ECLI:NL:PHR:2023:1174
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen diefstal met geweld, bezit cocaïne, MDMA en vuurwapen met munitie
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van diefstal met geweld, het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en MDMA, en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het hof baseerde dit op onder meer DNA-sporen op het wapen dat in de brievenbus van de verdachte werd gevonden, de vondst van munitie in zijn opslagbox, en het feit dat alleen verdachte de sleutels had van deze locaties.
De verdachte voerde in cassatie diverse middelen aan, waaronder dat het bewijs onvoldoende was en dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte tot bewijs kon leiden. Ook werd aangevoerd dat anderen toegang hadden tot de woning en dat DNA-sporen van derden op het wapen waren aangetroffen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het bewijs overtuigend was en de alternatieve scenario's niet aannemelijk.
Daarnaast werd de volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de verdachte bevestigd omdat hij tijdens de proeftijd nieuwe strafbare feiten had gepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onredelijk had gehandeld door de herroeping toe te wijzen, ondanks de aangevoerde beleidsregels.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de middelen falen en het cassatieberoep moet worden verworpen. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen diefstal met geweld, bezit van cocaïne, MDMA, vuurwapen en munitie.