Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
Indien de tenlastegelegde feiten niet onder dezelfde delictsomschrijving vallen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft
(i) de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheidene delictsomschrijvingen strekken, en
(ii) de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld, in welke strafmaxima onder meer tot uitdrukking komt de aard van het verwijt en de kwalificatie als misdrijf dan wel overtreding.
(B) De gedraging van de verdachte.
Indien de tenlasteleggingen respectievelijk de tenlastelegging en de vordering tot wijziging daarvan niet dezelfde gedraging beschrijven, kan de mate van verschil tussen de gedragingen van belang zijn, zowel wat betreft de aard en de kennelijke strekking van de gedragingen als wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht.”
bedreigingmet dergelijke feiten beschermen weliswaar verschillende rechtsgoederen, maar in de kern genomen bestaat tussen de betrokken strafbepalingen en de rechtsgoederen die zij beschermen ook een zekere overlap. Bedreiging kan immers naast de persoonlijke vrijheid van de bedreigde, door het effect van de bedreiging, zeker als deze door middel van gedragingen plaatsvindt zoals in het onderhavige geval, ook als een gevaar voor de lichamelijke integriteit worden ervaren. [2] In die zin is bedreiging ex art. 285 Sr Pro een ‘gemengd delict’ voor wat betreft het te beschermen rechtsgoed. [3] Dit vindt bevestiging in de rechtspraak van de Hoge Raad. Hieruit komt ook naar voren dat het (enkele) verschil in strafmaxima hieraan niet afdoet. [4]