ECLI:NL:HR:2010:BL5628
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring in geweldszaak
Op 18 maart 2007 vond te Tilburg een confrontatie plaats tussen verdachte en het slachtoffer waarbij het slachtoffer een gebroken neus opliep. Verdachte betwistte opzet en stelde dat hij zich slechts verdedigde nadat het slachtoffer hem bij de polsen vasthield. Het hof oordeelde dat verdachte met opzet een kopstoot had gegeven, mede vanwege zijn lengteverschil met het slachtoffer.
De Hoge Raad stelt dat het hof in zijn arrest onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het tot die bewezenverklaring kwam. Het hof verwees in voetnoten naar processen-verbaal maar gaf geen zakelijke samenvatting van de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen en maakte onvoldoende onderscheid tussen feiten en gevolgtrekkingen.
Daarmee voldoet het arrest niet aan het motiveringsvereiste van artikel 359, derde lid, Sv. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.