Conclusie
hoger beroepin te willen trekken”. En dat de politierechter ten onrechte voorbij is gegaan “aan het punt van de wens van de verdachte om tot intrekking over te gaan, althans het
verzetniet langer te handhaven” (beide cursiveringen toegevoegd; MvW). Ik vat het middel aldus op dat het kennelijk heeft willen klagen dat het hof de verdachte ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzet, omdat de verdachte voorafgaand aan en tijdens de behandeling van zijn zaak bij de politierechter kenbaar had gemaakt zijn verzet in te willen trekken.
“Vordering van de benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 3.251,50 (drieduizend tweehonderdeenenvijftig euro en vijftig cent), bestaande uit € 2.866,50 (tweeduizend achthonderdzesenzestig euro en vijftig cent) materiële schade en € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot aan de dag der voldoening.