Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. de Jong,
verweerder in cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn.
1.Inleiding en samenvatting
- ter zake van polis 6.5.321.735.03 50% van 53,47% van de uitkering of dat deel van de hiermee aan te kopen periodieke uitkering;
- ter zake van polis 6.9. 252.638.06 50% van 58,64% van de uitkering of dat deel van de hiermee aan te kopen periodieke uitkering;
Het hof heeft de vrouw veroordeeld om aan de man te voldoen:
- ter zake van polis 6.9.252.639.1 8 50% van 51,08% van de uitkering of dat deel van de hiermee aan te kopen periodieke uitkering.
Verder heeft het hof bepaald dat de vrouw dient over te gaan tot verevening conform de Wvps van de door haar opgebouwde pensioenrechten bij het PMT, zodra dat pensioen tot uitkering komt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte afgewezen
3.Ontvankelijkheid aanvullende procesinleiding
4.Bespreking van het cassatiemiddel
evenminkan leiden tot heropening van het debat omdat die bepaling ziet op een reeds gewezen beschikking. Deze rechtsoverweging dient in samenhang met rov. 5.3 gelezen te worden. Anders dan het middel betoogt, getuigt rov. 5.5 niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het oordeel ook niet onbegrijpelijk.
reeds opgebouwde partnerpensioen. De werknemer kan derhalve zonder instemming van de partner het partnerpensioen wijzigen, indien het gaat om nog in de toekomst te realiseren pensioenopbouw.” [12]
'de helft van het pensioen dat zou moeten worden uitbetaald indien:
a. de tot verevening verplichte echtgenoot uitsluitend gedurende de deelnemingsjaren tussen de huwelijkssluiting en het tijdstip van scheiding zou hebben deelgenomen;
b. hij op het tijdstip van scheiding de deelneming beëindigd zou hebben; en
c. hij tijdens de periode dat hij recht op pensioen heeft gehuwd of geregistreerd zou zijn.'
Voor zover het hof verder nog overweegt dat de vrouw thans reeds aan de man moet betalen de in het dictum genoemde percentages van de uitkering van de polis 6.9.252.639.18, is dit oordeel onbegrijpelijk aangezien die polis nog niet tot uitkering is gekomen. Bij de uitleg die het hof geeft aan artikel 8 huwelijkse Pro voorwaarden betekent dit dat de verevening pas dan kan plaatsvinden.