Conclusie
het hof begrijpt 06-) [telefoonnummer]
hof: w.g. verdachte [verdachte]) (
hof: w.g.)
het hof begrijpt dat bedoeld zal zijn: [kenteken]). Dit betrof het autobedrijf: [A], [a-straat 1], Amsterdam. Ik werd te woord gestaan door de directrice van dit bedrijf genaamd [betrokkene 1].
hof: [betrokkene 1]) deelde mede dat haar medewerker [aangever] zich had vergist in de dag en dat hij inderdaad een dag eerder vermeld had.
het hof begrijpt: Sittard-Geleen). Wij zagen dat vervolgens de personenauto rechtsaf sloeg de Havenweg op binnen de gemeente Buchten. Wij zagen dat op deze weg een snelheid was van maximaal 30 kilometer per uur. Ik, [verbalisant 1], zag dat onze snelheid op deze weg ongeveer 90 kilometer per uur betrof. Ik zag dat de snelheid van de achtervolgde personenauto nagenoeg niet minderde bij aankomst bij de kruising Ankersweg. De kruising Havenweg-Ankersweg is onoverzichtelijk. Bestuurder van de voornoemde bruine personenauto sloeg rechtsaf de Buchterweg in, alwaar de snelheid weer opliep richting de 100 kilometer per uur. Vervolgens sloeg hij rechtsaf de Verloren van Themaatweg op, weer terug in de richting van de Aldenhof.
NJ2016/424 geeft een voorbeeld van een zaak waarin het oordeel van het hof dat het niet terugbrengen van een voertuig wederrechtelijke toe-eigening opleverde in cassatie overeind bleef. In die zaak bleek dat de verdachte na afloop van de huurovereenkomst een gehuurde bedrijfsauto niet had teruggebracht en de auto gedurende een periode van tweeënhalve maand na de afgesproken retourdatum – en daarmee tot aan zijn aanhouding – was blijven gebruiken. Het hof oordeelde dat sprake was van zich wederrechtelijk toe-eigenen omdat niet alleen was vastgesteld dat de verdachte de voor een bepaalde tijd gehuurde bedrijfsauto ook daarna was blijven gebruiken, maar tevens dat door aan de zijde van de verdachte gelegen omstandigheden de betaling van de factuur (automatische incasso) door de bank was gestorneerd, dat de verhuurder herhaaldelijk had geprobeerd met de verdachte in contact te komen en dat de verdachte niet traceerbaar was, ook niet aan de hand van het door hem opgegeven adres. [6] Dat oordeel gaf volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was toereikend gemotiveerd.
enkelblijkt dat de verdachte een geleend voertuig niet tijdig aan de eigenaar/rechthebbende heeft teruggegeven. Naast de omstandigheid dat de verdachte de auto langer onder zich heeft gehouden dan afgesproken en niet zelf heeft teruggebracht, blijkt uit de bewijsvoering immers ook dat hij de auto langer dan waartoe hij op basis van de afspraak gerechtigd was daadwerkelijk actief als vervoermiddel heeft gebruikt. Voorts heeft de verdachte de auto voor een geheel ander doel gebruikt dan het maken van de afgesproken proefrit, daar hij de auto als persoonlijk vervoermiddel heeft gebruikt om van Amsterdam naar een meer dan 150 kilometer verderop gelegen locatie in Zuid-Limburg te rijden. Verder blijkt uit de bewijsvoering dat de verdachte zich niet bereikbaar heeft gehouden voor de eigenaar van de auto doordat het door hem aan de verkoper van het autobedrijf opgegeven telefoonnummer niet in gebruik bleek te zijn. Ten slotte heeft het hof als in dit kader relevante uit de bewijsvoering blijkende (bijkomende) omstandigheid kunnen betrekken dat aan het met de afspraak strijdige gebruik van de geleende auto door de verdachte pas een einde is gekomen door zijn aanhouding door de politie en dat de verdachte zich aan die aanhouding heeft proberen te onttrekken door niet te reageren op een stopteken van een politieauto en met hoge snelheid weg te vluchten.