukkelijk dat hij nooit door [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] is afgeperst of aangesproken om zijn motor in te leveren. Daartoe bestond immers ook geen enkele reden. [getuige 2] was
hang arounden op enig moment is besloten dat hij niet meer welkom was bij de
Hells AngelsHaarlem. Op welke wijze de beslissing dat [getuige 2] niet langer
hang aroundmocht zijn tot stand is gekomen en met hoeveel stemmen dit besluit al dan niet is genomen, is wat de verdediging betreft niet relevant. Relevant is dat de meerderheid het niet met [getuige 2] zag zitten en om die reden besloot niet met hem verder te willen gaan. Daarmee was voor de “oude garde” de kous af.
105. Van belang in dat verband, om het voorgaande beter te kunnen duiden, is dat de kleding die [getuige 2] moest overdragen aan [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , waarbij hij door hen werd mishandeld en afgeperst, kleding betrof van de Redline. Niet van de
Hells AngelsHaarlem – dat kan ook niet anders was hij was geen
memberen had dus geen
Hells Angelskleding. [betrokkene 1] verklaarde hierover als getuige: “
Ik was bij die ontmoeting bij de Mac Donalds en er zijn kleren ingeleverd, maar dat waren Redline-kleren.”
106. In dat verband wijst de verdediging u tevens op het navolgde citaat uit een telefoongesprek tussen [getuige 2] en een NN persoon: “
Toen zat die gozer er met zijn klauwen tussen. Dus ik pak die zak van die Redline troep.”
107. Het inleveren van die Redline kleding, laat staan het opleggen van een boete of afpakken van een motor, betrof dan ook geen club aangelegenheid waarover diende te worden gestemd, zoals [getuige 2] veronderstelde. De
Hells AngelsHaarlem stonden hier volledig buiten en werden om die reden hier ook niet over geïnformeerd door “de jonge garde”.
108. Het was voor [betrokkene 1] en [betrokkene 2] dus relatief eenvoudig om de voormalig president van de door hun opgerichte supportclub het leven zuur te maken, buiten medeweten om van de overige leden van de
Hells AngelsHaarlem, die immers geen contact meer hadden met de voormalig
hang around.
109. In zijn verklaring als getuige bevestigt [getuige 2] dat cliënten, noch één van de medeverdachten in hoger beroep op enige wijze betrokken zijn geweest bij de afpersing door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . Wat hij de “oude garde” vooral verwijt is dat zij niet zouden hebben ingegrepen. Dit verwijt kan cliënten enkel worden gemaakt, indien zij daadwerkelijk op de hoogte waren geweest van de afpersing van [getuige 2] , hetgeen zij uitdrukkelijk betwisten. Voor de verklaring van [getuige 2] , dat hierover mogelijk zou gestemd binnen de
Hells AngelsHaarlem, ontbreekt ieder ondersteunend bewijs. Dat [getuige 2] hierover, nadat hij bij de Mac Donalds was afgeperst, kort telefonisch contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] , waarbij de verbinding werd verbroken, maakt dit niet anders.
110. Het enkele feit dat [getuige 2] naar [medeverdachte 3] heeft gebeld en zou hebben gezegd dat hij is afgeperst en geslagen, is volstrekt onvoldoende om aan te nemen dat
daaromniet alleen [medeverdachte 3] , maar ook alle andere leden van de
Hells AngelsHaarlem, waaronder cliënten, (vooraf) kennis hebben gehad van een strafbaar feit. Volledigheidshalve merk ik op dat uit de bewijsmiddelen overigens niet blijkt dat [getuige 2] , na dit gesprek met [medeverdachte 3] , op enig moment nogmaals is benaderd door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , terwijl de poging tot afpersing had op dat moment al plaatsgevonden en [medeverdachte 3] dus ook niet meer had kunnen ingrijpen.
111. Tot slot stelt de verdediging bovendien dat het handelen door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] jegens [getuige 2] geen rechtstreeks verband hield met de club
Hells AngelsHaarlem. Dat zou slechts anders zijn indien zij vooraf zouden hebben ingestemd met de afpersing en mishandeling van [getuige 2] . Dat is expliciet niet het geval geweest. De “oude garde” heeft hiermee niet ingestemd. Cliënten wisten niets van de afpersing van [getuige 2] af, totdat zaaksdossier C-14 Uitkijk hen onder ogen kwam.
112. Al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien, hield de afpersing van [getuige 2] geen rechtstreeks verband met de club
Hells AngelsHaarlem. Daaruit kan het oogmerk van die vermeende organisatie waaraan cliënten zouden hebben deelgenomen, dan ook niet worden afgeleid, noch kan worden bewezen dat cliënten – voorafgaand daaraan – wetenschap hadden van de afpersing van [getuige 2] .
Mishandeling van een lid van motorclub No Surrender (zaaksdossier Martini - C-15)
(…)
De vechtpartij bi| Van der Valk en OVC 16 september 2016
(…)
Afpersing van [betrokkene 5] (C-17)126. Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 5] een akkefietje had met [betrokkene 4] . Nadat [betrokkene 4] geen lid meer was van de
Hells AngelsHaarlem hebben [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] , [betrokkene 5] gedwongen tot betaling van 10.000 euro. [betrokkene 5] verklaarde ten overstaan van uw hof dat [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] tegen hem hadden gezegd dat door hem diende te worden betaald aan de
Hells AngelsHaarlem. Ook verklaarde hij hierover geen enkel contact te hebben gehad met één of meer van de andere members van de
Hells AngelsHaarlem. Hij verkeerde in de veronderstelling dat de van hem verlangde betaling een besluit van de club betrof, omdat dit door [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] zo aan hem was medegedeeld. Pas nadat hem een OVC-gesprek tussen [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] werd voorgehouden, verklaarde [betrokkene 5] : ‘
Dat is niet de [medeverdachte 1] die ik ken. Nu u mij dit voorhoudt kun je erover gaan twijfelen of [medeverdachte 1] er niet mee te maken heeft.
(…)
128. Onverlet het voorgaande zou de beslissing dat [betrokkene 5] aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] moest betalen, zo rekwireerde het openbaar ministerie, zijn genomen door alle members van de club
Hells AngelsHaarlem gezamenlijk, waarna dit besluit door [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] feitelijk werd uitgevoerd. Ook voor deze stelling ontbreekt echter ondersteunend bewijs. In aanvulling op hetgeen eerder over dit zaaksdossier is aangevoerd, zal ik uw hof toelichten waarom ook dit standpunt van het openbaar ministerie, te weten dat de afpersing van [betrokkene 5] een clubaangelegenheid betrof, waarvan een ieder wetenschap had, geen stand kan houden.
129. In het onderzoek Toren is op 5 december 2015 in de auto die in gebruik is bij [betrokkene 1] de vertrouwelijke communicatie opgenomen. Er vindt dan een gesprek plaats tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] : “
Ik ga hem heel simpel zeggen,, ik zeg luister, dat zijn beslissingen genomen, ik zeg [betrokkene 5] , daar ken ik niks aan veranderen simpel zat. Ik zeg ik vind het heel vervelend en heel klote allemaal voor je maar dit is een beslissing die ligt er, en ik zeg ja om het goed af te handelen ik ken er niks aan veranderen.(...)“(...) ik ga me er wel in mengen dan uhhh. Ik ga hem wel effetjes opzoeken. Volgens mij is hij er zondag, zondag is hij er he?[betrokkene 1] :

Hij zei, hij weet dat hij moet betalen, dat heb ik ook gezegd, dat weet ie, maar wel regelen met [medeverdachte 1].”
130. Anders dan de rechtbank oordeelde en het openbaar ministerie rekwireerde, blijkt uit het voorgaande wellicht dat er kennelijk een beslissing is genomen dat [betrokkene 5] diende te betalen, maar niet blijkt door wie deze beslissing zou zijn genomen, laat staan dat deze beslissing is genomen door de
Hells AngelsHaarlem als geheel.
131. Ook het OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en NN man [betrokkene 6] van 10 december 2015 maakt dit niet anders. Uit dit gesprek blijkt namelijk niet meer dan dat [medeverdachte 1] tegen de NN-man [betrokkene 6] , kennelijk een bekende van [betrokkene 5] , zegt dat de van [betrokkene 5] verlangde betaling een beslissing is van de “jongens.” Een beslissing waaraan hij niets zou kunnen veranderen.
132. Overigens heeft het openbaar ministerie nog willen suggereren dat deze [betrokkene 6] cliënt [verdachte] zou betreffen. [verdachte] wordt echter [verdachte] en geen [betrokkene 6] genoemd en ontkent ook dat hij de desbetreffende persoon uit het gesprek is.
133. Voorgaand OVC-gesprek betreft dan ook geen bevestiging voor de stelling dat de afpersing vanuit de
Hells AngelsHaarlem kwam en derhalve een clubaangelegenheid betrof. Integendeel. Voorgaand OVC-gesprek is wat de verdediging betreft juist kenmerkend voor de geraffineerde en doortrapte wijze waarop [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] , door zich voor te doen als vriend van het slachtoffer, hun slachtoffers geld aftroggelden.
134. In dat verband is ook opvallend dat [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] in het OVC-gesprek van 12 december met elkaar spreken over de afpersing van [betrokkene 5] en over geld dat zij moeten wegstoppen voor hun oude dag. Indien de afpersing van [betrokkene 5] daadwerkelijk een clubaangelegenheid betrof, dan zou aannemelijk zijn dat de opbrengsten daarvan ook aan de club zouden komen. Uit de OVC van zaaksdossier Millenium blijkt echter dat het geld van [betrokkene 5] in de zakken van [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] zelf terecht is gekomen.
135. In dat verband houd ik u het OVC gesprek van 5 januari 2016 voor tussen [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] in de auto:
L:
Ja jij zegt gisteren wel, jij geeft mij ruggies maar, ik heb jou ook ruggies gegeven gek, zonder mij had [betrokkene 5] nooit betaald.
R:
Ja, dat denk jij dat denk jij.
L:
Ja dat heb je toch gezien, een gesprekkie pik.
R: Jaah omdat hij anders... ken maar moet jij eens opletten.. als ie.. gaat ie nog meer betalen.
L:
Ja, we doen het samen.
R:
Ja.
136. Wat de verdediging betreft blijkt al het voorgaande evident dat de afpersing van [betrokkene 5] heeft plaatsgevonden op instigatie en initiatief van [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] en deze geen verband hield met de club. [betrokkene 5] heeft ook geen enkele keer, direct of indirect, contact gehad met een van de leden van “de oude garde”. Ook over de betaling die hij zogenaamd aan de HAH zou moeten doen heeft hij nooit met een van hen gesproken. Uit OVC en de verklaring van [betrokkene 5] als getuige blijkt dat [medeverdachte 1] zich tegenover hem voordeed als bemiddelaar en vriend, terwijl hij in werkelijkheid diens geld in zijn eigen zak stak. Gelet op al het voorgaande kan ter zake de afpersing van [betrokkene 5] , niet worden bewezen dat de leden van de “oude garde” hier op enige wijze betrokken zijn geweest, dan wel hier wetenschap van hebben gehad.
[betrokkene 4] (Zaakdossier Breugel C-10 en C-27 paragraaf 4.5.2.)
(…)
Het bezit van een vuurwapen door [betrokkene 1] (zaaksdossier C-22)
(…)
Vuurwapens in woning cliënt [medeverdachte 6] (Z30-Hoek)
(…)
Conclusie wetenschap op basis van de genoemde strafbare feiten
154. Kortom de vermeende wetenschap op basis van de vier genoemde strafbare feiten en ook de andere in het dossier genoemde strafbare feiten zijn volstrekt niet aan de orde en van een dergelijke wetenschap, al dan niet achteraf, is geen sprake geweest bij cliënten.
155. Mocht uw hof ten aanzien van al het voorgaande toch van oordeel zijn dat cliënten achteraf wetenschap hebben gehad over enige strafbare gedragingen door anderen, dan kan op basis van de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld dat zij deze niet-club gerelateerde gedragingen hebben ondersteund op enige wijze. Er is onvoldoende bewijs voorhanden om te kunnen vaststellen dat de strafbare gedragingen zijn ontstaan door en voortkomen uit het lidmaatschap van de hoofdverdachten bij het
chapter. Als sprake is geweest van strafbare gedragingen zijn die ontstaan door de hoofdverdachten zelf en vonden deze plaats
buitende club. In die gevallen waarin zij aangaven dat zij dit namens of in het kader van de club hebben gedaan, is tegelijkertijd vastgesteld dat zij misbruik hebben gemaakt van die club. Cliënten hebben echter
nooitwetenschap gehad van dit misbruik, hooguit van de strafbare gedragingen die de hoofdverdachten vanuit zichzelf hebben gepleegd. Ook hebben zij geen wetenschap gehad van strafbare gedragingen in het clubhuis of anderszins direct club gerelateerd.
156. Het voorgaande leidt reeds tot de conclusie dat cliënt wegens gebrek aan wetenschap integraal dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Aandeel cliënten [medeverdachte 6] en [verdachte]
157. Dan merk ik ten aanzien van cliënten [medeverdachte 6] en [verdachte] nog het volgende op. Indien uw hof onverhoopt toch net als de rechtbank zou oordelen dat cliënten enige wetenschap achteraf hebben gehad van strafbare feiten die in het kader van het
charterzijn gepleegd, dan is het eveneens noodzakelijk dat zij ook daadwerkelijk een aandeel hebben gehad in de criminele organisatie. Bovendien dient dan ook nog sprake te zijn van enige duurzaamheid en een gestructureerd samenwerkingsverband.
158. De rechtbank heeft dit aandeel geconstrueerd aan de hand van het feit dat cliënten lid zijn geweest en gebleven van het
charter, ondanks de wetenschap achteraf, dat zij hebben nagelaten de hoofdverdachten uit het
charterte zetten en tot slot dat cliënt [medeverdachte 6] zelf vuurwapens voorhanden heeft gehad. Ik meen dat dit te kort door de bocht is om te stellen dat deze elementen strafrechtelijk verwijtbaar zijn voor deelname aan een criminele organisatie. Laat staan dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Ik zal deze onderwerpen afzonderlijk bespreken.
(…)
Conclusie
(…)
206. Gelet op het voorgaande verzoek ik uw hof om cliënten dan ook – meer subsidiair – vrij te spreken van het ten laste gelegde feit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van de deelname aan enige criminele organisatie.’
6. Het hof heeft in het bestreden arrest inzake de bewezenverklaring het volgende overwogen (met overneming van voetnoten):
‘Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan de verdachte tenlastegelegde deelname aan een criminele organisatie bewezen dient te worden verklaard, met dien verstande dat het niet bewezen kan worden dat de organisatie - tevens - het oogmerk heeft tot het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 141a, 170, 287, 289 en 312 Sr.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie.
Primair heeft de raadsman daartoe naar voren gebracht dat enig oogmerk ontbreekt. Er was sprake van twee organisaties met twee verschillende oogmerken: binnen de Hells Angels Haarlem was er een organisatie bestaande uit [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] , die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, én een organisatie bestaande uit alle leden van de Hells Angels Haarlem, maar zonder [betrokkene 3] , die geen crimineel oogmerk had. Deze laatste organisatie was gericht op het voortbestaan van de Hells Angels Haarlem en de verdachte behoorde daartoe. Nergens blijkt uit dat de verdachte – in zijn algemeenheid – op de hoogte was van het plegen van strafbare feiten door [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en dat deze feiten namens het charter werden gepleegd. De verdachte heeft nimmer bijgedragen aan dan wel enige rol gehad bij een bedreigende en gewelddadige reputatie van het charter of bij strafbare feiten. De verdediging heeft – bij wijze van alternatief scenario – naar voren gebracht dat de hoofdverdachten (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) naar de buitenwereld hebben opgetreden namens het hele charter, terwijl zij tegenover de overige leden van de Hells Angels deden alsof het ging om persoonlijke gedragingen. Ten aanzien van het belonen van het geweld, dat in verband wordt gebracht met het criminele oogmerk, geldt dat de betekenissen van bepaalde uiterlijke kenmerken en termen daar geen onderbouwing voor bieden, nu de betekenissen daarvan niet objectief kunnen worden vastgesteld. De verklaring die de verdachte over de patch ‘dequiallo’ heeft gegeven wordt niet weersproken door de inhoud van zijn strafblad. De term ‘omerta’ kan evenmin bijdragen aan de stelling dat geweld wordt beloond binnen het charter en dat daaruit het criminele oogmerk kan worden afgeleid. Als al sprake zou zijn van wetenschap van betekenissen, dan brengt dit niet mee dat de verdachte in zijn algemeenheid heeft geweten van een oogmerk tot het plegen van misdrijven. Voor zover geoordeeld zou worden dat sprake is van een organisatie waartoe de verdachte behoort én dat deze organisatie tevens het oogmerk had tot het plegen van misdrijven, is er onvoldoende bewijs dat de verdachte bewust heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, laat staan dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband op dit punt. De verdachte heeft geen wetenschap (achteraf) gehad van de gepleegde strafbare feiten gelieerd aan het charter en hij heeft ook geen wezenlijk aandeel gehad bij het laten voortbestaan van die criminele organisatie. De verdediging heeft onder verwijzing naar verschillende zaaksdossiers betwist dat de oude garde, waartoe de verdachte behoorde, vooraf wetenschap had van de door [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] of [betrokkene 1] gepleegde strafbare feiten en dat deze strafbare feiten zijn gepleegd in het kader van de club. Indien er al sprake was van wetenschap, is deze achteraf gekomen, waarna door de verdachte en de andere leden van het charter onverwijld is gehandeld door [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] uit de club te gooien. Daaruit blijkt eveneens dat de verdachte en de andere leden van de Hells Angels Haarlem eerder niet op de hoogte waren van het plegen van strafbare feiten door voornoemden. Het zelfregulerende vermogen van de club
blijkt eveneens uit de maatregelen die zijn getroffen tegen getuigen [getuige 1] en [betrokkene 4] . Naar het oordeel van de verdediging kan niet worden gesteld dat de verdachte een wezenlijk aandeel had in het laten voortbestaan van die criminele organisatie. De verdachte kan niet worden verweten het lidmaatschap te hebben laten voortduren, nu de gepleegde strafbare feiten niet raakten aan zijn lidmaatschap of het charter. Voorts kan uit de OVC-gesprekken in het clubhuis niet worden afgeleid dat de verdachte fysiek aanwezig was tijdens bepaalde besprekingen. Voornoemde kan geen enkele steun bieden voor bewijs van de wetenschap in algemene, zin, dan wel enig aandeel hebben in enige criminele organisatie.
Beoordeling door het hof
Voor beantwoording van de vraag of de verdachte (hierna ook: [verdachte] ) zich in de ten laste gelegde
periode schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, zal het hof hierna de bestanddelen “organisatie”, “oogmerk van de organisatie” en “deelneming aan de organisatie” bespreken.
Het hof verwijst in een deel van de tekst van deze beoordeling met noten naar de betreffende bewijsmiddelen. Voor zover in de tekst geen noten zijn opgenomen, blijken de betreffende bewijsmiddelen uit de bijgevoegde bewijsmiddelenbijlage. De bewijsmiddelen uit de noten staan in beginsel niet in de bewijsmiddelenbijlage vermeld, maar in een aantal gevallen is sprake van een dubbele vermelding.
Organisatie
Beoordelingskader
Volgens vaste jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon – om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt – moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378).
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen het volgende af. De Stichting Hells Angels Haarlem (hierna ook: de Stichting) staat ingeschreven op het adres aan de [a-straat 1] te Haarlem en is eigenaar van het aldaar gelegen pand. [medeverdachte 6] is voorzitter van de Stichting. Hells Angels, charter Haarlem (hierna ook: Hells Angels Haarlem), maakt gebruik van het pand aan de [a-straat 1] te Haarlem als clubhuis. De Stichting beschikt over een bankrekening, die wordt gevoed door contante stortingen en vanaf welke rekening de vaste lasten voor het clubhuis worden betaald. De ‘treasurer’ (hof: penningmeester) van de Hells Angels Haarlem heeft de beschikking over de bankrekening van de Stichting. In de ten laste gelegde periode zijn [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 5] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 3] allen lid van dit charter. Binnen het charter is sprake van een strakke structuur met diverse functies. [medeverdachte 1] is president, [medeverdachte 2] is vice-president, [medeverdachte 3] is ‘road captain’, [betrokkene 2] is ‘treasurer’, [medeverdachte 4] is ‘secretary’ en [betrokkene 1] is de ‘sergeant at arms’. [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zijn ‘full colour member’. De leden dragen een hesje, de zogenaamde ‘colours’, waardoor zichtbaar is dat zij lid zijn van Hells Angels, charter Haarlem. Zij betalen contributie voor het lidmaatschap, met welke contributie de vaste lasten voor het clubhuis worden betaald, met uitzondering van [medeverdachte 5] , die daar de laatste jaren van is vrijgesteld gelet op zijn leeftijd en zijn financiële situatie. Leden van de Hells Angels Haarlem overleggen structureel in periodieke overleggen en op basis van ad-hoc belegde bijeenkomsten.
Hells Angels Haarlem heeft eigen clubregels. De verdachte was bekend met deze regels. Beslissingen binnen het charter worden op democratische wijze genomen, waarbij alle leden een stem hebben in te nemen beslissingen.
[betrokkene 3] is geen lid van Hells Angels, charter Haarlem. Ten tijde van de detentie van haar partner [medeverdachte 1] was zij wel de cruciale schakel tussen [medeverdachte 1] en andere leden van de Hells Angels Haarlem. Met name met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] onderhield zij telefonisch contact en zij had ontmoetingen met hen, onder meer over club gerelateerde zaken.
Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de leden van de Hells Angels Haarlem, zijnde [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 5] , [betrokkene 1] en [medeverdachte 3] , samen vormend Hells Angels, charter Haarlem, en de Stichting en [betrokkene 3] gedurende de ten laste gelegde periode.
Oogmerk van de organisatie
Beoordelingskader
Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is (HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6148). Het oogmerk ziet op het feitelijke en gewenste doel van de organisatie. Daarbij is voor een bewezenverklaring voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat nog geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijke plegen daarvan. Het oogmerk behoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken (HR 13 oktober 1987, NJ 1988/425). Voor bewijs van het bestanddeel "oogmerk" zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie (HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502 NJ 2008/559).
De organisatie bestond, zoals hiervoor is vastgesteld uit de full members van het charter Hells Angels Haarlem, [betrokkene 3] en de Stichting Hells Angels Haarlem. Het charter Hells Angels Haarlem vormde daarbij het middelpunt van de organisatie.
Bij het beantwoorden van de vraag of de organisatie het oogmerk had op het plegen van misdrijven komt naar het oordeel van het hof betekenis toe aan de volgende feiten en omstandigheden.
A. Bedreigende en gewelddadige reputatie
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat het charter Hells Angels Haarlem een bedreigende en gewelddadige reputatie heeft. Uit diverse verklaringen en tapgesprekken blijkt dat slachtoffers van
strafbare gedragingen door leden van de Hells Angels Haarlem geen aangifte durven te doen uit angst voor represailles en dat getuigen niet of nauwelijks durven te verklaren. Zo heeft getuige [getuige 3] in het contact met de politie verklaard dat de Hells Angels nergens voor terugdeinzen en tot alles in staat zijn. [1] Ook blijkt uit zijn gesprek met de politie dat hij zeer angstig is dat de club erachter komt dat hij contact heeft met de politie. [2] Hij durft van meerdere voorvallen geen aangifte te doen. Ook getuige [getuige 4] wilde geen verklaring afleggen of aangifte doen, omdat hij geen lopende schietschijf wil zijn in Haarlem. [3] Uit de gesprekken met de politie en de tapgesprekken blijkt dat de getuige [getuige 2] , voormalig ‘hangaround’ van de Hells Angels Haarlem, angstig is, niet wil dat de leden van de club erachter komen wat hij de politie heeft verteld en hij hen tot alles in staat acht. [4] Wanneer de politie bij de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] langs komt, naar aanleiding van de mishandeling van [getuige 5] , geeft [getuige 6] aan geen aangifte te willen doen, omdat de Hells Angels dan ongetwijfeld langs komen en de ramen inschieten met mitrailleurs. [5] Getuige [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij in het verleden betalingen heeft moeten doen aan de Hells Angels Haarlem en dat hij in die tijd doodsbang was. [6] Tenslotte verklaart ook getuige [getuige 7] , afgeperst en mishandeld door leden van de Hells Angels Haarlem, nauwelijks uit angst voor wat er kan gebeuren. [7]
Voornoemde getuigen zijn, met uitzondering van [getuige 4] , eveneens ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. Gelet op de in hoger beroep afgelegde verklaringen, bezien in samenhang met de eerder door hen afgelegde verklaringen, kan het hof zich niet aan de indruk onttrekken dat een aantal van de getuigen nog steeds niet het achterste van hun tong heeft durven laten zien uit angst voor mogelijke represailles. Zo geeft getuige [getuige 3] enerzijds aan niet te weten van waaruit de opdracht om hem te dwingen zijn tattooshop te sluiten is gegeven, maar verklaart hij anderzijds:
“Ik weet niet precies vanuit welke groep dit is gekomen, maar als er al twee aan je deur staan..” Dit, nadat hij even ervoor had gezegd dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] aan de deur stonden, daarbij doelend op [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] , van wie hij wist dat ze lid waren van de Hells Angels Haarlem. Op de vraag of hij bang was antwoordt hij: “
Weet u, ik had niet te maken met de plaatselijke roeivereniging en ik wist niet wie ik tegenover mij had.” [8] Getuige [getuige 6] geeft aan zich delen van het gesprek met de politie niet meer te kunnen herinneren en evenmin dat zij contact heeft gezocht met [betrokkene 2] . [9] Getuige [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij het geld dat hij heeft betaald niet zag als een boete en dat hij zich nooit afgeperst heeft gevoeld. Tegelijkertijd verklaart hij: “
Ik heb twee ouders en meerdere zaken en als je auto in de brand wordt gestoken (…).” [10] [getuige 7] heeft verklaard dat het niet klopt dat hij bang was en dat de politie zoveel kan opschrijven. [11] Voorts verklaart hij: “
Als je een boete moet betalen, moet je het betalen. Ik wil er niets meer over verklaren. Ik ben er klaar mee. Ik heb ook tegen de agent gezegd dat ik geen represailles wilde.” Getuige [getuige 2] heeft voorafgaand aan het verhoor ter terechtzitting laten weten angstig te zijn te verklaren in het bijzijn van de verdachten. [12] Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij niet door tuig opgewacht wil worden vanwege het afleggen van een getuigenverklaring. Ook verklaarde hij op de vraag van medeverdachte [medeverdachte 3] of hij bang voor hem is: “
Ik ben voor geen één van jullie individueel bang. Ik weet dat de club ver reikend kan zijn en een club waarmee ik niet op goede voet sta – en dat sta ik op dit moment niet – heeft de mogelijkheden om mij door anderen het leven zuur te laten maken.” [13] Ten slotte is in hoger beroep ook oud-lid van de Hells Angels Haarlem [getuige 1] als getuige gehoord. Hij verklaarde eerder bij de politie bang te zijn dat de Hells Angels er via de advocaten achter komen dat hij wat heeft verteld. [14] Daarmee geconfronteerd ter terechtzitting in hoger beroep verklaarde hij dat hij het niet zo tegen de politie heeft gezegd. Nadat wordt voorgehouden dat hij tot twee keer tegen de politie heeft gelegd dat hij angst had voor represailles, antwoordt hij dat dat misschien voor zichzelf was maar niet voor zijn vrouw en kinderen en dat hij het merkwaardig vindt dat de politie het zo heeft opgeschreven. [15]
Dat de leden van de Hells Angels Haarlem zich ook bewust zijn van deze reputatie, blijkt onder meer uit een uitlating die [betrokkene 1] doet tijdens de clubvergadering op 16 september 2016, in aanwezigheid van de verdachte en de overige leden van de Hells Angels Haarlem, namelijk dat het chapter Haarlem in Holland bekend staat als kei- en keihard. [16] Ook zegt [medeverdachte 1] in een telefoongesprek met [betrokkene 3] : “
Wij zijn het beestachtige chapter” (...) ‘‘op een clubavond waar vier of vijf man van ons zijn, we steken de boel in de brand, gooien de krukken door de deur heen, ehhh ... wat doen we niet, er wordt gewoon geschoten binnen in het clubhuis.” [17]
De reputatie van de Hells Angels Haarlem komt tevens naar voren in een tweetal krantenberichten in het dossier van 30 april 2015 en 19 juni 2015. In het eerste bericht staat vermeld dat [medeverdachte 1] de baas is van en nieuwkomer is binnen het beruchte chapter in Haarlem en hij in verband wordt gebracht met het plegen van strafbare feiten. [18] In het tweede bericht staat vermeld dat Hells Angels Haarlem voorman [medeverdachte 1] uit is op oorlog en een harde lijn hanteert. [19]
B. Belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen
Voorts leidt het hof uit de bewijsmiddelen af dat het plegen van strafbare gedragingen, met name geweld door de Hells Angels Haarlem wordt aangemoedigd en beloond.
In het clubhuis hangt een oorkonde met de tekst ‘Deathhead Purple Heart’. Op de oorkonde staat in het Engels dat een ieder die dit heeft verdiend zijn bloed heeft gegeven ter verdediging en eer van de Hells Angels. [20] Het hof leidt uit het dossier af dat de zogenaamde patch ‘dequiallo’ verdiend kan worden door toegepast geweld door clubleden van Hells Angels richting overheidspersoneel. Deze term is in het clubhuis op de muur geschilderd. [21] Vier leden van de Hells Angels Haarlem dragen deze patch: [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] , [medeverdachte 3] en de verdachte. De pas ter zitting in hoger beroep naar voren gebrachte lezing die de verdachte hierover heeft gegeven, te weten dat leden van de Hells Angels die iets in hun leven hebben meegemaakt of overwonnen deze patch dragen, acht het hof gelet op het navolgende niet aannemelijk. In een afgeluisterd gesprek noemt [medeverdachte 1] [betrokkene 2] een slappeling omdat hij nog geen ‘dequiallo’ heeft en zegt dat hij [verbalisant 1] (hof: de wijkagent [22] ) in elkaar moet stompen. [23] In de arrestantenbus op 26 januari 2017 zegt [betrokkene 2] dat ze voor zijn neus stonden en dat hij dacht aan ‘dequiallo’. [24] Ook in een ander gesprek zegt [betrokkene 2] : “
Als ik aangehouden word, ga ik voor dequiallo.” [25] Ten slotte heeft [betrokkene 1] ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat verzet bij arrestatie een betekenis van ‘dequiallo’ is. [26] Tijdens de clubvergadering van 16 september 2016 wordt het belang van het dragen van de patches door [medeverdachte 4] onderstreept: “
Het is een sowieso een straf als jij je patch niet aan mag, of je nou een T-shirt mag dragen of niet het gaat om je patch.” [27]
Ook gebruikt de Hells Angels Haarlem de ‘ball been hammer’ (bolhamer) als symbool. Dit symbool is bedoeld voor leden de geverifieerd geweld namens de club hebben gebruikt. [28] Op de motor van [medeverdachte 4] is een ‘ball peen hammer’ aangetroffen. [29]
Dat het plegen van strafbare feiten door de leden, van de Hells Angels Haarlem volstrekt normaal wordt gevonden en wordt geaccepteerd – en daarmee indirect wordt aangemoedigd – blijkt ook uit de inzamelingen die voor gedetineerde leden worden georganiseerd, de zogenaamde Big House Crew. Op 23 juli 2016 vindt een inzameling plaats voor [medeverdachte 1] die op dat moment gedetineerd zit. [30] In dat verband wijst het hof ook op de uitlatingen van [medeverdachte 1] tijdens de clubvergadering op 16 september 2016: “
we moeten wel aan je toekomst denken en (...) laten we hopen van niet maar ik ken vast komen, hij ken vast komen als jij woorden krijgt met je buurman en je slaat hem achterstevoren dan ken je ook vast komen”, “
We kennen allemaal vastkomen” en “
dan moet het niet zo zijn dat nu moeten jullie voor mij betalen maar als er twee of drie man vast zitten dan heb je een fucking probleem.” [31] Op diezelfde clubvergadering zegt [medeverdachte 1] : “
Hee als justitie zijn shit beter had geregeld en van der Valk betere camera’s had gehad ja? Dan had hij vast gezeten, had hij vast gezeten, had hij vast gezeten en had ik vast gezeten ja? [32]
De acceptatie van strafbare gedragingen door leden van de Hells Angels blijkt naar het oordeel van het hof eveneens uit de omstandigheid dat het niet de bedoeling is dat leden van de Hells Angels Haarlem (met de politie) praten. Dit volgt allereerst uit regel 12 van de clubregels van de Hells Angels Haarlem: “Alles wat Hells Angels H’lem met elkaar bespreken blijft tussen ons; dus wordt op geen enkele manier naar buiten gebracht.” [33] Op een muur in het clubhuis staat ook groot de tekst ‘omerta (hof: de geheimhoudingsplicht/zwijgplicht [34] )’ geschilderd. Na de aanhouding van leden van de Hells Angels Haarlem op 26 januari 2017 fluistert [medeverdachte 6] in de arrestantenbus: “
zwijgen ... met alles [35]
Tevens wordt op de clubvergadering van 16 september 2016 gesproken over het ‘sweepen van het clubhuis’, waarna [medeverdachte 1] zegt: “
je moet hier gewoon niet domme dingen lullen” en “
we zittenallemaal van hier niet praten en daar niet praten als er echt wat te bespreken, wat we echt niet willen gaan we weg. Gaan we ergens anders heen simpel zat. Die dagelijkse dingen en die club dingen daar kennen we gewoon over praten.” [36] Tijdens een andere clubvergadering wordt de verdachte aangesproken dat hij zijn telefoon moet weggooien en een nieuw nummer moet nemen, omdat ‘ze alles terug kunnen halen’. [37] Ten slotte blijkt ook uit een afgeluisterd gesprek van [medeverdachte 5] dat hij, wanneer een vrouw contact met hem zoekt die ervan wordt beschuldigd verdovende middelen te hebben gestolen vanuit het clubhuis van de Hells Angels te Haarlem, niet wil dat dit soort dingen over de telefoon wordt besproken. [38]
C. Misdrijven
Tevens blijkt uit de bewijsmiddelen in het dossier dat leden van de Hells Angels Haarlem zich in de tenlastegelegde periode schuldig hebben gemaakt aan het plegen van misdrijven, die naar het oordeel van het hof rechtstreeks verband houden met het charter. Het hof maakt daarbij een onderscheid tussen delicten waarbij sprake is van (fysieke en/of verbale) intimidatie en feiten die verband houden met wapenbezit.
Afpersing, dwang, bedreiging en mishandeling
Het hof leidt uit het dossier af dat een aantal strafbare feiten zijn gepleegd jegens personen omdat zij lid zijn van een andere motorclub dan wel omdat concurrentie van andere motorclubs niet wordt geduld. De verhouding tussen de Hells Angels Haarlem en andere motorclubs komt onder meer een aantal keer ter sprake tijdens de clubvergadering van 16 september 2016. Zo zegt [betrokkene 1] : “
wij kwamen er een paar weken geleden een tegen he? Ik dacht eerst No Surrender, ik rij de benzine pomp op, ik had bijna me stuur verbogen want er zaten een paar andere gasten, zat daar een Satu..” Ook [medeverdachte 1] zegt: “
Onze club is het belangrijkste wij moeten met elkaar door een deur kennen en waarom moet je handjes schudden met Satudarah” en “
ik vind dat we alle recht van spreken hebben omdat we met heel veel dingen het voortouw hebben genomen en als enigste stad kunnen zeggen dat wij die kanker honden hier niet hebben en dat komt alleen maar door onze eigen houding die we hebben en wij kennen gewoon zeggen van luister als er geflikkerd word met die Satudarah’s, Bandidos, No Surender, Mongols, Outlaws die hele kanker zooi als Holland daar voor is dan krijgen we net als vorige keer gewoon weer tweestrijd.”
In zaaksdossier C-02 Alt is getuige [getuige 4] in zijn café door zes leden van de Hells Angels in full colours gedwongen om zijn No Surrender-vest af te geven. De Hells Angels hebben [getuige 4] duidelijk gemaakt dat ze geen No Surrender in Haarlem willen. Toen [getuige 4] zijn lidmaatschap bij No Surrender niet had beëindigd, zoals hem door [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] was opgedragen, is hij in hun bijzijn geslagen.
In dossier C-13 Vuurduin is getuige [getuige 8] , lid van de motorclub Satudarah, mishandeld door [betrokkene 2] . Volgens een getuige werd er ook ‘tering Satudarah’ geroepen. Na dit voorval is er contact tussen [betrokkene 1] , als ‘sergeant at arms’ van de Hells Angels Haarlem, en de ‘national sergeant’ van Satudarah. Getuige [getuige 9] , lid van No Surrender, wordt in zaaksdossier C-15 Martini (met voorbedachte raad) mishandeld door [betrokkene 1] . Deze mishandeling vindt plaats vlak nadat [betrokkene 1] door [getuige 10] op de hoogte wordt gebracht van het feit dat hij een lid van No Surrender ziet rijden. Ten slotte blijkt uit de zaaksdossiers C-04 Begles, C-05 Bornrif, C-07 Stereo en C-08 Kasteel dat [medeverdachte 1] tweemaal opdracht gegeven heeft tot brandstichting bij sporthal De Weyver in Hoogwoud. Bij een van die brandstichtingen heeft hij de opdracht daartoe via [betrokkene 3] aan [betrokkene 2] gegeven, die voor de verdere uitvoering moest zorgdragen. [medeverdachte 1] heeft ook op verschillende momenten dreigberichten naar [betrokkene 7] , de eigenaar van sporthal De Weyver, verstuurd. Door middel van deze dreigberichten en brandstichtingen heeft [medeverdachte 1] [betrokkene 7] geprobeerd te dwingen om de jaarlijks georganiseerde choppershow van de motorclub Rogues MC geen doorgang te laten vinden.
Tevens hebben een aantal strafbare feiten plaatsgevonden tegen personen die (voorheen) gelieerd waren aan de Hells Angels Haarlem.
Toen de getuige [getuige 2] als ‘hangaround’ bij de Hells Angels Haarlem wilde stoppen, is geprobeerd hem met geweld en bedreiging met geweld te dwingen zijn motor af te geven, waarbij [betrokkene 2] [getuige 2] een klap in het gezicht heeft gegeven (zaaksdossier C-14 Uitkijk).
Ook [getuige 7] is door [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] afgeperst (zaaksdossier C-18 Wester). [getuige 7] was lid van Alcatraz Wanted, een supportclub van Hells Angels Haarlem, en had – in de ogen van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] – nagelaten een envelop met ingezameld geld te bezorgen bij de vrouw van een gedetineerd lid van Alcatraz Wanted. [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] hebben daarin aanleiding gezien om aan [getuige 7] als lid van een supportclub een boete op te leggen. [getuige 7] moest om die reden een aantal keren naar het clubhuis komen, waar hij tevens klappen heeft gehad van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] .
Tenslotte hebben ook een aantal strafbare feiten plaatsgevonden tegen willekeurige personen. Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 2] [getuige 5] heeft mishandeld nadat hij eerder heeft geprobeerd hem te dwingen tot afgifte van een geldbedrag (zaaksdossier C-16 Westpoint). In de afgeluisterde telefoongesprekken verwijst [betrokkene 2] naar de Hells Angels en dat de club ermee gemoeid is. Tevens blijkt daaruit dat [betrokkene 2] zich na de mishandeling van [getuige 5] moet melden in Haarlem. Ten overvloede merkt het hof op dat uit het dossier nog blijkt dat wanneer [betrokkene 2] erachter komt dat de getuige bij een andere motorclub zit, hij het helemaal een legitieme reden vindt en dat er dan helemaal op hem gejaagd gaat worden.
Voorts blijkt uit het zaaksdossier C-17 Millennium dat [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] [betrokkene 5] hebben afgeperst door hem met bedreiging met geweld te dwingen tot de afgifte van € 10.000,-. Uit gesprekken in het dossier blijkt dat deze beslissing er lag en dat [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] hieraan uitvoering hebben gegeven.
Ten slotte is de getuige [getuige 3] door [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] gedwongen om zijn tattooshop in Haarlem te sluiten. Alhoewel [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] voor dit zaaksdossier (C-01 Budel) zijn vrijgesproken, nu het sluiten van de tattooshop door [getuige 3] niet in de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden, blijkt naar het oordeel van het hof uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep dat de getuige zich door de mededelingen van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] , namelijk dat ze niet blij waren met de terugkomst van [getuige 3] in Haarlem en dat hij maar beter kon stoppen met zijn pas geopende tattooshop, genoodzaakt heeft gevoeld zijn tattooshop te sluiten.
Wapens en munitie
[medeverdachte 1] en [betrokkene 2] hebben in het clubhuis van de Hells Angels Haarlem een vuurwapen en een geluiddemper voorhanden gehad (zaaksdossier C-19 Boor). Uit het dossier blijkt dat met dit wapen is geschoten, gelet op de kogel die in de openhaard van het clubhuis is aangetroffen.
Conclusie met betrekking tot het oogmerk
Het hof constateert dat de Hells Angels Haarlem een bedreigende en gewelddadige reputatie hebben en dat het plegen van strafbare feiten wordt aangemoedigd en beloond. Uit het voorgaande en de bewijsmiddelen in het dossier is tevens gebleken dat door de leden van de Hells Angels Haarlem strafbare feiten worden gepleegd uit naam van het charter en niet, zoals door de verdediging betoogd, op persoonlijke titel.
Om die reden komt het hof tot de conclusie dat de organisatie een oogmerk heeft gericht op het plegen van misdrijven, namelijk openlijke geweldpleging, brandstichting, dwang, bedreiging, (zware) mishandling (met voorbedachte raad en van ambtenaren), afpersing en overtreding van de Wet wapens en munitie. Het hof acht onvoldoende bewijs aanwezig met betrekking tot het oogmerk ten aanzien van de overige tenlastegelegde misdrijven.
Deelneming
Beoordelingskader
Volgens vaste rechtspraak is van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 Sr Pro bedoelde oogmerk.
Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken. In het bestanddeel
deelneming aaneen organisatie als bedoeld in art. 140 lid 1 Sr Pro ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Redelijke wetsuitleg brengt volgens de Hoge Raad mee dat voor "deelneming" voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
Het opzet van de verdachte moet dus zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat de verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten.
Heeft [verdachte] aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handelingen verricht?
Het hof zal hieronder verschillende handelingen van [verdachte] bespreken. Hierbij zal het hof telkens beoordelen of de betreffende handeling aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de
organisatie bijdraagt of ondersteunt.
Het hof leidt de betreffende handelingen veelal af uit OVC- dan wel tapgesprekken. In (de uitwerking van) deze gesprekken worden de deelnemers en de betrokkenen bij hun bijnaam, dan wel verkorte voornaam, genoemd. Voor een goed begrip van de gesprekken worden deze namen hier weergegeven [39] :
[medeverdachte 1] :
, [medeverdachte 1][betrokkene 1] :
, [betrokkene 1]
[betrokkene 2] :
[betrokkene 2]
[medeverdachte 2] :
[medeverdachte 2]
[medeverdachte 3] :
[medeverdachte 3]
[medeverdachte 4] :
[medeverdachte 4]
[verdachte] :
, [verdachte]
[medeverdachte 5] :
, [medeverdachte 5]
[medeverdachte 6] :
[medeverdachte 6]
[betrokkene 3] :
[betrokkene 3]

1.Deelnemen aan vergaderingen: besluitvorming/koersbepaling

[verdachte] heeft deelgenomen aan vergaderingen van de Hells Angels Haarlem. [40]
Algemene overweging over vergaderingen en besluitvormingsproces bij de Hells Angels HaarlemDe vergaderingen van de Hells Angels Haarlem zijn één keer in de twee weken en alleen toegankelijk voor de leden. [41] Er is sprake van een democratie. Tijdens de vergaderingen wordt gestemd en ieder member heeft een stem. Dat ieder member een stem heeft blijkt onder meer uit het volgende gesprek van 12 juni 2016 tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] : ‘
zegt nou ik zal je eerlijk zeggen [medeverdachte 3] gaat er niet mee akkoord en [medeverdachte 6] wil ook zijn wijf mee dus die gaat tegen stemmen dat hebben ze al gezegd. (...) [betrokkene 1] zegt als de meeste stemmen voor zijn, ik denk het niet hoor. [medeverdachte 2] is tegen, jij, ik [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] . [betrokkene 2] zegt nou dan zijn we er al. Nou alleen [verdachte] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] ja en [medeverdachte 5].’ [42]
De beslissing of iemand member mag worden, wordt met 100% van de stemmen genomen en zo ook de beslissing of iemand de club moet verlaten. [43] Verder worden beslissingen met een meerderheid van stemmen genomen. [44]
Getuige [getuige 1] , lid van de Hells Angels Haarlem van ongeveer 2009 tot medio september 2014, heeft ter terechtzitting van het hof verklaard: “
als je niet aanwezig was op vergaderingen waarin beslissingen zouden worden genomen, dan werd er niet gestemd. Ik ben nog nooit geconfronteerd met beslissingen van de jonge garde(hof: [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] )
zonder dat de oude garde(hof: [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] )
daarvan afwist.(...)
Het klopt dat hij(hof: [medeverdachte 5] )
niet veel op clubavonden en vergaderingen was. Als hij er niet was werden er geen besluiten genomen.” [45]
Getuige [betrokkene 4] , voormalig lid van de Hells Angels Haarlem, kreeg in augustus 2015 ‘patch in the box’ opgelegd en moest de club verlaten omdat hij zonder overleg een brief aan de burgemeester van Haarlem had geschreven. [46] [betrokkene 4] heeft ter terechtzitting van het hof verklaard: “
besluiten neem je met zijn allen. Het is een democratische club. Als iemand verhinderd is om te komen dan gaat het niet door. Alle leden moesten er zijn.(....).” [47]
Deze verklaringen vinden bevestiging in een gesprek van 9 augustus 2015 tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] dat, naar het hof begrijpt, over [betrokkene 4] gaat. Uit dit gesprek blijkt dat een besluit wordt genomen waar iedereen bij is -zakelijk weergegeven-:
‘ [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1] ):
En hij gaat even leuk brieven schrijven. (..) Ik vind gewoon dat ie sowieso patch in de box gaat totdat ik terug ben. [betrokkene 2] (hof: [betrokkene 2] ):
Dat wilde ik doen, dat wilde ik vragen. Wat is je optie. Wachten tot jij terug bent en dan dat jij he eh een op.... eh gewoon dan regelt. (...)[medeverdachte 1] : Als
het mijn mening is. Jullie zijn met allemaal volwassen gasten daarzo ja, en ik zou aan de ene kant niet weten waarom dit niet behandeld ken worden zonder dat ik erbij ben. [betrokkene 2] : (...)
dat wilde ik sowieso. We hebben nu afgesproken. We waren maar met 5 man. Binnen nu en anderhalve week zijn we helemaal compleet. Ik heb gezegd dat het ehh... [medeverdachte 1] :
[verdachte](hof: [verdachte] )
is terug. [medeverdachte 6](hof: [medeverdachte 6] )
is ook terug als het goed is. [betrokkene 2] :
nee [medeverdachte 6] stuurde net nog een bericht die is langer en [verdachte] was ook nog niet terug die bleef ook langer. [medeverdachte 1] :
Nee man. Ik heb [verdachte] gister gesproken. [betrokkene 2] :
Ohh dan was ie, donderdag was ie nog niet terug. (...)[medeverdachte 1] :
Ik heb [verdachte] gister gesproken en [verdachte] zei dat [medeverdachte 6] vandaag terugkwam. [betrokkene 2] :
O dat zou kunnen want gisteravond kreeg ik een app want [medeverdachte 6] had zijn wacht niet geregeld. (...)[medeverdachte 1] :
Alleen ik ga je 1 ding zeggen: Als er vanuit ons niet de goede keus wordt gemaakt. Daar heb ik schijt, dan ga ik, dan gooi ik het in Holland op tafel.[betrokkene 2]
: (..) Iedereen is hier nu compleet, ik wil dat ding op tafel hebben wat je geschreven hebt. Of het inderdaad wat je zegt.. dan gaan we allemaal beslissingen over nemen. En dan heb ik effe de tijd gehad met jou ruggenspraak te houden. (..) Daarom heb ik effe die 2 weken ook effe gezegd. De volgende meeting hebben we het erover. En [betrokkene 1](hof: [betrokkene 1] )
heb ook al gezegd dit kan gewoon niet.. NVT sancties op.. We gaan beslissen als de hele groep er is en dat wil ik ook dat ding op tafel hebben die brief, dus nahh datte die moet ie eh die moet ie gaan tonen. (...)[medeverdachte 1] :
Fucking brief sturen met de burgemeester (...)[betrokkene 2] :
(...) Ik ga met [betrokkene 1] zo even kortsluiten. Als jij ook straks. Wanneer iedereen bij elkaar is, roepen we iedereen bij elkaar. Gaan we er gewoon eerder over hebben en klaar. Roep [betrokkene 1] maar op en zeg maar dat het eerder is, dat ie de brief meeneemt. En dan gaan we het erover hebben. En we een beslissing moeten nemen en dan loopt ie maar lekker weg. En dan gooien we hem, wat jij zegt, voorlopig in de box totdat jij terug bent. Is dat een optie?[medeverdachte 1] :
Ja en als jullie de hardste beslissing zelf kennen nemen, dan ken dat ook.’ [48]
[medeverdachte 1] was een deel van de tenlastegelegde periode gedetineerd en kon dus niet bij de vergaderingen zijn. Uit het hiervoor genoemde gesprek van 9 augustus 2015, alsmede uit de hierna genoemde gesprekken, blijkt dat [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] tijdens de detentie van [medeverdachte 1] aan hem overbrengen waar beslissingen over moeten worden genomen en dat [medeverdachte 1] via hen zijn stem uitbrengt.
De deelname en rol van [verdachte] aan/bij vergaderingen over:

Het door [getuige 2] moeten afstaan van zijn motor bij zijn vertrek
[getuige 2] was ‘hangaroud’ bij de Hells Angels Haarlem en wilde stoppen. Op 18 augustus
2015 heeft hij een ontmoeting met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , waarbij hem door hen te verstaan wordt
gegeven dat hij zijn motor dient in te leveren. [49]
In een OVC gesprek van 30 juni 2015, opgenomen in de PI, bespreekt [betrokkene 3] de situatie rond [getuige 2] met [medeverdachte 1] -zakelijk weergegeven-:
‘S (hof: [betrokkene 3] ):
[betrokkene 1](hof: [betrokkene 1] )
denkt dat [getuige 2] wil stoppen (..). Hij(hof: [betrokkene 1] )
vroeg aan mij wat ‘ie moet doen als ‘ie(hof: [getuige 2] )
wil stoppen. Of ’t ie dan terug naar Redline mag of dat je hem dan helemaal wil deleten?L (hof: [medeverdachte 1] ):
Nee. Ik denk dan deleten. S:
Oh, oké. En z’n motor?L:
lekker laten staan. S:
Oké. Dat wou die(hof: [betrokkene 1] )
effen weten. Dan kan ik dat doorgeven want [medeverdachte 2](hof: [medeverdachte 2] )
had gezegd ja, anders kan ie misschien maar beter terug naar de Redline.’ ‘L:
Nee, dat werkt niet. (..) S:
Maar in ieder geval ken ik hem(hof: [betrokkene 1] )
antwoord geven. Dan weet ie een beetje hoe jij erover denkt. (...) Anders weet je het wel he?Ze kunnen niks beslissen zonder jou(..).’ [50]
In een OVC gesprek van 22 juli 2015, opgenomen in de PI, tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] bespreekt [betrokkene 3] “het probleem [getuige 2] ” met [medeverdachte 1] -zakelijk weergegeven-:
‘S (hof: [betrokkene 3] ),
Nou dan hebben we [getuige 2] , het probleem [getuige 2] . (..) Hij wil echt stoppen hoor. Hij had tegen [betrokkene 2](hof: [betrokkene 2] )
had gezegd van [getuige 2] euh weet je (...) Hij(hof: [betrokkene 2] )
zegt dus ik hou het zo lang mogelijk vol maar hij zei je moet wel effe aan [medeverdachte 1](hof: [medeverdachte 1] )
vragen als hij(hof: [getuige 2] )
dan echt niet meer wil hij(hof: [medeverdachte 1] )
zegt of we hem dan kennen laten gaan. Hij zegt of dat we gewoon moeten slikken en hem moeten houden. L:
overst.... simpel onverst...S:
Oke dat zal ik zeggen. Dat zeg ik tegen [betrokkene 2] (..) En euh hij(hof: [betrokkene 2] )
zegt ja en als hij er uit moet, we hadden het over me ouders hun huis. Hij zegt weet je wat ik vind dat wij wat voor je ouders eigenlijk moeten doen. (…) Hij zegt wat ik vind als [getuige 2] zijn motor dan achter laat en we verkopen die motor. Hij zegt en die verkopen we voor 10 dat je ouders dan van ons 5000 krijgen om een dingetje. Hij zegt maar dat moet je effe aan [medeverdachte 1] vragen hoe hij dat wil, maardan ga ik het in de groep gooien.’ [51]
Op 13 augustus 2015 hebben [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] een telefoongesprek, opgenomen in de PI -zakelijk weergegeven-:
‘F (hof [betrokkene 2] ):
ik kreeg net een appje van onze vriend [getuige 2](hof: [getuige 2] ).
[medeverdachte 3](hof: [medeverdachte 3] )
heeft hem gevraagd hoe het met hem ging qua gezondheid en hij appt een hele lange tekst terug die hij ook naar mij gestuurd heeft. (...) De club wordt gewoon niks meer. Dat staat er 2x in dus dan weet je dat.L (hof: [medeverdachte 1] ):
Je weet wat we hebben afgesproken. Dat hoeft dan ook niet te wachten. F
: dan weet je het ff, [medeverdachte 3] weet het ook.Zo meteen heb ik het er met de gasten even over over het sms’je of appje dat ik gehad heb. Maar dan ben je in ieder geval op de hoogte. Hoef je me ook niet meer te bellen. L:
Zeker maar ook dat hij niet het respect heb om te wachten, weer gaat lopen mauwen en weet ik veel wat. Weet je wat je te doen staat. Ja toch?F:
daarom dan weet jij het ook effentjes. Hoef jij ook niet te bellen en te doen.Terwijl wij misschien een andere koers gaan varen.’ [52]
Naar het oordeel van het hof blijkt uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, dat door alle leden van de HelIs Angels Haarlem, dus ook door [verdachte] , is vergaderd en gestemd over het door [getuige 2] achter moeten laten van zijn motor in verband met zijn wens te stoppen bij de Hells Angels. Kennelijk is in deze besluitvorming geen andere koers gevaren dan die door [medeverdachte 1] werd voorgestaan.

Het opleggen van een boete aan [betrokkene 5]
heeft op 15 december 2015 in het kader van een boete een bedrag van € 10.000,00 aan [medeverdachte 1] betaald. [53]
In het dossier bevindt zich een OVC-gesprek van 10 december 2015 tussen [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en een NN-man, opgenomen in een auto. Het hof begrijpt dat dit gesprek over [betrokkene 5] gaat, omdat er wordt gesproken over ’’ [betrokkene 5] ” en hoe lang en goed [medeverdachte 1] hem kent en een “dubbele wagen” (hof: het bedrijf van [betrokkene 5] exploiteert gebak- en poffertjeskramen). Een zakelijke weergave van dit gesprek:
‘L (hof: [medeverdachte 1] ): ...
(ntv) jongens... ken ik niet zeggen van ehh gaan we even anders doen of weet ik veel wat. (...) en daarom, ik zeg je heel eerlijk. Ik heb ook helemaal geen zin om me erin te mengen of in te doen ofzomaar ik sta gewoon achter de jongens die een beslissing hebben genomen en dan sta ik daar gewoon achter.NN-man:
Ja natuurlijk, je hebt gelijk. L:
En op het moment dat er geen beslissing is genomen en je bent buiten en je ken met elkaar iets oplossen, dan los je het op. (...) Alleen ik was er niet. (....) het is een opeenstapeling van dingen. Ook ehhh met die auto van [getuige 2] en weet ik wat veel allemaal. (..) Dus ehhh die jongens pikken dat gewoon niet. En dan vind ik het kut omdat hij mij .. (ntv) denkt dat ik wat ken veranderen of zo voor hem maar ik ken helemaal niks veranderen. Omdat wij staan als mannen achter mekaar, zo hoe het hoort.NN:
Ja weet ik.L:
En daar ken niemand wat aan veranderen. N:
Ik weet hoe het werkt. L: (..)
het is heel simpel, ik werk niet voor de Verenigde Naties of weet ik veel allemaal. Als hun wat zeggen dan is het gewoon zo.(..)
Zelfs jou ken ik minder goed en lang dan ik [betrokkene 5] ken maar als er een probleem is met één van onze jongens en jij komt naar mij toe voordat er dingen uitgesproken zijn (...) dan kan ik mijn beste beentje voor zetten en ken ik kijken wat ik kan doen. (..)Maar op het moment dat er beslissingen zijn genomen dan eh kan ik er ook niks meer aan doen. Want wij zijn mannen van ons woord en als er ehh met zijn allen wordt gezegd van zo gaat het gebeuren dan gaat het uiteindelijk zo gebeuren. (...) wij als brothers gaan elkaar daar niet op ehh .. (ntv) afvallen. (…) Hun hebben mij precies uitgelegd wat er gezegd is wat er gedaan is en daar sta ik gewoon vierkant achter. (hof: nadat de NN-man de auto uitstapt gaat het gesprek verder) L:
Het blijft geen feest. (..)’. [54]
Het hof leidt uit dit gesprek, dat in lijn is met het gebleken besluitvormingsproces binnen de Hells Angels Haarlem, af dat door alle leden van de Hells Angels Haarlem, dus ook door [verdachte] , is vergaderd en gestemd over het opleggen van een boete aan [betrokkene 5] .
• De relatie met andere motorclubs
In het dossier bevindt zich een in de auto opgenomen gesprek van 9 juni 2016. Dit gesprek gaat als volgt - zakelijk weergegeven -:
‘Bij onderstaande gesprekken dient in totaal twee uur te worden opgeteld. (...)
Om 15:22:43 stappen [betrokkene 2] (hof: [betrokkene 2] ), [betrokkene 8] (hof: [betrokkene 8] ) en de NNMan in het voertuig. (...) (...) NNMan zegt (onverst) Zandvoort? [betrokkene 2] zegt (onverst).
Ja effe horen, ze gaan effe kijken hoe laat, we hebben net bericht gehad, iemand heb gestuurd dat in Zandvoort hun (derden) daar rondrijden(…). NNMan zegt
waar zitten die chapter van die gasten dan?(onverst) [betrokkene 2] zegt
ze zijn om vijf uur gezien (…) rondje Zandvoort. Vanaf 15:29:00 stukje letterlijk uitgewerkt:
[betrokkene 2] :
[medeverdachte 3] rijdt al in Zandvoort, die gaat al kijken daarzo. [betrokkene 8] :
Was ie ziek?[betrokkene 2] :
Nee hij is aan het werk denk daar. NNMan:
Wat was er met die motor van hem, had ie panne of zo?[betrokkene 2] :
Ja. Als die kankermotors van die Mongols daar ergens staan, pik, ik trap ze allemaal om.(...)
Is echt fucking bijdehand, zitten in ons territorium joh, in Zandvoort gaan rondrijden (...).Om 15:38:47 zegt [betrokkene 2] :
dat zeg ik met dit ook, je hoeft straks niet mee weet je, je hoeft geen dingen te doen. Het is niet jullie ding. Daarom. (…)
Ze zitten in onze wijk. Is gewoon provoceren jongen die (onverst) kankerhonden.(...) Om 15:53:07 wordt de motor uitgezet en stappen allen uit het voertuig. (...) Buiten het voertuig is [betrokkene 1] hoorbaar. [betrokkene 2] zegt (onverst)
mee [betrokkene 1](hof: [betrokkene 1] )? [betrokkene 1] zegt
lijkt me niet verstandig als (onverst)
meegaan. [betrokkene 2] zegt
ze willen graag. [betrokkene 1] zegt
laten we afspreken, er gaat niemand (onverst) Zeeweg. [betrokkene 2] zegt
nemen effe geen telefoons mee.(...) Begin record 15:57:54 uur. Buiten het voertuig zegt [betrokkene 1]
gaan we?(...) [betrokkene 2] , [betrokkene 1] , [betrokkene 8] en NNMan stappen in het voertuig. (…) Is een beltoon hoorbaar. [betrokkene 1] zegt
het was een uurtje geleden al hoor. [betrokkene 2] zegt
zal weg weg zijn. [betrokkene 1] zegt
het zijn er twee, ik denk over de Zandvoortselaan.[betrokkene 2] zegt
waar was [medeverdachte 3] dan nu? [betrokkene 1] zegt
[medeverdachte 3] was(onverst). (...) [betrokkene 1] zegt
als ze er zijn wachten we ze gewoon op. [betrokkene 2] zegt
die ander doet niet mee denk ik?(...) [betrokkene 1] zegt
nee, ik zeg blijf jij hier, [medeverdachte 2](hof: [medeverdachte 2] )
komt ook.(...) Om 16:02:50 uur stukje letterlijk uitgewerkt: (...) [betrokkene 1] :
Zou mooi zijn op de Zeeweg pik. Als ze weggaan. Taktaktak. Om 16:08:10 zegt [betrokkene 2] :
heb je[verdachte](hof: [verdachte] )
al gehoord?[betrokkene 1] zegt
ja hij stak een duimpje op.(..)
mij benieuwen wie er allemaal komen straks pik, ze hebben allemaal een duimpje gestuurd omdat je zei ik wacht op die Lange(hof: [betrokkene 2] ).
Daarom hebben ze een duimpje gestuurd. Gewoon goed bezig. [betrokkene 1] zegt
en [medeverdachte 6](hof: [medeverdachte 6] )
zei al(onverst). [betrokkene 2] zegt
het heeft geen zin met zoveel man (onverst) chapter vast. Om 16:08:50 zegt [betrokkene 1]
als ze hier terug rijen bijvoorbeeld (onverst)[betrokkene 2] zegt
nee natuurlijk dan ga ik ‘m gelijk keren. [betrokkene 1] zegt
niks zegt [medeverdachte 3] hier nog niks.(...) [betrokkene 1] zegt
[medeverdachte 3] rijdt nu, noord niks, nu zuid. Dus die rijdt hier vlakbij. (...) Om 16:19:30 staat het voertuig stil en wordt een raam opengedaan. (...) [betrokkene 8] :
ik moet pissen hoor(portier wordt geopend).. (...) [betrokkene 2] :
Nee, we zijn geladen pik, kan niet. We rijden door. (...) Om 16:25:31 zegt [betrokkene 1]
jammer jongens. [betrokkene 2] zegt
daar rijdt [medeverdachte 3] weer. [betrokkene 1] zegt
je ken lullen wat je wil maar hij rijdt er wel. [55]
Naar het oordeel van het hof blijkt uit dit gesprek dat [medeverdachte 3] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] , alsmede twee niet-leden van het charter Hells Angels Haarlem, in Zandvoort op zoek zijn gegaan naar leden van de Mongols die daar rondrijden. Dit wordt niet getolereerd want Zandvoort is het territorium van de Hells Angels Haarlem. Ook uit de verdere context van het gesprek blijkt dat men uit is op een gewelddadige confrontatie. De telefoons gaan niet mee en kennelijk is er ook een vuurwapen in de auto. Het gaat hier om een actie van het charter Hells Angels Haarlem: de twee niet-leden hoeven niets te doen, want het is niet hun ‘ding’, terwijl blijkt dat er contact is met andere leden van het charter. [medeverdachte 2] komt ook. [betrokkene 1] had gezegd dat hij wachtte op [betrokkene 2] . ‘Ze’ (het hof begrijpt: de andere leden), waaronder [verdachte] , hebben allemaal ‘een duimpje’ gestuurd en daarmee aangegeven: ‘goed bezig’. Het heeft geen zin om met zoveel man te komen omdat er anders teveel leden van het charter vast kunnen komen te zitten.
Vergadering 16 september 2016
Op 16 september 2016 vindt er een vergadering plaats op het clubhuis. [56] [medeverdachte 1] is op dat moment met weekendverlof vanuit zijn detentie. [57] [verdachte] heeft aan deze vergadering deelgenomen, niet alleen wordt hij door een verbalisant herkend op de camerabeelden van die avond, gericht op het clubhuis van de Hells Angels te Haarlem [58] , het blijkt ook uit de opmerking van [medeverdachte 1] aan het begin van de vergadering: “
zullen we dan maar effe lekker beginnen dan kunnen we daarna nog effe gezellig napraten. Ik ben blij jullie allemaal weer effe te zien.” [59]
Tijdens deze vergadering is onder meer de vijandige houding van de Hells Angels Haarlem richting
andere motorclubs aan de orde gekomen - zakelijk weergegeven - :
‘ [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1] ): (..)
heel raar dat Amsterdam er weer over begint (hof: over contact met
Satudarah)(…)
ik vind dat we alle recht van spreken hebben omdat we met heel veel dingen het voortouw hebben genomen en als enigste stad kunnen zeggen dat wij die kankerhonden hier niet hebben en dat komt alleen maar door onze eigen houding die we hebben en wij kennen gewoon zeggen van luister als er geflikkerd wordt met die Satudarah’s, Bandidos, No Surrender, Mongols, Outlaws die hele kankerzooi als Holland daar voor is dan krijgen we net als vorige keer gewoon weer tweestrijd.’ [60]

De koers/toekomst van de organisatie zelf en verhullen/afdekken
Tijdens de vergadering van 16 september 2016 wordt voorts gesproken over de koers/toekomst van de organisatie -zakelijk weergegeven-:
‘ [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1]
): We hoeven geen troep aan te halen maar we moeten er wel voor zorgen dat onze club weer gezond gaat worden en we zijn gezond met de jongens wie we zijn alleen we moeten wel aan de toekomst denken en ik zeg je euhh laten we hopen van niet maar ik ken vast komen, hij ken vast komen als jij woorden krijgt met je buurman en je slaat hem achterstevoren dan ken je ook vast komen, we kennen allemaal wat gebeuren. Wij zijn bij politie en justitie een doorn in het oog. [61] [betrokkene 1] (hof: [betrokkene 1] ) zegt:
weet je wat het is, dit chapter staat gewoon kei en kei hard in Holland bekend, ik hoor de laatste tijd, we zijn, weet je, euhhh te extreem dit en dat zus en zo. (..) Ze willen hier wel komen de jongens van buiten, ze willen biertje doen, ze willen stoer zijn, effe fotootje maken bla bla bla maar op het punt dat ze over het lijntje moeten springen, raken ze zwaar in paniek want ze denken alleen maar negatieve shit, dat ze geld moeten afstaan, dat ze klappen krijgen als ze het niet goed doen, dat ze 24 uur hier moeten lopen, dat beleid is gewoon te donker dat weten ze niet snap je? [62] [medeverdachte 1] zegt (..)
ik heb een beetje zitten rekenen maar ik denk dat we echt blij mogen zijn als we zo meteen gewoon 15 members hebben en dat is dan niet super groot maar het vult het wel aan en als er dan eens 2 van ons in de problemen zitten of weet ik veel wat, dan valt het niet op, is er geen probleem(..). [63]
[medeverdachte 1] : ‘
Hee als justitie zijn shit beter had geregeld en Van der Valk(het hof begrijpt dat hier wordt gesproken over de vechtpartij tussen de Hells Angels en de Mongols in het Van der Valk hotel te Rotterdam op 7 april 2016)
betere camera’s had gehad ja? Dan had hij vast gezeten, had hij vast gezeten, had hij vastgezeten en had ik vastgezeten ja?NNman [medeverdachte 4] (hof: [medeverdachte 4] ):
ja, dat weet ik. [medeverdachte 1] :
en dan hadden we allemaal een probleem gehad. NNman ( [medeverdachte 4] ):
mother fucking probleem gehad ja. [medeverdachte 1] :
snap je wat ik bedoel en dat is gewoon en dat is iets waar we nu over na moeten denken. Dat we sowieso niet meer op deze manier moeten handelen.(..) [betrokkene 1] valt [medeverdachte 1] in de rede:
maar [medeverdachte 1] , wij hebben ook zitten brainstormen met elkaar, we hebben ook meetingen met elkaar erover gehad, kijk dat beleid wat hier is (..) we moeten soms ook daar in de richtlijnen, niet de richtlijnen van de club maar he het elastiek van de broekriem misschien wat losser doen. Het is wat je zegt je zal mensen moeten hebben of gebruiken maar het is heel moeilijk. [medeverdachte 1] :
ja maar als ik op die manier een brother moet binnen halen dan is het al niet meer me brother dan is het een gebruiksvoorwerp.’ [64]
Tevens wordt op deze vergadering gesproken over verhullen en afdekken -zakelijk weergegeven-:
‘ [betrokkene 1] (hof: [betrokkene 1] ) zegt
dan heb ik nog een dingetje dat euhh sweep ding want die was niet in orde en ik wil eigenlijk vragen dat we na het feest volgende week ofzo het clubhuis weer eens sweepen. [medeverdachte 1] (hof: [medeverdachte 1] ) zegt
mag ik euhh zal ik je heel eerlijk zeggen het is allemaal hartstikke fijn dat je dat wil doen maar als hun af willen luisteren doen ze het niet meer door microfoontjes hier te plaatsen dan zitten ze daar verderop dan kennen ze op afstand kennen ze hier op richten en dan horen ze alles (..) je moet hier gewoon niet domme dingen lullen (..) je ziet het nu weer met die fucking No Surrender met die [betrokkene 9] ehh ze hebben gewoon het clubhuis in Amsterdam afgeluisterd van No Surrender en daar zijn gewoon belastende tapes uitgekomen en die zijn gewoon toegevoegd bij zijn dossier, zo simpel is het en dat weten we allemaal want we zitten allemaal van hier niet praten en daar niet praten als er echt wat te bespreken, wat we echt niet willen gaan we weg. Gaan we ergens anders heen simpel zat.’ [65]
Aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handelingen?
[verdachte] heeft met de andere leden van de Hells Angels Haarlem vergaderd en gestemd over concrete, door de organisatie te plegen strafbare feiten en heeft vergaderd over gepleegde strafbare feiten. Voorts heeft [verdachte] bijgedragen aan/ondersteund de vijandigheid/gewelddadigheid van de Hells Angels Haarlem richting andere motorclubs. Hij heeft dit gedaan door deel te nemen aan communicatie met andere leden van de Hells Angels Haarlem tijdens hun zoektocht naar leden van de Mongols, teneinde een gewelddadige confrontatie met hen aan te gaan en door deze zoektocht te steunen. [verdachte] is ook door zijn aanwezigheid bij de vergadering van 16 september 2016 betrokken bij gesprekken over de vijandige verstandhouding van de Hells Angels Haarlem tot onder meer Satudarah, No Surrender en de Mongols.
Kennelijk is het ook aan [verdachte] te danken dat deze motorclubs niet in het ‘territorium’ van de Hells
Angels Haarlem aanwezig zijn. Verder is [verdachte] door zijn aanwezigheid bij deze vergadering betrokken bij gesprekken over de (moeizame, want het beleid van het chapter is “te donker”) werving van nieuwe leden voor de Hells Angels Haarlem en de toekomst van de organisatie, die op het spel kan komen te staan als er teveel leden gedetineerd raken, zoals bijvoorbeeld dreigde in verband met het treffen tussen de Hells Angels en de Mongols in het Van der Valk hotel te Rotterdam. [verdachte] heeft voorts deelgenomen aan gesprekken over verhulling en afdekking verband houdende met het criminele oogmerk van de organisatie.
Het hof merkt, gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, de onderhavige gedragingen van [verdachte] aan als ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie.

2. Wachtlopen

Bij de doorzoeking in het clubhuis op 26 januari 2017 is een “wachtlijst” aangetroffen, met hierop namen van leden van de Hells Angels Haarlem, namelijk:
[medeverdachte 6](hof: [medeverdachte 6] ),
[medeverdachte 2](hof: [medeverdachte 2] ),
[medeverdachte 3](hof: [medeverdachte 3] ),
[medeverdachte 4](hof: [medeverdachte 4] ),
[betrokkene 2](hof: [betrokkene 2] ),
[verdachte](hof: [verdachte] ),
[medeverdachte 5](hof: [medeverdachte 5] ) en
[betrokkene 1](hof: [betrokkene 1] . Op de lijst staan de dagen van de week en bijbehorende datum. Ook staat er een kolom “ruil” op. [66] [medeverdachte 6] heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat de “wachtlijst” inhoudt dat je van 19:00 uur tot 6.00 uur aanwezig bent op het clubhuis. [67] In het dossier bevindt zich een gesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1] van 20 mei 2015 waarin [verdachte] aangeeft dat hij slecht slaapt als hij wacht in het clubhuis heeft en hij dan uren naar de camera kijkt. [68]
Het hof stelt dan ook vast dat [verdachte] wacht heeft gelopen bij het clubhuis.
Aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handeling?
Het hof overweegt met betrekking tot het doel van dit wachtlopen het volgende. In het dossier bevindt zich een in de auto opgenomen gesprek van 4 januari 2016 tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] (‘s middags) en later die dag (’s avonds) tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] :
‘L (hof: [medeverdachte 1] ):
Maar weet je wat het is die gasten van ons hebben geen gevoel pik voor de club (...) ik heb de hele tijd zitten kijken met dat ding hij is niet verroerd helemaal niks niet en iedereen moet er nu dan toch van op de hoogte zijn. R (hof: [betrokkene 1] ):
Ik heb hem zo ingepakt weer. L:
Ja maar hij ligt daar de hele tijd zo. (...) R
: Ik had hem laatst in me handen. Ik was benieuwd. Ik denk zal ik zelf in de garage schieten kijken hoe dat klinkt. L:
hij staat op scherp he. (..). [69]
[medeverdachte 1] en [betrokkene 3] stappen in de auto en het gesprek gaat vervolgens (om 20:36 uur) tussen hen verder;
(…)
L:
En dan merk ik gewoon dat discussies soms zo maar een kant op gaan waar het helemaal niet heen hoort te gaan. En dan euh stond ik op sloeg ik zo met twee vuisten op tafel. Nou ben ik het zat. Ik zeg met dat kanker gezeik over dat ding.’ S (hof: [betrokkene 3] ):
Ooh, alweer. L:
ik zeg de eerste de beste kankerlijer die niet dat ding gebruikt als er iemand voor de deur gaat er bad standing uit.’ S:
en wat zeiden ze?’L:
Ik zeg we hebben het toch afgesproken. Ja ja nee toen toen in keer begon iedereen het effe te snappen weer ehh. S:
en wat zei [medeverdachte 5](hof: [medeverdachte 5] )?’ L:
ja die vond dat geen probleem maar (ntv) vond hij wel een probleem. Ik zeg luister 10 maanden meer misschien euh mongool. Ik zeg wat denk je wat er gebeurt als hier iemand voor de deur staat en schiet hem door zijn kankerpan heen. Hoeveel straf je dan krijgt, mafkees. Ik zeg dan ga jij lopen muilen over een paar maanden.’ [70]
In het dossier bevindt zich tevens een gesprek tussen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] van 30 november 2015 -zakelijk weergegeven-: ‘F (hof: [betrokkene 2] ):
hee broer ehh. je ken ook kerst en oud en nieuw er wel uitlaten denk ik.R (hof: [betrokkene 1] ):
ik laat niks eruit, vul het gewoon in want ehh de eerste kerstdag is al opgevuld (..) er zal toch...dr zal toch een wacht gelopen moeten worden.’ [71] Voorts bevindt zich in het dossier een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] , gevoerd in de ochtend van 18 december 2015, de dag na de mishandeling van No Surrender lid [getuige 9] en de (spoed)vergadering daarover op het clubhuis: ‘L (hof: [medeverdachte 1] );
Er zitten nog een paar gasten van die overgebleven zijn hier van de meeting (..) Het leek ons goed om goed bemand te zijn vanavond eventjes hier.’ [72]
Op grond van deze gesprekken, in combinatie met het criminele oogmerk van de organisatie, concludeert het hof dat het doel van het wachtlopen de beveiliging van het clubhuis is. Er is kennelijk op enig moment een vuurwapen in het clubhuis aanwezig in verband met eventuele indringers en het clubhuis moet zelfs met Kerst en Oud en Nieuw bemand zijn, dagen waarop het onwaarschijnlijk is dat een buitenlands member spontaan zou langskomen. Voorts moet het clubhuis extra beveiligd worden na de mishandeling door [betrokkene 1] van een lid van No Surrender.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht het hof het wachtlopen door [verdachte] ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie.

3.Betalen voor een gedetineerd lid

Bij de doorzoeking in het clubhuis op 26 januari 2017 zijn twee “BHC”-potten aangetroffen. BHC staat voor ‘Big House Crew’. Hierover heeft [medeverdachte 4] als getuige ter terechtzitting van het hof verklaard: “
dit is een pot met geld voor jongens die vastzitten.” [73] Op een van de potten staat de naam “ [medeverdachte 1] ”. [74] Tijdens de vergadering van 16 september 2016 wordt, zoals hiervoor al weergegeven, besproken dat er nieuwe aanwinsten (hof: nieuwe leden) nodig zijn. [medeverdachte 1] , op dat moment met verlof uit zijn detentie, zegt: ‘
kijk wij hebben een huurhuis ja? En wij redden het financieel wel (..) Maar ik weet ook, ik zie hier ook mensen die een fucking baan hebben met een contract, fucking hypotheken hebben, die echt fucking gezeik krijgen wanneer ze een tijdje weggaan en weet je wat het allerergste dan is dan moet het niet zo zijn dat nu moeten jullie voor mij betalen(..).’ [75]
Uit het voorgaande, in onderlinge samenhang, leidt het hof af dat [verdachte] voor [medeverdachte 1] heeft betaald tijdens diens detentie.
Aan het oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handeling?
[medeverdachte 1] was gedetineerd in verband met een veroordeling voor bezit van diverse, zware wapens. [76] Zoals het hof hiervoor al uiteen heeft gezet, oefende [medeverdachte 1] vanuit detentie, via [betrokkene 3] en [betrokkene 2] , zijn invloed en stemrecht uit bij de Hells Angels Haarlem. Naar het oordeel van het hof is de betaling door [verdachte] voor [medeverdachte 1] aan te merken als ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie.

4. Betalen van contributie

[verdachte] heeft contributie betaald voor het lidmaatschap van de Hells Angels Haarlem. [77] De contributie bedroeg € 150,- per maand. [78] [medeverdachte 4] heeft als getuige ter terechtzitting van het hof verklaard dat hiermee de vaste lasten voor het clubhuis werden betaald, namelijk gas, water en licht, internet en de “WOZ” (het hof begrijpt: de gemeentelijke belastingen). [79]
Aan het oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handeling?
Het hof overweegt dat het clubhuis het hart vormt van de Hells Angels Haarlem. Hier komen de leden samen, worden er besluiten genomen en allerlei andere gesprekken gevoerd in verband met het criminele oogmerk van de organisatie. Het clubhuis moet worden ‘gesweept’ en bewaakt en er wordt geld ingezameld voor gedetineerde leden. Het betalen van de vaste lasten voor dit clubhuis beschouwt het hof dan ook ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie.
Conclusie met betrekking tot wetenschap
In het verrichten van al de hiervoor genoemde gedragingen, waarmee [verdachte] aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende en ondersteunende handelingen heeft verricht, ligt wetenschap van [verdachte] van dit oogmerk besloten. De stelling van [verdachte] dat hij niet van het criminele oogmerk van de organisatie heeft geweten en hooguit achteraf wel eens iets heeft gehoord over (mogelijk) gepleegde strafbare feiten, wordt weersproken door de bewijsmiddelen.
Eindconclusie
Het hof acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.’
7. In de aanvulling zijn een groot aantal bewijsmiddelen opgenomen. In de conclusie in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 5] , die ik vandaag eveneens neem, zijn de bewijsmiddelen integraal overgenomen. De bewijsmiddelen die in de andere zaken in de aanvulling zijn opgenomen, komen daar grotendeels mee overeen. De klachten richten zich hoofdzakelijk op de overwegingen in het bestreden arrest. In dat licht volsta ik in de onderhavige zaak wat de bewijsmiddelen in de aanvulling betreft met het weergeven van de door de verdachte afgelegde verklaringen die door het hof voor het bewijs zijn gebezigd en (delen van) enkele andere bewijsmiddelen waar in het navolgende naar wordt verwezen (onder toevoeging van vernummering):
‘1. De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van de rechtbank van 30 maart 2018
Deze verklaring houdt onder meer het volgende in:
Ik ben sinds 2008 lid van de Hells Angels. Ik was eerst prospect. Ik ben in 2010 full member geworden. Sinds ik member ben, heb ik op de motor altijd mijn hesje aan. Ik heb mijn hesje alleen aan als ik motor rijd of als ik naar clubavonden ga. De clubavond is altijd op donderdagavonden. Ik betaal contributie. Ik ken [betrokkene 3] .
Het kan zijn dat ik bij de bijeenkomst op het clubhuis op 16 september 2016 aanwezig was (…). De tekst van mijn tatoeage ‘power is taken not given’ staat ook in het clubgebouw. De cijfers 666 zijn gerelateerd aan de duivel en een doodskop. Dat vind ik mooi. Ik ken [getuige 1] . Ik ken [betrokkene 4] . Ik ken [betrokkene 10] , hij wordt [betrokkene 10] genoemd.
U houdt mij zaaksdossier C-13 Vuurduin voor. U vraagt mij of ik iets over deze mishandeling heb gehoord. Misschien dat ik wel eens wat heb opgevangen.
Mijn roepnaam is [verdachte] . U vraagt mij of er nog een andere [verdachte] bij de Hells Angels Haarlem zat. Nee, alleen ik.
2. Een proces-verbaal zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
In onderzoek Toren is naar voren gekomen dat [verdachte] (bijnaam [verdachte] of [verdachte] ) fullcolour lid bij Hells Angels Haarlem is. [verdachte] is in het verleden bij de club treasurer geweest. (…) Bij een doorzoeking in de woning van de partner van [verdachte] op de [b-straat 1] te [plaats] op 26 januari 2017 werden twee hesjes aangetroffen. Het eerste hesje [...] heeft onder andere de patch Dequaillo. Het tweede hesje (...) bevat onder andere de patches Dequiallo, 666 en het 1%-teken.
(...)
Op 23 maart 2017 zijn van [verdachte] foto’s gemaakt van zijn tatoeages. [verdachte] heeft op zijn borst onder andere het 1%-teken (...). Over de breedte van zijn borst staat de tekst Power is taken not given. Deze tekst staat eveneens geschreven op een draagbalk in het clubhuis van Hells Angels Haarlem. Op zijn linkerarm heeft hij een gevleugelde skull en de letters AFFA getatoeëerd. Zoals eerder vermeld verwijst AFFA vermoedelijk naar Angels Forever Forever Angels. In een van de getatoeëerde schedels zitten de cijfers 666 verwerkt. Op zijn linkerhand staat eveneens een gevleugelde skull getatoeëerd.
Op zijn rug staan de woorden Hells Angels, twee afbeeldingen van gevleugelde skulls en de afkorting AFFA getatoeëerd. In de hek achter de oren heeft [verdachte] rechts het woord Hells en links het woord Angels getatoeerd. Hieronder is een opengeslagen boek met de cijfers 81 getatoeëerd. Deze cijfers verwijzen waarschijnlijk naar Hells Angels.
(…)
3. Een proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 25 augustus 2015 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Ik verbalisant, [verbalisant 2] , BOA van Politie (…) en werkzaam als Operationeel Specialist B bij de Eenheid Noord-Holland, verklaar het volgende:
Binnen het Titel V onderzoek naar de Hells Angels Haarlem zijn de bankafschriften opgevraagd van de Stichting Hells Angels Haarlem bij ABN AMRO bank over de periode 1 januari 2013 t/m 10 juli 2015.
Uit de bankafschriften van bankrekening [001] blijkt het volgende:
Soort rekening: Bestuursrekening
Tenaamstelling: Stichting Hells Angels Haarlem
t.a.v. [medeverdachte 6]
[a-straat 1]
[postcode] Haarlem
Beginsaldo: € 1.159,28 credit (31-12-2012)
Eindsaldo € 2.902,36 credit (datum bankafschrift is 14-07-2015)
Op de bankrekening vonden de volgende (noemenswaardige) bijschrijvingen plaats:
Per jaar (totalen) werden de volgende bedragen contant op de rekening gestort:
2013 € 17.285,00
2014 € 14.920,00
2015 (- 14/07) € 8.600,00
Totaal € 40.805,00
Op de rekening vonden de volgende (noemenswaardige) afschrijvingen plaats:
Er werden diverse bedragen voor verschillende personen overgemaakt naar verschillende Pi’s (penitentiaire inrichting).
In 2013 was dit een bedrag van € 1.600,00 t.b.v. [betrokkene 11]
In 2014 was dit een bedrag van € 1.440,00 t.b.v. [verdachte] en [betrokkene 12]
In 2015 was dit een bedrag van € 1.800,00 t.b.v. [verdachte] en [betrokkene 13]
Van de rekening werden de volgende betalingen voor vaste lasten gedaan (de bedragen zijn totalen over de gehele periode):
UPC (communicatie) € 3.282,46
Gemeentebelasting € 5.771,48 (en € 157,64 ontvangen inzake gemeentebelasting)
NUON (GWL) € 10.723,21 (en € 671,09 ontvangen van NUON)
4. Een proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 22 augustus 2016 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Ik verbalisant, [verbalisant 2] , BOA van Politie (…) en werkzaam als Operationeel Specialist B bij de Eenheid Noord-Holland, verklaar het volgende:
Binnen het Titel V onderzoek naar de Hells Angels Haarlem zijn de bankafschriften opgevraagd van de Stichting Hells Angels Haarlem bij de ABN AMRO bank over de periode 11 juli 2015 t/m 19 januari 2016.
Uit de bankafschriften van bankrekening [001] blijkt het volgende:
Soort rekening: Bestuurrekening
Tenaamstelling: Stichting Hells Angels Haarlem
t.a.v. [medeverdachte 6]
[a-straat 1]
[postcode] Haarlem
Beginsaldo: € 2.902,36 credit (datum bankafschrift is 14-07-2015)
Eindsaldo: € 1.950,82 credit (datum bankafschrift is 12-01-2016)
Bijschrijvingen
De rekening wordt gevoed door de volgende contante stortingen:
10-08-2015 € 1.000,00 Europaboulevard 154(G) A,PAS [002]
04-09-2015 € 3.550,00 Europaboulevard 154(G) A,PAS [002]
06-11-2015 € 2.415,00 Europaboulevard 154(G) A,PAS [002]
22-12-2015 € 1.000,00 Europaboulevard 154(G) A,PAS [002]
Afschrijvingen
Eenmalige overboekingen
€ 2.882,64 [A] NV inz. Polisnr [003] / [a-straat 1] Haarlem
€ 1.200,00 [betrokkene 14] [004] inz. Thanks from Haarlem Holland
Terugkerende overboekingen
Ziggo (maandelijks) bedrag variërend tussen de € 126,90 en € 131,48
NUON € 321,00 (maandelijks)
PB Sound BV € 190,58 (per kwartaal)
Diverse overboekingen naar eigen rekeningen van de Hells Angels i.v.m. kosten.
PI Zwaag [medeverdachte 1] 16-01-1982
10-08-2015 € 400,00
04-09-2015 € 400,00
12-10-2015 € 400,00
(…)
5. De verklaring van [verdachte] als verdachte ter terechtzitting van het hof van 21 januari 2021, (…)
Deze verklaring houdt onder meer het volgende in:
U vraagt of ik bekend ben met de clubregels getiteld ‘Angels MC Haarlem Holland Clubregels’, die tijdens de doorzoeking in het clubhuis zijn aangetroffen (…). Dat is mij uitgelegd aan het begin als
hangaround, als
prospecten als
member.
(…)
6. Een proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 22 november 2016 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Op 4 oktober 2016 heeft op het politiebureau te Gouda een verdachte verhoor plaatsgevonden. De verdachte [getuige 1] werd gehoord [...]. Ik ben inderdaad lid geweest van de Hells Angels van charter Haarlem. Inmiddels ben ik twee jaar geleden, medio september 2014 in badstanding uit de club gegooid. Dit is gekomen doordat Haarlem destijds een zwakke club was. Het ledenaantal liep terug naar ongeveer 15 man. Hierop is een ‘transfer’ verbod gekomen. [...] Echter de HA is dusdanig ingericht dat er een democratie heerst. De democratie bestond destijds uit het feit dat wij als “oude” garde een meerderheid vormde ten opzichte van de “jonge” garde. 8:7. Destijds kwam de jonge [medeverdachte 1] bij de club. [...] [medeverdachte 1] kwam bij de club nog voordat hij een motor/ motorrijbewijs had. [medeverdachte 1] werkte zich in een mum van tijd omhoog. [medeverdachte 1] heeft er destijds met een aantal andere ervoor gezorgd dat ik en nog iemand de club uit moesten waarna de jonge generatie het er voor het zeggen kregen. [...] [medeverdachte 1] was gewoon een psychopaat, hij had rare ideeën. Ik kon mij daar ook niet in vinden. Hierop heeft hij mij geprobeerd eruit te werken. Kortom uiteindelijk kwam het bericht dat ik de club moest verlaten. Niet in goed en niet in bad standing maar .OUT (een middenweg). Als je de club via OUT kan verlaten dan mag je na een jaar weer terug konten bij de HA. Na twee weken werd dit omgezet naar bad standing. Ik moest mijn motor inleveren en mijn drie tatoeages omvormen zodat deze niet meer herkenbaar waren. [..,]
[medeverdachte 1] is de nieuwe president geworden. [...] Zijn psychopathische ideeën worden niet door clubleden tegen gehouden. [...] Niemand houdt hem tegen. [...]
(…)
7. Een proces-verbaal uitluisteren OVC Bus 001. 26012017 van de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 23 februari 2017 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Door de officier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland en de rechtercommissaris van de Rechtbank Noord-Holland zijn op grond van artikel 126L Strafvordering, een machtiging en bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, die zal plaatsvinden in 2 detentiebussen (van de Dienst Vervoer en Ondersteuning), waarmee een of meer van de in het bevel genoemde verdachten na aanhouding zullen worden overgebracht naar het Justiteel Complex Schiphol afgegeven. De aanvraag, het bevel, machtiging en de verlengingen zijn gevoegd in het methodiekendossier.
Uitleg opname OVC
Aangezien de verdachten over drie compartimenten verdeeld werden zijn er de volgende drie opnames:
-Compartiment voor.
Hierin is verdachte [betrokkene 1] alleen geplaatst.
-Compartiment midden.
Hierin zijn verdachten [betrokkene 2] en [medeverdachte 3] geplaatst.
-Compartiment achter.
Hierin zijn verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] geplaatst.
File 260117 – 200500
(…)
[medeverdachte 6] : … ntv … (fluistert) … ntv … zwijgen … met alles
(…)
8. Een proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken van de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 oktober 2014 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
(…)
Tap telefoon [getuige 3]
Door de rechter-commissaris is toestemming verleend om het telefoonnummer van [getuige 3] voor de duur van één week af te luisteren. De gesprekken via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] zijn daarop vanaf zaterdag 5 juli 2014 te 17:55 uur tot donderdag 10 juli 2014 omstreeks 10:45 uur opgenomen en uitgeluisterd.
(…)
Getapt telefoonnummer: [telefoonnummer 1]
Sessienummer: 62
Datum en tijd: 6-7-2014 13:25 uur
Samenvatting:
[getuige 3] bun [betrokkene 15] (NG=H)
H: Hallo met [betrokkene 15]
B: Hai met [getuige 3]
H: Hai [getuige 3]
B: Hoi he ik kan het nummer van [medeverdachte 1] niet te pakken krijgen en ik vroeg me af of jij misschien via [betrokkene 4] of zo dat wel kon. Of heb jij van [betrokkene 4] geen nummer ook.
H: Jawel ik uhh ga zo wel effe informeren voor je. Hoe heet ie precies?
B: [medeverdachte 1]
H: [medeverdachte 1]
B: Maar ik hoef alleen maar het nummer te hebben, voor de rest uhh
H: Ja ik zal kijken voor je
B: Ja okay (…)
Getapt telefoonnummer: [telefoonnummer 1]
Sessienummer: 314
Datum en tijd: 9-7-2014
(het hof begrijpt: 6-7-2014)14:12 uur
[getuige 3] bum [betrokkene 16]
B: Ik heb “ [medeverdachte 2] ” (fon) aan de lijn gehad en die geeft mijn nummer door.
F: aan eehh…?
B: Desbetreffenden
F: Ja
B: Want hij zei, ik zie hem vanavond en anders eeh sowieso morgen
F: Oh .. eeh … [medeverdachte 1]
B: ja (…)
F: Ik ben wel nieuwsgierig als er belangrijke informatie is voor mij ook om te weten.
B: Nou ja het eerste contact is gelegd om … he verdomme.. wacht effe hoor ik moet effe mijn hoofd recht hebben hoor … moment
B: Ik heb [medeverdachte 2] gebeld met de vraag of hij eeh mijn nummer wil doorgeven met de vraag of die contact wil opnemen
F: OK
(…)
F: .. Maar ik snap 1 ding niet. Hoezo zag [medeverdachte 2] dan, hoezo ziet hij hem.
B: Omdat [medeverdachte 2] bij Haarlem zit (…)
F: Maar hij zat toch in een andere chapter, niet in Haarlem?
B: Nee, eeh hij zat in een andere club … en is … eeh toen overgestapt, .. vandaar
F: Oh.
B: Ja, dus .. zo zit dat
F: Oh, .. dus die weet ook van alles .. van de hoed en de rand, waarschijnlijk
B: Ik denk het.. ik weet het niet
(…)
9. Een proces-verbaal van bevindingen van de Politie Eenheid Noord-HoIIand d.d. 23 september 2014 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Tweede telefoonnummer [getuige 3]
Op 5 juli 2014 te 22:55 uur wordt vanaf het getapte telefoonnummer van [getuige 3] , het nummer 06- [telefoonnummer 1] , een sms verstuurd naar het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] . De inhoud van de sms betreft de tekst: 'testjen', vermoed wordt dat hiermee 'testje' werd bedoeld. Gezien dat:
[getuige 3] op 7 juli 2014 een telefoongesprek (sessienummer 158) voert waarin hij zegt:
... Dat hoor ik morgen, ik probeer wat tijd te winnen en weet niet hoe coulant ze zijn. Ik moet afwachten hoe dat gaat lopen. Ik heb een apart mobieltje gehaald, ik geef je straks effe dat nummer door ook, dan heb je in ieder geval twee nummers van me ....
Er op 5 juli 2014 naar een onbekend nummer, welke maar 1 keer voorkomt als contact gedurende de getapte periode, het woord 'testjen' wordt gestuurd waarna geen reactie volgt;
deed vermoeden dat het telefoonnummer van het tweede mobieltje 06- [telefoonnummer 2] betreft. (...)
Analyse historische verkeersgegevens 06- [telefoonnummer 2]
Uit een analyse van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] in het politiesysteem digitale communicatie sporen (DCS) blijkt onder andere dat:
het telefoonnummer sinds 5 juli 2014 te 13:11 uur actief is en dan veelal onder bereik is van zendmasten in het centrum van Haarlem.
(…)
er tot 9 juli 2014 te 14:08 uur, behalve internetverkeer, geen communicatie is met andere telefoonnummers.
op 9 juli 2014 te 14:08 uur, 14:10 uur en 14:12 uur zijn er uitgaande contacten met het nummer [telefoonnummer 3] . Het contact om 14:08 uur is een gesprek van 85 seconden. Uit onderzoek op internet blijkt dat dit nummer behoort bij de tattooshop ' [...] ’ te Leiden. Volgens het Ciot blijkt dat dit nummer op naam staat van [medeverdachte 2] te [plaats] . Uit onderzoek in de registers van de KvK en politiesystemen blijkt dat de eigenaar van Tattooshop ' [medeverdachte 2] ' is:
[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1956 [geboorteplaats]
Van [medeverdachte 2] is bekend dat hij full member van de Hell's Angels, chapter Haarlem is. (. ..)
Op 9 juli 2014 te 14:28 uur; 14:37 uur en 14:41 uur zijn er inkomende contacten met het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 4] . Het contact om 14:41 uur betreft een gesprek van 81 seconden. Uit Ciot gegevens blijkt dat dit telefoonnummer op naam staat van:
[betrokkene 3] , [c-straat 1] te [plaats] .
Uit het register van de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat de enige ingeschrevene op dit adres is:
[betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] -1984 te [geboorteplaats] .
Uit registraties in politiesystemen blijkt dat [betrokkene 3] een relatie heeft met [medeverdachte 1] , na het contact met het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 4] op 9 juli 2014 te 14:41 uur zijn er met dit nummer geen verdere contacten meer.
(…)
10. Proces-verbaal van bevindingen van de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 9 september 2014 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Op [...] 25 augustus 2014 [...] hadden wij, verbalisanten, naar aanleiding van een aantal incidenten met leden van de Hells Angels een gesprek met [getuige 4] , geboren [geboortedatum] 1966. [...] [getuige 4] [...] vertelde [...] ons, kort en zakelijk weergegeven:
Dat hij sinds 4 a 5 maanden lid is van de motorclub No Surrender, chapter Rotterdam. [...]
Dat hij een vestje had gekregen waarop alleen “Rotterdam” stond in de kleuren van No Surrender Dat hij dit vestje wel eens droeg in Haarlem en in zijn café.
Dat hij, voor zover hij weet, het enige No Surrender lid is in Haarlem.
Dat hij met zijn vriendin [betrokkene 17] sinds 1 jaar eigenaar is van rock café “Bone Rock’s” te Haarlem.
Dat hij sinds hij verteld heeft aan de vriend die lid is van de “Gringo’s” dat hij lid is van No Surrender problemen ondervindt.
Dat ongeveer 3 maanden geleden zijn vestje is afgepakt door 6 leden van de Hells Angels.
Dat dit is gebeurd op een donderdagavond omstreeks 21:30 uur in zijn café terwijl hier diverse klanten aanwezig waren.
Dat hij nog weet dat het een donderdag was omdat die avond een clubavond van de Hells Angels is.
Dat er 6 Hells Angels in full colours het café binnen kwamen, hem in een hoek dreven en vervolgens vertelden dat ze zijn vest wilden hebben.
Dat hij eerst geweigerd zou hebben maar vervolgens toch zijn vest hebben gegeven omdat hij bang was voor de veiligheid van zijn klanten.
Er door de Hells Angels vervolgens nog is gezegd: “de boodschap hoor je nog wel” en “we willen geen No Surrender in Haarlem”.
Dat hij, nadat de Hells Angels waren vertrokken, naar zijn club heeft gebeld om dit incident te melden.
[…]
Dat hij 4 weken later tijdens een clubavond zijn vestje terug heeft gekregen.
Dat hij niet precies weet hoe het vestje terug gekomen is maar dat dit overgedragen zou zijn door een Hells Angel in Heemstede aan een onbekende.
Dat na de teruggave er wel twee Hells Angels in zijn café zijn geweest en vertelden dat er verder geen problemen zouden zijn als hij zijn vestje maar niet meer zou dragen in Haarlem en respect zou tonen naar de Hells Angels.
[…]
Dat enige tijd hierna twee No Surrender leden in colours in zijn café zijn geweest en hij hiervan de Hells Angels op de hoogte heeft gesteld.
Dat er vervolgens Hells Angels naar zijn café zijn gegaan maar dat de No Surrender leden al weg waren.
Dat hij vervolgens op een avond, een week voor Haarlem Jazz, door twee leden van de Hells Angels die hij kent als “ [medeverdachte 1] ” en “ [betrokkene 1] ” in zijn café werd aangesproken en naar buiten moest komen.
Dat “ [medeverdachte 1] ” en “ [betrokkene 1] ” van hem wilden weten of twee mannen die voor café “van Beinum” stonden leden van No Surrender waren.
Dat hij de twee mannen die “ [medeverdachte 1] ” en “ [betrokkene 1] ” aanwezen niet kende. Dat “ [medeverdachte 1] ” en “ [betrokkene 1] ” vervolgens tegen hem zeiden dat ze volgende week zouden terugkomen en dan wilden horen dat hij geen lid meer was van No Surrender.
Dat een week later, tijdens Haarlem Jazz er 3 mannen in full colours van de Hells Angels zijn café binnen kwamen.
Dat er op dat moment 1 klant in het café zat die van de Hells Angels buiten moest wachten met zijn biertje, hetgeen deze deed.
Dat hem vervolgens gevraagd werd of hij nog lid was van No Surrender.
Dat hij hierop bevestigend had geantwoord.
Hij vervolgens 1 klap tegen zijn gezicht kreeg en hij knock-out is gevallen op de grond en hij niet weet wie hem geslagen heeft.
11. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen NNVrouw5811 en [betrokkene 2] d.d. 20 juli 2015, opgemaakt door Politie Eenheid Noord-Holland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in :
Datum: 20-07-2015 10:44:34
[betrokkene 2] WGD NNVrouw5811 (...)
NNVrouw5811: Nou ik weet het niet maar voor hetzelfde geld waren ze wel allemaal jouw kant opgegaan [betrokkene 2] . Want ze reden hier allemaal langs op een gegeven moment die kant op. Ik denk straks hebben ze je adres. Ze waren wel op zoek naar je.
[betrokkene 2] : Ze zoeken maar een end heen. (…) Was ff een persoonlijk dingetje wat ik met die jongen had dus ik vind het prima
NNVrouw5811: Zo zien ze het dus blijkbaar niet. Het krioelde in de stad gister. Ze reden met auto's, motoren. Jouw naam werd genoemd dus ik denk ik zal het ff zeggen voordat ze wel jouw kant [betrokkene 2] : Ze zijn altijd welkom. Dat weet je. Tuurlijk, goed dat je het zegt.
(…)
12. Een proces-verbaal van relaas van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 19 juli 2017 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Op 20 juli 2015 omstreeks 10.44 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door [betrokkene 18] (NNVrouw5811) die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 5] . (...) Het telefoonnummer (...) staat blijkens een vordering identificerende gegevens op naam van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] is full colour member van MC Hells Angels Haarlem (...). Uit onderzoek blijkt dat [betrokkene 18] de vriendin is van [medeverdachte 3] en de gebruiker is van genoemd telefoonnummer.
(…)
13. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2015, opgemaakt door Politie Eenheid Noord-Holland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in:
Datum 13-08-2015 13:37:13
[betrokkene 2] WGD [medeverdachte 1] (...)
F: Hey even andere informatie. Ik kreeg net een appje van onze vriend [getuige 2] . [medeverdachte 3] heeft gevraagd hoe het met hem ging qua gezondheid en hij appt een hele lange tekst terug die hij ook naar mij gestuurd heeft. Maar hij zit zwaar in de shit, problemen. Hij woont in [plaats] nu etcetera. De club wordt gewoon niks meer. dat staat er 2x in dus dan weet je dat
L: Je weet wat we hebben afgesproken. Dat hoeft dan ook niet te wachten
F: dan weet je het ff. [medeverdachte 3] weet het ook. Zometeen heb ik het er met de gasten even over over het sms'je of appje dat ik gehad heb. Maar dan ben je in ieder geval op de hoogte. Hoef je me ook niet meer te bellen.
L: Zeker maar ook dat hij niet het respect heb om te wachten, weer gaat lopen mauwen en weet ik veel wat. weet je wat je te doen staat, ja toch?
(…)
14. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [getuige 2] en [medeverdachte 3] (t.n.v. [medeverdachte 3] ) d.d. 18 augustus 2015, opgemaakt door Politie Eenheid Noord-Holland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in:
Datum 18-08-2015 18:25:17
[getuige 2] BUM [medeverdachte 3] (…)
[medeverdachte 3] : Joehh .. [getuige 2]
: Ja, [medeverdachte 3] .. He [medeverdachte 3] , even een vraag aan jou … [medeverdachte 3] : Ja..
[getuige 2] : Hebben jullie aan de tafel besloten dat ik mijn motor moet inleveren? [medeverdachte 3] : Dat weet ik niet
[getuige 2] : Maar, laten we even heel duidelijk zijn [medeverdachte 3] : Ja?
[getuige 2] : Ik word nu door die 2 imbecielen afgeperst, stomp voor mijn hersens. Ik kan 2 dingen doen: of we kunnen het op een normale manier regelen of of ik ga gewoon aangifte doen, he. Ik laat me niet meer afpersen, ik laat me niet meer verrot schelden, laat me niet meer op mijn bek stompen door die kanker [betrokkene 2] . Ik wou hem doodschieten, maar ik doe het godverdomme niet..
Verbinding wordt verbroken.
(…)
15. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [getuige 2] en NNVrouw6927 d.d. 19 augustus 2015, opgemaakt door Politie Eenheid Noord-Holland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in:
[getuige 2] BUM NNVrouw6927 (...)
[getuige 2] . Kijk en [verdachte] , die zegt van Ja .. euhh .. ik zou gewoon die motor hebben gegeven
NNvrouw6927: Ja, je lijkt wel gek..
[getuige 2] : Nee .. weet je, dat ga ik ook niet doen, maar hij zei: Ja, dan ben je wel van alles, het gezeik af
NNvrouw6927: (lacht)
(…)
[getuige 2] : Het is euhh ... Ik kan beter ... Kijk kijk ... Ik kan beter wel zo ... Ik moet even kijken dat...dingen regelen, dat die opgeborgen worden, voorlopig eventjes..
NNvrouw6927: Hmmhmm ..
[getuige 2] : Kijk dat .. als ze kwaad mee kunnen, dan ja ... NNvrouw6927: Wat dan?
[getuige 2] : Ja, spullen in de fik steken, of wat dan ook. NNvrouw6927: Hmmmm ..
[getuige 2] : Ik Het zal op zoiets wel neerkomen; weetje wel.
NNvrouw6927: Hmmmm (...)
[getuige 2] : (...) Ik heb die [medeverdachte 3] nog gebeld .. NNvrouw6927: Ja .. maar ja, die zegt toch niks. (...)
[getuige 2] . Ja, want weet je wat het is .. Euhhh ... euhm .. ik wil helemaal niks meer met met met wie dan ook te maken hebben. Het is natuurlijk wel zo, dat [medeverdachte 6] die had hier ook een stokkie voor kunnen steken
NNvrouw6927: Ja.
[getuige 2] : En dat heb-ie.ook-niet-gedaan. En [medeverdachte 3] die ik aan de lijn heb gehad die had er ook een stokkie voor kunnen steken en die heb het ook niet gedaan en die [medeverdachte 2] (...)
16. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [getuige 2] en [betrokkene 19] d.d. 27 augustus 2015, opgemaakt door Politie Eenheid Noord-Holland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in:
[getuige 2] bum [betrokkene 19]
[getuige 2] zegt dat hij in 2 a 3 dagen alles heeft geregeld, de hele beveiliging. [betrokkene 19] zegt dat het al Fort Knox was.
[getuige 2] zegt ja maar ook ergens anders, ik heb ook backup, ik heb ook vrienden.
zegt dat “ze" dat weten. [betrokkene 19] zegt dat ze iedereen hadden moeten sturen behalve die twee. [betrokkene 19] vindt het raar dat die oudere er allemaal niks van zeggen.
(…)
[getuige 2] vindt het een mal cluppie en zegt dat hij die [medeverdachte 6] niet begrijpt en die ouderen allemaal. Die hadden in moeten grijpen.
(…)
[getuige 2] zegt dat het al meer geld heeft gekost als die ene motor waard is. Het was goedkoper geweest om die motor mee te geven. [getuige 2] zegt dat hij niet op zijn knieën door het leven gaat voor ze.
(…)
17. Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en Tattoo [...] d.d. 17 december 2015 opgemaakt door Politie Eenheid Noord-HoIland (…)
Dit tapgesprek houdt onder meer het volgende in:
Datum 17-12-2015 17:38:18
[betrokkene 2] / [medeverdachte 1] BUM [medeverdachte 2]
[betrokkene 2] geeft even zijn direct leidinggevende, alias Hitler aan de telefoon.
[medeverdachte 1] moet lachen en zegt wat een teringleier he .. tegen [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] moet lachen
had gezegd, omdat hij morgen weggaat, dat hij niet kwam.
[medeverdachte 1] : Naar aanleiding van gister is er geen aanleiding om te komen, maar er is vandaag wel wat voorgevallen, dus wij hebben wel koffie vanavond, laat maar zeggen.
: Ja
[medeverdachte 1] : Euhh .. Je ken zeggen, van Ja euhh .. ik hoor het later, maar dan weet je in ieder geval wel, dat er zo wat besproken wordt.
: Oké .. en hoe laat is dat, de koffie? [medeverdachte 1] : Koffie is altijd 9 uur he ..
vindt 9 uur wel erg laat en moet even kijken [medeverdachte 2] ziet [medeverdachte 6] en [verdachte] morgen.
[medeverdachte 1] zal [medeverdachte 6] informeren en dan hoort [medeverdachte 2] het morgen wel van [medeverdachte 6] . [...]
18. Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] vordering tot inbewaringstelling d.d. 1 februari 2017 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
U houdt mij voor dat [medeverdachte 1] mij na de mishandeling van [getuige 9] heeft gebeld en dat hij heeft gezegd dat er vandaag jets is voorgevallen en dat er vanavond koffie is. Hij heeft ook gezegd: 'Dan weet je in ieder geval dat er zo wat besproken wordt'. Achteraf hebben wij gehoord dat dat incident had plaatsgevonden.
(…)
19. Een proces-verbaal van onderzoek wapen van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 26 juli 2016 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Op [...] 19 juli 2016 werden gedurende een zoeking in een woning op het adres [d-straat 1] te [plaats] een vuurwapen en munitie aangetroffen.
(…)
20. Een proces-verbaal van bevindingen beluisterde OVC gesprekken in het clubhuis Hells Angels, charter Haarlem van de datum 19-07-2016 van de Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 7 december 2016 (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Door de officier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland en de rechtercommissaris van de Rechtbank Noord-HoIland zijn [....] een machtiging en bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel in het clubhuis van de Hells Angels, charter Haarlem, [a-straat 1] te Haarlem afgegeven. [...]
Identificatie gespreksdeelnemers OVC gesprekken. (...)
Deze deelnemers die vooralsnog zijn geïdentificeerd betreffen:
[betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] -1974. (...)
[betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] -1980 te [geboorteplaats] . (...)
[medeverdachte 6] , geboren [geboortedatum] -1965. (...)
[verdachte] , geboren [geboortedatum] -1972. (...)
OVC van [a-straat 1] te Haarlem (...) Uitwerking OVÇ gesprekken van 19-07-2016 (...)
12:04:56 uur komt [betrokkene 1] boven aan op het CH. [betrokkene 1] : vuurwapen gevonden.
Nnman1: is ie mee. [betrokkene 1] : huh ... Nnman1: is ie mee.
[betrokkene 1] : zeg jij het maar pik ... onverstaanbaar... tip gehad veel geld veel wapens ... op zoek naar wapens en er moet veel geld in huis liggen ... onverstaanbaar.
Nnman1 : ik geeft ze geen ongelijk hahaha. (...)
[betrokkene 1] : ... onverstaanbaar ... [betrokkene 2] ... gister naar mijn moeder gereden en me moeder belde kom effe naar huis ... onverstaanbaar...
[betrokkene 1] ... Nokiatje
[betrokkene 2] : maar wat hadden ze nog meer gevonden. [betrokkene 1] : niks, een wapen en de tas ... onverstaanbaar.
[betrokkene 2] : ohh das kut voor haar, ja want het is natuurlijk een huurhuis of niet.
[betrokkene 1] : dan word je er toch niet uitgegooid want een huur huurhuis ... onverstaanbaar... vuurwapens ...
[betrokkene 2] : nee maar ze moet dan wel zeggen van wie die is natuurlijk.
[betrokkene 1] : onverstaanbaar. (...)
[betrokkene 2] : maar ze hebben t wel meegenomen, maar ze hebben alleen je wapen mee genomen [betrokkene 1] : jah alleen wapen (...)
12-15-34
[betrokkene 1] : onverstaanbaar... ze moesten blijven zitten en eh toen vroegen ze een nummer hun bellen naar mijn schoonzus ... onverstaanbaar ... en toen hebben ze vuurwapen gevonden
[betrokkene 2] : stond hier die hond bij
.. onverstaanbaar ...
Nnman1: ik moest toen aan de keukentafel blijven zitten .. een keer.... .
onverstaanbaar ... er roept een nnman jongens ik ben aan het werk hoor, sorry. Er klinkt een ringtoon van een telefoon. De nnman neemt op en zegt met [medeverdachte 6] . (de stem van de NNman lijkt na stemvergelijking op de tap op de stem van [medeverdachte 6] )
[betrokkene 1] : onverstaanbaar ze waren naar geld op zoek en wapens
[betrokkene 1] : beloof me 1 ding beloof met gewoon effe 1 ding gooi die kankertelefoon in 't Noordzeekanaal Nnmannen: ja
[betrokkene 1] : al kost het 500 (...)
[betrokkene 1] : ik gooi hem gooi hem voor dat je vanavond gaat slapen regel je shit ouwe haal een nieuwe telefoon .. onverstaanbaar gooi em gooi em
Nnman2: maakt niet uit dat je hem kan delete
.. onverstaanbaar..
[betrokkene 2] : je moet hem echt weg gooien [verdachte] onverstaanbaar ze kunnen alles terughalen je ken deleten maar ze vinden alles terug (…)
12.37.40 uur
[betrokkene 2] : maar goed gebarricadeerd pik als ze niet eens binnen kunnen komen
[betrokkene 1] : hij zat niet eens op nachtslot het is gewoon een aluminium deur … onverstaanbaar …
… er gaat een nnman (de stem van de NNman lijkt na stemvergelijking op de tap op de stem van [verdachte] ) weer werken en verder gaat het over een abonnement voor telefoon ook over dat ze de telefoons moeten vernietigen maar dat ze de sim kaartjes kunnen houden. Foto’s en adressen wissen van telefoon Icloud en skypen. [betrokkene 1] legt aan nnman uit hoe hij dat moet doen en zegt misschien weet Kate het wel. (…)
21. Een proces-verbaal aanvulling OVC clubhuis 19-07-2016 van Politie Eenheid Noord-Holland) d.d. 1 mei 2017 (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
Op woensdag 7 december 2016, werd een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt naar aanleiding van het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel in het clubhuis van de Hells Angels, charter Haarlem, [a-straat 1] te Haarlem.
De datum van opname van deze gesprekken betrof 19 juli 2016.
Gespreksdeelnemers van deze dag zijn:
Onder de kop
“Gespreksdeelnemers van deze dag zijn”staan onderstaande namen beschreven als gespreksdeelnemers van die dag:
[betrokkene 1]
[betrokkene 2] NNmannen
Hier moet echter staan als gespreksdeelnemers van die dag: [betrokkene 1]
[betrokkene 2] (…)
[medeverdachte 6] NNman ( [verdachte] )’
8. Ik attendeer erop dat bij de civiele kamer van Uw Raad het cassatieberoep aanhangig is tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin onder meer is beslist dat de in eerste aanleg uitgesproken verbodenverklaring en ontbinding van Hells Angels Motorcycle Club Holland in stand blijven. [80] In die zaak spelen feiten en omstandigheden een rol die ook in deze strafzaak aan de orde zijn. Het gaat hier evenwel om een andere procedure, met andere rechtsvragen en partijen; ik zal in het navolgende niet aan deze zaak refereren. Ik vermeld voorts dat een deel van de vonnissen en arresten die gewezen zijn in de strafzaken tegen leden van het charter Hells Angels Haarlem zijn gepubliceerd. [81] En ik wijs erop dat art. 140 Sr Pro ook bij de strafvervolging van leden van andere Outlaw Motorcycle Gangs een belangrijke rol heeft gespeeld. [82]
Het eerste middel
9. Het eerste middel bevat de klacht dat het hof bij de bewezenverklaring blijk zou hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en/of dat het oordeel van het hof dat de organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven heeft en/of dat de verdachte daaraan heeft deelgenomen, mede in het licht van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, onbegrijpelijk zou zijn en/of onvoldoende met redenen zou zijn omkleed. Het middel houdt voorts in dat het hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat niet de Hells Angels charter Haarlem maar enkel de ‘jonge garde’ daarvan, gevormd door [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , al dan niet samen met [betrokkene 3] , een organisatie met het in art. 140 Sr Pro bedoelde oogmerk vormde en Hells Angels charter Haarlem niet als zodanig kan worden aangemerkt en/of geen onderdeel van een criminele organisatie uitmaakt, zonder dat het hof daarvoor de bijzondere redenen zou hebben opgegeven. Het middel valt in een aantal deelklachten uiteen. Een eerste groep heeft betrekking op
het bestaan van een criminele organisatie. Alvorens op die deelklachten in te gaan merk ik het volgende op.
10. Voor een veroordeling wegens art. 140 Sr Pro is vereist dat sprake is van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van een organisatie is sprake bij een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. [83] Van een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, kan ook worden gesproken als het plegen van die misdrijven het naaste doel of een nevendoel van de organisatie is; vereist is niet dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. [84]
11. Van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is sprake als dat standpunt duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht. In verband met de mate waarin een beslissing nader dient te worden gemotiveerd komt betekenis toe aan onder meer de aard van het aan de orde gestelde onderwerp alsmede de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. Daarbij kan zich het geval voordoen dat de nadere motivering in de bewijsmotivering besloten ligt. [85] Naar het mij voorkomt kan het door de raadsman aangevoerde bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met de in het middel verwoorde inhoud.
12. Het hof is met de bewezenverklaring van het bepleite standpunt afgeweken. Het hof heeft in de bewijsmotivering vooropgesteld dat er sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de leden van de Hells Angels Haarlem, de Stichting en [betrokkene 3] gedurende de tenlastegelegde periode. Het hof heeft inzake het oogmerk van de organisatie vervolgens (A) de bedreigende en gewelddadige reputatie van de organisatie, (B) het belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen, en (C) gepleegde misdrijven in aanmerking genomen. En het hof heeft vervolgens tegen deze achtergrond geconcludeerd dat de organisatie ‘een oogmerk’ heeft gericht op het plegen van (de in de bewezenverklaring omschreven) misdrijven. Aldus ligt in de bewijsmotivering van het hof besloten waarom het, in afwijking van het standpunt dat de raadsman heeft betrokken, de leden van het charter Hells Angels Haarlem samen met de Stichting en [betrokkene 3] heeft aangemerkt als een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. [86] De eerste deelklachten betreffen de begrijpelijkheid en toereikendheid van deze overwegingen.
13. In verband met die begrijpelijkheid wijs ik alvast op een arrest van Uw Raad van 22 januari 2008. [87] In het betreffende arrest was ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij samen met vijf medeverdachten had deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van (nader omschreven) in de Opiumwet strafbaar gestelde misdrijven. Uw Raad was van oordeel dat het hof uit de bewijsmiddelen had kunnen afleiden dat (kort gezegd) de verdachte en een medeverdachte in gestructureerd verband hadden samengewerkt, dat de verdachte daarbij telkens een centrale rol vervulde en dat de verdachte en deze medeverdachte beiden hadden samengewerkt met een of meer van de andere medeverdachten van wie was bewezenverklaard dat zij deel uitmaakten van (kort gezegd) de criminele organisatie. Daarmee illustreert het arrest dat een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft kan bestaan uit enkele personen die (bij het plegen van misdrijven) een centrale positie innemen en andere personen.
14. De steller van het middel voert in de eerste plaats aan dat uit de verklaringen van derden die het hof tot het bewijs bezigt in verband met de bedreigende en gewelddadige reputatie van het charter Hells Angels Haarlem niet kan worden afgeleid dat het oogmerk van dat charter het plegen van misdrijven was (randnummers 26-28). Zo zou uit ’s hofs overwegingen niet blijken dat de benadering van [getuige 3] meer was dan een individuele actie van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] , en zou uit de ter zitting afgelegde verklaring van [getuige 6] naar voren komen dat wat zij gezegd had kennelijk betrekking had op [betrokkene 2] .
15. In de bewijsoverwegingen die het hof aan de bedreigende en gewelddadige reputatie van de Hells Angels Haarlem heeft gewijd, stelt het de verklaringen en tapgesprekken van slachtoffers voorop. Daarbij gaat het om de getuigen [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 2] , [getuige 5] , [getuige 6] , [betrokkene 5] en [getuige 7] . Anders dan de steller van het middel meen ik dat het hof uit de uitlatingen van deze getuigen heeft kunnen afleiden dat blijkt van (het hebben van angst voor) de Hells Angels als groep. Zo heeft [getuige 3] weliswaar verklaard dat er twee personen voor zijn deur stonden, te weten ‘ [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] ’, maar verklaart hij ook: ‘Weet u, ik had niet te maken met de plaatselijke roeivereniging en ik wist niet wie ik tegenover mij had’. [getuige 6] heeft verklaard geen aangifte te willen doen omdat de Hells Angels dan ongetwijfeld langs komen en de ramen inschieten met mitrailleurs. [getuige 2] heeft aangegeven dat hij niet wilde dat de leden van de club erachter kwamen wat hij de politie had verteld en dat hij hen tot alles in staat achtte. [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij in het verleden betalingen heeft moeten doen aan de Hells Angels Haarlem en in die tijd doodsbang was.
16. Het hof heeft uit de verklaringen en tapgesprekken van de slachtoffers kunnen afleiden dat de Hells Angels Haarlem een bedreigende en gewelddadige reputatie hadden. Daaraan doet niet af dat in veel verklaringen en tapgesprekken slechts melding wordt gemaakt van gedragingen van [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . En daaraan doet evenmin af dat het hof in de bewijsoverwegingen niet nader heeft uiteengezet wat bij enkele getuigen de aanleiding was voor de angst voor represailles.
17. De eerste deelklacht faalt.
18. De steller van het middel meent voorts dat zonder nadere motivering onbegrijpelijk zou zijn dat het hof uitsluitend op basis van de mening/visie van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] over het chapter, zonder dat uit de bewijsvoering zou kunnen blijken dat andere leden die mening/visie deelden, daaraan een bedreigende en gewelddadige reputatie heeft toegedicht (randnummer 35).
19. Naar het mij voorkomt berust het middel in zoverre op een verkeerde lezing van de bewijsmotivering. Het hof leidt uit de uitlatingen van slachtoffers in diverse verklaringen en tapgesprekken af dat het charter een bedreigende en gewelddadige reputatie heeft. Dat de leden van de Hells Angels Haarlem zich bewust waren van deze reputatie leidt het hof vervolgens (onder meer) af uit een uitlating van [betrokkene 1] , de beschrijving door [medeverdachte 1] van de gang van zaken op een clubavond en twee krantenberichten. De betreffende uitlating van [betrokkene 1] , inhoudend dat het chapter Haarlem in Holland bekend staat als kei- en keihard, is gedaan op de clubavond op 16 september 2016 waar de verdachte en de andere leden bij aanwezig waren, en draagt het karakter van een constatering. In beide krantenberichten komt de naam van [medeverdachte 1] voor, maar wordt ook gesproken over het ‘beruchte chapter’, van het uit zijn op oorlog en van het hanteren van een harde lijn.
20. Het hof heeft uit de vermelde feiten en omstandigheden kunnen afleiden dat de leden bekend waren met de reputatie van het chapter. Daarvoor is niet vereist dat expliciet blijkt dat alle leden de opvattingen van [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] deelden. Het hof behoefde dit oordeel voorts niet nader te motiveren.
21. De tweede deelklacht faalt.
22. De steller van het middel meent voorts dat de conclusie die het hof uit de oorkonde ‘
Deathhead Purple Heart’, de patch ‘
dequiallo’ en het symbool van de ‘
ball peen hammer’ trekt, te weten dat daarmee strafbare gedragingen worden beloond en aangemoedigd, onvoldoende met redenen is omkleed (randnummer 39). Dat de oorkonde, de patch en het symbool in het bredere verband van de (wereldwijde) organisatie van de Hells Angels uitingen zijn waarmee geweld wordt beloond, zou nog niet betekenen dat dit ook binnen Hells Angels Haarlem gold noch dat daarnaar werd gehandeld.
23. Het hof wijst in de bewijsoverweging over ‘Belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen’ eerst op de oorkonde ‘
Deathhead Purple Heart’ die in het clubhuis hangt en stelt vast dat op die oorkonde in het Engels staat dat een ieder die dit heeft verdiend zijn bloed heeft gegeven ter verdediging en eer van de Hells Angels. Het hof heeft daaruit kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat de oorkonde een beloning is voor de toepassing van geweld en dat dit ook gold binnen de Hells Angels Haarlem. Geweldsdelicten zijn in de bewezenverklaring vermeld; bewezenverklaard is dat de organisatie onder meer het plegen van openlijke geweldpleging en de strafbaar gestelde vormen van mishandeling tot oogmerk heeft. De ‘
ball peen hammer’ is, zo stelt het hof vast, een symbool bedoeld voor leden die geverifieerd geweld namens de club hebben gebruikt en is op de motor van medeverdachte [medeverdachte 4] aangetroffen. Het hof heeft kunnen oordelen dat ook dit symbool aldus een beloning is voor een geweldsdelict en dat dit ook zo gold binnen de Hells Angels Haarlem.
24. Het hof leidt verder uit het dossier af dat de zogenaamde patch ‘
dequiallo’ verdiend kan worden door geweld dat clubleden van Hells Angels hebben toegepast richting overheidspersoneel. Deze patch was in het clubhuis op de muur geschilderd en vier leden, waaronder de verdachte, droegen deze patch. Het hof overweegt voorts dat een andere betekenis van de term ‘
dequiallo’ niet aannemelijk is, en wijst in die context op afgeluisterde uitlatingen van [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] en de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van [betrokkene 1] . Het hof heeft daaruit kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat de patch een beloning is voor het toepassen van geweld tegen een ambtenaar in functie. In de bewezenverklaring is onder de geweldsdelicten expliciet ook (gekwalificeerde) mishandeling van ambtenaren gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening opgenomen.
25. Aan de begrijpelijkheid en toereikendheid van ’s hofs overwegingen doet niet af dat het hof naar verklaringen en afgeluisterde gesprekken van [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] verwijst, waarvan door de verdediging is gesteld dat zij waar het ging om het plegen en beramen van misdrijven onafhankelijk van de Hells Angels Haarlem opereerden. Het hof heeft mede op basis van deze uitlatingen kennelijk geoordeeld en kunnen oordelen dat ook binnen de Hells Angels Haarlem aan de oorkonde, de patch en het symbool de vermelde betekenis werd gehecht. Ik attendeer er daarbij op dat van de ‘oude garde’ niet alleen de verdachte maar ook [medeverdachte 3] de patch droeg, en dat de ‘
ball peen hammer’ is aangetroffen op de motor van [medeverdachte 4] , eveneens lid van de ‘oude garde’. Dat door de verdediging zou zijn aangevoerd dat er steeds goed contact was tussen de Hells Angels Haarlem, de gemeente Haarlem en de politie doet evenmin af aan de begrijpelijkheid en toereikendheid van ’s hofs overwegingen. Uit de pleitnota (randnummer 60) leid ik af dat deze stelling ziet op de periode waarin medeverdachte [medeverdachte 6] president was. Dat de Hells Angels Haarlem in de bewezenverklaarde periode een goed contact zouden hebben gehad met de politie vindt zijn weerlegging in een voor het bewijs gebezigde uitlating van [medeverdachte 1] tijdens de vergadering op 16 september 2016: ‘Wij zijn bij politie en justitie een doorn in het oog’.
26. De derde deelklacht faalt.
27. De steller van het middel voert voorts aan dat ’s hofs oordeel dat het organiseren van inzamelingen voor gedetineerde leden en de regel dat het niet de bedoeling is dat leden van de Hells Angels Haarlem (met de politie) praten onder het belonen en aanmoedigen van geweld vallen onbegrijpelijk is (randnummer 44). Het hof zou ‘leunen’ op één inzameling voor [medeverdachte 1] en op uitlatingen van [medeverdachte 1] tijdens de clubvergadering van 16 september 2016. Uit die uitlatingen zou voorts niet kunnen worden afgeleid dat de aanwezige leden met een voorstel zouden hebben ingestemd. Zonder nadere motivering zou uit ’s hofs overwegingen niet zijn af te leiden dat binnen het chapter sprake is (geweest) van inzamelingen, terwijl daaruit evenmin zou kunnen volgen dat die zouden zijn te scharen onder het belonen en aanmoedigen van geweld.
28. Het hof heeft onder het kopje ‘Belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen’ overwogen dat ook uit de inzamelingen die voor gedetineerde leden worden georganiseerd, blijkt dat het plegen van strafbare feiten door de leden van de Hells Angels Haarlem volstrekt normaal wordt gevonden en geaccepteerd en daarmee indirect wordt aangemoedigd. Het hof wijst daarbij op ‘de zogenaamde Big House Crew’. Onder het kopje ‘Betalen voor een gedetineerd lid’ is overwogen dat bij de doorzoeking van het clubhuis op 26 januari 2017 twee ‘BHC-potten’ zijn aangetroffen, waarbij op één de naam ‘ [medeverdachte 1] ’ is vermeld, en waarover medeverdachte [medeverdachte 4] als getuige heeft verklaard: ‘
dit is een pot met geld voor jongens die vastzitten’.. Het hof wijst voorts op een inzameling die op 23 juli 2016 plaatsvindt voor [medeverdachte 1] , die op dat moment gedetineerd zit. En het hof wijst op uitlatingen van [medeverdachte 1] tijdens de clubvergadering van 16 september 2016, waarin deze ingaat op het risico van vast komen te zitten. Van een voorstel waarmee de leden al dan niet zouden hebben ingestemd is geen sprake: het hof heeft de uitlatingen van [medeverdachte 1] naar het mij voorkomt tot het bewijs gebezigd omdat zij wijzen op een staande praktijk waarin voor gedetineerde leden betaald wordt. Uit een proces-verbaal van bevindingen waarin verslag wordt gedaan van onderzoek naar bankafschriften van de Stichting Hells Angels Haarlem over de periode 1 januari 2013 t/m 10 juli 2015 blijkt dat in deze periode ‘diverse bedragen voor verschillende personen’ zijn overgemaakt naar verschillende penitentiaire inrichtingen. In 2013 is een bedrag van € 1.600,00 t.b.v. [betrokkene 11] . In 2014 is een bedrag van € 1.440,00 overgemaakt t.b.v. [verdachte] en [betrokkene 12] . En in 2015 is een bedrag van € 1.800,00 overgemaakt ten behoeve van [verdachte] en [betrokkene 13] (bewijsmiddel 3). Anders dan de steller van het middel meen ik dat uit de bewijsvoering blijkt van meerdere inzamelingen (via de Big House Crew en op 23 juli 2016 voor [medeverdachte 1] ) en tevens van het daadwerkelijk ophalen van geld voor en het betalen van geld aan gedetineerde leden.
29. Het hof heeft uit de inzamelingen voor (en betalingen aan) gedetineerde leden kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat de mogelijke financiële gevolgen van detentie voor de leden niet of in mindere mate een reden behoefden te zijn om van het plegen van misdrijven die met het charter verband hielden af te zien. Het hof heeft in dat licht mede uit de inzamelingen voor en betalingen aan gedetineerde leden kunnen afleiden dat het plegen van strafbare gedragingen, met name geweld, door de Hells Angels Haarlem werd aangemoedigd en beloond. Dat oordeel behoefde geen nadere motivering.
30. De vierde deelklacht faalt.
31. De steller van het middel brengt ook bezwaren naar voren tegen ’s hofs overwegingen inzake een afspraak om niet (met de politie) te praten (randnummer 46). Dat er een clubregel was ‘dat wat er wordt besproken tussen de leden van de Hells Angels Haarlem blijft’ en dat het woord ‘omerta’ op de muur geschreven stond, zou zonder nadere motivering bezwaarlijk kunnen worden geduid als beloning en aanmoediging van geweld. Ook zou niet zijn in te zien dat hetgeen [medeverdachte 6] in de arrestantenbus heeft gezegd (‘zwijgen...met alles’) te scharen zou zijn onder het belonen en aanmoedigen van geweld. En dat zou ook gelden voor het spreken in een ruimte en over de telefoon waarbij kennelijk het sterke vermoeden bestaat dat er wordt meegeluisterd. Dat het daarbij zou gaan om zaken die betrekking hebben op het plegen dan wel beramen van misdrijven zou uit de bewijsvoering van het hof niet kunnen worden afgeleid; daardoor zou ook hier van een toereikende onderbouwing dat daarmee geweld wordt beloond of aangemoedigd geen sprake zijn.
32. Het hof heeft onder het kopje ‘Belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen’ overwogen dat de acceptatie van strafbare gedragingen door leden van de Hells Angels naar het oordeel van het hof eveneens blijkt uit de omstandigheid dat het niet de bedoeling was dat leden van de Hells Angels Haarlem (met de politie) praatten. Het hof wijst daarbij in de eerste plaats op regel 12 van de clubregels en op de tekst ‘omerta’ die op de muur van het clubhuis was geschilderd. Anders dan de steller van het middel meen ik dat het hof aan deze omstandigheid betekenis heeft kunnen hechten in verband met het oordeel dat het plegen van strafbare gedragingen door de Hells Angels Haarlem wordt aangemoedigd en beloond. Dat het niet de bedoeling is dat de leden met de politie praten brengt mee dat de kans wordt verkleind dat strafbare feiten waar andere leden kennis van dragen tot een veroordeling leiden. [88] Hetzelfde geldt voor het beleid inzake het spreken in een ruimte en over de telefoon in verband met het risico afgeluisterd te worden. Het hof heeft kennelijk geoordeeld en kunnen oordelen dat van dat beleid, in samenhang met de andere vaststellingen inzake het criminele oogmerk van de organisatie, een aanmoediging uitging om (in het bijzijn van andere leden) strafbare feiten te plegen. Het hof heeft bij de vaststellingen inzake dit beleid ook de uitlating van medeverdachte [medeverdachte 6] in de arrestantenbus kunnen betrekken. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 6] samen met [medeverdachte 2] in het compartiment achter in de bus was geplaatst (bewijsmiddel 7). De gefluisterde mededeling van [medeverdachte 6] was kennelijk voor medeverdachte [medeverdachte 2] bedoeld.
33. Uit ’s hofs overwegingen volgt voorts dat het hof – niet onbegrijpelijk – heeft geoordeeld dat de geheimhoudingsplicht betrekking had op alle strafbare feiten. Regel 12 van de clubregels luidt: ‘Alles wat Hells Angels H’lem met elkaar bespreken blijft tussen ons; dus wordt op geen enkele manier naar buiten gebracht’. Juist dit algemene, ongeclausuleerde karakter van de zwijgplicht, en de handhaving via de clubregels, brengt mee dat het hof mede uit de zwijgplicht heeft kunnen afleiden dat het plegen van strafbare feiten door de organisatie werd aangemoedigd. Dat algemene karakter brengt voorts mee dat de zwijgplicht ook betrekking had op de in de bewezenverklaring omschreven misdrijven.
34. De vijfde deelklacht faalt.
35. De steller van het middel voert vervolgens aan dat de gepleegde misdrijven uitsluitend zien op door ‘de groep van [medeverdachte 1] c.s. gepleegde strafbare feiten’ (randnummer 47). Het toerekenen van het oogmerk van het plegen van strafbare feiten dat bij drie van de leden bestond aan de organisatie zou blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting van art. 140 Sr Pro en/of meebrengen dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed (randnummer 52).
36. Anders dan de steller van het middel meen ik dat de misdrijven die het hof bespreekt niet uitsluitend zijn gepleegd door [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Ik wijs daarbij in het bijzonder op de afpersing van [getuige 4] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat [getuige 4] heeft verklaard dat zijn vestje van No Surrender is afgepakt door zes leden van de Hells Angels, dat zij op een donderdagavond omstreeks 21:30 uur in zijn café kwamen, dat donderdagavond een clubavond van de Hells Angels is, dat zij in full colours het café binnenkwamen en dat de Hells Angels hebben gezegd dat zij geen No Surrender in Haarlem wilden (bewijsmiddel 10). Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid wie precies voor de afpersing van het betreffende vest verantwoordelijk waren. Wel volgt daaruit dat de afpersing in het teken stond van de doelstellingen van Hells Angels Haarlem en niet door alleen [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] is gepleegd.
37. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt voorts dat [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] bij hun criminele activiteiten niet op eigen houtje opereerden. De afpersing van [getuige 2] en daarmee de klap die in dat kader is uitgedeeld was uitvloeisel van een clubbesluit. Dat geldt ook voor de afpersing van [betrokkene 5] . De gewelddadigheden tegen leden van andere motorclubs zijn een uitvloeisel van wat [medeverdachte 1] tijdens de clubvergadering van 16 september 2016 (bewijsoverwegingen onder het kopje ‘Afpersing, dwang, bedreiging en mishandeling’) omschrijft als ‘onze eigen houding’. Uit de bewijsvoering volgt ook dat meer leden van het charter bij acties in dit kader betrokken zijn. Als Mongols worden gespot in Zandvoort (dat de Hells Angels Haarlem als onderdeel van hun territorium zien) rijdt medeverdachte [medeverdachte 3] daar rond. De verdachte stuurt een duimpje, als teken van goedkeuring (overwegingen onder het kopje ‘De relatie met andere motorclubs’). De vriendin van medeverdachte [medeverdachte 3] waarschuwt [betrokkene 2] nadat deze [getuige 8] , lid van Satudarah, heeft mishandeld, dat ‘ze’ naar hem op zoek zijn (bewijsmiddelen 11 en 12). Medeverdachte [medeverdachte 1] wijst vier leden van het charter aan (waaronder zichzelf) die vast hadden gezeten als Van der Valk (waar een vechtpartij tussen de Hells Angels en de Mongols had plaatsgevonden) betere camera’s had gehad (bewijsoverweging onder het kopje ‘De koers/toekomst van de organisatie zelf en verhullen/afdekken’). [89] Na de mishandeling van [getuige 9] (lid van No Surrender) vindt een vergadering plaats waarover in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 6] en medeverdachte [medeverdachte 2] worden geïnformeerd (bewijsmiddelen 17 en 18).
38. Ook bij de gang van zaken rond andere misdrijven zijn meer leden van het charter betrokken. [getuige 3] , die wordt gedwongen om zijn tattooshop te sluiten, belt medeverdachte [medeverdachte 2] , die in Leiden een tattooshop heeft (bewijsmiddelen 8 en 9). [getuige 2] stuurt een appje naar medeverdachte [medeverdachte 3] en belt hem ook (bewijsmiddelen 13 en 14). De verdachte en medeverdachte [medeverdachte 6] krijgen na de inbeslagneming van een vuurwapen van medeverdachte [betrokkene 1] het advies om hun telefoon in het Noordzeekanaal te gooien (bewijsmiddelen 19, 20 en 21). En bij de andere misdrijven die het hof in aanmerking neemt ligt eveneens in de bewijsvoering besloten waarom deze met (het criminele oogmerk van) de organisatie verband houden. [getuige 7] is afgeperst uit hoofde van de positie die [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] binnen de Hells Angels Haarlem hadden, en heeft klappen gekregen in het clubhuis; [betrokkene 2] verwijst bij de afpersing van [getuige 5] in telefoongesprekken naar de Hells Angels en geeft aan dat de club ermee gemoeid is. En het hof koppelt de in de open haard van het clubhuis aangetroffen kogel aan het vuurwapen dat [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] voorhanden hadden.
39. De enkele omstandigheid dat de misdrijven die het hof opsomt voor het overgrote deel zijn begaan door [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] staat er in dit licht niet aan in de weg dat het hof het grotere verband van de Hells Angels Haarlem, samen met [betrokkene 3] en de Stichting, mede op grond van deze misdrijven heeft kunnen aanmerken als een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van toerekening van het oogmerk van deze drie medeverdachten aan de in de bewezenverklaring omschreven organisatie is gelet op ’s hofs overwegingen geen sprake. Ik attendeer er in dat verband ook op dat het hof de bewezenverklaring van het oogmerk tevens baseert op (vaststellingen inzake) de bedreigende en gewelddadige reputatie alsmede het belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen.
40. De zesde deelklacht faalt.
41. De steller van het middel klaagt voorts over ’s hofs afsluitende overweging inzake het oogmerk, inhoudend dat uit ‘het voorgaande en de bewijsmiddelen in het dossier’ is gebleken dat door de leden van de Hells Angels Haarlem strafbare feiten worden gepleegd uit naam van het charter en niet op persoonlijke titel. Uit het voorgaande zou niet kunnen volgen dat door ‘de’ leden van de Hells Angels Haarlem strafbare feiten worden gepleegd. Voor zover het hof zijn oordeel mede baseert op ‘bewijsmiddelen in het dossier’ zou dat volgens de steller van het middel kennelijk zien op bewijsmiddelen die niet in de overwegingen zijn genoemd noch in de aanvulling op het verkort arrest, maar die zich wel in het dossier bevinden. Het (in hoger beroep bestreden) oordeel dat [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in het verband van het charter hebben gehandeld zou daarmee op feiten en omstandigheden berusten die niet in het arrest zijn genoemd en waarbij het hof niet nader zou hebben aangegeven aan welk(e) bewijsmiddel(en) het die feiten en omstandigheden heeft ontleend. Ook in dat opzicht zou de bewezenverklaring derhalve onvoldoende met redenen zijn omkleed (randnummer 53).
42. Dat leden van de organisatie uit naam van het charter strafbare feiten hebben gepleegd, heeft het hof uit de voorafgaande overwegingen kunnen afleiden. Uit de formulering van deze afsluitende overweging volgt mede in dat licht niet dat het hof met de ‘bewijsmiddelen in het dossier’ op andere bewijsmiddelen zou doelen dan die welke in de bewijsoverwegingen en de aanvulling zijn vermeld. Voor zover het middel daarvan uitgaat berust het op een onjuiste lezing van het arrest.
43. De zevende deelklacht faalt.
44. De eerste zeven deelklachten vormen een uitwerking van de (overkoepelende) klacht dat het hof ontoereikend gemotiveerd voorbij is gegaan aan het standpunt dat de Hells Angels charter Haarlem niet (samen met [betrokkene 3] en de Stichting) een criminele organisatie vormden. In verband met die meer algemene klacht wijs ik nog op het ook door het hof en de steller van het middel genoemde arrest van Uw Raad van 15 mei 2007. [90] Uw Raad gaf in dat arrest aan dat voor het bewijs van dit oogmerk onder meer betekenis zal kunnen toekomen aan, kort gezegd (1) misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, (2) het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, en (3) de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op het gemeenschappelijk doel van de organisatie verrichte activiteiten. Het hof heeft in de bewijsoverwegingen uiteengezet welke betekenis het heeft gehecht aan misdrijven die in het kader van de organisatie zijn gepleegd. Uit ‘s hofs overwegingen blijkt voorts dat de samenwerking een sterk gestructureerd karakter had. De Stichting vervulde een aantal functies, het charter had een strakke structuur met diverse functies, en er was structureel periodiek overleg waar beslissingen op democratische wijze werden genomen. De planmatigheid en stelselmatigheid van de met het oog op het plegen van misdrijven verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie komen alleen al uit de bewijsvoering inzake de bedreigende en gewelddadige reputatie van de Hells Angels Haarlem naar voren.
45. Al met al meen ik dat de bewezenverklaring van het criminele oogmerk van de organisatie en de afwijking van het omschreven standpunt ook in het licht van de vingerwijzing die Uw Raad in genoemd arrest heeft gegeven toereikend zijn gemotiveerd. Uit het verband tussen de door het hof in aanmerking genomen aanwijzingen en die vingerwijzing volgt ook reeds dat en waarom het hof, anders dan de steller van het middel bij enkele van de besproken deelklachten aanvoert, bij de bewijsvoering van het oogmerk aan die aanwijzingen betekenis kon hechten.
46. De steller van het middel formuleert vervolgens een aantal deelklachten die op de bewijsvoering van
deelnemingaan de in de bewezenverklaring omschreven criminele organisatie betrekking hebben. Alvorens op die deelklachten in te gaan merk ik het volgende op.
47. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr Pro is sprake ‘indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk’. [91] Ook betrekkelijk passieve gedragingen kunnen de kwalificatie ‘deelneming’ rechtvaardigen. [92] Van het hebben van een aandeel in dan wel ondersteunen van dergelijke gedragingen is geen sprake als de vastgestelde activiteiten van de betrokkene verband houden met aspecten van de organisatie die los staan van het criminele oogmerk. [93] A-G Hofstee heeft het wel aldus geformuleerd dat ‘de deelnemers aan een organisatie die in de criminele tak ervan geen enkele rol spelen buiten schot blijven’. [94]
48. De steller van het middel meent dat uit ’s hofs bewijsvoering niet kan blijken dat de verdachte een aandeel heeft gehad in, dan wel heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het criminele oogmerk (randnummer 59). In dit verband wordt herhaald dat de verdachte geen deel uitmaakte van het samenwerkingsverband van [medeverdachte 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . En de steller van het middel wijst er voorts op dat er aanwijzingen zijn dat [medeverdachte 1] door andere leden zou zijn aangesproken op zijn gedrag.
49. Het hof heeft geconcludeerd dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de leden van de Hells Angels Haarlem, de Stichting Hells Angels Haarlem en [betrokkene 3] . Die gevolgtrekking wordt in cassatie niet bestreden. De steller van het middel heeft met diverse deelklachten bestreden dat deze organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. In het voorgaande is aangegeven dat en waarom deze deelklachten falen. Dat de verdachte geen deel uitmaakte van het door de steller van het middel genoemde viertal is niet van belang in verband met de beoordeling van de bewijsvoering inzake het deelnemen aan de genoemde organisatie. Of [medeverdachte 1] door andere leden van de organisatie op zijn gedrag zou zijn aangesproken evenmin.
50. De achtste deelklacht faalt.
51. De steller van het middel voert vervolgens aan dat uit het deelnemen door de verdachte aan vergaderingen van de Hells Angels Haarlem niet kan volgen dat door de verdachte is (mee)beslist over zaken die met het bewezenverklaarde oogmerk verband houden en dat hij daarvan wetenschap had (randnummer 64). In het bijzonder zou uit ’s hofs overwegingen niet kunnen volgen dat (in een vergadering) is besloten dat [getuige 2] zijn motor diende in te leveren en dat [betrokkene 5] een boete diende te betalen (randnummers 67.1 en 67.2).
52. Uit ’s hofs vaststellingen volgt dat de verdachte één van de negen deelnemers aan de vergaderingen van de Hells Angels Haarlem was. Die vergaderingen werden (in beginsel) eens per twee weken gehouden. Het hof heeft voorts verklaringen en bescheiden voor het bewijs gebezigd waaruit blijkt dat besluiten alleen werden genomen als alle leden aanwezig waren. [95] Anders dan de steller van het middel meen ik dat het hof in de wijze waarop voorafgaand aan een vergadering de opvatting van [medeverdachte 1] werd gepeild, de uitzondering heeft kunnen zien die deze regel bevestigt. Een en ander brengt mee dat de aanwezigheid van de verdachte bij de vergaderingen waar werd beslist over het door [getuige 2] achter moeten laten van zijn motor en over het opleggen van een boete aan [betrokkene 5] , cruciaal was.
53. Dat door alle leden en dus ook door de verdachte is vergaderd over het door [getuige 2] moeten inleveren van zijn motor heeft het hof afgeleid en kunnen afleiden uit de drie aangehaalde OVC-gesprekken. Het eerste is het gesprek tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] waarin [medeverdachte 1] over de motor van [getuige 2] zegt: ‘lekker laten staan’. [betrokkene 3] zegt tegen [medeverdachte 1] dat zij aan [betrokkene 1] zal doorgeven hoe [medeverdachte 1] over de kwestie denkt en merkt vervolgens op: ‘ze kunnen niks beslissen zonder jou’. In het tweede gesprek, eveneens tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] , wordt gesproken over het voorstel om de motor van [getuige 2] te verkopen. In dat gesprek vertelt [betrokkene 3] tegen [medeverdachte 1] dat [betrokkene 2] een bestemming van een deel van de opbrengst van de motor heeft genoemd en heeft aangegeven dat als [medeverdachte 1] dat wil, hij ‘het in de groep (gaat) gooien’. In het derde gesprek, tussen [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] , bespreekt [betrokkene 2] een appje van [getuige 2] dat hij heeft ontvangen. [medeverdachte 1] herinnert [betrokkene 2] aan ‘wat we hebben afgesproken’. [betrokkene 2] zegt dat hij het met ‘de gasten’ over het appje zal hebben. Hij geeft aan dat [medeverdachte 1] niet hoeft ‘te bellen en te doen. Terwijl wij misschien een andere koers gaan varen’. [96]
54. Inzake het opleggen van de boete aan [betrokkene 5] heeft het hof gewezen op een gesprek van 10 december 2015 tussen [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en een NN-man dat over [betrokkene 5] ging. Het hof heeft uit dat gesprek afgeleid en ook kunnen afleiden dat door alle leden van de Hells Angels Haarlem, dus ook door de verdachte, is vergaderd en gestemd over het opleggen van een boete aan [betrokkene 5] . Ik wijs er daarbij in het bijzonder op dat [medeverdachte 1] in dat gesprek heeft gezegd: ‘maar ik sta gewoon achter de jongens die een beslissing hebben genomen’ en ‘Maar op het moment dat er beslissingen zijn genomen dan eh kan ik er ook niks meer aan doen. Want wij zijn mannen van ons woord en als er ehh met zijn allen wordt gezegd van zo gaat het gebeuren dan gaat het uiteindelijk zo gebeuren’. Dat de uitlatingen van [medeverdachte 1] in het tapgesprek ‘door geen enkel ander bewijsmiddel gestaafd’ worden, zoals de steller van het middel aanvoert, staat er niet aan in de weg dat het hof daar de in het arrest vermelde vaststellingen op heeft kunnen baseren. Tot nadere motivering was het hof niet gehouden.
55. Het hof heeft voorts uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de beslissingen die door de vergadering genomen werden de leden sterk bonden. Ik wijs daarbij op de opmerkingen van medeverdachte [medeverdachte 1] naar aanleiding van de aan [betrokkene 5] opgelegde boete. De beslissingen waar de verdachte door aan de vergaderingen deel te nemen en aldaar te stemmen aan meewerkte waren de grondslag voor de daaropvolgende (strafbare) gedragingen jegens [getuige 2] en [betrokkene 5] . Het hof heeft in dat licht kunnen oordelen dat de verdachte door het deelnemen aan deze vergaderingen en door daarin te stemmen een aandeel had in (dan wel ondersteunde) gedragingen die strekten tot (of rechtstreeks verband hielden met) de verwezenlijking van het bewezenverklaarde oogmerk van de organisatie (het plegen van onder meer bedreiging met geweld en afpersing).
56. Daarbij kan ook met een schuin oog worden gekeken naar rechtspraak en literatuur over het begrip feitelijke leidinggeven. Ook daar kan het gaan om persoonlijke verantwoordelijkheid voor gedragingen die in de context van een organisatie worden begaan. Van feitelijke leidinggeven kan volgens Uw Raad onder meer sprake zijn ‘bij de verdachte die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van verboden gedragingen en die zulke maatregelen achterwege laat’. [97] De Hullu meent dat een taakverdeling binnen een bestuur van een rechtspersoon bij het gehouden zijn tot ingrijpen relevant kan zijn. [98] Van een taakverdeling was in dit verband geen sprake, het ging om democratisch genomen beslissingen. En de verdachte bleef na de vergaderingen waarin de betreffende beslissingen werden genomen lid, en was (uitgaande van de normering van het feitelijke leidinggeven) ook na de vergaderingen gehouden maatregelen te treffen ter voorkoming van de voorgenomen misdrijven.
57. Ik merk nog op dat deelneming aan een criminele dan wel terroristische organisatie ook in een arrest van 3 juli 2012 (mede) uit het deelnemen aan bijeenkomsten was afgeleid. [99] De misdrijven waarop het oogmerk was gericht, waren (kort gezegd) opruiing (de artt. 131 en 132 Sr), het aanzetten tot haat en geweld (art. 137d Sr), en bedreiging (art. 285 Sr Pro). Uw Raad overwoog dat het hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen had vastgesteld dat de verdachte ‘met enige regelmaat bijeenkomsten bijwoonde waarbij de gewelddadige verspreiding van de islam werd gepropageerd en waarbij beeldmateriaal van onthoofdingen werd vertoond’. En voorts dat de verdachte ‘zelf voor zulke bijeenkomsten wel eens beeldmateriaal meebracht van het afslachten van vrouwen en kinderen en van het opblazen van Russische tanks, teneinde het gedachtegoed van de jihad uit te dragen’. Het hof had voorts vastgesteld dat de verdachte ‘actief heeft willen bijdragen aan het propageren van de islam door aan bedoelde bijeenkomsten deel te nemen en mee te werken aan de verspreiding van een geschrift met radicale inhoud, getiteld "How to catch a wolf", waarin tot de gewapende jihad wordt opgeroepen’ (rov. 2.5). ’s Hofs oordeel ‘dat de verdachte door zo te handelen daadwerkelijk een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het binnen de organisaties bestaande oogmerk en derhalve aan die organisaties heeft "deelgenomen" in de hiervoor bedoelde betekenis’ was volgens Uw Raad niet onbegrijpelijk (rov. 2.6).
58. Keijzer stelde in zijn noot onder het arrest dat de term ‘ondersteunt’ veronderstelt ‘dat de betrokkene het plegen van misdrijven als door de organisatie beoogd bevordert, in die zin dat het gevaar van verwezenlijking van die misdrijven wordt vergroot’. [100] Voor zover die eis van ‘bevordering’ (ook in deze context) geldt, is daar naar het mij voorkomt in de onderhavige zaak aan voldaan: door deel te nemen aan besluitvorming inzake deze beslissingen, die de basis vormden voor de daaropvolgende (strafbare) gedragingen jegens [getuige 2] en [betrokkene 5] , heeft de verdachte het gevaar van verwezenlijking vergroot. Keijzer wees in verband met de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte op het proefschrift van De Vries-Leemans, die schreef: ‘Zo zal bijvoorbeeld het spreken op vergaderingen alleen dan strafbare deelneming kunnen opleveren indien met het betoog ook daadwerkelijk een bijdrage wordt geleverd aan de verwezenlijking van het oogmerk, bijvoorbeeld door het opruien van de toehoorders tot het plegen van de beoogde misdrijven of door het bewust verschaffen van informatie welke op het plegen van die misdrijven betrekking heeft’. [101] Deze passage illustreert dat het mede van het tenlastegelegde delict en de (andere) omstandigheden van het geval afhangt, of en zo ja welke gedragingen van de verdachte op een bijeenkomst als deelneming in de zin van art. 140 Sr Pro kunnen gelden. Als opruien één van de door de organisatie beoogde misdrijven is, kan het verspreiden van (opruiende) geschriften op een bijeenkomst deelneming opleveren. Het kan dat ook zijn als de opruiing ertoe strekt de door de organisatie beoogde misdrijven door derden (die daartoe opgeruid worden) te laten verwezenlijken. In de context van de onderhavige zaak, waarin door negen leden van de Hells Angels werd besloten over jegens [getuige 2] en [betrokkene 5] te plegen strafbare feiten, heeft het hof kunnen oordelen dat het mogelijk maken en deelnemen aan die besluitvorming deelneming in de zin van art. 140, eerste lid, Sr oplevert.
59. Ik merk ten slotte op dat in hoger beroep niet is aangevoerd dat de verdachte tegen heeft gestemd of nadien de uitvoering van de genomen besluiten op andere wijze heeft getracht te verhinderen. Daarvan blijkt ook niets uit de bewijsvoering van het hof. De raadsman heeft in hoger beroep over het inleveren van de motor door [getuige 2] aangevoerd dat geen sprake was een clubbesluit en ten aanzien van het door [betrokkene 5] betaalde bedrag aangevoerd dat dit op volledig initiatief van [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] was en dat dit geen verband hield met de club. [102]
60. De negende deelklacht faalt.
61. De steller van het middel voert voorts aan dat de betrokkenheid van de verdachte bij de zoektocht naar leden van de Mongols slechts zou kunnen volgen uit het sturen van een ‘duimpje’ met betrekking tot de opmerking dat Lange zou komen (randnummer 67.3). Uit de bewijsvoering zou voorts niet kunnen volgen dat ‘men uit was op een gewelddadige confrontatie’. De uitspraak van [betrokkene 2] in de onderlinge communicatie zou bezwaarlijk anders op te vatten zijn dan dat het de bedoeling was dat wanneer de motoren waarop de Mongols reden ergens zouden staan, die door [betrokkene 2] zouden worden omgetrapt. Dat zou evenwel vernieling opleveren, en dat feit is niet in de bewezenverklaring vermeld als een door de organisatie beoogd misdrijf. Anders dan het hof overweegt zou niet kunnen worden geconcludeerd dat de verdachte aldus heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van het in art. 140 Sr Pro bedoelde oogmerk.
62. Het hof heeft overwogen dat uit een in de auto opgenomen gesprek van 9 juni 2016 volgt dat [medeverdachte 3] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] alsmede twee niet-leden van het charter Hells Angels Haarlem in Zandvoort op zoek zijn gegaan naar leden van de Mongols die daar rondreden. Dat werd niet getolereerd want Zandvoort was het territorium van de Hells Angels Haarlem. Ook uit de verdere context van het gesprek blijkt volgens het hof dat men uit was op een gewelddadige confrontatie. Het hof wijst erop dat uit het gesprek volgt dat de telefoons niet meegingen en dat er kennelijk ook een vuurwapen in de auto aanwezig is. Dat sluit aan bij uitlatingen van [betrokkene 1] : ‘Zou mooi zijn op de Zeeweg pik. Als ze weggaan. Taktaktak’. Het hof heeft op grond van deze vaststellingen kunnen oordelen dat de voorgenomen confrontatie niet enkel gericht was op vernieling van motoren, al kon deze daar wel onderdeel van zijn.
63. Het hof overweegt voorts dat blijkt van contact met andere leden van het charter. De andere leden, waaronder de verdachte, hebben volgens het hof allemaal ‘een duimpje’ gestuurd en daarmee aangegeven: ‘goed bezig’. Deze gedraging van de verdachte heeft het hof onder het kopje ‘Aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handelingen?’ aangemerkt als bijdragend/ondersteunend aan ‘de vijandigheid/gewelddadigheid van de Hells Angels Haarlem richting andere motorclubs’. Dat is niet onbegrijpelijk. Ik neem daarbij in aanmerking dat [betrokkene 1] in het afgeluisterde gesprek expliciet vermeldt dat de verdachte een duimpje heeft opgestoken. En dat hij uit de omstandigheid dat ze ‘allemaal’ een duimpje hebben gestuurd afleidt dat (de andere leden vinden dat) ze ‘goed bezig’ zijn. Door het sturen van een duimpje heeft de verdachte aldus de in Zandvoort aanwezige leden van het chapter gesterkt in het voornemen tot het plegen van gewelddadigheden die met het criminele oogmerk van de organisatie verband hielden.
64. De tiende deelklacht faalt.
65. De steller van het middel voert in verband met het deelnemen door de verdachte aan de vergadering van 16 september 2016 voorts aan dat nergens uit blijkt dat het onderwerp van die vergadering het plegen van strafbare feiten was. Voorts zou niet blijken dat hetgeen [medeverdachte 1] aldaar heeft verwoord de instemming had van de bij de vergadering aanwezige leden en/of dat men daarover beslissingen heeft genomen (randnummer 67.4).
66. De onderwerpen die op de vergadering van 16 september 2016 aan de orde kwamen, hadden een ander karakter dan de besluitvorming over de motor van [getuige 2] en de boete voor [betrokkene 5] . Het ging blijkens de bewijsvoering van het hof over de relatie met andere motorclubs, de koers/toekomst van de organisatie zelf (in verband met het werven van nieuwe leden) en het verhullen en afdekken van gedragingen die met de verwezenlijking van het criminele oogmerk verband houden. Deze onderwerpen staan alle drie in verband met de koers van de organisatie. Het bepalen van de koers kan gezien worden als een gedraging die rechtstreeks verband houdt met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Ik neem daarbij in aanmerking dat art. 140, vierde lid, Sr bepaalt dat de gevangenisstraffen ten aanzien van de leiders met een derde kunnen worden verhoogd. Deze formulering maakt duidelijk dat ook de leider wordt gezien als iemand die aan de organisatie deelneemt. Uit de parlementaire behandeling van de wijziging van art. 140 Sr Pro waardoor dit begrip in de strafverzwaringsgrond werd ingevoegd, kan worden afgeleid dat voor het zijn van ‘leider’ doorslaggevend is het hebben van een bepaalde macht, dan wel gezag, en dat in dat verband van belang is of de betrokkene dwingende aanwijzingen kan geven. [103] Die macht en dat gezag en de bevoegdheid om dwingende aanwijzingen te geven lagen bij de Hells Angels Haarlem in belangrijke mate bij de vergadering waar alle leden aan deelnamen. Mede tegen die achtergrond heeft het hof het deelnemen aan een vergadering waar de koers van het chapter aan de orde was kunnen aanmerken als het hebben van een aandeel in (dan wel ondersteunen van) gedragingen die (strekken tot of) rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
67. Daaraan doet niet af dat niet expliciet blijkt dat hetgeen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] hebben verwoord de instemming van de andere leden van het chapter had. [medeverdachte 1] koppelt het ‘kunnen zeggen dat wij die kankerhonden hier niet hebben’ aan ‘onze eigen houding’ en uit de bewijsvoering blijkt niet dat hij daarin wordt weersproken. Dat geldt ook voor zijn uitlatingen voor zover die met verhullen en afdekken verband houden (‘hier niet praten’; ‘als er echt wat te bespreken valt (…) gaan we ergens anders heen simpel zat’). De uitlating van [betrokkene 1] , inhoudend dat het chapter Haarlem in Holland bekend staat als kei- en keihard, draagt het karakter van een constatering en wordt evenmin weersproken. Uit de weergave van het tijdens de vergadering besprokene blijkt meer in het algemeen niet dat de koers wezenlijk zou zijn bijgesteld.
68. De elfde deelklacht faalt.
69. De steller van het middel klaagt vervolgens over ’s hofs afsluitende overweging, onder het kopje ‘Aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handelingen?’. De conclusie dat de verdachte met andere leden zou hebben vergaderd en gestemd over concrete, door de organisatie te plegen strafbare feiten en over gepleegde strafbare feiten zou uit de daaraan voorafgaande overwegingen van het hof niet kunnen worden getrokken (randnummer 69). Daaruit zou evenmin kunnen blijken dat hij heeft bijgedragen aan gewelddadigheid jegens Satudarah, No Surrender en de Mongols. Voorts zou het hof ten onrechte de in de vergadering van 16 september 2016 door [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] gedragen lijn als door de vergadering gedragen hebben geïnterpreteerd. En uit de aanwezigheid van de verdachte bij die vergadering zou niet kunnen worden geconcludeerd dat hij heeft ‘deelgenomen’ aan gesprekken over verhulling en afdekking verband houdend met het criminele oogmerk van de organisatie.
70. Deze klachten zijn deels een herhaling van voorgaande deelklachten. Uit de bespreking van die deelklachten volgt reeds dat en waarom het hof uit de vastgestelde feiten en omstandigheden heeft kunnen afleiden dat de verdachte met andere leden heeft vergaderd en gestemd over concrete, door de organisatie te plegen strafbare feiten jegens [getuige 2] en [betrokkene 5] . En dat bij de vergadering van 16 september 2016 over gepleegde strafbare feiten (in het bijzonder de vechtpartij met de Mongols in het hotel van Van der Valk in Rotterdam) is gesproken. Uit die bespreking volgt voorts dat het hof uit het opgestoken duimpje dat de verdachte heeft gestuurd, heeft kunnen afleiden dat hij op 9 juni 2016 heeft ingestemd met het voornemen tot het plegen van gewelddadigheden jegens Mongols in Zandvoort. Dat aan deze instemming belang toekwam heeft het hof kunnen afleiden uit de daaropvolgende uitlatingen van [betrokkene 1] , en meer in het algemeen uit het functioneren van de Hells Angels Haarlem als ‘club’. Dat de verdachte meer in het algemeen instemde met gewelddadigheden jegens leden van Satudarah, No Surrender en Mongols als zij zich in het territorium van de Hells Angels Haarlem ophielden heeft het hof ook kunnen afleiden uit de uitlatingen van [medeverdachte 1] tijdens de vergadering van 16 september 2016, die aan ‘onze eigen houding’ toeschrijft dat andere OMG’s niet in Haarlem komen. Met de overweging dat de verdachte heeft ‘deelgenomen’ aan gesprekken over verhulling en afdekking verband houdende met het criminele oogmerk van de organisatie heeft het hof kennelijk bedoeld dat de verdachte heeft deelgenomen aan de vergadering waarin is gesproken over dit onderwerp. Zo gelezen is ook deze overweging niet onbegrijpelijk.
71. De twaalfde deelklacht faalt.
72. De steller van het middel voert voorts aan dat het door het hof vastgestelde (extra) wachtlopen bezwaarlijk als een verwezenlijking van een crimineel oogmerk kan worden beschouwd. Om die reden zou het oordeel van het hof dat de verdachte door aan het wachtlopen een bijdrage te leveren een crimineel oogmerk van de organisatie zou hebben ondersteund, onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd zijn. Dat de verdachte of andere leden bij het wachtlopen beschikten over een wapen of dat zij dat zouden tolereren, zou niet kunnen blijken (randnummer 72).
73. Met betrekking tot het doel van het wachtlopen citeert het hof een passage uit een gesprek tussen de medeverdachten [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] van 4 januari 2016. Daarin wordt in relatie tot de club gesproken over een vuurwapen. Het hof citeert voorts een passage uit een gesprek dat later die dag tussen de medeverdachten [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] is gevoerd. Daarin wordt gesproken over het gebruiken van ‘dat ding’ als iemand voor de deur staat. Vervolgens citeert het hof een passage uit een gesprek tussen de medeverdachten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] van 30 november 2015 waarin [betrokkene 1] aangeeft dat met de Kerst en Oud en Nieuw wachtgelopen zal moeten worden, en een passage uit een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] van 18 december 2015, de dag na de mishandeling van No Surrenderlid [getuige 9] , waarin [medeverdachte 1] aangeeft dat het ‘ons’ goed leek om die avond ‘bemand’ te zijn ‘hier’.
74. Het hof heeft uit deze gesprekken in combinatie met het criminele oogmerk van de organisatie afgeleid dat het doel van het wachtlopen de beveiliging van het clubhuis is. Het hof heeft daarbij in de eerste plaats gewezen op de aanwezigheid ‘op enig moment’ van een vuurwapen in het clubhuis dat gebruikt kan worden in geval van eventuele indringers, in de tweede plaats op het wachtlopen met Kerst en Oud en Nieuw, ‘dagen waarop het onwaarschijnlijk is dat een buitenlands member spontaan zou langskomen’ en in de derde plaats op de ‘extra’ beveiliging na de mishandeling van een lid van No Surrender. Anders dan de steller van het middel meen ik dat het hof het wachtlopen, in het licht van deze doelstelling, heeft kunnen aanmerken als het hebben van een aandeel in (dan wel ondersteunen van) gedragingen die (strekken tot of) rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie. Het zijn de misdrijven waarvan de organisatie het plegen tot oogmerk heeft die het wachtlopen ter beveiliging noodzakelijk maken.
75. Aan de begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af dat uit ’s hofs vaststellingen niet volgt dat de verdachte over het wapen beschikte als hij wacht liep. Het wachtlopen was niet gekoppeld aan het beschikken over het wapen, maar aan de beveiliging van het clubhuis. En aan de begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet evenmin af dat, zoals de steller van het middel aanvoert, niet alle leden mogelijk hetzelfde dachten over het voorhanden hebben van een vuurwapen.
76. De dertiende deelklacht faalt.
77. De steller van het middel voert voorts aan dat de vaststelling van het hof dat de verdachte voor [medeverdachte 1] zou hebben betaald tijdens diens detentie niet uit de daarop betrekking hebbende overwegingen kan worden afgeleid; die vaststelling zou daarom onbegrijpelijk zijn (randnummer 76). En zelfs als de verdachte wel betaald zou hebben voor [medeverdachte 1] tijdens diens detentie zou dit niet het oordeel rechtvaardigen dat daarmee een bijdrage aan of ondersteuning van een crimineel oogmerk van de organisatie werd geleverd (randnummer 77). Niet zou immers blijken dat het strafbare feit waarvoor [medeverdachte 1] vast zat, was gepleegd uit naam van Hells Angels Haarlem of daarmee in verband te brengen was.
78. Het hof heeft in verband met het ‘betalen voor een gedetineerd lid’ gewezen op de verklaring die medeverdachte [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep als getuige over de ‘BHC-potten’ heeft afgelegd: ‘
dit is een pot met geld voor jongens die vastzitten’. Het hof vermeldt daarbij dat op één van de potten de naam ‘ [medeverdachte 1] ’ staat. Het hof heeft daarna gewezen op hetgeen tijdens de vergadering van 16 september 2016 is gezegd door [medeverdachte 1] , die op dat moment met verlof uit detentie was: ‘
Kijk wij hebben een huurhuis ja? En wij redden het financieel wel (..) Maar ik weet ook, ik zie hier ook mensen die een fucking baan hebben met een contract, fucking hypotheken hebben, die echt fucking gezeik krijgen wanneer ze een tijdje weggaan en weet je wat het allerergste dan is dan moet het niet zo zijn dat nu moeten jullie voor mij betalen (…)’. Het hof heeft uit ‘het voorgaande, in onderlinge samenhang’ afgeleid dat de verdachte voor [medeverdachte 1] heeft betaald tijdens zijn detentie. Het hof stelt voorts vast dat [medeverdachte 1] was gedetineerd in verband met een veroordeling voor bezit van diverse zware wapens. Het hof overweegt vervolgens dat [medeverdachte 1] vanuit detentie, via [betrokkene 3] en [betrokkene 2] , zijn invloed en stemrecht uitoefende bij de Hells Angels Haarlem. Volgens ’s hofs oordeel is de betaling door de verdachte voor [medeverdachte 1] ‘aan te merken als ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie’.
79. Uit de bewijsvoering van het hof volgt dat de leden van de club in zijn algemeenheid met een financiële bijdrage zorgden voor hun leden wanneer deze gedetineerd raakten. Ik wijs in dat verband op ‘s hofs overwegingen onder het kopje ‘Belonen en aanmoedigen van strafbare gedragingen’. Het hof heeft naar het mij voorkomt ook uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat de verdachte voor [medeverdachte 1] heeft betaald tijdens diens detentie. Dat volgt niet alleen uit diens uitlatingen; uit de bewijsmiddelen, in hun geheel beschouwd, volgt ook dat van het sociale verband van de Hells Angels Haarlem een betrekkelijk grote druk op de leden uitging. Ik neem voorts in aanmerking dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de Stichting Hells Angels in 2015 in totaal € 1.200 overmaakte aan de medeverdachte [medeverdachte 1] (bewijsmiddel 4). En dat uit de bewijsoverwegingen volgt dat op 23 juli 2016 een inzameling voor medeverdachte [medeverdachte 1] plaatsvond en dat bij de doorzoeking van het clubhuis op 26 januari 2017 een BHC-pot is aangetroffen met daarop de naam ‘ [medeverdachte 1] ’.
80. Het hof heeft het betalen voor een gedetineerd lid voorts als het hebben van een aandeel in (dan wel ondersteunen van) gedragingen die (strekken tot of) rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in art. 140 Sr Pro omschreven oogmerk kunnen aanmerken. Die betalingen maakten duidelijk dat de mogelijke financiële gevolgen van detentie niet of in mindere mate een reden behoefden te zijn om van het plegen van misdrijven die met het charter verband hielden af te zien. Door voor een gedetineerd lid te betalen, bevorderde de verdachte aldus het plegen van misdrijven als door de organisatie beoogd; het gevaar van verwezenlijking van die misdrijven werd vergroot. Dat brengt mee dat het niet relevant is of [medeverdachte 1] op dat moment gedetineerd zat voor een strafbaar feit dat gerelateerd kan worden aan de Hells Angels Haarlem.
81. De veertiende deelklacht faalt.
82. De steller van het middel voert daarna aan dat het feit dat [medeverdachte 1] via [betrokkene 3] en [betrokkene 2] vanuit detentie invloed had op en zijn stemrecht binnen het charter kon uitoefenen, evenmin toereikend is voor de conclusie dat met het tijdens detentie betalen voor [medeverdachte 1] een bijdrage/ondersteuning werd geleverd aan enig crimineel oogmerk (randnummer 80).
83. Uit ’s hofs overwegingen kan, meen ik, niet worden afgeleid dat het door de verdachte tijdens diens detentie betalen voor [medeverdachte 1] als een ‘deelneming’ opleverende gedraging is aangemerkt in verband met het tijdens detentie uitoefenen van invloed dan wel stemrecht door [medeverdachte 1] . In zoverre gaat de steller van het middel naar het mij voorkomt uit van een verkeerde lezing van het arrest.
84. De vijftiende deelklacht faalt.
85. De steller van het middel voert inzake het betalen van contributie door de verdachte aan dat uit de overwegingen van het hof niet zou kunnen volgen dat de contributie ook diende voor betaling van het ‘sweepen’ en bewaken van het clubhuis, of voor betalingen aan gedetineerde leden (randnummer 83). Zonder nadere motivering zouden de conclusies met betrekking tot de contributiebetaling als bijdragende/ondersteunende handelingen voor het criminele oogmerk onbegrijpelijk zijn (randnummer 86).
86. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte contributie heeft betaald voor het lidmaatschap van de Hells Angels Haarlem. Het hof heeft daarbij gewezen op de verklaring die medeverdachte [medeverdachte 4] in hoger beroep als getuige heeft afgelegd, inhoudend dat hiermee de vaste lasten voor het clubhuis werden betaald; gas, water, licht, internet en de gemeentelijke belastingen. Het hof heeft vervolgens overwogen dat het clubhuis het hart vormde van de Hells Angels Haarlem. De leden kwamen daar samen, er werden besluiten genomen en allerlei andere gesprekken gevoerd in verband met het criminele oogmerk van de organisatie. Het clubhuis moest worden ‘gesweept’ en bewaakt en er werd geld ingezameld voor gedetineerde leden. Het hof concludeert dat het betalen van de vaste lasten voor dit clubhuis kan worden beschouwd als ondersteunend/bijdragend aan het criminele oogmerk van de organisatie.
87. Uit de bewijsvoering van het hof volgt dat de leden samenkwamen in het clubhuis, dat daar onder meer werd vergaderd en gestemd, en dat daar gesprekken werden gevoerd die verband hielden met het criminele oogmerk van de organisatie. Als de leden geen contributie hadden betaald waaruit de vaste lasten voldaan konden worden, zou de Stichting Hells Angels Haarlem het clubhuis niet beschikbaar hebben kunnen houden voor de leden. Dat brengt mee dat het hof het betalen van de contributie heeft kunnen aanmerken als (het hebben van een aandeel in dan wel) ondersteunen van gedragingen die (strekken tot of) rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in art. 140 Sr Pro bedoelde oogmerk. Door het betalen van de contributie is het gevaar van verwezenlijking van het criminele oogmerk vergroot. Daaraan doet niet af dat uit de bewijsvoering geen verband blijkt tussen het betalen van contributie en het sweepen en bewaken van het clubhuis alsmede het doen van betalingen aan gedetineerde leden.
88. Ik wijs er in dit verband ook op dat in art. 140 Sr Pro expliciet is bepaald: ‘Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt mede begrepen het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van de daar omschreven organisatie’. [104] Uit rechtspraak van Uw Raad volgt dat deze omschrijving niet afdoet aan de eis dat de betrokkene dient te behoren tot het samenwerkingsverband. De verduidelijking heeft volgens Uw Raad betrekking op het vereiste van een aandeel in of ondersteunen van bepaalde gedragingen. [105] Zij kan naar het mij voorkomt aldus worden begrepen dat – volgens de wetgever – aan die eis voldaan is indien van één van de in dit lid genoemde handelingen sprake is, zonder dat nadere vaststellingen vereist zijn over een specifiek doel waarvoor de geldelijke of andere steun is aangewend dan wel de gelden of personen zijn geworven.
89. De zestiende deelklacht faalt.
90. Ten slotte voert de steller van het middel aan dat uit de bewijsvoering niet zou volgen dat de verdachte in zijn algemeenheid wist (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven had (randnummer 87). In zoverre er gedragingen zijn waarvan uit de bewijsvoering zou kunnen volgen dat zij door de verdachte zijn verricht, zouden deze niet kunnen strekken tot noch rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het binnen de organisatie bestaande oogmerk. Mitsdien zou de bewezenverklaring van de deelneming van de verdachte aan een organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven onvoldoende met redenen omkleed.
91. Om een persoon als deelnemer aan de organisatie te kunnen aanmerken, is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. [106] Niet vereist is dat de verdachte enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven heeft gehad.
92. Het hof heeft geoordeeld dat in het verrichten van ‘al de hiervoor genoemde gedragingen’, waarmee de verdachte ‘aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragen en ondersteunende handelingen heeft verricht’, de wetenschap van de verdachte van dit oogmerk besloten ligt. Het hof heeft in de eerste plaats het deelnemen aan vergaderingen over en het stemmen over het door [getuige 2] achter moeten laten van zijn motor en het opleggen van een boete aan [betrokkene 5] in aanmerking genomen. Het hof heeft voorts (onder meer) het deelnemen aan een vergadering van 16 september 2016, waar de relatie met andere motorclubs, de koers/toekomst van de organisatie zelf en verhullen/afdekken besproken werden in aanmerking genomen. Naar het mij voorkomt heeft het hof in het bijzonder uit deze gedragingen de wetenschap van de verdachte van het criminele oogmerk van de organisatie kunnen afleiden. Mede in dat licht heeft het hof kunnen aannemen dat ook het wachtlopen, het betalen voor een gedetineerd lid en het betalen van de contributie plaatsvond terwijl de verdachte (in zijn algemeenheid) wist van het criminele oogmerk van de organisatie.
93. De zeventiende deelklacht faalt. Dat brengt mee dat het eerste middel faalt.
94. Ik merk nog op dat het hof van een aantal gedragingen van de verdachte separaat heeft vastgesteld dat deze deelneming door de verdachte aan een criminele organisatie opleveren. Uw Raad heeft eerder ook wel beoordeeld of een samenstel van door het hof vastgestelde gedragingen als deelneming kan worden aangemerkt. [107] Beide benaderingen zijn mijns inziens verenigbaar met de interpretatie die Uw Raad aan het begrip ‘deelneming’ heeft gegeven. Anders dan bij medeplegen behoeft niet een bijdrage van ‘voldoende gewicht’ te worden vastgesteld. [108] Het optellen van verschillende gedragingen teneinde aan dit gewicht te komen is zo bezien niet noodzakelijk. In beide benaderingen geldt mede in dat licht naar het mij voorkomt dat in het geval Uw Raad van oordeel zou zijn dat één van de door het hof in aanmerking genomen gedragingen niet zelfstandig als ‘deelneming’ kan worden aangemerkt, dit nog niet behoeft mee te brengen dat voldoende belang bij cassatie bestaat.
Het tweede middel
95. Het tweede middel bevat een klacht over de strafmotivering. Het hof zou bij het bepalen van de straf vaststellingen hebben gedaan die niet zijn terug te vinden in de bewijsvoering noch uit de processen-verbaal van de terechtzittingen kunnen blijken. Het in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat het feit de verdachte zwaarder wordt aangerekend omdat hij zou hebben geweten dat enkele leden van het charter strafbare feiten pleegden en op meerdere momenten zouden hebben deelgenomen aan de besluitvorming in het kader van bijvoorbeeld afpersingen, zou niet begrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd zijn.
96. Het hof heeft in het kader van de strafmotivering onder meer het volgende overwogen:
‘Het hof heeft daarbij vastgesteld, dat in de bewezenverklaarde periode meerdere ernstige geweldsincidenten waaronder afpersingen, mishandelingen en brandstichtingen hebben plaatsgevonden die direct gerelateerd kunnen worden aan de club Hells Angels charter Haarlem. Op meerdere momenten zijn de geweldsacties besproken binnen het charter. Alle ‘full colour members’ zijn ervan op de hoogte geweest dat door enkele leden van het charter, tegen de achtergrond van hun lidmaatschap van de Hells Angels, strafbare feiten werden gepleegd. De ‘full colour members’ hebben op meerdere momenten deelgenomen aan de besluitvorming die plaatsvond in het kader van bijvoorbeeld afpersingen.’
97. De steller van het middel voert aan dat het hof bij de bepaling van de straf rekening heeft gehouden met het feit dat alle ‘full colour members’, en dus ook verdachte, ervan op de hoogte zijn geweest dat door enkele leden van het charter, tegen de achtergrond van hun lidmaatschap van de Hells Angels, strafbare feiten werden gepleegd en dat zij op meerdere momenten hebben deelgenomen aan de besluitvorming die plaatsvond in het kader van bijvoorbeeld afpersingen, terwijl dit niet zou blijken uit de bewijsvoering of de processen-verbaal van de zittingen. De strafmotivering zou derhalve niet begrijpelijk en/of onvoldoende met redenen omkleed zijn.
98. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 1 mei 2014 tot en met 26 januari 2017 heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (kort samengevat) openlijke geweldpleging, brandstichting, dwang, bedreiging, (zware) mishandeling (met voorbedachte raad en van ambtenaren), afpersing en het voorhanden hebben van (een) wapen(s) en munitie. Deze organisatie bestond uit de full members van het charter Hells Angels Haarlem, waaronder de verdachte, alsmede [betrokkene 3] en de Stichting Hells Angels Haarlem. Het hof heeft onder het kopje ‘1. Deelnemen aan vergaderingen: besluitvorming/koersbepaling’ onder het subkopje ‘Aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handelingen’ onder meer vastgesteld dat de verdachte ‘met de andere leden van de Hells Angels Haarlem (heeft) vergaderd en gestemd over concrete, door de organisatie te plegen strafbare feiten en heeft vergaderd over gepleegde strafbare feiten’. Daarin ligt, zo stelt het hof onder het kopje ‘Conclusie met betrekking tot wetenschap’ vast, wetenschap van de verdachte van het criminele oogmerk van de organisatie besloten.
99. Daarmee vindt de door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat de verdachte ervan op de hoogte is geweest ‘dat door enkele leden van het charter, tegen de achtergrond van hun lidmaatschap van de Hells Angels, strafbare feiten werden gepleegd’ een toereikende basis in de feiten die het hof in de bewijsmotivering heeft vastgesteld. En dat geldt ook voor de omstandigheid dat hij ‘op meerdere momenten (heeft) deelgenomen aan de besluitvorming die plaatsvond in het kader van bijvoorbeeld afpersingen’. Van belang is in de eerste plaats de besluitvorming inzake de afpersing van [getuige 2] en [betrokkene 5] . Mede in aanmerking genomen dat door de ledenvergadering genomen beslissingen de leden in sterke mate bonden, heeft het hof daaruit kunnen afleiden dat de verdachte wist dat door andere leden ‘strafbare feiten werden gepleegd’. Ik wijs er daarbij op dat voorbereiding van en poging tot afpersing reeds strafbaar is. Wat de gepleegde strafbare feiten betreft wijs ik voorts op de vergadering van 16 september 2016, waar ‘onze eigen houding’ tegen andere motorclubs, het beleid dat ‘te donker’ is, het vast kunnen komen te zitten naar aanleiding van de vechtpartij met de Mongols in het Van der Valk hotel in Rotterdam en het verhullen/afdekken voorbij kwamen. Tegen die achtergrond meen ik dat de klacht, die ik aldus begrijp dat deze door het hof in aanmerking genomen omstandigheid geen toereikende basis zou hebben in de door het hof vastgestelde feiten, faalt. [109]
100. Het tweede middel faalt.
Afronding
101. Beide middelen falen en kunnen in beginsel worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
102. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 11 mei 2017, p. H199.
2.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 9 juli 2014, p. F0429.
3.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] d.d. 9 september 2014, p. F0592-0593 en proces-verbaal gesprek [getuige 4] van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 22 mei 2017, p. H213-214.
4.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 8] d.d. 22 augustus 2015, p. F1162-1163.
5.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] d.d. 5 januari 2016, p. F1199-1200.
6.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] d.d. 7 juni 2017, p. F2429.
7.Proces-verbaaI van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 5] d.d. 16 februari 2017, p. H 175-178.
8.De verklaring van getuige [getuige 3] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2020, p. 65-66.
9.De verklaring van getuige [getuige 6] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2020, p. 61-65.
10.De verklaring van getuige [betrokkene 5] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2020, p. 111.
11.De verklaring van getuige [getuige 7] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2020, p. 55-56.
12.Proces-verbaal terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2020, p. 19.
13.De verklaring van getuige [getuige 2] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 17 november 2020, p. 92.
14.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 12] d.d. 7 maart 2017, p. H186.
15.De verklaring van getuige [getuige 1] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2020, p 45-46.
16.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/197.
17.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren OVC Brandaris van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 14] , p. K2.7/105, 106 en 111.
18.Proces-verbaal van bevindingen spoedtaps n.a.v. krantenbericht van verbalisant [verbalisant 15] d.d. 13 mei 2015, p F0006.
19.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 16] d.d. 7 juni 2017, F2414-2415.
20.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 17] d.d. 22 mei 2017, p. F2356.
21.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 17] d.d. 22 mei 2017, p. F2363.
22.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p C-27/66.
23.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] d.d. 22 april 2016, p. L1.2/771- 772.
24.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Arrestantenbus van verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 18] d.d. 20 februari 2017, p. K2.10/004.
25.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC VW Golf van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 19] d.d. 10 november 2015, p. K2.3/0038.
26.De verklaring van getuige [betrokkene 1] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2020, p. 12.
27.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/176.
28.Proces-verbaal van bevindingen bolhamers van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 28 maart 2017, p. F1976 en 1981.
29.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 22 maart 2017, p. P/A en proces-verbaal van bevindingen bolhamers van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 28 maart 2017, p. F1978-1980.
30.Proces-verbaal van bevindingen toezicht [a-straat] Haarlem van verbalisant [verbalisant 20] d.d. 2 augustus 2016, p. F0207.
31.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/196.
32.Proces-verbaal van bevindingen uitsluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/199.
33.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] d.d. 3 april 2017, p. F1950.
34.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p. C-27/66.
35.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren OVC Arrestantenbus van verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 18] d.d. 20 februari 2017, p. K2.10/012.
36.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/201-202.
37.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/082 en proces-verbaal van bevindingen aanvulling OVC Clubhuis van verbalisant [verbalisant 21] d.d. 1 mei 2017, p. K2.6/230-231.
38.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [medeverdachte 5] en [betrokkene 20] d.d. 14 januari 2017, p. L1.2/699-700 en proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 16] d.d. 28 februari 2017, p. F1854-1855.
39.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p. C-27/5 en 6.
40.De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep van 18 en 21 januari 2021, p. 34 en 76.
41.De verklaring van getuige [medeverdachte 5] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 40.
42.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC VW Golf van verbalisant [verbalisant 19] d.d. 12 juni 2016, p. K2.3/1323.
43.De verklaring van getuige [medeverdachte 6] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 55.
44.De verklaring van getuige [medeverdachte 2] ter terechtzitting in hoger beroep 18 januari 2021, p. 24.
45.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 22] d.d. 22 november 2016, p. F0331 en de verklaring van getuige [getuige 1] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2020, p. 43, 46 en 47.
46.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p. C-27/10.
47.De verklaring van getuige [betrokkene 4] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2020, p. 104.
48.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2015, p. L1.2/653-654.
49.Zie de uitwerking van de bewijsmiddelen in de bewijsmiddelenbijlage onder zaaksdossier C14 Uitkijk.
50.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] d.d. 30 juni 2015, p. L1.1/027-028.
51.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren PI Zwaag van verbalisanten [verbalisant 15] en [verbalisant 23] d.d. 24 juli 2015, p. K2.1/041, 42.
52.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] d.d. 13 augustus 2015, p. L1.2/455.
53.Zie de uitwerking van de bewijsmiddelen in de bewijsmiddelenbijlage onder zaaksdossier C17 Millennium.
54.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Seat van verbalisant [verbalisant 24] d.d. 17 juli 2017, p. K 2.4/608-609.
55.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC van verbalisanten [verbalisant 19] , [verbalisant 25] en [verbalisant 26] d.d. 15 juli 2016, p. K2.3/1290-1300.
56.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/170-204.
57.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p. C-27/180.
58.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 13 december 2016, p. F0253-0261.
59.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/171.
60.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/183 en 185.
61.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/196.
62.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/197.
63.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/198.
64.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/199.
65.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016, p. K2.6/201-202.
66.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 17] d.d. 22 mei 2017, p. F2352.
67.De verklaring van getuige [medeverdachte 6] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 56.
68.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [verdachte] en [betrokkene 1] d.d. 20 mei 2015, p. I.1.2/423.
69.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Mercedes van verbalisanten [verbalisant 27] en [verbalisant 28] d.d. 14 oktober 2016, p. K2.2/506-507.
70.Proces-verbaal van bevindingen uitluisteren OVC Mercedes van verbalisanten [verbalisant 27] en [verbalisant 28] d.d. 14 oktober 2016, p. K2.2/509.
71.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] d.d. 30 november 2015, p. L1.2/583.
72.Een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [betrokkene 3] en [medeverdachte 1] d.d. 18 december 2015, p. L1.2/545.
73.De verklaring van getuige [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 52.
74.Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 17] d.d. 22 mei 2017, p. F2358.
75.Proces-verbaal bevindingen uitluisteren Clubhuis van verbalisanten [verbalisant 13] en [verbalisant 4] d.d. 6 december 2016. p. K2.6/196.
76.Zaaksrelaas C-27 Criminele Organisatie van Politie Eenheid Noord-Holland d.d. 1 augustus 2017, p. C-27/94.
77.De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 en 21 januari 2021, p. 33.
78.De verklaring van getuige [medeverdachte 6] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 54.
79.De verklaring van getuige [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2021, p. 45.
80.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10406. Zie de conclusie van A-G Assink van 25 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:296.
81.Zie Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:636, 637, 639, 644, 645, 646 en Rechtbank Noord-Holland 18 juli 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:6115, 6181, 6188, 6251, 6252, 6260, 6266, 6268, 6273, 6277, 6280.
82.Rechtbank Limburg 9 juli 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:5442, 5443, 5458, 5465, 5484, 5488, 5489, 5490, 5491, 5492, 5505, 5512, 5524, 5525, 5533, 5544, 5546, 5570, 5571, 5572 (Bandidos); Rechtbank Noord Nederland 13 november 2020, ECLI:RBNNE:2020:3888, 3889, 3892, 3893 (No Surrender); Rechtbank Limburg 22 februari 2019, ECLI:RBLIM:2019:1676 (Satudarah).
83.HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134,
84.HR 26 februari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8741,
85.HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130,
86.De bewezenverklaring spreekt van het charter Haarlem; het hof en de stellers van de middelen gebruiken ook de term chapter. Ik zal in deze conclusie ook beide termen gebruiken.
87.HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134,
88.Vgl. in dat verband Gerechtshof Amsterdam 15 juni 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA7689,
89.Aan de verdachte was onder 2 poging tot zware mishandeling dan wel openlijke geweldpleging bij gelegenheid van deze vechtpartij ten laste gelegd. De verdachte wordt vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat hij een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. [medeverdachte 1] lijkt derhalve over de verdachte te spreken.
91.Vgl. onder meer HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0858,
92.Vgl. HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. Het hof leidde het vereiste opzet af uit het bewust een bedrijfscultuur laten ontstaan en voortbestaan waarin de regels omtrent het melden van ongebruikelijke transacties structureel niet werden nageleefd.
93.Vgl. HR 16 oktober 1990, NJB 1990, nr. 154. Zie daarover nader M.J.H.J. de Vries-Leemans,
94.Conclusie voor HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:448, randnummer 86. Zie in verband met de reikwijdte van het begrip deelneming ook zijn conclusie voor HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:835, randnummer 12. Vgl. voor een weergave van opvattingen over de betekenis van het bestanddeel ‘deelneming’ in de literatuur A.N. Kesteloo,
95.Het hof verwijst naar het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 22] d.d. 22 november 2016, p. F0331 en de verklaring van getuige [getuige 1] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 9 november 2020, p. 43, 46 en 47; de verklaring van getuige [betrokkene 4] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2020, p. 104 en een schriftelijk bescheid, zijnde een tapgesprek tussen [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2015, p. L1.2/653-654.
96.Ik attendeer in dit verband ook nog op drie in de aanvulling opgenomen bewijsmiddelen. In een tapgesprek met NNvrouw 6927 zegt [getuige 2] dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] er ‘een stokkie voor hadden kunnen steken’ maar dat niet hebben gedaan (bewijsmiddel 15). In een ander tapgesprek zegt [getuige 2] dat ‘die ouderen allemaal (…) hadden moeten ingrijpen’ (bewijsmiddel 16). Kennelijk gaat ook [getuige 2] ervanuit dat andere leden dan [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het moeten afstaan van zijn motor hadden kunnen tegenhouden. [getuige 1] heeft op 4 oktober 2016 verklaard dat hij medio september 2014 uit de club is gegooid en dat hij zijn motor moest inleveren (bewijsmiddel 6). De behandeling die [getuige 2] ten deel viel stond kennelijk niet op zichzelf.
97.HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733,
98.J. de Hullu,
99.HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5178,
100.Vgl. in die zin ook A-G Bleichrodt in de conclusie voor HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1741, randnummer 16. Zie ook De Hullu, a.w., p. 426.
101.Vgl. De Vries-Leemans,
102.Pleitnota randnummers 104 en 136. Zie voorts de verklaring die de verdachte op 18 januari 2021 tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep als getuige heeft afgelegd. Daarin verklaart hij ten aanzien van het inleveren van de motor door [getuige 2] dat hij ‘geen motor (heeft) gezien’ (p. 36). Op de zitting van 21 januari 2021 heeft de verdachte verklaard dat deze verklaring ook geldt als verklaring in zijn eigen strafzaak (p. 76).
104.Deze begripsbepaling is als vierde lid aan art, 140 Sr toegevoegd door de Wet terroristische misdrijven,
105.Zie HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416,
106.Vgl. HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0858,
107.Vgl. HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5136, BW5161, BW5178,
108.Vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474,
109.Ten overvloede merk ik nog op dat, meer in het algemeen, niet vereist is dat feiten en omstandigheden die in de strafmotivering in aanmerking worden genomen, uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Zie Borgers en Kooijmans,