Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
in strijd komt met de wettelijke verplichting om betrokkene te horen, als bedoeld in art. 6:1 lid 1 Wvggz Pro”. Deze algemene klacht is in het middel onder I tot en met III nader uitgewerkt.
moethoren tenzij deze dat niet wil of daartoe niet in staat is en dat de rechter zelf moet vaststellen dat betrokkene niet kan of wil gehoord worden. [4]
Met name blijkt uit de motivering van de Rechtbank niet of aangenomen mag worden dat de oproeping, die blijkens haar beschikking bij gewone brief heeft plaatsgevonden, verzoekster redelijkerwijs moet hebben bereikt”. [11]
Nu de rechtbank niet heeft vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk op de hoogte was van het tijdstip en de plaats van de mondelinge behandeling, en vaststaat dat de aangetekende oproeping op het laatst bekende verblijfadres van betrokkene niet is afgehaald, had de rechtbank de behandeling van het verzoek moeten aanhouden teneinde te onderzoeken of betrokkene op andere wijze zou kunnen worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek.
Voor dit nadere onderzoek bestond te meer aanleiding omdat de advocaat van betrokkene op de zitting heeft verklaard dat de laatste keer dat zij contact had met betrokkene dateert van drie weken daarvoor, dat wil zeggen, van voor de indiening van het verzoek (…).” [12]