Conclusie
Daarnaast is in geschil of het verzoek tot herziening terecht is afgewezen.
1.Inleiding
stelselniveauin strijd is met artikel 1 EP Pro [3] of artikel 14 EVRM Pro [4] . Voor zover deze bezwaren die vraag betreffen, zijn zij aangemerkt als massaal bezwaar volgens artikel 25c AWR [5] . [6]
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Behandeling van het verzoek tot herziening
Het verzoek tot herziening in belastingzaken
Unitradingarrest kwam de vraag aan de orde of de behandeling van een zaak na verwijzing kon plaatsvinden door dezelfde kamer van het Hof als in hoger beroep. [30] Na verwijzing door de Hoge Raad had de douanekamer van Hof Amsterdam in gedeeltelijk dezelfde samenstelling als bij het hoger beroep over de betreffende zaak geoordeeld. [31] De Hoge Raad achtte deze gang van zaken niet in overeenstemming met een behoorlijke rechtspleging. Om die reden gaf de Hoge Raad het Hof de instructie om de zaak na de tweede verwijzing te behandelen en te beslissen in een volledig andere samenstelling, dat wil zeggen zonder raadsheren die bij de eerste of de bestreden uitspraak betrokken zijn geweest.
5.Beoordeling van de klachten
mededoor de betreffende rechter zelf gewezen uitspraak. In die zaken ging het om een lid van de meervoudige kamer dat uitspraak had gedaan in het oorspronkelijke geschil en vervolgens ook onderdeel uitmaakte van de meervoudige kamer die het verzoek tot herziening behandelde.
Unitradingarrest (onderdeel 4.12) dat de behandeling van de zaak na verwijzing door de douanekamer van Hof Amsterdam in gedeeltelijk dezelfde samenstelling als bij het hoger beroep over de betreffende zaak, niet in overeenstemming was met een behoorlijke rechtspleging. Dat slechts één van de drie raadsheren uit de meervoudige kamer eerder had geoordeeld over de zaak, was daarvoor al voldoende. De Hoge Raad greep in en gaf het Hof de expliciete instructie om na de tweede verwijzing de zaak te laten behandelen door een zetel die volledig anders is samengesteld dan de zetel die bij de eerste twee uitspraken betrokken was geweest.
Unitradingarrest en in de zaken waarover de ABRvS en de CRvB hebben geoordeeld, nu in deze situatie geen andere rechters waren die onderdeel uitmaakten van de kamer die het verzoek tot herziening behandelde en aldus meebeslisten.