Ik ben vervolgens achter het voertuig aangereden. Ik zag dat de bestuurder in de Hyundai over de [a-straat] reed, komende uit de richting van de [b-straat] en gaande in de richting van […] . Ik zag dat hij via de [a-straat] en de [c-straat] de [d-straat] te Rotterdam inreed en dat de bestuurder op de kruising met de [e-straat] de Hyundai tot stilstand bracht. Ik zag dat de bestuurder uitstapte. Ik kon vanuit mijn positie de bestuurder goed zien. Ik herkende hem direct als zijnde voornoemde [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] de [e-straat] inliep waarna hij uit mijn zicht verdween. Ik heb vervolgens op dermate wijze positie ingenomen dat ik kon zien of hij met het voertuig weer wegreed. Ik zag na circa drie minuten dat de Hyundai via de [d-straat] wegreed in de richting van de [f-straat] . Ik volgde de Hyundai via diverse doorgaande wegen. Ik zag dat de bestuurder op de [g-straat] te Rotterdam de Hyundai tot stilstand bracht.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat [verdachte] uitstapte en over de straat liep in de richting van een woning op de [g-straat] te Rotterdam. Ik zag dat hij de woning [g-straat] te Rotterdam binnenging en de voordeur werd afgesloten. Ik zag na circa een (1) minuut dat de voordeur van voornoemde woning werd geopend. Ik zag dat [verdachte] de voornoemde woning verliet en terugliep naar de Hyundai en daar als bestuurder instapte. Ik zag dat hij vervolgens met de Hyundai wegreed.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , stelde in het bedrijfsprocessensysteem een onderzoek in naar het adres [g-straat 1] te Rotterdam. Ik zag dat er twee mensen stonden ingeschreven waaronder [betrokkene 1] . Ik zag dat [betrokkene 1] twee antecedenten had op het gebied van overtreding van de Opiumwet.
Wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , zagen op de [h-straat] , de Hyundai voorzien van kenteken [kenteken] rijden. Op de [h-straat] gaven wij [verdachte] een stopteken. Wij zagen dat [verdachte] aan het stopteken voldeed en zijn auto parkeerde in een parkeervak aan de [h-straat] , Nadat wij waren uitgestapt sprak ik, verbalisant [verbalisant 3] , [verdachte] aan. Ik zag dat de handen van [verdachte] trilden en dat er zweetparels op zijn gezicht verschenen.
Gezien het feit dat:
er op 16 maart 2019 door ons was waargenomen dat er bij [verdachte] een vrouw als bijrijder in zijn voertuig stapte aan het Veenoord, geld overhandigde aan [verdachte] , hij vervolgens iets overhandigde wat de vrouw in haar binnenzak stopte. Na een minuut was de vrouw weer uit het voertuig waarop wij het vermoeden hadden dat de vrouw drugs had gekocht van [verdachte] . Registratienummer 2019079473;
[verdachte] op [g-straat 1] kortstondig een woning was binnen geweest en op het adres twee personen stonden ingeschreven waarvan één van de personen antecedenten had op het gebied van de Opiumwet;
wij door onze opgedane ervaringen binnen het Flexteam, bovenstaande handelswijzen herkennen als wijzen die drugsdealers hanteren om drugs te verstrekken aan potentiële klanten/harddrugsgebruikers en het typerende voor deze overdrachten de kortstondigheid van het contact is;
[verdachte] erg nerveus was en begon te zweten op het moment dat wij hem aanspraken;