De rechtbank Noord-Nederland verleende een zorgmachtiging voor betrokkene op basis van een medische verklaring die was opgesteld zonder persoonlijk onderzoek, maar op dossierstudie en informatie van de partner. Betrokkene weigerde bijstand van de toegevoegde advocaat en verscheen niet bij zittingen, stellende dat een procedure pas begint met een dagvaarding.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene niet bereid was zich te laten horen en dat de psychiater voldoende inspanningen had verricht om betrokkene te onderzoeken. De zorgmachtiging werd daarom toegekend voor een verkorte duur van twee maanden, met aanhouding voor nadere beoordeling na persoonlijk onderzoek.
In cassatie werd betoogd dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden, dat het recht op rechtsbijstand niet was nageleefd en dat de medische verklaring onvoldoende actueel en gemotiveerd was. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te laten horen, dat de rechtsbijstand adequaat was aangeboden en dat de medische verklaring voldeed aan de vereisten, mede gezien de bijzondere omstandigheden van weigering door betrokkene.