Conclusie
Ten aanzien van alle feiten
en even later [medeverdachte], samen met een NN man uit [C] komt."
“rechtbank: opgenomen onder bewijsmiddel 4":
“hof: opgenomen onder bewijsmiddel 2")’
Ten aanzien van alle feiten
relaas van de verbalisant KL5730:
(september 2005 tot en met 12 juni 2011).
[betrokkene 18]:
[betrokkene 16]:
[betrokkene 37]:
[betrokkene 41]:
[betrokkene 42]:
rechtbank: opgenomen onder bewijsmiddel 4).
Beoordeling van feit 1
1.Algemene overwegingen
2.De overdracht van vier concrete geldbedragen
3.De geldtransporten vanuit Frankrijk en/of België
4.Conclusie / Gewoontewitwassen
en even later [medeverdachte], samen met een NN man die uit [C] komt. Beide mannen dragen een zwarte schoudertas en lopen naar een zwarte Saab. [betrokkene 2] stopt een zwarte schoudertas in de kofferbakruimte van de Saab. Ze rijden vervolgens naar de [c-staat 1] te [plaats] . Beide mannen gaan daar naar binnen waarbij [medeverdachte] een zwarte schoudertas draagt. Vervolgens vindt om 15.35 uur een gesprek plaats tussen de verdachte en een NNman die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer 9] . Uit dat gesprek blijkt dat er die dag een geldbedrag is overgedragen. Door de verdachte wordt gezegd dat hij die ochtend ‘125’ heeft opgehaald bij NN man. Volgens de observatie heeft de verdachte daarna een ontmoeting gehad met de [medeverdachte] waarbij een tasje wordt overgegeven dat bij [C] naar binnen wordt gebracht. Gelet op deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat het tapgesprek in de middag ziet op de geldoverdracht die ochtend en is wettig en overtuigend bewezen dat er een geldoverdracht heeft plaatsgevonden van een geldbedrag van vermoedelijk € 125.000,-.’
wijst toe- overeenkomstig het standpunt van het Openbaar Ministerie - het verzoek tot het doen horen van de navolgende personen als getuige:
afde verzoeken strekkende tot het horen als getuige van de volgende personen:
wijsteveneens
afde verzoeken strekkende tot het horen als getuige van de volgende personen:
schorsthierop het onderzoek voor
onbepaalde tijd;
[betrokkene 25], op
maandag 14 augustus a.s.vraag ik uw aandacht voor het volgende.
Declaration of [betrokkene 25]
Van:[e-mailadres 1]
14 september 2021
17 september 2021
Geachte raadsheer-commissaris,
1. Kunt u bevestigen dat er op geen enkel moment contact is geweest met de verdediging in de zaak [verdachte] omtrent de uitvoering van de verhoren?
Van:UK Central Authority < [e-mailadres 2] >
21 september 2021
HERHAALD VERZOEK TOT AANHOUDING EN HET HOREN VAN GETUIGEN
Getuigenverzoeken en in verband daarmee het verzoek tot aanhouding van de zaak
thansgesteld dat de verdachte, die niet ontkend heeft dat hij zich feitelijk bezig heeft gehouden met hawala-bankieren, wel ontkent dat hij dat heeft gedaan
binnende tenlastegelegde periode.
as a whole') nog voldoet aan het in artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Naar het oordeel van het hof is dit het geval.’
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het verzoek tot het horen van de getuige [betrokkene 25] heeft afgewezen. Aangevoerd wordt dat het onjuist en onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat de raadsheer-commissaris heeft geprobeerd de getuige in de onderhavige zaak te horen. Uit de door de raadsman overgelegde correspondentie zou volgen dat de getuige alleen in andere strafzaken heeft aangekondigd zich op zijn verschoningsrecht te zullen beroepen. Bovendien zou het hof vooruit zijn gelopen op het feit dat de getuige waarschijnlijk niet zal willen verklaren, zelfs niet nadat zijn raadsman heeft aangegeven dat hij dit wel zou willen. Ten slotte zou het hof het verdedigingsbelang dat eerst nog was onderkend door zowel het hof als het openbaar ministerie, hebben gerelativeerd.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 35] en [betrokkene 12] heeft afgewezen. ’s Hofs beslissing dat er geen verdedigingsbelang zou zijn bij het horen van de getuigen zou tegen de achtergrond van het procesverloop en al hetgeen eerder over dat belang zou zijn gecommuniceerd en vastgesteld, onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk zijn. Bovendien zou het hof in het geval van de getuige [betrokkene 12] vooruit zou zijn gelopen op wat hij mogelijk wel of niet zou kunnen en willen verklaren. En ’s hofs oordeel dat niet aannemelijk is dat [betrokkene 12] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden zou onbegrijpelijk zijn.
derdemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 41] en [betrokkene 42] heeft afgewezen. De door deze getuigen afgelegde verklaringen zouden belastend zijn voor de verdachte en tot het bewijs zijn gebezigd. Door te stellen dat het bewijs wordt aangevuld met een afgeluisterd gesprek en dat dit bewijs onvoldoende gemotiveerd door de verdachte is weersproken, zou het hof voorbij zijn gegaan aan het uit artikel 6 EVRM Pro voortvloeiende recht om belastende getuigen te kunnen bevragen.
(BFK: kennelijk [betrokkene 41] )en de verdachte en dat het geld waarover gesproken wordt geld is dat zijn vader met verdachte ruilt. Tijdens het onderzoek op de terechtzitting op 14 en 17 september 2021 heeft de raadsman aangegeven dat deze getuigen belastend hebben verklaard; bij pleidooi heeft de raadsman van de verdachte gesteld dat de verklaringen van de verzochte getuigen door de verdachte worden betwist. Het hof heeft in het bestreden arrest vervolgens overwogen dat de verdachte tegenover de politie niet heeft ontkend dat hij geld heeft gewisseld in de juwelierszaak van [betrokkene 41] maar juist heeft verklaard dat dit ‘zou kunnen’, en dat de verdachte daar ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep niet op is teruggekomen. [12]
vierdemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 37] , [betrokkene 16] en [betrokkene 18] heeft afgewezen. De steller van het middel geeft aan dat in hoger beroep is aangevoerd dat deze getuigen belastende verklaringen hebben afgelegd en dat de raadsman heeft aangegeven dat hij de getuigen onder meer wilde bevragen over de aard en omvang van het Hawala-bankieren, de rol van de verdachten daarbij, de wijze waarop de betalingen plaatsvonden en wie daarbij betrokken waren.
vijfdemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het verzoek tot het horen van de getuige [betrokkene 15] heeft afgewezen. Aangevoerd wordt dat het hof het noodzakelijkheidscriterium heeft toegepast terwijl het criterium van het verdedigingsbelang van toepassing zou zijn. Daarbij zou het hof eraan voorbij zijn gegaan dat de verdediging het recht heeft belastende delen uit afgelegde verklaringen te toetsen. En het hof zou wel degelijk hebben geoordeeld dat deze getuige in opdracht van de verdachte geldtransporten heeft uitgevoerd, terwijl de verdachte dat heeft ontkend.
zesdemiddel bevat de klacht dat hof ten onrechte, althans onvoldoende en/of onbegrijpelijk gemotiveerd, bewezen heeft verklaard dat de verdachte betrokken is geweest bij de overdracht van € 125.000,- op 3 februari 2011. Het hof zou zijn afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zonder de feiten en omstandigheden te benoemen die tot dat andersluidende oordeel hebben geleid. Daarbij zou de bewijsoverweging van de rechtbank, waar het hof naar heeft verwezen, de bewezenverklaring niet kunnen dragen.
zevendemiddel bevat de klacht dat het recht op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn in de cassatiefase is geschonden.