Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 oktober 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het vervoeren van 3,6 gram cocaïne en 1,4 gram heroïne en het verkopen, afleveren en verstrekken van 0,1 gram cocaïne aan een koper die 'op de pof' kocht. Bij de aanhouding werd €790 in contanten aangetroffen, samen met drugs en telefoons.
Het hof verklaarde dit geldbedrag verbeurd omdat het geheel of grotendeels uit de baten van het bewezenverklaarde strafbare feit zou zijn verkregen en met behulp waarvan het feit zou zijn begaan. De Hoge Raad herhaalt de vereisten uit eerdere jurisprudentie dat verbeurdverklaring alleen mogelijk is indien het geldbedrag direct verband houdt met het bewezenverklaarde feit.
Gezien het feit dat de koper de cocaïne zonder directe betaling afnam, acht de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het geldbedrag geheel of grotendeels uit de baten van het bewezenverklaarde is verkregen en dat het feit met dat geld is begaan, niet zonder meer begrijpelijk. Daarom vernietigt de Hoge Raad de verbeurdverklaring en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van €790 en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.