Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
verklaring van [betrokkene 1] :
mededeling van de verbalisanten:
verklaring van de verdachte:
mededeling van de verbalisant:
[betrokkene 3] :
[betrokkene 2] :
3.Het juridisch kader
NJ2019/379, m.nt. W.H. Vellinga over de vordering van de benadeelde partij heeft de Hoge Raad in rechtsoverweging 2.3.1. overwogen dat de benadeelde partij in het strafproces vergoeding kan vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Het antwoord op de vraag of er voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde geleden schade wordt bepaald door de concrete omstandigheden van het geval. [1] Voor het aannemen van een zodanig verband is niet vereist dat de benadeelde partij is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. [2]
NJ2002/572 het volgende overwogen:
4.Bespreking van het middel
doordatde verdachte de plaats van het ongeval heeft verlaten. Deze opvatting komt mij gelet op het hiervoor geschetste juridisch kader te beperkt voor.
rechtstreekswordt beschermd. [5]
NJ2016/335. Hij schrijft onder randnr. 14 (met weglating van de noten):