ECLI:NL:PHR:2024:1221
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen oplichting frauduleuze webwinkels en witwassen met beperking strafduur
De verdachte is door het Hof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van oplichting via meerdere frauduleuze webwinkels die leken op bekende merken zoals Babboe, BCC en Dixons, alsmede voor witwassen en computervredebreuk. Het hof achtte bewezen dat de verdachte samen met medeverdachten nauw en bewust samenwerkte bij het beheer en exploitatie van deze webwinkels, waarbij consumenten werden opgelicht via professionele en misleidende websites en advertenties op platforms als Marktplaats.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van medeverdachten, chatberichten, forensisch onderzoek van gegevensdragers en banktransacties. De verdachte beschikte over inloggegevens, plaatste advertenties en regelde bankrekeningen waar het oplichtingsgeld op binnenkwam. Het hof sprak de verdachte vrij van betrokkenheid bij enkele webwinkels wegens onvoldoende bewijs.
De verdachte werd ook veroordeeld voor witwassen van contant geld, bitcoins en een Volkswagen Scirocco. De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring voor het witwassen van de auto ontoereikend is gemotiveerd omdat niet is vastgesteld dat de verdachte wist dat het voertuig uit een misdrijf afkomstig was. Dit leidt echter niet tot cassatie omdat het bewijs voor de overige witwasfeiten blijft staan.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte art. 63 Sr Pro niet heeft toegepast bij de strafoplegging, terwijl de verdachte eerder was veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor feiten gepleegd vóór deze zaak. Dit leidt niet tot cassatie omdat de opgelegde straf ruim onder het strafmaximum blijft. Wel wordt de straf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie. Ook wordt de duur van de gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel beperkt tot maximaal een jaar in plaats van 429 dagen.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest, vermindering van de straf en beperking van de gijzingsduur, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding redelijke termijn en de duur van de gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel wordt beperkt tot maximaal een jaar.