Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Winterwerpen
Varbanovwaaruit zou blijken dat als een
medical expertbij vrijheidsbeneming in elk geval ‘a psychiatrist’ kan worden aangemerkt, maar vermeldt dat niet uitgesloten is dat ook zorgverleners uit andere disciplines als
medical expertkunnen gelden. [4] De in art. 26 lid 6 sub d Wzd Pro gestelde eis - dat de medische verklaring moet worden verstrekt door een ter zake kundige arts - sluit volgens het middel aan bij de hiervoor aangehaalde rechtspraak van het EHRM over vrijheidsbeneming van psychiatrische patiënten.
uitsluitendwerd veroorzaakt door de verstandelijke handicap hoefde een arts voor verstandelijk gehandicapten niet een psychiater in te schakelen. [9]
het aan de wetgever is hierop een uitzondering te maken, gelet op het grondrecht dat niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd buiten de gevallen bij of krachtens de wet voorzien.” [onderstreping, A-G]
ter zake kundige artsdie de cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar die ten minste gedurende één jaar geen zorg heeft verleend aan de cliënt en ten opzichte van de zorgaanbieder onafhankelijk functioneert. In de Nota naar aanleiding van het verslag [13] is over de vraag wie een ter zake kundige arts is als volgt overwogen.
Tevens is in genoemde jurisprudentie aangegeven dat het aan de wetgever is om te bepalen of de arts verstandelijk gehandicapten of specialist ouderengeneeskunde een medische verklaring kan afgeven met betrekking tot cliënten die, naast een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening, een andere psychische stoornis hebben. De Wzd beoogt deze mogelijkheid inderdaad te creëren. De arts verstandelijk gehandicapten of de specialist ouderengeneeskunde die een medische verklaring afgeeft, beoordeelt of de cliënt een verstandelijke handicap of psychogeriatrische aandoening heeft die zorg op grond van de Wzd noodzakelijk maakt. Op dat moment kan er al sprake zijn van een psychische stoornis, maar die kan zich ook later manifesteren. De arts verstandelijk gehandicapten of de specialist ouderengeneeskunde beoordeelt in zo’n geval zelf of deze psychische stoornis onder de Wzd kan worden behandeld en zal daarover bij twijfel een psychiater consulteren.Zo nodig kan de cliënt – tijdelijk – voor behandeling naar de ggz worden overgeplaatst. Op dat moment neemt de psychiater de zorg over en geldt de Wvggz.” [onderstreping, A-G]
Varbanov/Bulgarijevan 5 oktober 2000 [15] heeft het EHRM overwogen:
no deprivation of liberty of a person considered as being of unsound mind may be deemed in conformity with Article 5 par. 1(e) of the Convention if it has been ordered without seeking the opinion of a medical expert.Any other approach falls short of the required protection against arbitrariness, inherent in Article 5 of the Convention.
Ilnseher/Duitsland [17] waarin door het EHRM is overwogen:
e national authorities are better placed than itself to evaluate the qualifications of the medical expert in question(see, mutatis mutandis, Sabeva v. Bulgaria, no. 44290/07, § 58, 10 June 2010; Biziuk v. Poland (no. 2), no. 24580/06, § 47, 17 January 2012; and Ruiz Rivera v. Switzerland, no. 8300/06, § 59, 18 February 2014). However,
in certain specific cases, it has considered it necessary for the medical experts in question to have
a specific qualification, and has in particular required the assessment to be carried out
by a psychiatric expertwhere the person confined as being “of unsound mind” had no history of mental disorders (…) as well as, sometimes, the assessment to be made by
an external expert(see in this respect Ruiz Rivera, cited above, § 64).” [onderstreping, A-G]
relevantediagnoses volgens de arts (vraag 5d). Het ernstig nadeel vloeit blijkens de toelichting voort uit het angstig worden en zich bedreigd voelen waardoor betrokkene kan reageren met agressiviteit gericht op anderen of op zichzelf. Die angst ontstaat weer door onduidelijkheid, overvraging of overprikkeling waarvoor hij, door zijn lage sociaal emotionele ontwikkeling en verstandelijke beperking, gevoelig is. De kans dat een forensisch traject door incidenten als in het verleden brandstichting en valse bommeldingen weer opspelen bij het wegvallen van structuur is volgens de arts groot (vraag 6b). De arts is daarom van oordeel dat voortzetting van het verblijf binnen een besloten afdeling noodzakelijk is om de angst (en het daaruit voortvloeiend ernstig nadeel) te beperken (vraag 7a). De medische verklaring gaat niet in op de psychische problematiek van betrokkene, maar licht – anders dan het middel stelt – dus wel toe dat de verstandelijke beperking de bron van de omschreven incidenten en het ernstige nadeel is. Uit het dossier van betrokkene volgt mijns inziens niet dat er twijfels waren of de psychische stoornis van betrokkene onder de Wzd kon worden behandeld. Een consult van een psychiater bij de medische verklaring was kennelijk volgens de arts verstandelijk gehandicapten dus niet nodig en op basis van het dossier is dit niet onbegrijpelijk.