Conclusie
Nummer21/00658
als verklaring van getuige [benadeelde 1] :
(het hof begrijpt: 3 augustus 2018)omstreeks 01:35 uur zat ik in de kamer. Ik hoorde geschreeuw van de naaste buren. Links naast ons wonen [verdachte] , [betrokkene 1] en de kinderen. Ik ben naar de keuken gelopen en heb door het keukenraam naar buiten gekeken.
als verklaring van getuige [betrokkene 2] :
als verklaring van getuige [betrokkene 3] :
als verklaring van getuige [betrokkene 4] :
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 29 januari 2021, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:
Pathologie-onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood
als relaas van verbalisant:
Inbeslagneming
Bespreking van het eerste middel
Noodweer
dateen koksmes is gebruikt bij de verdediging tegen de aanranding, het gaat er ook om
hoedit mes is gebruikt. Ik wijs in dit verband op een arrest van Uw Raad van 27 juni 2017. [6] In deze zaak had het hof het zwaaien met een mes dichtbij het bovenlichaam van het slachtoffer en het deze daarbij raken met dat mes in diens bovenlichaam aangemerkt als een poging tot zware mishandeling. ’s Hofs oordeel dat het maken van een zwaaiende beweging met het mes dichtbij het bovenlichaam van het slachtoffer niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanranding was volgens Uw Raad niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij nam Uw Raad mede in aanmerking dat de aanranding niet alleen had bestaan uit het buiten onderaan de trap stevig beet houden van de verdachte door het slachtoffer, maar dat het latere slachtoffer daaraan voorafgaand de benedendeur van de woning van de verdachte had geforceerd terwijl deze in zijn bovenwoning lag te slapen, dat het latere slachtoffer de verdachte in de bovenwoning tegen het dressoir had gesmeten en dat de verdachte vervolgens – nadat hij in de gelegenheid was gesteld zich aan te kleden – mee naar beneden moest en door het latere slachtoffer, die hem stevig bij zijn shirt beet hield, mee de trap af was getrokken. In deze zaak bestond het gebruik van het mes uit het zwaaien met het mes dichtbij het bovenlichaam en het daarbij raken van het slachtoffer. In de onderhavige zaak gaat het om het steken in het bovenlichaam met (voorwaardelijk) opzet op de dood. Daar komt bij dat de geweldshandelingen gepleegd door het latere slachtoffer in de zaak waarover Uw Raad op 27 juni 2017 oordeelde ernstiger waren dan in de onderhavige zaak.
Noodweerexces
isontstaan als gevolg van de wederrechtelijke aanranding, en niet of een gemoedsbeweging
kan zijnontstaan. Bovendien zouden de overwegingen van het hof ruimte laten voor het oordeel dat wél een hevige gemoedsbeweging is ontstaan, maar dat deze niet hevig genoeg zou (kunnen) zijn geweest om de verdachte ertoe te brengen om [slachtoffer] met een mes te steken. Dit zou van een onjuiste rechtsopvatting getuigen.
kan zijnontstaan, maar feitelijk heeft vastgesteld dat als gevolg van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding geen hevige gemoedsbeweging
isontstaan. ’s Hofs overwegingen laten ook geen ruimte voor het oordeel dat wel een hevige gemoedsbeweging is ontstaan, maar dat deze niet hevig genoeg zou (kunnen) zijn geweest om de verdachte ertoe te brengen om [slachtoffer] met een mes te steken. Ik wijs in dit verband in het bijzonder op de zin dat (ook anderszins) ‘uit niets (is) gebleken en niet aannemelijk (is) geworden dat bij verdachte sprake was van een hevige gemoedsbeweging op het moment dat hij [slachtoffer] met het mes stak’. [16]
Putatief noodweer
Bespreking van het tweede middel
tweedemiddel houdt de klacht in dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] wat betreft de schadepost ‘shockschade’ heeft toegewezen tot een bedrag van (in beide gevallen) € 15.000 en ter zake schadevergoedingsmaatregelen heeft opgelegd. Het middel valt uiteen in enkele deelklachten.
Beoordeling en beslissing rechter
billijkheid’.
Bespreking van het derde middel
derdemiddel behelst een klacht over schending van de redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie.
middelkeert zich tegen ’s hofs oordeel dat [benadeelde 1] niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding.
termijn van dertig dagenna verzending van deze kennisgeving een schriftuur indient bij de Hoge Raad.’ Op 6 juli 2022 is ook de advocaat van [benadeelde 1] met een bericht in het webportaal ervan op de hoogte gesteld dat de termijn voor het indienen van een cassatieschriftuur is ingegaan. Dezelfde dag heeft de advocaat van [benadeelde 1] middels een bericht in het webportaal gereageerd en aangegeven dat hij bij cassatieschriftuur van 9 juni 2021 de bezwaren tegen ’s hofs arrest kenbaar heeft gemaakt en dat hij volstaat met het verwijzen naar die brief. De cassatieschriftuur is niet opnieuw ingediend. [30]
‘3 Strafbaar feit
4.AMateriële schade
4.BImmateriële schade (smartengeld)
4.DVerzoek tot schadevergoeding
bijlagenoverleg ik hierbij de uitdraai uit het dossier van de huisarts en de doorverwijzing naar de GGZ. Hieruit blijkt dat de diagnose posttraumatische stressstoornis is gesteld, hetgeen een in de psychiatrie erkend ziektebeeld is. (…)
bijlageoverleg ik het patiëntdossier van de GGZ. Hieruit blijkt dat de GZ-psycholoog [betrokkene 13] de diagnose heeft bevestigd. Ook blijkt hieruit het precieze verloop van de ondergane EMDR-therapie. Ik bied aan om medisch advies over het GGZ-dossier en over het huisartsenjournaal in het geding te brengen, ter verdere verduidelijking.
bijlage).
bijlage) is vermeld:
bijlage) berichtte ik hierover reeds aan de rechter-commissaris in deze zaak:
bijlage).
ad informandumgevoegd strafbaar feit. De derde grond betreft het geval waarin de behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van rechtbank of hof een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het niet aangemerkt kunnen worden als slachtoffer in de zin van artikel 51a, eerste lid, onder a, Sv behoort niet tot de wettelijke gronden waarop de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
als derde’.Het vereiste van geestelijk letsel en de vaststelling en kwalificatie daarvan door deskundigen heeft de functie ‘om het bestaan, de aard en ernst van de schade, en ook het bestaan van causaal verband met de schokkende gebeurtenis te objectiveren’. De andere elementen die Uw Raad heeft benoemd, waaronder ‘een nauwe affectieve relatie’, zijn volgens hen ‘vooral illustratief voor het indringende karakter van de gebeurtenis en kunnen bijdragen aan de aannemelijkheid van het ontstaan van de schade, maar vormen geen afzonderlijk vereiste voor aansprakelijkheid’. [46]
Afronding
Jaddoe/Nederland) aanleiding geeft ‘om in zaken waarin in hoger beroep een veroordeling is gevolgd voor een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg was vrijgesproken en in cassatie tevergeefs wordt geklaagd over de bewijsvoering van dat feit, het cassatieberoep vaker af te doen met een motivering die meer is toegesneden op de concrete zaak en wat is aangevoerd in (de toelichting op) het cassatiemiddel, in plaats van met een motivering zoals bedoeld in de zienswijze’. [48] De rechtbank heeft de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat zij van oordeel was dat het beroep op noodweerexces slaagde. Artikel 14, vijfde lid, IVBPR, dat bepaalt dat een ieder die is ‘
convicted of a crime shall have the right to his conviction and sentence being reviewed by a higher tribunal according to law’, geeft naar het mij voorkomt geen aanleiding om onderscheid te maken tussen een vrijspraak in eerste aanleg en een ontslag van alle rechtsvervolging in eerste aanleg. [49] Een en ander kan aanleiding geven om het eerste namens de verdachte voorgestelde middel niet integraal af te doen met de aan artikel 81, eerste lid, RO ontleende motivering. [50] Het tweede middel kan integraal worden afgedaan met de aan artikel 81, eerste lid, RO ontleende motivering.