Conclusie
1.De uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De uitspraak van het EHRM in de zaak van de aanvrager tegen Nederland
Al-Khawaja and Tahery v. the United Kingdom([GC], nos. 26766/05 and 22228/06, §§ 118-47, ECHR 2011),
Schatschaschwili v. Germany([GC], no. 9154/10, §§ 38-51, ECHR 2015), and
Keskin v. the Netherlands(no. 2205/16, §§ 38-51, 19 January 2021).
Keskin, cited above, § 55). For one witness the request was also rejected because the defence had failed to substantiate its interest in the examination. However, the accused is not required to demonstrate the importance of a prosecution witness. If the prosecution has decided that a particular person is a relevant source of information and relies on his or her testimony at the trial, and that testimony is used to support a conviction, it must be presumed that his or her appearance and questioning are necessary (see
Keskin, cited above, § 56). In sum, it cannot be said that the Court of Appeal established good factual or legal grounds for not securing the attendance of the prosecution witnesses.
Keskin, cited above, § 68). No other procedural measures were taken. Having regard to the above, the Court finds that it cannot be said that there were sufficient counterbalancing factors to compensate for the handicaps under which the defence laboured.
4.De beoordeling van de aanvraag
NJ2022/12 als volgt overwogen. Op de Staat rust de verplichting tot het bieden van rechtsherstel wanneer het EHRM in een uitspraak een schending van het EVRM heeft vastgesteld. Dit rechtsherstel kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden door middel van herziening van de strafzaak waarin die schending zich heeft voorgedaan. De in art. 457 lid Pro 1, aanhef en onder b, Sv opgenomen grond strekt ertoe die mogelijkheid tot herziening te bieden. Vereist is dat herziening noodzakelijk is met het oog op het rechtsherstel als bedoeld in art. 41 EVRM Pro. Van die noodzaak kan sprake zijn in het geval dat de oorzaak van de schending is gelegen in de beslissing van de rechter om een getuige niet te horen. [4] Het rechtsherstel dat met herziening op de in art. 457 lid Pro 1, aanhef en onder b, Sv opgenomen grond wordt geboden, kan onder meer erin bestaan dat de berechting opnieuw plaatsvindt. Die vorm van rechtsherstel komt in aanmerking als de schending van het EVRM betrekking heeft op een eerlijk verloop van het strafproces. Daarbij is voor de beantwoording van de vraag of herziening noodzakelijk is met het oog op het rechtsherstel als bedoeld in art. 41 EVRM Pro niet van belang of bij het opnieuw berechten van de zaak ook een andere uitkomst van de zaak is te verwachten.
the evidence of the absent witnesses was of such significance or importance as is likely to have been determinative of the outcome of the case” (§ 12) en dat “
a new trial or the reopening of the domestic proceedings at the request of the interested person” de meest aangewezen weg is voor rechtsherstel (§ 18).