Conclusie
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
[verzoeker]respectievelijk
[verweerster].
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
de vrouw) telefonisch contact opgenomen met [verweerster] en gesproken met [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]). De vrouw heeft daarbij verslag gedaan van een voorval dat haar die middag rond 16.00 uur was overkomen.
[betrokkene 2]), gesproken. Daarbij heeft een schermutseling tussen beiden plaatsgevonden. Kort daarna hebben [betrokkene 1] en de direct leidinggevende van [verzoeker] , [betrokkene 3] (hierna:
[betrokkene 3]) zich bij hem en [betrokkene 2] gevoegd. Na korte tijd is [verzoeker] vertrokken en naar huis gebracht.
3.Procesverloop
de kantonrechter) verzocht, samengevat en voor zover in cassatie van belang, [verweerster] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding.
het hof). [verzoeker] heeft, onder aanvoering van tien grieven, het hof verzocht de beschikkingen te vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog zijn verzoeken toe te wijzen en de tegenverzoeken af te wijzen.
grief VIIIbetoogt [verzoeker] dat het voorval in de omstandigheden van het geval geen dringende reden voor ontslag vormt. Daarbij wijst hij er op dat het voorval buiten werktijd heeft plaatsgevonden en dat de goede naam van [verweerster] niet in het geding is. [verzoeker] voert met
grief IXaan dat hij ziek en arbeidsongeschikt was en – zo begrijpt het hof – deze omstandigheid aan het geven van ontslag op staande voet in de weg staat.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
haalbaarheidof van de
opportuniteitvan een vervolging (dan wel een combinatie van beide). [15] Wanneer een zaak wordt geseponeerd omdat vervolging niet haalbaar wordt geacht, wordt wel gesproken van een ‘technisch sepot’. De sepotbeslissing in deze zaak lijkt van deze categorie. In de brief waarin [verzoeker] wordt medegedeeld dat is besloten dat hij niet verder wordt vervolgd, staat immers dat er naar het oordeel van de officier van justitie onvoldoende bewijs is. [16]
Dit voorval (…) was dat u vanuit de bedrijfsauto een vrouw heeft aangesproken, terwijl u met volledig ontbloot onderlichaam in de auto zat. Deze vrouw heeft dit gezien. U heeft deze vrouw gevraagd aan uw geslachtsdeel te zitten.” Het is dit feitencomplex dat in deze procedure dient te komen vast te staan. Daarna is aan de orde de kwalificatievraag of sprake is van een dringende reden.