Conclusie
Nummer22/03723
Inleiding
De zaak
Bewezenverklaring en bewijsvoering
proces-verbaal van bevindingen‘tijdlijn voorbereidingshandelingen liquidatie in Berlijn’ van 2 juni 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-839 (doorgenummerde pag. ZD1 2-1-011 e.v.).
verklaringdie
de verdachteter terechtzitting in hoger beroep op 31 augustus 2022 heeft afgelegd.
verklaringdie
de verdachteter terechtzitting in eerste aanleg op 5 juli 2021 heeft afgelegd.
(het hof begrijpt: in Berlijn)drie tot vier keer naar de zonnebank geweest. Het kan zijn dat ik dat bericht
(het hof begrijpt: het Ennetcom-bericht van 5 september 2015 om 12.06 uur over de zonnebank)heb verstuurd.
proces-verbaal van verhoor van de verdachtevan 13 juli 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-909 en T-849 (doorgenummerde pag. ZD 10-1-45 e.v.).
(het hof begrijpt: [betrokkene 2] ). [betrokkene 2] was erbij want [betrokkene 3] had een extra man nodig.
(het hof begrijpt: de toenmalige vriendin van de verdachte)was zwanger in die tijd.
proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1]ten overstaan van de rechter-commissaris van 20 november 2020, opgemaakt door mr. R. van de Water, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam (los document).
getuige [betrokkene 1], zakelijk weergegeven:
(het hof begrijpt: in de woning op de [a-straat] in Berlijn)wapens waren.”
4.2.2. Inhoud Ennetcom-berichten
‘ [bijnaam 1] ’. Volgens de advocaat-generaal is dit een bijnaam van [verdachte] . [verdachte] heeft betwist dat hij gebruik maakt van of door anderen wordt aangeduid met de bijnaam [bijnaam 1] , al heeft hij tijdens het verhoor bij de politie op 13 juli 2020 verklaard dat anderen hem kennelijk bedoelen met [bijnaam 1] .
‘italiaanse vrouw’.
‘fabriek’, ze willen (meervoud dus)
‘om de 2 a 3 uur eten’.
‘mattie’(het hof stelt, nu [betrokkene 1] alleen met [verdachte] naar Berlijn was gekomen, vast: [verdachte] ) moet afstappen, want hij moet hem
‘door ze hoofd geven’(het hof begrijpt: door zijn hoofd schieten). [betrokkene 1] bevestigt dat [verdachte] zal afstappen en zal schieten. Afhankelijk van de grootte van de groep rondom [slachtoffer] zal [betrokkene 1] ook zelf schieten. Het doelwit krijgt sowieso een
‘headshot’, want hij moet dood.
‘hitters’(de schutters dus) terug zijn naar Nederland en maandag zullen terugkomen. Dat hij met de term
‘hitters’[verdachte] en [betrokkene 1] bedoelt vindt steun in het feit dat [betrokkene 8] spreekt over de witte Fiat 500 van de hitters. Uit het hiervoor weergegeven bericht van [betrokkene 1] van 20 augustus 2015 blijkt dat hij die dag reisde met een witte Fiat 500 en uit het bericht van 24 augustus 2015 volgt dat de auto van [betrokkene 1] was geparkeerd bij de McDonalds in Leiderdorp. Verder vindt deze vaststelling steun in het feit dat de schutters door [medeverdachte] worden aangeduid als de
‘ [bijnaam 3] ’en de
‘ [bijnaam 4] ’. Het woord
‘ [bijnaam 4] ’is straattaal voor personen met een lichte huidskleur, zoals de huidskleur van [verdachte] . De term
‘ [bijnaam 3] ’is een scheldwoord voor personen met een donkere huidskleur en wordt door [medeverdachte] kennelijk gebruikt voor [betrokkene 1] , gelet op diens donkere huidskleur. [medeverdachte] zegt vervolgens in de genoemde berichtenwisseling dat de schutters, [verdachte] en [betrokkene 1] dus,
‘hem wilden doen’(het hof begrijpt: dat zij [slachtoffer] wilden doodschieten).
‘ [bijnaam 2] rijd [bijnaam 1] op motor 3man staat hun op te wachten die rijd hun naar eerlijke auto’(het hof begrijpt: [bijnaam 2] bestuurt de motor waarop [verdachte] zit en rijdt naar de derde man). Uit het dossier kan worden afgeleid dat met
‘ [bijnaam 2] ’wordt bedoeld [betrokkene 2] , die in het verleden een [bijnaam 2] heeft gehad. Over [verdachte] merkt de gebruiker van account [001] verder op dat die het
‘werk alleen af kan’en dat die
‘doet het werk stapt achterop [bijnaam 2] rijden naar eerlijke auto’(het hof begrijpt: dat [verdachte] degene is die zal schieten, waarna hij bij [betrokkene 2] achterop de motor stapt).
‘zonnebankie’kan pakken. [verdachte] heeft verklaard dat hij de term
‘zonnebankie’gebruikt en in Berlijn een keer of drie naar de zonnebank is geweest. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij ook verklaard dat het inderdaad kan zijn dat hij dit bericht heeft verstuurd.
‘acktie elke moment kan gebeuren’(het hof begrijpt: dat ieder moment kan worden overgegaan tot het doodschieten van [slachtoffer] ), waarna hij tegen [betrokkene 1] zegt dat deze nu weet om wie het gaat en wie dat is (het hof begrijpt: wie het doelwit is). Uit de reactie van [betrokkene 1] blijkt dat hij denkt dat het om ene
‘ [naam] ’gaat, waarna hij op de ontkennende reactie van de gebruiker van account [001] zegt dat hij het dan niet weet. In dit kader verdient nog opmerking dat, zoals hiervoor ook is vastgesteld, [slachtoffer] op 26 augustus 2015 nog een parkeerovertreding heeft gepleegd in Berlijn en toen – ruim nadat [betrokkene 1] [slachtoffer] zou hebben laten waarschuwen – dus nog in Berlijn was.
‘Motro heb ik al alleen nog waggie die hitters zijn even snel terug naar nl.’.Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte] – die zich in Berlijn bevond – reeds de beschikking had over een motor, maar nog een auto moest regelen. Deze mededeling over het bezit van een motor is zeer concreet en zonder enige twijfel omgeven, zodat dit – in het licht van de overige berichten over het gebruik van de motor bij de liquidatie –redengevend is voor het bewijs dat de verdachten daadwerkelijk de beschikking hadden over een motor. Noch uit de verklaring van [medeverdachte] (die zich consequent op zijn zwijgrecht heeft beroepen), noch anderszins blijkt uit het dossier van feiten of omstandigheden die deze conclusie ontkrachten. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij in Berlijn geen motor heeft gezien, is daartoe in elk geval onvoldoende.
‘sta paraat’) om na bericht van [medeverdachte] direct in actie te kunnen komen. Gezien de verschillende berichten hierover was het kennelijk nog niet eenvoudig om [slachtoffer] te vinden. Voor het slagen van het plan was het dus van wezenlijk belang dat [betrokkene 1] snel instructies kon ontvangen om met zijn medeverdachten toe te kunnen slaan. Het voorhanden hebben van de motor en de vuurwapens was niet voldoende om de liquidatie te kunnen voltooien. De PGP-telefoons moesten het mogelijk maken de chauffeur van de motor en de schutter op het juiste tijdstip op de juiste plaats te krijgen. De telefoons waren zodoende, gezamenlijk met de andere voorhanden zijnde voorwerpen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen van [verdachte] en zijn medeverdachten dienstig voor het misdadige doel dat zij met het gebruik van de voorwerpen voor ogen hadden.
Het eerste middel
Het tweede middel
(i)
Kamerstukken II, 1989/90, 21 565, nrs. 1-3 en 1990/91, nrs. 4-7). Dit voorstel verstaat onder “voorhanden hebben” ieder feitelijk aanwezig hebben met welk doel of krachtens welke titel dan ook. Voor dit “voorhanden hebben” is niet nodig dat de dader te allen tijde onverwijld over het goed kan beschikken. Het omvat ook het kunnen beschikken over een goed dat elders is opgeslagen; een directe fysieke beschikkingsmacht is dus niet nodig. [9] Verder volgt uit de wetsgeschiedenis dat ook de voorbereidingshandeling van afzonderlijke personen onder de strafbaarstelling kan vallen, zolang het opzet van de voorbereider maar gericht is op het in vereniging begaan van het voorgenomen misdrijf. [10]
(i)weergegeven argument snijdt daarom ook voor wat betreft de beschikkingsmacht geen hout.
ii)
(ii)weergegeven argument houdt in dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de PGP BlackBerry’s bestemd waren tot het in de bewezenverklaring bedoelde misdrijf, in de zin dat deze voorwerpen tijdens de uitvoering gebruikt zouden worden.
(ii)weergegeven argument.
(iii)
iii)genoemde argument in dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed ten aanzien van het
tezamen en in verenigingopzettelijk voorhanden hebben van voorbereidingsmiddelen, aangezien niet kan blijken van enige handeling of relatie tot de voorbereidingsmiddelen en een wezenlijke bijdrage van de verdachte met betrekking tot de voorbereiding.
(iii)genoemde argument.