Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
21 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke teelt van hennep en medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij.
De bewezenverklaring voor de diefstal van elektriciteit steunde op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen, camerabeelden en een rapportage van een fraudespecialist van Stedin Netbeheer BV. Het hof achtte bewezen dat verdachte medepleger was van de hennepteelt en dat hij ook opzet had op de diefstal van elektriciteit.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de bewezenverklaring voor de diefstal van elektriciteit zelfstandige aandacht in de bewijsvoering verdient en dat de betrokkenheid bij de hennepteelt op zichzelf niet automatisch betekent dat verdachte zich ook schuldig maakt aan diefstal van elektriciteit. De bewezenverklaring is volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd en kan niet worden afgeleid uit de geboden bewijsvoering.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft met betrekking tot de diefstal van elektriciteit en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel diefstal van elektriciteit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.