Conclusie
Nummer22/00842
eersteen het
tweedemiddel van de verdachte bevatten bewijsklachten. Het
derdeen
vierdemiddel van de verdachte betreffen het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
1. Het proces-verbaal van onnatuurlijke doodd.d. 6 december 2018 van de politie Eenheid Rotterdam (…) inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :
(Sectie)bevindingen
A. Uitwendig en inwendig
Bijlage 1 Uit- en inwendige schouwing
Inwendige schouwing
over HoElaat ik bij je was om 2015 de eerste keer en 2045 met medicijnen de tweede keer.”
"1 ding moet je doen trouwens dat is wel belangerijk, het gas checken want die 2e van links sluit niet goed”.In de telefoon van slachtoffer was een geluidsfragment van [verdachte] bewaard (verzonden via WhatsApp) waarin hij zei:
"Toen ik me spullen had opgehaald, toen rook ik soort van lucht in je keuken en toen heb ik die tweede knop van links van je fornuis, die heb ik gedraaid want die stond een stukje open, of jij heb hem open laten staan of hij is open gegaan dat mot je effe kijken”en
“Want misschien ben je er wel tegenaan gekomen dit ie daardoor een stukkie open is gegaan dat kan ook, maar ik heb hem toen een stukje dicht moeten draaien. Dus dat moet je ff checken of dat dat niet weer open is als je er een klein tikkie tegen geeft meer niet.”
Ligt [benadeelde 3] al? Nog lekker schoen gezet. (+ emoticon) Alles oké? Als er iets is...bellen hoor.Om 19:54 uur was vanaf de telefoon van slachtoffer geantwoord:
Ze ligt nu! Ik ga even douchen en dan lekker tv kijken.Om 19:54 uur had haar moeder als antwoord enkele emoticons gestuurd. Omdat [verdachte] de ontgrendelcode van de telefoon van slachtoffer wist, is het mogelijk dat hij het bericht van 19:54 uur heeft verzonden met de telefoon van slachtoffer.
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
meer dan 1 miljard keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
meer dan 1 miljard keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 3 waar is, dan wanneer hypothese 4 waar is.
DNA-onderzoek
Tabel 1. Bemonstering van nagels van het slachtoffer [slachtoffer]
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
meer dan 1 miljard keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
Tabel 1 Stukken van overtuiging
SIN Omschrijving aanvrager Omschrijving NFI
BFK: volgen twee foto’s)’
Standpunt verdediging
Het alternatieve scenario van de verdachte en het aanvullend onderzoek van patholoog-anatoom Rijken.
(het hof begrijpt: veneuze)bloedstuwing van het hoofd is ontstaan omdat dit dichter bij het overlijden zit dan de ontstane letsels en over de letsels die te verwachten zijn bij verschillende geweldplegingen. In het algemeen stelt hij dat hoe minder verzet het slachtoffer biedt en hoe groter het fysieke overwicht is, hoe minder letsel te verwachten is.
Het tijdspad en het moment van overlijden.
(Het hof begrijpt dat met 'ze' wordt bedoeld: [benadeelde 3] .)Volgens haar moeder was dit bericht veel korter dan normaal. Ook de verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] altijd alles terugkoppelde aan haar moeder, bijvoorbeeld als de verdachte langs was geweest. Ná 19.54 uur zijn de berichten die naar [slachtoffer] 's mobiele telefoon zijn gestuurd niet meer geopend of gelezen. Om 20.00 uur zou [slachtoffer] bellen met een vriendin uit [plaats] , maar dat heeft ze niet gedaan. Na 19.54 uur is dus geen enkel teken van leven vastgesteld, terwijl dat wel verwacht mocht worden. Het is daarom aannemelijk dat [slachtoffer] rond dat tijdstip is overleden.
zijkantenen op het
middelstegedeelte van de decoratieve kant.
(het hof begrijpt: [benadeelde 3] )nog naar bed gaat en of hij langs [slachtoffer] kan komen voor een handtekening op het aanvraagformulier voor het overnemen van de schuld. Toen [slachtoffer] reageerde dat haar dochter niet naar bed zou gaan, liet de verdachte weten dat het wel een andere keer zou komen: "Of als ze
(het hof begrijpt: [benadeelde 3] )‘s avonds een keer ligt. Dan kunnen we dit T-mobile snel afhandelen.” [slachtoffer] reageerde door te zeggen dat de verdachte die brief dan maar in haar brievenbus moest doen. Het hof begrijpt daaruit dat [slachtoffer] geen direct contact met de verdachte meer wilde.
De middelen van de verdachte
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring ontoereikend heeft gemotiveerd, omdat het hof ontoereikend gemotiveerd als doodsoorzaak van het slachtoffer een natuurlijke dood in de vorm van een acute hartdood heeft uitgesloten. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat de conclusie van het hof dat er geen aanwijzingen zijn voor ernstig hartfalen in tegenspraak is met de vaststelling dat de puntvormige bloeduitstortingen en de roodheid van het gelaat ook kunnen worden verklaard door een acute hartdood.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring ontoereikend heeft gemotiveerd, nu het hof onder bewijsmiddel 32 de verklaring van de verdachte heeft opgenomen, inhoudende dat, toen hij de woning van [slachtoffer] op 29 november 2018 verliet, zij nog in leven was.
derdemiddel, gelezen in samenhang met de toelichting, bevat de klacht dat ‘s hofs oordeel dat ondanks de forse overschrijding van de redelijke termijn voor berechting in hoger beroep kan worden volstaan met de enkele constatering daarvan ontoereikend is gemotiveerd.
‘Onderzoekswensen
Het vermoedelijke sleepspoor hebben wij op diverse plaatsen bemonsterd. In dit spoor, ter hoogte van de bank, troffen wij een spoor aan dat mogelijk een opgedroogde droppel vloeistof betrof Wij hebben deze mogelijke opgedroogde druppel bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering hebben wij veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien vanSIN AAMI7245NL. Een deel van het sleepspoor. ter hoogte van de bank, hebben wij bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering hebben wij veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien vanSIN AAMI7242NL. Een deel van hel sleepspoor, ter hoogte van de kast naast de bank hebben wij bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering hebben wij veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien vanSIN AAMI7241NL. Een deel van het sleepspoor. op de vloer in de hal, nabij de toegang naar de woonkamer, hebben wij bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering hebben wij veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien vanSIN AAMI7239NL. Een deel van het sleepspoor, op de vloer van de hal, nabij de hoek richting de keuken, hebben wij bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering hebben wij veiliggesteld, gewaarmerkt en voorzien vanSIN AAM17240NL.
beslissingen van het hofmede:
Het verzoek van de advocaat-generaal tot het nader horen van de verdachte wordt toegewezen.De zaak zal daartoe naar de raadsheer-commissaris worden verwezen, met dien verstande dat het hof de raadsheer-commissaris in overweging geeft om dit verhoor door de politie te laten uitvoeren.
Het verzoek van de advocaat-generaal om de nadere verklaring van de verdachte door een patholoog-anatoom te laten toetsen aan de forensische bevindingen aan het lichaam van het slachtoffer, wordt toegewezen. De zaak zal daartoe naar de raadsheer-commissaris worden verwezen, met het verzoek te dien aanzien een deskundige van het NFI te benoemen.
Het hof wijst toe − gegeven het standpunt van de advocaat-generaal − het verzoek van de verdediging tot het doen van onderzoek door het NFI naar het openstaand aantal tabbladen in de telefoon van de verdachte en/of ter beantwoording van de vraag of deze automatisch worden ververst op de achtergrond.De zaak zal daartoe naar de raadsheer-commissaris worden verwezen, met het verzoek te dien aanzien een deskundige van het NFI te benoemen.
Het hof wijst toe het verzoek van de verdediging om een deskundige te benoemen teneinde de vraag te beantwoorden of onderzoek is gedaan, althans nog mogelijk is, naar het thyreoglobuline-gehalte in het bloed van het slachtoffer.Zo ja, dit onderzoek uit te voeren en/of te rapporteren wat de resultaten daarvan zijn en de vraag te beantwoorden hoe deze resultaten te bezien in het licht van een mogelijke verwurging/verstikking van het slachtoffer en/of het eventuele effect van de postmortale verandering.
Het hof wijst toehet verzoek tot het horen van de deskundige D.J. Rijken. De deskundige zal door de raadsheer-commissaris worden gehoord.’
vierdemiddel bevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
‘Vergoeding op basis van shockschade
‘Vergoeding op basis van shockschade
‘Aanmeldreden
Beschrijvende diagnose (mei 2019)
DSM-5
Samenvatting van de behandeling
Reden van afsluiting
Vorderingen van de benadeelde partijen (…) [benadeelde 2] en [benadeelde 3] .
thansniet komen vast te staan dat de dochter zich bewust is geweest van de ernstige gevolgen van het misdrijf, zodat niet is voldaan aan het confrontatievereiste. Dat de dochter haar moeder zeer mist en dat ze daaraan lijdt, is evident, invoelbaar en blijkt ook afdoende uit de overgelegde stukken. Dit valt evenwel onder affectieschade en kan daarom niet aan de orde zijn in dit strafproces. [benadeelde 3] zal daarom in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter (laten) aanbrengen.
BESLISSING
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Schade
Inleidende opmerkingen over vergoeding van schok- of shockschade
precies moet worden vastgesteldwelk deel van het geestelijk letsel is ontstaan door de confrontatie (en schokschade oplevert) en welk deel is ontstaan door het gemis (en affectieschade oplevert die ten tijde van het strafbare feit nog niet voor vergoeding in aanmerking kwam), getuigt naar het mij voorkomt evenwel van een onjuiste rechtsopvatting. Niet-ontvankelijkverklaring omdat precies moet worden vastgesteld welk deel van het geestelijk letsel is ontstaan door de confrontatie miskent de ruimte die de wet en Uw Raad de rechter bij het schatten van de schade laten.
als derde’ (randnummer 4.9.2). Zelf menen zij dat het confrontatiecriterium (alleen) ‘een belangrijke aanwijzing voor het bestaan van schade en causaal verband’ zou moeten zijn (randnummer 4.9.3). Daartoe voeren zij aan ‘dat voor het bestaan van de schade of voor het verband met de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis niet beslissend is op welke wijze de confrontatie precies heeft plaatsgevonden: ook zonder waarneming of confrontatie met directe gevolgen kan als gevolg van de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis heel wel schade en een in de psychiatrie erkend ziektebeeld ontstaan. Wel zegt die wijze van confrontatie iets over aannemelijkheid van dat verband. Het trekken van een strikte grens door een vaste invulling van het confrontatiecriterium met een exacte begrenzing, lijkt dus niet goed op basis van medische inzichten te kunnen worden verantwoord.’ Tegelijkertijd leidt toepassing van het confrontatiecriterium als zelfstandig vereiste ‘tot een alles-of-niets-oordeel’; precisering van die eis leidt ‘tot uitkomsten die als willekeurig kunnen worden ervaren’. Het is, zo menen zij, mogelijk om dat te aanvaarden ‘omdat nu eenmaal ergens een grens moet worden getrokken’, maar zij denken ‘dat een dergelijke benadering steeds meer onder druk zal komen te staan’ (randnummer 4.9.5).
Afronding
eersteen het
tweedenamens de verdachte voorgestelde middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Het
derdeen het
vierdenamens de verdachte middel slagen. Het namens de benadeelde partij [benadeelde 2] voorgestelde middel slaagt. Het namens de benadeelde partij [benadeelde 3] voorgestelde middel faalt.