ECLI:NL:PHR:2023:247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming bij wapenhandel en overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Gelderland bevestigd waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene uit wapenhandel werd vastgesteld op € 22.230,-. De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de door hem gemaakte kosten voor onderhoud en munitie van de wapens, en dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden.
Het hof had het vonnis van de rechtbank bevestigd en de gronden aangevuld met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn en gijzeling, maar niet met betrekking tot de kosten. Het hof achtte het aangevoerde standpunt over de kosten niet als een uitdrukkelijk onderbouwd verweer dat een nadere reactie vereiste. De verdediging had gesteld dat de kosten voor onderhoud en munitie in mindering gebracht moesten worden, maar het hof volgde dit niet.
Ten aanzien van de redelijke termijn oordeelde de Hoge Raad dat klachten hierover in cassatie niet slagen indien deze niet in de eerdere procedure in hoger beroep zijn ingebracht. De zaak was in hoger beroep behandeld in aanwezigheid van de betrokkene en zijn raadsman, zonder dat toen een verweer over termijnoverschrijding werd gevoerd. Hierdoor faalt ook dit middel.
De Hoge Raad concludeert dat geen gronden aanwezig zijn voor vernietiging van het bestreden arrest en verwerpt het cassatieberoep. Hiermee blijft het vonnis van het hof in stand dat het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelde en de overschrijding van de redelijke termijn constateerde zonder gevolgen voor de uitspraak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.