Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
“Jij moet terug naar je land";
“onderbuik gevoel”).
volgens de verdachtezou hebben gemaakt (“je moet terug naar je land”), in combinatie met de omstandigheid dat bij de staande houding – in de woorden van de verdediging – “sprake
lijktte zijn van etnisch profileren” [cursivering telkens van mij, AG].
enkel op basis van de verklaring van de verdachteniet kan worden vastgesteld dat de aangever de verdachte zou hebben geprovoceerd en (ii) dat
duidelijkeaanwijzingen voor etnisch profileren ontbreken. Daar komt bij dat de omstandigheid dat iemand zich onheus bejegend voelt, geen grond voor disculpatie is. [8] Ongenoegen over het optreden van opsporingsambtenaren kan ook op een andere, respectvolle wijze worden geuit. Voor zover de verdediging voorts nog heeft aangevoerd dat er sprake was van een één op één situatie en dat er niet in de Nederlandse taal zou zijn gecommuniceerd, blijkt uit de bewijsvoering zonneklaar (iii) dat van een één op één situatie geen sprake was (ook een tweede BOA was ter plaatse) en (iv) dat de beledigende woorden door de aangever zijn verstaan.
3.Het tweede middel
.