Conclusie
Nummer21/03571
eersteen het
tweedemiddel klagen over de bewijsvoering. Voordat ik deze middelen bespreek, geef ik de bewezenverklaring, de bewijsvoering en enkele passages uit de ter terechtzitting door de raadsman voorgedragen pleitnota weer.
Bewezenverklaring, bewijsvoering en standpunt verdediging
het hof begrijpt hier en hierna telkens: [betrokkene 1]], kan je morgenochtend voor mij ergens stroom afsluiten hier in de buurt?
BEWIJSVERWEER: GEEN BEWIJSBARE WETENSCHAP NOCH FEITELIJKE BESCHIKKINGSMACHT
zou hebben moeten geweten".
CONCLUSIE
De middelen
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof de alternatieve lezing van de verdachte dat zij geen toegang had tot de ruimte waarin de in haar woning aangetroffen hennepplanten zich bevonden onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het hof de alternatieve lezing van de verdediging ongeloofwaardig acht, omdat uit feitelijke omstandigheden blijkt dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de hennepkwekerij in haar woning, terwijl dat nog niet met zich meebrengt dat zij ook toegang moet hebben gehad tot de ruimte waarin de hennepplanten zich bevonden. Het
tweedemiddel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte hennepplanten aanwezig heeft gehad onvoldoende, althans niet begrijpelijk is gemotiveerd. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
derde, bij aanvullende cassatieschriftuur voorgestelde, middel bevat de klacht dat de advocaat-generaal bij het hof, die in de onderhavige zaak bevoegdheden heeft uitgeoefend die bij wet aan de advocaat-generaal zijn toegekend, niet juist was beëdigd. Uit de toelichting op het middel kan worden afgeleid dat het zou gaan om dezelfde onvolkomenheden bij de beëdiging als die welke aan de orde waren in het arrest dat Uw Raad op 21 oktober 2022 naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet van P-G Bleichrodt heeft gewezen. [7]