Conclusie
Nummer21/02713 P
Inleiding
De hoofdzaak
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” (verkopen van heroïne en cocaïne). De bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd in de periode van oktober 2013 tot en met 13 oktober 2015 te Leeuwarden. Het arrest in de strafzaak is op 26 april 2017 onherroepelijk geworden.
Het eerste middel
Het hof volgt de verdediging niet in het betoog dat de extrapolatiemethode op basis van de 16 dagen referentieperiode niet geschikt is. Gedurende die 16 dagen is het telefoonnummer van de betrokkenen getapt. Met dit nummer werd contact met de klantenkring onderhouden. Op basis van deze getapte gesprekken én andere bewijsmiddelen acht het hof de in de berekening gebruikte gegevens goed onderbouwd en betrouwbaar.Uit het dossier blijkt genoegzaam dat er gedurende ten minste twee jaren sprake was van een florerende drugshandel. Het hof ziet geen aanleiding in het dossier om te veronderstellen dat de periode van 16 dagen niet representatief zou zijn voor de gehele periode.”
nietrepresentatief zou zijn.
florerend” was. Nauwkeurige verwijzingen naar de (in bewijsmiddelen opgenomen) redengevende feiten en omstandigheden waaraan deze gevolgtrekking is ontleend, ontbreken echter. De enkele verwijzing naar “
het dossier” volstaat niet.