Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
nietsdoet met de bereidheid van de caissière van het benzinestation om de ondertekenaar met medeneming van brandstof ‘te laten gaan’. Ook al zou de schuldbekentenis met de naam van verzoeker zijn ondertekend, dan was het resultaat hetzelfde geweest.” Met andere woorden, in het middel wordt betwist dat sprake is van ‘bewegen tot’, omdat er geen condicio sine qua non-verband bestaat tussen de oplichtingsmiddelen en de afgifte van de benzine. De steller van het middel gaat daarbij uit van de leer van de hypothetische causaliteit of relativering van de causaliteit. Op deze begrippen kom ik hierna terug.