Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
3.De beschikking
proportioneelbeslag en (overigens) een belangenafweging op dit moment (dus) in het voordeel van klager moet uitvallen.
détournement de pouvoirc.q. van willekeur.”
4.Het middel
[AG: door de steller van het middel is dit deel van de overweging aangeduid als onjuiste juridische maatstaf], (ii) op meerdere momenten door de zoon van klager gebruik zou zijn gemaakt van de auto en (iii) de verdenking is dat de auto door de zoon zou zijn gebruikt bij de handel in drugs. Vervolgens overweegt de rechtbank dat (iv) “(b)ij deze stand van zaken
[AG: oftewel, gelet op het voorgaande onder (i) tot en met (iii)](…) de rechtbank van oordeel [is] dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een rechter, later oordelend, tot de verbeurdverklaring van de auto zal komen”. De inhoudelijke overweging onder (i) lees ik, anders dan de steller van het middel, niet als een onjuiste juridisch maatstaf, maar als een omstandigheid waar de rechtbank betekenis aan heeft toegekend bij de beoordeling van de hier van toepassing zijnde maatstaf weergegeven onder (iv).