Conclusie
Nummer21/03875
Inleiding
bedreiging met zware mishandeling” tot een geldboete van € 350,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door zeven dagen hechtenis.
De bewijsconstructie van het hof
1. Een proces-verbaal met nummer PL1100-2019065905-1 van 8 april 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 003-005).
). [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn handhavers bouw- en woningtoezicht bij de afdeling handhaving.
) bij mij langskwamen ben ik kwaad geworden en heb ik een klap op die auto gegeven. Ik werd toen boos. Ik heb gezegd dat ze van het kamp af moeten gaan. Ik heb ze van het kamp gestuurd.
De verdachte ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging en ontkent dat hij de ten laste gelegde woorden heeft gezegd. Hierin vindt hij bevestiging in de verklaring van de getuige [betrokkene 3] . De suggestie van de raadsman dat mogelijk sprake is van afstemming tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , wordt niet aannemelijk geacht, hiervoor bevat het dossier geen aanwijzingen, hun verklaringen zijn ook niet identiek. Ik acht de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] betrouwbaar en acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de woorden, zoals ten laste gelegd, heeft gezegd. De vraag is of dit een bedreiging met zware mishandeling oplevert. Het gaat dan om de context waarin de woorden werden geuit, dat wil zeggen: de setting en alle andere relevante feiten en omstandigheden. Niet alleen de aangevers waren onder de indruk, maar ook de vrouw van de verdachte gaf aan hen het advies snel weg te gaan “omdat het anders fout zou gaan.” De verdachte wordt omschreven als een grote man. Hij was ook heel boos. In die context riep hij die woorden en zette hij deze woorden kracht bij door te slaan en te schoppen tegen de auto van de twee medewerkers van de afdeling handhaving. In die context kon bij de aangevers in redelijkheid de vrees ontstaan dat hun tanden uit hun mond zouden worden geslagen. De gevolgen hiervan kunnen zware mishandeling opleveren. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is geen sprake van een bedreiging met een voorwaardelijk karakter en rechtvaardigt, wederom anders dan de raadsman heeft betoogd, de onbeheerste uiting van woede niet de bedreiging die de verdachte heeft geuit. De straf die de advocaat-generaal heeft gevorderd, een geldboete ter hoogte van € 350,00, subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis, wordt passend geacht. Zowel het vonnis als de opgelegde strafbeschikking zullen worden vernietigd.”
Het middel
Het beoordelingskader
Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, met geweld tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, met verkrachting, met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met gijzeling, met zware mishandeling of met brandstichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”
nietvereist is dat de bedreiging op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat er daadwerkelijk vrees door is opgewekt en de aangesprokene zich in zijn vrijheid belemmerd achtte. [4] Het delict bedreiging heeft zo bezien ‘trekken van een abstract gevaarzettingsdelict’: strafbaarheid wordt niet gerealiseerd omdat de persoonlijke vrijheid werkelijk is ingeperkt of belemmerd, maar omdat deze ingeperkt of belemmerd kan worden. [5]
Ik wil jou de tanden uit je bek slaan”, terwijl naar gewoon spraakgebruik het gewelddadig verlies van tanden geen zwaar lichamelijk letsel vormt. Volgens de Hoge Raad kon het middel niet tot cassatie leiden. Voormalig ambtgenoot Wortel concludeerde voorafgaand aan dat arrest tot verwerping:
4. Het is van algemene bekendheid dat een vernield gebit niet zomaar herstelt – zo men daarbij al niet eerder van onherstelbare verminking zou moeten spreken. In ieder geval zullen gecompliceerde, langdurige (en kostbare) medische ingrepen noodzakelijk zijn.
De beoordeling van het middel
uiting, alsmede de
contextwaarin de uiting is gedaan (“
de setting en alle andere relevante feiten en omstandigheden”) in aanmerking genomen. Daartoe heeft het hof overwogen (ik herhaal): “
Niet alleen de aangevers waren onder de indruk, maar ook de vrouw van de verdachte gaf aan hen het advies snel weg te gaan “omdat het anders fout zou gaan.” De verdachte wordt omschreven als een grote man. Hij was ook heel boos. In die context riep hij die woorden en zette hij deze woorden kracht bij door te slaan en te schoppen tegen de auto van de twee medewerkers van de afdeling handhaving. In die context kon bij de aangevers in redelijkheid de vrees ontstaan dat hun tanden uit hun mond zouden worden geslagen. De gevolgen hiervan kunnen zware mishandeling opleveren. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is geen sprake van een bedreiging met een voorwaardelijk karakter en rechtvaardigt, wederom anders dan de raadsman heeft betoogd, de onbeheerste uiting van woede niet de bedreiging die de verdachte heeft geuit.”
alletanden uit iemands mond, mede in aanmerking genomen de feiten en omstandigheden waaronder dat heeft plaatsgevonden, in redelijkheid de vrees opwekt dat betrokkenen zwaar lichamelijk letsel kunnen bekomen, is niet onbegrijpelijk. Het behoeft geen betoog dat het slaan van alle tanden uit iemands mond niet op een lijn kan worden gesteld met gebitsschade die bestaat uit het eruit slaan van (slechts) enkele tanden. De bedreiging in het onderhavige geval toont dan ook veel gelijkenis met het onder randnummer 15 aangehaalde arrest, waarin de veroordeling wegens bedreiging met zwaar lichamelijk letsel in stand bleef. [15]
gedreigd metzwaar lichamelijk letsel [18] c.q. woorden als
“Rot op anders sla ik al je tanden uit je kanker bek” en “Nu opkankeren van het kamp anders sla ik al jullie tanden eruit”zijn gebezigd. In dat kader heeft het hof ten aanzien van het bewezen verklaarde niet onbegrijpelijk kunnen volstaan met het overwegen dat de gevolgen van het handelen van de verdachte zware mishandeling “
kúnnen (…) opleveren” (accentuering door het hof). [19] Tegen deze achtergrond is het oordeel van het hof toereikend gemotiveerd.