Conclusie
Stb. 2017, 82). De uitreiking van een gerechtelijke mededeling als de onderhavige is thans geregeld in art. 36e, eerste lid, Sv.
NJ2002/317, m.nt. Schalken (rov. 3.19-3.22 en 3.34) nog het volgende. [3] Doet zich de mogelijkheid van rechtstreekse toezending van de dagvaarding aan de verdachte voor, zoals in casu, dan geldt dat zij in de regel kan geschieden als gewone brief over de post; door de toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend. [4] Indien sprake is van tussenkomst van de bevoegde autoriteit of instantie, dan behoeft uit de stukken slechts te blijken dat deze is ingeroepen, doch niet dat aan het gedane verzoek is voldaan. Wordt van die kant bericht dat de mededeling aan de geadresseerde is uitgereikt, dan kan deze uitreiking als betekening in persoon worden aangemerkt zonder dat hiervan nog uit een afzonderlijke akte behoeft te blijken. Het voorgaande is alleen anders indien een door Nederland aangegane verdragsverplichting jegens de Staat waar naartoe de dagvaarding moet worden verstuurd, zich daartegen verzet. Indien aannemelijk is dat bij de toezending van de dagvaarding aan de verdachte wiens buitenlandse adres bekend is, de ter zake geldende verdragsverplichtingen niet zijn nageleefd, dan wel dat de buitenlandse autoriteit of instantie geen uitvoering heeft gegeven aan het verzoek, behoort de rechter het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde het verzuim te doen herstellen. Beijers merkt nog op dat, hoewel de wet deze eis niet stelt, het aanbeveling verdient dat het openbaar ministerie in de akte van uitreiking melding maakt van de verzending teneinde de naleving van art. 588, tweede lid, (oud) Sv controleerbaar te maken. [5]