Conclusie
1.Feiten
Main Distribution Framegenoemd, MDF – vanwaar aansluitlijnen lopen tot het aansluitpunt bij de eindgebruiker thuis.
Overeenkomst inzake MDF Access Services” gesloten (hierna: de ‘MDF 2000’). [2] In de MDF 2000 zijn KPN en Tele2 de voorwaarden overeengekomen waaronder KPN aan Tele2 toegang tot haar aansluitnetwerk biedt. Op grond van de MDF 2000 heeft Tele2 zogenoemde ‘volledig ontbundelde toegangsdiensten’ van KPN afgenomen. Dit betekent dat KPN tegen betaling aan Tele2 toegang verleent tot de hoofdverdelers (de MDF) en Tele2 kan gebruikmaken van de aansluitlijnen van KPN die lopen vanaf de hoofdverdelers tot het aansluitpunt bij de eindgebruiker thuis. De MDF 2000 is op 1 juli 2000 in werking getreden.
side letterbij de MDF 2000 – heeft Tele2 zich het recht voorbehouden om (onderdelen van) de MDF 2000 ter toetsing voor te leggen aan “
de bevoegde instantie”. Tele2 heeft verder onder meer het volgende bezwaar tegen de MDF 2000 geformuleerd: [3]
side lettersluit af met de volgende alinea:
line sharing) op het aansluitnetwerk van KPN. [5]
Pilotovereenkomst inzake Shared Access” gesloten, op grond waarvan Tele2 op beperkte schaal gedeelde toegangsdiensten van KPN kon afnemen. [8] Het pilotproject heeft gelopen van mei tot en met augustus 2001. Per 1 september 2001 heeft KPN de gedeelde toegangsdienst landelijk beschikbaar gesteld.
MDF Access / nummerporteringen
- a) Ter zake van de doorlooptijd van de behandeling door KPN van aanvragen voor individuele MDF-lijnen en de daarmee verband houdende nummerporteringen is KPN doende om in overleg met de betrokken marktpartijen en OPTA een standaard boeteregeling vast te stellen die KPN voornemens is per 1 april 2002 aan de markt aan te bieden. De uitgangspunten van deze boeteregeling zijn neergelegd in
- b) Als onderdeel van de totale regeling is KPN bereid om aan Versatel, in aanvulling op de onder (a) bedoelde boeteregeling, het recht te geven om gedurende de periode van 1 april 2002 tot 1 april 2003 aan KPN een boete in rekening te brengen indien gedurende die periode het overeengekomen kwaliteitsniveau van de leverbetrouwbaarheid (KPI 5) in enige kalendermaand niet wordt gerealiseerd, tenzij Versatel ervan overtuigd is dat zulks niet aan KPN toerekenbaar is. Deze boete bedraagt:
- …).”
Problemen met line sharing orders”, heeft Tele2 het volgende aan KPN geschreven: [10]
voor maandag 11 maart 12.00 uur:
street cabinet. Volgens KPN maakt dit alternatief namelijk een dienstverlening mogelijk, die functioneel en kwalitatief gelijk is aan de dienstverlening die bij fysieke collocatie geboden kan worden. (...).
Overeenkomst inzake MDF Access Services” (hierna: de ‘MDF 2002’) en een “
(Aanvullende) Overeenkomst Service niveaus voor MDF Access Services” (hierna: de ‘SLA ordering & levering’).
line sharing).
Key Performance Indicators(hierna: ‘KPI’s’) beschreven.
Beschrijving van Toevoeging op het Referentie Aanbod voor de ontbundelde toegang tot het aansluitnet” van 28 maart 2002 (hierna ook: de ‘Beschrijving’) maakt onderdeel uit van de SLA ordering & levering. In de Beschrijving is onder meer bepaald welke consequenties er per KPI zullen gelden in geval van onderpresteren. Voor een aantal tekortkomingen van KPN zijn partijen een boeteregeling overeengekomen. De Beschrijving vermeldt ter zake van de boetes onder meer het volgende: [13]
7. Consequenties bij onderperformance per KPI
Een consequentie van onderprestatie kan een financiële vorm hebben met het karakter van een boete (met als doel de leverancier te stimuleren om het afgesproken prestatieniveau te halen) of het karakter van een vergoeding voor geleden schade (met als doel de door de afnemer geleden schade te vergoeden). In dit aanbod is een zogenaamde boeteregeling opgenomen.
Problemen met line sharing orders”, heeft KPN het volgende aan Tele2 geschreven, in reactie op de brief van 8 maart 2002 van Tele2 (randnummer 1.14 hiervoor): [15]
blockingcode(...) die zou kunnen duiden op het splitterbank probleem. Daarnaast heeft Versatel circa 10 orders ‘unclean’ aangeleverd (b.v.: gebruikersadres onjuist), waardoor de orders conform de overeengekomen procedure zijn afgewezen.
Escalaties en leveringen MDF Access”, heeft KPN het volgende aan Tele2 geschreven, in reactie op de brief van 2 april 2002 van Tele2 (randnummer 1.20 hiervoor): [16]
(Aanvullende) Overeenkomst Service niveaus voor service & instandhouding MDF-Diensten” gesloten (hierna: de ‘SLA service & instandhouding). [21] De overeenkomst is op 1 september 2003 in werking getreden.
business unit) van KPN in strijd heeft gehandeld met het discriminatieverbod [23] door, kort gezegd, haar informatiesystemen niet aan alternatieve aanbieders beschikbaar te stellen: [24]
2.Procesverloop
Eerste aanleg
De periode van 1 januari 2000 tot 1 juli 2000: verjaard. Volgens de rechtbank zien de brieven van Tele2 van 2 april 2002 (randnummer 1.20 hiervoor) en 8 mei 2002 (randnummer 1.23 hiervoor) slechts op de periode vanaf 1 juli 2000, de datum dat de MDF 2000 in werking is getreden (randnummer 1.5 hiervoor). Tele2 heeft geen stuitingshandeling verricht die betrekking heeft op de periode vóór 1 juli 2000, waardoor dit deel van de vorderingen van Tele2 is verjaard. [33]
De periode van 1 juli 2000 tot eind 2003: niet verjaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Tele2 met haar brief van 2 april 2002 (randnummer 1.20 hiervoor) de verjaring gestuit van haar schadevergoedingsvordering voor zover deze betrekking heeft op, kort gezegd, het gebrekkige order- en leveringsproces en de problemen met de service en instandhouding van het aansluitnet. [34] Met de brief van 2 april 2002 en de brief van 8 mei 2002 (randnummer 1.23 hiervoor) heeft Tele2 ook de verjaring van de vordering gestuit voor zover deze betrekking heeft op het geheel niet leveren van gedeelde toegang. [35] Met haar brieven van 2 april 2007 (randnummer 1.27 hiervoor) en 2 april 2012 (randnummer 1.30 hiervoor) heeft Tele2 de verjaring van deze vorderingen opnieuw gestuit. [36]
Verwijt
Oordeel
Het ‘brede verwijt’. Volgens Tele2 leverde KPN weliswaar gedeelde toegang, maar zij deed dat op ernstig gebrekkige wijze. Daardoor was er feitelijk geen sprake van een functioneel aanbod tot gedeelde toegang, laat staan van een aanbod dat gelijkwaardig was aan wat KPN zichzelf bood. Op 1 april 2002 is weliswaar de SLA ordering & levering in werking getreden, waarin de levering door KPN beter werd geregeld, maar het heeft tot 1 september 2002 geduurd voordat KPN alle problemen onder controle kreeg.
Deelverwijt a. Tele2 had geen toegang tot alle informatiesystemen van KPN.
Deelverwijt b. Er was sprake van een trage afhandeling van correct geplaatste orders, die vaak op onterechte gronden werden afgewezen.
Deelverwijt c. Het splitterbankprobleem.
Deelverwijt d. Onterechte afwijzing van collocatieverzoeken en vertraging in het afhandelen van deze verzoeken.
Geschilperiode 1: KPN heeft gedurende de periode van begin juli 2000 tot 1 september 2001 niet voldaan aan haar wettelijke verplichting om gedeelde toegang aan Tele2 aan te bieden en onrechtmatig jegens Tele2 gehandeld door niet binnen een redelijke termijn te voldoen aan het verzoek van Tele2 om gedeelde toegang. Het hof heeft in het midden gelaten vanaf welk moment dit onrechtmatig handelen plaatsvond, omdat KPN hoe dan ook jegens Tele2 aansprakelijk is op grond van discriminatoir handelen en het niet voldoen aan het verzoek om gedeelde toegang niet tot méér of andere schade heeft geleid. [52]
Geschilperiode 1: Tele2 kan alleen vergoeding van de schade vorderen die zij zelf heeft geleden en niet van de schade die Zon Nederland N.V. (hierna: ‘Zon’) heeft geleden, een vennootschap in het kapitaal waarvan Tele2 destijds 90% van de aandelen hield.. De omstandigheid dat Zon op 31 december 2004 met Tele2 is gefuseerd, maakt dit niet anders, want daarmee zijn de vorderingen van Zon niet met die van Tele2 “
versmolten”. Tele2 heeft geen vordering ingesteld die ziet op verminderde waarde van de aandelen in het kapitaal van Zon en Tele2 heeft haar betoog in dit kader ook niet (tijdig) onderbouwd, nog daargelaten dat een dergelijke vordering op het bepaalde in het arrest
Poot/ABP [53] zou afstuiten. [54]
Geschilperiode 2: in de periode vanaf 1 september 2001 stonden KPN en Tele2 in een contractuele verhouding met elkaar, maar zij hebben geen specifieke afspraken gemaakt over door KPN na te leven termijnen en serviceniveaus. Dit betekent echter niet dat op dit punt voor KPN geen verplichtingen golden. KPN heeft onrechtmatig ten opzichte van Tele2 gehandeld door vanaf 1 september 2001 geen zogenoemd ‘referentieaanbod’ te publiceren, met daarin vermelding van de geldende termijnen, serviceniveaus en bijbehorende boetes. De overeenkomst tussen KPN en Tele2 bevatte zodoende in de periode van 1 september 2001 tot 1 april 2002 een leemte, die moet worden opgevuld door aansluiting te zoeken bij de (op 1 april 2002 in werking getreden) SLA ordering & levering en het daarbij behorende boeteregime. [55]
Geschilperiode 2: in de VSO en de SLA ordering & levering is een boeteregeling opgenomen voor het geval dat, kort gezegd, KPN orders niet tijdig afhandelt. Niet is gebleken dat partijen daarbij hebben beoogd om af te wijken van het bepaalde in art. 6:92 lid 2 BW Pro. KPN is dus – naast de verschuldigde boete – geen schadevergoeding aan Tele2 verschuldigd. Dit geldt slechts voor de verwijten die Tele2 KPN maakt in het kader van de tijdige afhandeling van orders. Het beroep van Tele2 op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid heeft het hof verworpen. [56]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1: verjaring;
onderdelen 2 en 3: de voormalige deelneming van Tele2, Zon;
onderdeel 4: de boeteregeling;
onderdeel 5: schadevergoeding in geschilperiode 1;
onderdeel 6: schadevergoeding in geschilperiode 2; en
onderdeel 7: varia.
subonderdelen 1.1. en 1.2.: algemene klachten;
subonderdeel 1.3.: geschilperiode 1;
subonderdeel 1.9.: deelverwijt a in geschilperiode 2;
subonderdelen 1.10. en 1.11.: deelverwijten c en d in geschilperiode 2;
subonderdelen 1.4. tot en met 1.8.: het ‘brede verwijt’ in geschilperiode 2; en
subonderdelen 1.10., 1.12. en 1.13.: voortbouwklachten.
Verjaring – algemeen
grief 2 in incidenteel appelstelt Tele2 de maatstaf voor stuiting aan de orde. Hierover overweegt het hof als volgt. Op grond van art. 3:317 BW Pro wordt de verjaring gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Bij de beoordeling of een mededeling aan deze eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling is gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Onder omstandigheden kan betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen. Ook feiten en omstandigheden die nadien hebben plaatsgevonden kunnen medebepalend zijn voor de uitleg van de mededeling. Aan de mededeling die aan de schuldenaar wordt gedaan mag niet de eis worden gesteld dat deze de vordering waarvoor de schuldeiser zich het recht op nakoming voorbehoudt, nauwkeurig omschrijft met aanwijzing van de correcte juridische grondslag daarvoor. Wel is voor een voldoende duidelijke waarschuwing noodzakelijk dat het voor de schuldenaar kenbaar is welke vordering is bedoeld. Daartoe is in ieder geval vereist dat de vordering zodanig is omschreven dat de schuldenaar daaruit kan begrijpen welk recht op nakoming wordt voorbehouden en waartegen hij zich dus eventueel heeft te verweren. Het hof zal bij de beoordeling van het beroep op stuiting van de verjaring deze maatstaf aanhouden. (…).”
subonderdeel 1.1.klaagt Tele2 dat het onjuist of onbegrijpelijk is dat het hof bij de beoordeling van de stuitingsvraag tot uitgangspunt heeft genomen dat sprake is van een reeks afzonderlijke gebeurtenissen of verwijten, die ieder op zichzelf moeten worden bezien. Volgens Tele2 is de vraag of een schriftelijke mededeling stuitende werking heeft, en voor welke vorderingen, een kwestie van uitleg, waarbij alle relevante omstandigheden in onderling verband moeten worden beschouwd. Tele2 betoogt dat de door haar genoemde klachten en problemen onmiskenbaar voorbeelden zijn van dezelfde normschending door KPN, te weten het niet verschaffen van een functioneel en afneembaar aanbod voor nondiscriminatoire gedeelde toegang in de periode 2000-2003. Het is volgens Tele2 daarom niet relevant, althans niet beslissend of KPN steeds bekend was met alle losse onderliggende (deel)problemen.
Verjaring – geschilperiode 2
subonderdeel 1.2.betoogt Tele2 dat het hof bij de uitleg van de stuitingsbrieven de regulatoire context van het geschil heeft miskend en daarom onjuiste dan wel onvoldoende gemotiveerde oordelen heeft gegeven. Volgens Tele2 was KPN bekend met de regulatoire achtergrond van de tekortkomingen en onrechtmatige daden die haar worden verweten, welke achtergrond bijdraagt aan de conclusie dat KPN moest begrijpen dat de stuitingsbrieven betrekking hebben op vergoeding van de schade die Tele2 door die tekortkomingen en onrechtmatige daden heeft geleden.
mededeling, niet de context van en de omstandigheden rondom
het geschilwaaruit de rechtsvordering is ontstaan of
de aard van de rechtsvorderingwaarvan de verjaring al dan niet is gestuit. Dat zou immers betekenen dat de stuitingsmaatstaf verschilt al naar gelang het soort rechtsvordering waarvan de verjaring moet worden gestuit. In de redenering van Tele2: indien het gaat om een rechtsvordering die is ontstaan uit de schending van bekende, dwingendrechtelijke regulatoire normen, zou sneller sprake zijn van stuiting van de verjaring van die rechtsvordering. Dit verschil in de beoordeling van een stuitingsmededeling blijkt nergens uit, lijkt mij onjuist en bovendien onwenselijk, gelet op de hanteerbaarheid van de stuitingsregeling en de rechtszekerheid.
Verjaring – geschilperiode 1
brief van 29 juni 2000is een “side letter” bij MDF 2000 (…). Tele2 klaagt in deze brief over de wijze waarop MDF 2000 tot stand is gekomen en over de onwil van KPN om te onderhandelen over de contractsvoorwaarden. Tele2 schrijft dat zij bereid was MDF 2000 te ondertekenen om te voorkomen dat KPN de dienstverlening zou staken. Zij behoudt zich echter het recht voor de overeenkomst aan de bevoegde instantie voor te leggen. Ook stelt zij KPN aansprakelijk (…) voor alle te lijden en geleden schade. Tele2 heeft haar belangrijkste bezwaren tegen de handelwijze in de brief samengevat, waaronder haar bezwaar dat KPN gedurende de contractsbesprekingen heeft geweigerd gedeelde toegang aan te bieden en vooralsnog geen aanbod heeft gedaan.
brief van 2 april 2002(…) dateert van vlak na het sluiten van MDF 2002 en SLA ordering & levering. De levering van gedeelde toegang had op dat moment al een aanvang genomen, namelijk vanaf 1 september 2001.
de brief van 8 mei 2002(…). Deze brief gaat, naar het oordeel van het hof, over de wijze waarop KPN uitvoering gaf aan haar verplichting om gedeelde toegang te leveren, en niet over haar aanvankelijke weigering om deze dienst aan te bieden, laat staan dat KPN uit deze brief, in samenhang met de brief van 2 april 2002, heeft moeten begrijpen dat Tele2 de verjaring van haar vordering over de periode januari tot juli 2000 wilde stuiten. Voor de vraag of de verjaring van de vordering die is gebaseerd op het eerste verwijt is gestuit, legt deze brief dus geen gewicht in de schaal.
brief van 2 april 2007refereert aan de brief van (naar het hof begrijpt:) 2 april 2002 en is zonder meer aan te merken als een stuitingshandeling. De
brief van 18 december 2007(…) refereert aan de brief van 2 april 2007 en is eveneens aan te merken als stuitingshandeling. In de
brief van 2 april 2012refereert Tele2 aan de brieven van 2 april 2002 en 2 april 2007. Ook deze brief moet worden aangemerkt als een stuitingsbrief.
subonderdeel 1.3.klaagt Tele2 dat het oordeel van het hof onjuist is, omdat het te zware eisen heeft gesteld aan de mededelingen die Tele2 aan KPN heeft gedaan. Volgens Tele2 had het hof niet van haar mogen verlangen dat zij specifiek melding zou maken van de periode van 1 januari tot 1 juli 2000.
in het afgelopen jaar” (dus vanaf april 2001) en “
over de afgelopen 15 maanden” (dus vanaf januari 2001 [62] ) en in de brief staat vermeld dat Tele2 “
overweegt een schadeclaim in te dienen over de wanprestatie over de periode van 1 juli 2000 – 1 april 2002”.
side letter) en de brief van 8 mei 2002 wél betrokken bij de uitleg van de brief van 2 april 2002. Dit blijkt uit rov. 4.11 van Tussenarrest I, waarin het hof de stelling van Tele2 heeft verworpen dat KPN uit het slot van de brief van 2 april 2002, in samenhang met de brief van 29 juni 2000 (de
side letter), heeft moeten begrijpen dat Tele2 zich ook ter zake van de periode van 1 januari tot 1 juli 2000 het recht op schadevergoeding voorbehield. Het blijkt voorts uit rov. 4.12 van Tussenarrest I, waarin het hof heeft overwogen dat KPN uit de brief van 8 mei 2002, in samenhang met de brief van 2 april 2002, niet heeft hoeven begrijpen dat Tele2 haar vordering over de periode van januari tot juli 2000 wilde stuiten.
haar ongenoegen[heeft]
geuit over het feit dat zij (te) lang heeft moeten wachten tot KPN gedeelde toegang ter beschikking stelde aan de overige marktpartijen.”
Verjaring – geschilperiode 2
brief van 2 april 2002niet over dit probleem wordt geklaagd. In de
brief van 18 december 2007is een dergelijke klacht wel te lezen. (…)
3. Verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen
Verjaring van de vordering ter zake van deelverwijt (a)
subonderdeel 1.9.klaagt Tele2 dat het onjuist en onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 5.7 van Tussenarrest I heeft geconstateerd dat Tele2 in de brief van 2 april 2002 niet klaagt over het probleem dat zij geen toegang heeft tot de informatiesystemen van KPN. Volgens Tele2 had het hof bij de uitleg van de brief van 2 april 2002 de verdere context moeten betrekken, waaronder de brieven van 8 maart, 29 maart, 8 april en 8 mei 2002.
wanprestatie” door KPN betreffende de MDF-overeenkomst. In de brief van 18 december 2007 schrijft Tele2 dat KPN zich “
daarnaast” – dus náást de in de brieven van 2 april 2002 en 2 april 2007 genoemde wanprestatie van KPN – schuldig heeft gemaakt aan discriminatoir gedrag door haar informatiesystemen niet beschikbaar te stellen, waardoor Tele2 KPN aansprakelijk houdt voor de schade die zij lijdt als gevolg van “
een onrechtmatige daad” door KPN. Duidelijk is dus dat – óók in de ogen van Tele2 – de brief van 18 december 2007 betrekking heeft op andersoortige verwijten aan het adres van KPN dan de brieven van 2 april 2002 en 2 april 2007. De brieven van 8 maart, 29 maart, 8 april en 8 mei 2002, waarnaar Tele2 in dit subonderdeel verwijst, maken dit niet anders.
Verjaring – geschilperiode 2
3. Verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen
Verjaring van de vordering ter zake van deelverwijten (c) en (d)
subonderdelen 1.10. en 1.11., kort gezegd, dat de oordelen van het hof ten aanzien van deelverwijten a, c en d onjuist zijn dan wel onvoldoende (begrijpelijk) zijn gemotiveerd. Volgens Tele2 heeft het hof onvoldoende rekening gehouden met de brief van 8 mei 2002 bij de uitleg van de stuitingsbrieven van 2 april 2002 en 2 april 2007.
de splitterbanken” en “
collocaties” (rov. 3.2.7 van Tussenarrest II). Evenmin in geschil is dat zowel de splitterbankproblemen als de collocatieproblemen problemen betreffen rondom de uitvoering van de MDF-overeenkomsten.
de vele e-mails en brieven met betrekking tot diverse onderwerpen.” De brief van 8 maart 2002, waarin Tele2 KPN dus uitdrukkelijk heeft gewezen op de splitterbank- en collocatieproblemen bij de uitvoering van de MDF-overeenkomsten, dateert van slechts een krappe maand vóór de brief van 2 april 2002. Ik meen dan ook dat KPN wél heeft moeten begrijpen dat de stuitingsbrief van 2 april 2002 óók zag op de verjaring van eventuele vorderingen ter zake van de splitterbank- en collocatieproblematiek en dat KPN zich wél ervan bewust heeft moeten zijn dat Tele2 meende in dit verband een vordering op Tele2 te hebben en de verjaring van die vordering stuitte. De brief van 8 mei 2002 (randnummer 1.23 hiervoor) draagt hieraan bij, want ook daarin heeft Tele2 erop gewezen dat zij niet zal nalaten de geleden schade op KPN te verhalen, die Tele2 heeft geleden als gevolg van de ernstige wijze waarop KPN in gebreke is gebleven bij de levering van MDF access diensten, waarbij Tele2 de problemen op het gebied van “
het leveren van collocaties” en “
andere noodzakelijke faciliteiten” expliciet heeft benoemd.
uitdrukkelijk” in haar brief van 2 april 2002 had moeten vermelden dat haar brief/stuiting ook op de splitterbank- en collocatieproblematiek zag, is in die zin onbegrijpelijk dat ook zonder een dergelijke uitdrukkelijke vermelding een stuitingsbrief een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar (in dit geval KPN) kan inhouden, dat hij ermee rekening moet houden dat hij ook na het verstrijken van de verjaringstermijn de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs nog door de schuldeiser (Tele2) ingestelde vordering behoorlijk kan verweren. In dit geval heef Tele2 in haar brief van 2 april 2002 verwezen naar de eerdere correspondentie tussen partijen. In die correspondentie – nota bene in een brief die dateert van nog geen vier weken vóór de brief van 2 april 2002 en die ook ziet op de problemen in de uitvoering van de MDF-overeenkomsten – worden de splitterbank- en collocatieproblemen wél expliciet benoemd. Ook de brief van 8 mei 2002 benoemt de problemen op het gebied van “
het leveren van collocaties” en “
andere noodzakelijke faciliteiten” uitdrukkelijk. Deze brief dateert van ná de brief van 2 april 2002, maar kleurt de brief van 2 april 2002 wel nader in, omdat beide brieven min of meer dezelfde mededeling aan KPN inhouden (te weten: er is sprake van een ernstige wanprestatie bij de uitvoering van de MDF-overeenkomsten en Tele2 zal de schade die zij hierdoor lijdt op KPN verhalen).
Verjaring – geschilperiode 2
brief van 2 april 2002wordt – als gezegd – de verjaring van de vordering die is gebaseerd op deelverwijt b (de te trage afhandeling van orders) gestuit. Ook heeft Tele2 in die brief haar ongenoegen geuit over het feit dat zij (te) lang heeft moeten wachten tot KPN gedeelde toegang ter beschikking stelde aan de overige marktpartijen. Het hof heeft op grond hiervan geconcludeerd dat Tele2 de verjaring van de vordering ter zake van geschilperiode 1 (vanaf 1 juli 2000) (...) [heeft] is gestuit (zie rov. 4.2-4.14). Naar het oordeel van het hof bevat de brief van 2 april 2002 geen (voldoende) duidelijk verwijt dat de dienstverlening van KPN in geschilperiode 2 zo gebrekkig is dat Tele2
om die redenin wezen (…) geen functionele en afneembare toegang is verschaft. (…)
3. Verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen
Verjaring van de vordering ter zake van het ‘brede verwijt’
subonderdeel 1.4.klaagt Tele2 kort gezegd dat de oordelen van het hof onjuist zijn, omdat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan de inhoud van de stuitingsbrief van 8 april 2002. Het hof had niet van Tele2 mogen verlangen dat zij nader zou preciseren op welke verwijten, tekortkomingen en schadevergoedingsvorderingen haar brief precies zag. Voor een succesvolle stuiting is immers voldoende dat de mededeling van Tele2 zodanig duidelijk is dat KPN moet kunnen begrijpen in verband met welk feitencomplex schadevergoeding wordt gevorderd.
subonderdeel 1.5.bouwt voort op subonderdeel 1.4. en mist derhalve ook feitelijke grondslag (zie tevens randnummer 3.28 hiervoor).
subonderdeel 1.6.klaagt Tele2 dat het onjuist is dat het hof in rov. 3.2.9 van Tussenarrest II heeft overwogen dat Tele2 “
op ondubbelzinnige wijze” duidelijk had moeten maken dat zij over de periode tot 1 april 2002 een schadevergoedingsvordering wilde instellen ter zake van het ‘brede verwijt’. Het begrip “
ondubbelzinnig” heeft volgens Tele2 slechts betrekking op het feit dat de aangesproken partij (KPN in dit geval) moet kunnen begrijpen dat de schuldeiser (Tele2) zijn recht op nakoming voorbehoudt, en dus niet op de mate waarin duidelijk moet zijn welke verwijten er precies wel en niet onder de stuiting vallen.
op ondubbelzinnige wijze” heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat Tele2 op niet mis te verstane wijze aan KPN duidelijk had moeten maken (in de brief van 2 april 2002) welk recht op nakoming zij voorbehield. Uit de woorden kan niet worden afgeleid, zoals Tele2 betoogt, dat het hof heeft vereist dat Tele2 duidelijk maakte welke exacte verwijten onder de stuiting vallen.
subonderdeel 1.7.betoogt Tele2 aan de hand van vijf klachten (onder a. tot en met e.) dat het hof zijn oordeel ten aanzien van het ‘brede verwijt’ onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd.
Onder b.voegt Tele2 daaraan toe dat niet valt in te zien dat KPN beter begrip zou hebben gehad van de inhoud van de verwijten die haar konden worden gemaakt, indien Tele2 louter zou hebben gemeld dat tijdens geschilperiode 2 geen sprake was van een afneembaar aanbod voor gedeelde toegang. De omstandigheid dat Tele2 voorbeelden van verwijten heeft gegeven, maakt volgens Tele2 niet dat de stuiting
nietziet op (verjaring van) de vordering terzake van de verwijten die Tele2 niet noemt.
meer in het bijzonder” wegens deelverwijt b. Uit deze formulering volgt volgens Tele2 dat de brief van 2 april 2002 op meerdere tekortkomingen zag.
meer in het bijzonder” heeft hof niet gedoeld op meerdere (van elkaar te onderscheiden) tekortkomingen, maar heeft het hof kennelijk willen specificeren dat de KPN verweten tekortkomingen zien op de problemen met de trage afhandeling van geplaatste orders.
subonderdeel 1.8.klaagt Tele2 dat het hof in rov. 3.2.11 van Tussenarrest II onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd waarom de brief van 8 mei 2002 geen verandering brengt in het oordeel van het hof dat Tele2 de verjaring ten aanzien van het ‘brede verwijt’ niet heeft gestuit. In die brief staat namelijk dat Tele2 “
diverse andere tekortkomingen” kan noemen waardoor zij haar “
op de LLS diensten van KPN gebaseerde business niet volledig heeft kunnen ontwikkelen” (randnummer 1.23 hiervoor).
niet volledig” kunnen ontwikkelen van eigen dienstverlening is (heel) wat anders dan het “
volledig niet” kunnen ontwikkelen van dienstverlening. Het feit dat de brief van 8 mei 2002 vermeldt dat Tele2 nog diverse andere tekortkomingen kan noemen, maakt dus niet dat KPN daaruit heeft moeten begrijpen dat Tele2 zich het recht voorbehield om een vordering in te stellen wegens het in het geheel niet leveren van functionele en afneembare gedeelde toegang.
subonderdeel 1.12.klaagt Tele2 dat de oordelen van het hof in rov. 3.5, 3.6 en 4.22 van Tussenarrest I niet in stand kunnen blijven indien een of meer van de klachten in de subonderdelen 1.1. tot en met 1.11. slaagt.
subonderdeel 1.13.betoogt Tele2 dat de algemene juridische vooropstellingen in rov. 3.3 van Tussenarrest I niet in stand kunnen blijven, indien het hof daarbij is uitgegaan van een van de in de subonderdelen 1.1. tot en met 1.11. als onjuist bestreden rechtsoverwegingen.
Causaal verband & schade – geschilperiode 1
grief 16 in principaal appel, onder E heeft KPN aangevoerd dat Tele2 in haar schadeberekening ten onrechte (ook) de marge meeneemt die Zon Nederland N.V. (hierna: Zon) is misgelopen als gevolg van de normschending. Zon was een zelfstandige rechtspersoon, waarin Tele2 destijds een deelneming van circa 90% had. Op 31 december 2014 [bedoeld is: 2004, A-G] is Zon met Tele2 gefuseerd. Zon bood in de geschilperiode via een door Tele2 verzorgde breedbandnetwerktoegangsdienst internettoegangsdiensten aan consumenten aan. Tele2 ontving daarvoor een vergoeding van Zon en Zon ontving op haar beurt een vergoeding van de consument (gemiddeld € 35,- per maand). KPN voert aan dat Tele2 ten onrechte de door Zon bij de consument in rekening gebrachte abonnementsprijs als uitgangspunt neemt bij de berekening van haar schade. Volgens KPN heeft Tele2 enkel recht op de misgelopen marge die zij van Zon ontving.
3. Verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen
subonderdeel 2richt Tele2 klachten tegen het oordeel van het hof dat Tele2 geen vergoeding van KPN kan vorderen van de door Zon misgelopen marges (rov. 4.53 en 4.54 van Tussenarrest I en rov. 3.5 van Tussenarrest II). In
subonderdeel 3, dat op het leerstuk van afgeleide schade ziet, richt Tele2 klachten tegen het oordeel van het hof dat Tele2 geen vergoeding van de in verband met Zon verloren aandeelhouderswaarde kan vorderen (rov. 4.55 van Tussenarrest I en rov. 3.6 van Tussenarrest II). Ik beoordeel de klachten in de twee subonderdelen hierna achtereenvolgens.
subonderdeel 2.1.klaagt Tele2 dat het hof in rov. 4.54 van Tussenarrest I heeft miskend dat bij een juridische fusie het gehele vermogen van de verdwijnende vennootschap onder algemene titel overgaat op de verkrijgende vennootschap. Tele2 betoogt dat als gevolg van de fusie alle vorderingen van Zon tot het vermogen van Tele2 zijn gaan behoren, waaronder de schadevergoedingsvorderingen jegens KPN.
versmolten”, slechts tot uitdrukking willen brengen dat het voor KPN kenbaar had moeten zijn dat Tele2, als rechtsopvolgster van Zon, ook aanspraak maakte op vergoeding van de schade die Zon in geschilperiode 1 heeft geleden.
subonderdeel 2.2.betoogt Tele2 dat het hof in rov. 4.54 van Tussenarrest I en rov. 3.5.3 van Tussenarrest II heeft miskend dat voor een rechtsgeldige stuiting door een ander dan de gerechtigde niet is vereist dat de stuitingsbrieven “
mede namens” de gerechtigde zijn geschreven. Het gaat er volgens Tele2 om of de stuiting aan de gerechtigde kan worden
toegerekend, waarbij onder meer een rol kan spelen dat (i) de stuitende partij een grote mate van invloed op de gerechtigde kan uitoefenen, (ii) de stuitende partij en de gerechtigde onderdeel zijn van hetzelfde concern en (iii) het concern, waarvan de stuitende partij en de gerechtigde onderdeel zijn, zich naar buiten toe als eenheid presenteert. Voor zover het hof ervan is uitgegaan dat Tele2 zich niet op deze toerekening heeft beroepen, is het hof uitgegaan van een onbegrijpelijke lezing van het betoog van Tele2, dan wel had het hof ambtshalve de rechtsgronden moeten aanvullen.
de door Tele2 aan KPN gezonden stuitingsbrieven aan Zon kunnen worden toegerekend” en dit meebrengt dat “
de stuitingshandelingen van Tele2 mede gelden als stuitingen van Zons schadevergoedingsvorderingen.” [64] Naar het oordeel van het hof gaat dit betoog niet op en kunnen de stuitingen door Tele2 dus niet worden toegerekend aan de ‘gerechtigde’ (Zon). Bij dit oordeel heeft het hof blijkens rov. 3.5.3 van Tussenarrest II onderkend dat, zoals Tele2 in dit subonderdeel aanvoert, de onderneming van Zon een geïntegreerd onderdeel vormde van de
businessvan Tele2 en dat beide rechtspersonen zeer nauw met elkaar samenwerkten. Volgens het hof is dit echter niet voldoende om te kunnen oordelen dat de stuitingsbrieven die Tele2 aan KPN heeft gezonden ook de vorderingen van Zon omvatten. Dat is niet onjuist. Het hof heeft terecht overwogen dat Zon tot eind 2004 een zelfstandige rechtspersoon was en bovendien geen 100% dochter van Tele2. Nu de stuitingsbrieven van Tele2 geen enkele melding maken van Zon (niet vóór en niet ná de fusie eind 2004), valt niet in te zien hoe KPN heeft moeten begrijpen dat Tele2 de stuitingsbrieven mede namens Zon verstuurde, althans dat de stuitingshandelingen van Tele2 mede aan Zon moeten worden toegerekend.
subonderdeel 2.3.klaagt Tele2 dat, indien het hof het voorgaande niet heeft miskend, zijn oordeel ontoereikend is gemotiveerd. Het hof is immers niet (kenbaar) ingegaan op een drietal stellingen van Tele2, waaruit volgens Tele2 volgt dat de stuitingsbrieven van Tele2 aan Zon konden worden toegerekend. Het gaat om de stellingen dat (i) Zon niet zelfstandig opereerde, maar als merk van Tele2, (ii) de kosten binnen Tele2 werden gemaakt, de opbrengsten binnen Tele2 werden gealloceerd en Zon geen eigen marge genoot en (iii) het onderscheid tussen de marges van Zon en de marges die Zon aan Tele2 in rekening kon brengen in hoge mate kunstmatig is.
businessvan Tele2 en dat beide rechtspersonen zeer nauw met elkaar samenwerkten. Hiermee is het hof voldoende ingegaan op de hiervoor onder (i), (ii) en (iii) genoemde stellingen van Tele2, die immers op hetzelfde neerkomen.
subonderdeel 2.4.voert Tele2 aan dat het oordeel van het hof onjuist is, omdat het hof op basis van de hiervoor onder (i), (ii) en (iii) genoemde stellingen van Tele2 had moeten beoordelen of Zon en Tele2 ten tijde van de geschilperiode konden worden vereenzelvigd. In
subonderdeel 2.5.voegt Tele2 hieraan toe dat het oordeel van het hof niet toereikend is gemotiveerd, voor zover daarin ligt besloten dat van vereenzelviging geen sprake is. Het hof is in dat geval immers niet voldoende kenbaar ingegaan op de stellingen onder (i), (ii) en (iii) van Tele2.
subonderdeel 2.7.klaagt Tele2 dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan voor zover het in rov. 4.3.4 van Tussenarrest II heeft miskend dat de gewone regels van stelplicht en bewijslast niet gelden ter zake van het hypothetische scenario bij schadebegroting en/of ten aanzien van het schatten van de schade. Ook deze klacht faalt. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom het hof in rov. 4.3.4 van Tussenarrest II van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan.
subonderdeel 3.1.betoogt Tele2 dat het hof in rov. 4.55 van Tussenarrest I en (de tweede) rov. 3.6.4 van Tussenarrest II heeft miskend dat de hoofdregel uit het arrest
Poot/ABP [66] in dit geval niet van toepassing is. Tele2 stelt dat haar wél een eigen schadevergoedingsvordering met betrekking tot de verloren aandeelhouderswaarde van Zon toekomt, omdat (i) Tele2 schade heeft geleden in de vorm van verloren aandeelhouderswaarde, (ii) het hof zelf heeft vastgesteld dat KPN onrechtmatig jegens Tele2 heeft gehandeld en (iii) Zon – als gevolg van de fusie en/of verjaring – niet zelf een vordering op grond van onrechtmatige daad jegens KPN kan instellen.
in haar hoedanigheid van aandeelhouder” van Zon. Dat KPN onrechtmatig jegens Tele2 heeft gehandeld, maakt immers nog niet dat KPN een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens Tele2 als aandeelhouder van Zon heeft geschonden. [67]
Poot/ABPgeformuleerde hoofdregel dat voor vergoeding van afgeleide schade in beginsel geen plaats is. Ook dit oordeel van het hof is juist. Het gaat hier – zo begrijp ik – om de situatie dat een beweerdelijke vordering ten aanzien van de dochter (Zon) is verjaard, waarna de moeder (Tele2) die vordering alsnog wil instellen, omdat de dochter (Zon) dat zelf niet meer kan. Nog daargelaten dat dit dogmatisch lastig te volgen is (voor de moeder is er niet opeens weer een rechtsvordering), is een dergelijke constructie om de
Poot/ABP-regel te ontwijken ongewenst en dus niet toelaatbaar. Ook de fusie tussen dochter (Zon) en moeder (Tele2) vormt geen aanleiding om een uitzondering te maken op de hoofdregel dat in beginsel geen plaats is voor vergoeding van afgeleide schade. Na de fusie stond immers niets eraan in de weg dat Tele2, als rechtsopvolgster van Zon, een schadevergoedingsvordering jegens KPN zou instellen die mede zag op de schade die Zon voorafgaand aan de fusie in geschilperiode 1 (begin 2000 tot 1 september 2001) heeft geleden. Tele2 heeft dit echter nagelaten, hetgeen voor haar eigen rekening komt.
subonderdeel 3.2.klaagt Tele2 dat het oordeel van het hof onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd, omdat (i) vaststaat dat KPN onrechtmatig jegens Tele2 heeft gehandeld, (ii) het onderscheid tussen (schade van) Tele2 en (schade van) Zon geheel kunstmatig is en (iii) de schade als gevolg van de fusie definitief is geleden.
definitief” is geleden – en Tele2 dus niet meer ‘via Zon’ kan worden gecompenseerd – is dus aan het nalaten van Zon en Tele2 te wijten en maakt niet dat het onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat Tele2 geen vordering wegens verloren aandeelhouderswaarde toekomt.
subonderdeel 3.3.voert Tele2 aan dat het oordeel van het hof in rov. 4.55 van Tussenarrest I en (de tweede) rov. 3.6.4 van Tussenarrest II onjuist is, dan wel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd. Tele2 heeft immers schadevergoeding nader op te maken bij staat gevorderd en was dus, gelet op de stand van het debat, niet gehouden om haar stelling dat van afgeleide schade sprake is nader te onderbouwen of in dat kader een afzonderlijke vordering in te stellen. Tele2 klaagt verder dat het oordeel van het hof onjuist dan wel onbegrijpelijk is, omdat de door Tele2 verzonden stuitingsbrieven in beginsel op
alleschade van Tele2 zien en dus ook op de verloren aandeelhouderswaarde ten aanzien van Zon.
subonderdeel 3.4.betoogt Tele2 dat het hof in rov. 4.55 van Tussenarrest I en rov. 3.6.3 van Tussenarrest II heeft miskend dat het feit dat een stelling niet is weersproken, de rechter niet ontslaat van zijn verplichting om te beoordelen of de stelling de ermee beoogde conclusie kan dragen. In dit geval valt volgens Tele2 niet (zonder meer) in te zien dat de stelling van KPN dat de verjaring niet is gestuit, de conclusie kan dragen dat de vordering van Tele2 in zoverre is verjaard.
subonderdeel 3.5.klaagt Tele2 dat het onjuist is voor zover het hof in (de tweede) rov. 3.6.4 van Tussenarrest II heeft geoordeeld dat de stellingen van Tele2 omtrent afgeleide schade tardief zijn. Deze klacht mist feitelijke grondslag. Het hof heeft de stellingen van Tele2 omtrent afgeleide schade inhoudelijk beoordeeld en verworpen en dus niet volstaan met het oordeel dat de stellingen buiten beschouwing worden gelaten, omdat Tele2 ze op een te laat moment in de procedure heeft ingenomen.
Boetebeding – geschilperiode 2
grieven 6 en 7 in principaal appelzien op deze kwestie. In de toelichting op deze grieven klaagt KPN dat de rechtbank te veel gewicht heeft toegekend aan de taalkundige betekenis van de SLA en de context waarin de boetebedingen zijn overeengekomen, uit het oog heeft verloren.
Het tweede lid bepaalt dat, behoudens afwijkende regeling, de boete voor de schadevergoeding in de plaats komt, zodat in geval van wanprestatie de schuldeiser alleen recht heeft op de bedongen boete. Deze regel, die ook geldt voor de boete die op de enkele vertraging is gesteld, is in overeenstemming met het thans geldende wetboek (artikel 1343 lid Pro 1 B. W), doch het ontwerp wijkt daarvan af door in het tweede lid van het volgende artikel(thans art. 6:94 lid 2 BW Pro, hof)
in bijzondere gevallen een aanvullende schadevergoeding mogelijk te maken. Van het in het tweede lid bepaalde kunnen partijen op verschillende wijzen afwijken. Zo kunnen zij bedingen, dat de schuldeiser de keuze heeft tussen de wettelijke schadevergoeding en de boete. Ook kunnen zij bedingen, dat de schuldeiser recht heeft zowel op de boete als op de wettelijke schadevergoeding. Uiteraard zal in het laatste geval de boeteeerder voor vermindering krachtens artikel 18 lid 1 in Pro aanmerking komen. Tenslotte sluit het tweede lid ook niet uit dat onderscheid wordt gemaakt tussen de vergoeding van vertragingsschade als bedoeld in artikel 6 enerzijds Pro en schadevergoeding die in de plaats van de verschuldigde prestatie treedt (artikelen 1, 11 en 12) anderzijds; partijen kunnen dus b.v. bedingen dat de boete in de plaats treedt van de vergoeding van vertragingsschade ingeval nakoming wordt gevorderd, maar dat boete en vervangende schadevergoeding wel tegelijk kunnen worden gevorderd.
3. Verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen
subonderdeel 4.1.klaagt Tele2 dat het hof in rov. 5.35 van Tussenarrest I heeft miskend dat een boeteregeling met exclusieve werking strijdig is met Europeesrechtelijk marktordeningsrecht op het gebied van telecommunicatie. Een dergelijke boeteregeling heeft immers tot gevolg dat Tele2 geen aanspraak kan maken op de schadevergoeding die haar in de positie kan brengen waarin zij zou hebben verkeerd als KPN haar verplichting niet had geschonden om non-discriminatoire gedeelde toegang te verlenen. Volgens Tele2 had het hof daarom moeten onderzoeken of de boeteregeling nietig is.
de vraag bezien welke regeling in de nieuwe wetgeving dient te gelden voor de aansprakelijkheid van aanbieders van diensten in de telecommunicatiesector, ongeacht of die diensten betrekking hebben op het basale aanbod van telecommunicatie-infrastructuur of telefonie dan wel op andere diensten.” [70] Volgens de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat paste een wettelijk geregelde beperking van de aansprakelijkheid voor aanbieders van telecommunicatiediensten of van telecommunicatienetwerken, van welke aard deze diensten of netwerken ook waren, primair niet bij de strekking van EG-regelgeving. [71] De EG-regelgeving gaf juist aanleiding om het aansprakelijkheidsregime voortaan te laten beheersen door “
het gemene recht”. Een dergelijke aanpak paste in de ogen van de minister ook “
bij de liberalisering van de gehele telecommunicatiemarkt en bij de ontwikkelingen in de ons omringende landen.” [72] Onderkend werd dat “
een dergelijke keuze voor het civiele recht” meebrengt dat “
een telecommunicatieoperator de normale contractuele mogelijkheden tot beperking van zijn aansprakelijkheid ten dienste staan.” Het gaat dan om “
een beperking die door contractpartijen zelf is aangebracht in plaats van door de wetgever.” [73]
vanzelfsprekend” vrijstaat “
om de aansprakelijkheid door middel van een exoneratiebeding (al dan niet opgenomen in algemene voorwaarden) contractueel te beperken.” [75] Hetzelfde geldt logischerwijs voor een boetebeding.
subonderdelen 4.2. en 4.3.betoogt Tele2 dat het oordeel van het hof in rov. 5.35 van Tussenarrest I onjuist is dan wel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. De stellingen van partijen geven immers aanleiding tot een vermoeden van misbruik van economische machtspositie door KPN en daarom had het hof – na het horen van partijen hierover – ambtshalve moeten beoordelen of het boetebeding nietig is. Tele2 wijst op haar stellingen dat (i) KPN de regie heeft gehad over de inhoud van de SLA’s en de VSO, (ii) andere telecomaanbieders ‘volledig afhankelijk’ waren van KPN en (iii) KPN als gewezen ‘monopolist’ en nog altijd als op de relevante markt ‘dominante partij’ alle deskundigheid in huis had.
subonderdeel 4.4.klaagt Tele2 dat het oordeel van het hof in rov. 5.37 van Tussenarrest I onjuist is dan wel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. Het hof had de relevantie van het Europees marktordeningsrecht moeten betrekken bij de vraag of het beroep op (de exclusieve werking van) de boeteregeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In aanvulling hierop betoogt Tele2 in
subonderdeel 4.5.dat het hof in het kader van de onaanvaardbaarheidsvraag ten onrechte (beslissende) betekenis heeft toegekend aan de onderbouwing door Tele2 van de hoogte van bepaalde schadeposten, te weten de schade die Tele2 heeft geleden in verband met de tekortkomingen van KPN waarvoor de boeteregeling geldt. Volgens Tele2 hoefde zij daarop niet nader in te gaan, omdat zij verwijzing naar de schadestaatprocedure heeft gevorderd.
vele malen hoger is” dan de boete van € 1,9 miljoen die KPN aan Tele2 is verschuldigd. Aangezien Tele2 dit heeft nagelaten, is het niet duidelijk (en was het voor het hof ook niet duidelijk) welke (financiële) gevolgen onverkorte toepassing van het boetebeding voor Tele2 heeft. Het is dan ook niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof niet is meegegaan met het betoog van Tele2 dat het beroep van KPN op het boetebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit geldt temeer nu, zoals gezegd (randnummer 3.91 hiervoor), OPTA bij de totstandkoming van de boeteregeling betrokken is geweest en kennelijk van oordeel is geweest dat de regeling als zodanig, in elk geval in zijn algemeenheid, niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
subonderdeel 4.6.klaagt Tele2 dat het oordeel van het hof in rov. 3.3.3 van Tussenarrest II onjuist is. Volgens Tele2 heeft het hof miskend dat een boeteregeling naar haar aard slechts ziet op de rechtsgevolgen van tekortkomingen in de nakoming van verbintenissen en niet op een onrechtmatige daad.
Onrechtmatigheid – geschilperiode 1
redelijkverzoek om gedeelde toegang. Daarin ligt besloten dat Tele2 niet kan verlangen dat de toegang op stel en sprong wordt verleend. Het hof acht aannemelijk dat er enige tijd benodigd is alvorens KPN redelijkerwijs een verzoek om gedeelde toegang kan honoreren. Dit betekent echter nog niet dat de periode van vijftien maanden (namelijk tot 1 september 2001) die KPN stelt nodig gehad te hebben, redelijk is. KPN stelt weliswaar dat de levering van gedeelde toegang niet (in betekenisvolle mate) eerder dan 1 september 2001 had kunnen plaatsvinden”, maar onderbouwt die stelling niet voldoende concreet. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval de redelijke termijn (ruimschoots) is verstreken, maar laat – in ieder geval in dit stadium van de procedure in het midden – welke termijn KPN redelijkerwijs gegund moet worden om aan het verzoek te voldoen. KPN handelt dus onrechtmatig vanaf het moment dat de redelijke termijn waarbinnen zij diende te voldoen aan het verzoek van Tele2 om haar gedeelde toegang te verstrekken, was verstreken.”
4. Geschilperiode I
Termijn om te voldoen aan een verzoek om gedeelde toegang
Schadebegroting wegens niet tijdig honoreren van een verzoek om gedeelde toegang versus schadebegroting wegens discriminatoir handelen
subonderdeel 5.1.klaagt Tele2 dat het oordeel van het hof in rov. 4.1.3 van Tussenarrest II onbegrijpelijk is. Tele2 heeft immers toegelicht wat het onderscheid is tussen de schade die door de twee normschendingen is veroorzaakt.
extra schade” heeft veroorzaakt, zoals door het hof weergegeven in rov. 4.2.4 van Tussenarrest II. [81] Ten aanzien van deze “
extra schade” heeft het hof immers in rov. 4.2.5 van Tussenarrest II – in cassatie onbestreden – geoordeeld dat aan de nog te benoemen deskundige zal worden voorgelegd wat de omvang van deze schade is.
subonderdeel 5.2.betoogt Tele2 dat ook rov. 4.26 van Tussenarrest I niet in stand kan blijven als de klacht in subonderdeel 5.1. slaagt. Deze voortbouwklacht faalt in het spoor van de klacht in subonderdeel 5.1.
Onrechtmatigheid – geschilperiode 2
5. Geschilperiode 2
subonderdeel 6.1.klaagt Tele2 dat het hof heeft miskend dat een vermogensvergelijking moet worden gemaakt [83] teneinde antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre Tele2 schade heeft geleden doordat KPN niet uiterlijk op 31 december 2000 een geldig referentieaanbod heeft gepubliceerd. Volgens Tele2 is niet beslissend in hoeverre de overeenkomst een leemte bevatte en hoe die moet worden opgevuld, zoals het hof in rov. 5.12 van Tussenarrest II heeft overwogen. In
subonderdeel 6.2.voert Tele2 aan dat het hof heeft miskend dat in het hypothetische scenario (waarin Tele2 in de vermogenspositie verkeert die zij zou hebben gehad als KPN uiterlijk op 31 december 2000 een referentieaanbod had gepubliceerd) ervan moet worden uitgegaan dat KPN haar verplichtingen uit de hypothetische overeenkomst was nagekomen, en dus géén boetes verschuldigd was geweest. In dat scenario had Tele2 dus méér winst gemaakt omdat ze een groter marktaandeel had gehad.
3.4.1 De inhoud van de contractuele verhouding tussen Tele2 en KPN in de periode van 1 september 2001 tot 1 april 2002
feitelijkeen (inferieure) gedeelde toegangsdienst (…) verleend, maar zonder dat daaraan een contractuele verplichting ten grondslag heeft gelegen en zonder daarvoor geldende contractvoorwaarden. Deze verplichtingen
kondenniet worden vastgelegd omdat KPN geen referentieaanbod had gepubliceerd (zie hierna in meer detail par. 3.4.2). (…)
indirectewijze moet[en] worden vastgesteld.
Het ligt in de rede om daarvoor aansluiting te zoeken bij de inhoud van de ‘belendende’ contracten.Het Hof heeft al gesuggereerd dat het raadzaam is om, ten aanzien van de toepasselijke termijnen en de omvang van de schade, aansluiting te zoeken bij de SLA ordering & levering die vanaf 1 april 2002 in werking is getreden (rov. 5.22 en 5.48). (…).
Ook hier komt naar voren dat de door het Hof vastgestelde onrechtmatigheid tevens als een wanprestatie kan worden gekwalificeerd en dezelfde schade heeft veroorzaakt.
Daarbij moet bedacht worden dat het wettelijk verplichte referentieaanbod en de inhoud van de contractuele verhouding tussen KPN en Tele2 zeer nauw met elkaar samenhangen.
Dit laatste onrechtmatigheidsoordeel kan zonder meer als een “gebrekkige prestatie” en aldus als een wanprestatie worden gekwalificeerd.
Het door het Hof vastgestelde onrechtmatig handelen door KPN kan dan tevens worden gekwalificeerd als toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de op KPN rustende verplichtingen, zoals hierna in meer detail wordt toegelicht.”
subonderdeel 6.3.betoogt Tele2 dat het oordeel van het hof in rov. 5.24 van Tussenarrest I onjuist is of onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. Volgens Tele2 heeft het hof miskend dat met de inwerkingtreding van de SLA ordering & levering niet (zonder meer) een einde is gekomen aan de onrechtmatigheid. Voor zover de in de SLA ordering & levering opgenomen boeteregeling exclusieve werking heeft, heeft KPN namelijk ook vanaf 1 april 2002 onrechtmatig gehandeld. De boeteregeling staat in dat geval immers eraan in de weg dat Tele2 aanspraak kan maken op schadevergoeding, wat ervoor zorgt dat geen
level playing fieldtussen KPN en Tele2 ontstaat.
Causaal verband & schade – geschilperiode 1
Grief 19 in principaal appel– waarin wordt betoogd dat een dergelijk deskundigenbericht niet zou moeten worden gelast – faalt derhalve. Dat geldt niet voor
grief 20 in principaal appel. In die grief voert KPN terecht aan dat op grond van de hoofdregel van art. 195, tweede zin, Rv het voorschot moet worden betaald door de eisende partij, dat wil zeggen door Tele2. Het hof ziet onvoldoende aanleiding om van deze hoofdregel af te wijken. De enkele omstandigheid dat KPN onrechtmatig jegens Tele2 heeft gehandeld en daarom schadeplichtig is, is niet voldoende om een uitzondering op de hoofdregel aan te nemen.”
5. Geschilperiode 2
verworpen” is een kennelijke verschrijving van het hof, gelet op het niet mis te verstane oordeel van het hof in rov. 5.19 van Tussenarrest I dat de op het ‘brede verwijt’ gebaseerde vordering van Tele2 is verjaard, van welk oordeel het hof in rov. 3.2.4 tot en met 3.2.12 van Tussenarrest II uitdrukkelijk niet is teruggekomen.