ECLI:NL:PHR:2024:1218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest medeplegen diefstal elektriciteit wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten en medeplegen van diefstal van elektriciteit. Het hof legde een taakstraf op en een schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op. In cassatie werd geklaagd dat het bewezenverklaarde medeplegen van diefstal van stroom niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende zelfstandige aandacht heeft besteed aan de bewijsvoering omtrent de diefstal van elektriciteit. Hoewel de verdachte betrokken was bij het huren van het pand waar een hennepplantage was, blijkt uit de verklaringen dat hij nooit in de plantage is geweest en niet wist of de onderhuurders de elektriciteit betaalden. Concrete gedragingen die duiden op medeplegen van stroomdiefstal ontbreken.
De bewezenverklaring dat de verdachte samen met anderen elektriciteit heeft weggenomen is daarom onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de diefstal van elektriciteit betreft, de schadevergoedingsmaatregel en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde beoordeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het medeplegen van diefstal van elektriciteit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.