Conclusie
Standpunt van de verdediging
nietin relatie tot het draagvermogen van de ondergrond. Ze waren ongeschikt omdat ze een materiaalgebrek hadden. [verdachte] heeft zich beroepen op de onvoorzienbaarheid van de fabricagefout en van het gevolg daarvan (d.i.: het
brekenvan de platen).
concretegevolg immers óók van belang, als dat gevolg is veroorzaakt door onvoorzichtig handelen.
nog steedsvan belang wélk risico er dan genomen is.
kunje niet bewust nemen of onderkennen.
onvoorzienbaarrisico zich verwezenlijkt, is er geen schuld in de zin van de wet.
brekenvan de platen, waardoor het ongeval werd veroorzaakt, wel of niet een voorzienbaar, althans een als reëel bestaand onderkend, risico was. [verdachte]
wistniet dat er een risico was dat de platen bij gebruik in Heeten zouden kunnen breken, en [verdachte] hoefde daar ook in redelijkheid geen rekening mee te houden. Het breken van een kunststof plaat was een unieke gebeurtenis, die in alle jaren sinds de invoering ervan in de hele branche nog
nooitwas voorgekomen. Van het bewust nemen van een risico op plaatbreuk was geen sprake.
materiaalwaarvan de platen gemaakt waren, ondeugdelijk
samengesteldwas: een fabricagefout. En dat was onvoorzienbaar, althans niet iets waar [verdachte] rekening mee hoefde te houden.
Nadere behandeling tweede verwijt
hoehet ongeval heeft kunnen plaatsvinden.
plotselingis weggezakt in de ondergrond, waardoor de distributiemast plotsklaps naar beneden is geslagen en [slachtoffer] door die mast dodelijk getroffen werd.
nietplotseling zou zijn weggezakt in de ondergrond, zou de distributiemast
nietplotsklaps naar beneden zijn geslagen en zou het ongeval
nietzijn gebeurd.
plotselingwegzakken van de stempelpoot is dus een conditio sine qua non.
oorzaakis van dat plotselinge wegzakken, en of die oorzaak redelijkerwijs is toe te rekenen aan [verdachte] .
braken.
nietgebroken waren, was de stempelpoot
nietplotseling weggezakt, was de conditio sine qua non
nietvervuld geworden en was het ongeval niet gebeurd.
waaromde platen zijn gebroken.
nietgebroken doordat, zoals het OM stelt, de betonpompwagen met die platen was opgesteld op een natuurlijke ondergrond.
vanwegede opstelling op de natuurlijke ondergrond in Heeten, of dat daar überhaupt een verband mee is.
[getuige 3](p.5103) “
volledig onduidelijk” wat in de tabel met de omschrijving “natuurlijke ondergrond” bedoeld werd, terwijl de tenlastelegging evident doelt op de grond in Heeten (zie de appèlschriftuur p.3). We weten dus niet of de betekenis in de tabel en in de tenlastelegging dezelfde is.
Schwinginmiddels
preciesdat betreffende onderdeel: - niet geschikt voor natuurlijke ondergrond - uit de tabel
verwijderd. (Zie grief 2 en 7 en bijlagen 1 en 2 appèlschriftuur.) -Ten derde komt het
NFIin haar rapport tot de conclusie dat de waardes van het draagvermogen van de verschillende grondsoorten in de tabel in de praktijk niet bruikbaar zijn (p.52-53).
feitelijkeongeschiktheid van de platen voor onderstempeling in Heeten kan dus niet op de
theoretische data, waardes in tabellen en/of berekeningenmet betrekking tot het draagvermogen van de grond aldaar gebaseerd worden. Empirische gegevens met betrekking tot het draagvermogen van de grond in Heeten
in de praktijkzijn er niet. Een praktijkreconstructie is nooit uitgevoerd. Er was door de ISZW wel om verzocht, maar [getuige 3] schatte in dat de proef weinig zou toevoegen aan haar (volgens het NFI dus onbruikbare) berekeningen en het was duur dus er kwam geen proef (vgl. p.5096 en p.16 pleitnota eerste aanleg). Het NFI concludeert terecht dat de mate van zetting die in Heeten heeft plaatsgevonden onbekend is (p.54) en dat de precieze ondergrond of hoe de plaat zich heeft gedragen tijdens het incident, niet meer kan worden achterhaald. (P-V. RHC d.d. 29 maart 2023, p.3)
praktijkinformatie die er over het draagvermogen van de ondergrond in Heeten beschikbaar is, zijn de ontlastende verklaringen, van de getuigen [machinist] , [bediener] , [getuige 4] en [getuige 5] . Zij verklaren allemaal dat zij op basis van hun professionele kennis en ervaring geen enkele twijfel hadden over het draagvermogen van de grond in Heeten in relatie tot de bodemdruk van de betonpompwagen.
brekenvan de platen (de oorzaak van het plotseling wegzakken en daarmee van het ongeval) is er à fortiori niet.
materiaalfout. Dat is in eerste aanleg gemotiveerd betoogd (pleitnota p.14-17), de resultaten van de op verzoek van het NFI door TextileLAB uitgevoerde buigtesten wijzen er op (email NFI-RHC 16 februari 2023 en p.-v. bevindingen RHC d.d. 29 maart 2023, p.1 en 2, 1e en 4e al.), en de rapporten van het materiaalonderzoek door Plastiprop tonen het aan.
andere, niet aan [verdachte] toe te rekenen, omstandigheid veroorzaakt dan het tenlastegelegde gebruik op een ongeschikte ondergrond. Van het breken van de platen kan [verdachte] geen verwijt gemaakt worden.
Test- en onderzoeksresultaten
strafzaakvan belang om voor ogen te houden dat de resultaten van onderzoek dat is uitgevoerd op de ene plaat, geen gelijke gelding hoeft te hebben voor een andere plaat, en dat databladen met generieke specificaties niet betekenen dat individuele platen in de praktijk ook allemaal aan die specificaties voldoen.
betrokkenvoertuigen onderzocht, om te weten of dáár gebreken bij worden aangetroffen die van invloed op het verkeersongeval zijn geweest. (Werkten de remmen bij
ditvoertuig? Deed de verlichting het bij
ditvoertuig?)
dietwee specifieke platen gebrekkig of niet?
in Heeten gebroken platenin dit dossier is de buigtest van TextileLAB op monsters uit één van die platen. Dat is dus in principe het
enigeonderzoek waarop
rechtstreekseconclusies met betrekking tot de in Heeten gebroken platen (althans één) gebaseerd kunnen worden.
andereplaten dan de bij het ongeval gebroken platen kunnen wel
indirecteconclusies met betrekking tot de in Heeten gebroken platen gebaseerd worden.
buigtestenop monsters uit een halve in Heeten gebroken plaat uitgevoerd. Daaruit bleek dat de buigsterkte van die plaat veel lager was dan andere documenten in het dossier voor
andere(niet in Heeten gebruikte) Schwingplaten aangeven en dat was volgens het NFI een aanwijzing voor een
materiaalkundig defectin de gebruikte stempelplaat, dus de mogelijkheid van een materiaaldefect kan niet worden uitgesloten. Aldus het NFI. (Email NFI-RHC 16 februari 2023 en p.-v. bevindingen RHC d.d. 29 maart 2023, p.1 en 2, 1e en 4e al.).
inderdaadsprake is geweest van een materiaaldefect of niet, zodat de mogelijkheid óf wél kan worden uitgesloten, óf wordt bevestigd. Maar wat de materiaalkundige samenstelling van de gebroken Schwingplaat
was, en of hij een materiaalkundig defect
had, is door of vanwege het NFI niet onderzocht. Niet rechtstreeks en niet onrechtstreeks: er zijn door of vanwege het NFI geen Schwingplaten materiaalkundig onderzocht (p.-v. bevindingen RHC d.d. 29 maart 2023, p.5.).
generiekeplaten van Schwing en Voerman,
op basis van de standaardspecificaties), maar dat wat er
preciesinzit en
hoe dat wordt bewerktvoor het een stempelplaat wordt, verschillend is, waardoor de materiaaleigenschappen enigszins verschillend zijn (P.-v. RHC d.d. 29 maart 2023, p.5). Maar:
water dan precies in de (generieke) platen van Schwing en Voerman zat, hoe ze werden bewerkt en op welk vlak en in welke mate dat de materiaaleigenschappen had beïnvloed, werd
nietonderzocht.
de in Heeten gebrokenplaat die het NFI ter beschikking had, is al
helemaalniet onderzocht: er zijn alleen buigtesten op uitgevoerd.
[getuige 3]in 2017 al schreef dat een materiaalfout de oorzaak voor de breuk zou kunnen zijn geweest (p.5110).
materiaalkundige samenstellingvan de Schwingplaten was, en wat dat betekende voor de materiaaleigenschappen, is alleen door Plastiprop onderzocht.
driegebroken Schwingplaten
breukfenomenologischonderzocht.
brosse breuk, wat betekent dat het materiaal niet eerst is gaan buigen, dan vloeien en vervolgens is gebroken, maar dat het materiaal abrupt is gebroken
zondervooraf optredende plasticiteit.
abrupt, zoals in Heeten is gebeurd.
microscopischonderzocht.
geenUHMwPE (DIN7728) betrof zoals het Materialdatenblatt aangeeft, maar bimodaal HDPE met een veel lagere molecuulmassa en een groot aandeel heterogeen verdeeld laagmoleculair pigmentmateriaal;
oorzaakvan het brosse breken van de Schwingplaat is gelegen in lokale spanningsconcentraties, die zijn ontstaan doordat het materiaal niet homogeen is samengesteld, als gevolg van onvoldoende inmenging van de hoge belading laagmoleculair zwart pigment.
gebrekkige inmengingvan laagmoleculair pigment was het Schwingmateriaal niet homogeen en ontstonden lokale spanningsconcentraties, en
diehebben geleid tot de fatale brosse breuk, die het plotseling verzakken van de betonpomp heeft veroorzaakt.
NFIstelt (§ 7.1.6, p.47) dat de Plastiprop-rapporten (delen 1 en 2) geen aanleiding geven om te concluderen dat Schwing kunststof waarschijnlijk niet geschikt is als materiaal voor stempelplaten, maar betrekt dat alléén op het gemeten verschil in moleculaire massa. De geconstateerde heterogene samenstelling van het materiaal vanwege de gebrekkige inmenging van het pigment en de daardoor opgetreden spanningsconcentraties die leidden tot de brosse breuk, laat het NFI volledig buiten beschouwing.
in het algemeen: over het algemeen kan worden gesteld dat de twee soorten stempelplaten veel op elkaar lijken, qua materiaaleigenschappen en qua samenstelling. Voerman kunststof heeft een hogere moleculaire massa en is dus beter geschikt als materiaal voor stempelplaten dan Schwing kunststof. Aldus het NFI-rapport. Maar de conclusies van het NFI hebben alléén betrekking op
generiekeplaten, van UHMwPE en
zondergebrekkige pigmentinmenging.
november2017 laboratoriumproeven gedaan op een stempelplaat van Schwing, die afkomstig was van de in Heeten gebruikte betonpompwagen.
[verdachte]was het breken van de Schwingplaat bij Nebest een bevestiging dat er iets loos moest zijn met de platen.
nooitkunststofplaten gebroken. Er was in Heeten op de gebruikelijke wijze gewerkt, géén van de professionals had de minste twijfel aan de ondergrond en nu bleken niet alleen mét een ondergrond (in Heeten) maar ook zónder een ondergrond (bij Nebest) platen van één en dezelfde betonpompwagen te breken. Er waren toen dus
drieSchwingplaten van de betreffende betonpompwagen gebroken: twee in Heeten, en één bij Nebest.
andereplaten, óók zou leiden tot gebroken platen. [verdachte] heeft toen (in 2020) Nebest opdracht gegeven dezelfde proef als die uit het eerste rapport uit te voeren, en heeft daarvoor een stempelplaat van Voerman aangeleverd. Met die plaat is dezelfde proef gedaan als die uit het eerste Nebestrapport, bij dezelfde laboratoriumtemperatuur (+/- 20 graden).
niet(fig.3.2 2e Nebest-rapport).
vierSchwingplaten van de litigieuze pomp gebroken: twee in Heeten (2016), en twee bij Nebest (2017 en 2020).
crucialeandere wijze reageerden dan de twee Voermanplaten. De Schwingplaten braken, terwijl de Voerman platen alleen bogen. Dat verschil kan gegeven de gelijke condities van de proeven maar door één ding veroorzaakt zijn: een verschil in de breukbestendigheid van het materiaal.
Schwingplaten, maar dan afkomstig van een andere dan de litigieuze betonpompwagen, kunnen laten onderzoeken door Nebest.
incidenteelis, en dus slechts in
een beperktaantal (hoogstwaarschijnlijk tegelijk geproduceerde) platen zit.
Schwingplatenmet elkaar zouden zijn vergeleken dan hadden we waarschijnlijk een
anderNFI-rapport gezien, omdat de
focusdan gelegen zou hebben waar hij in deze zaak
moetliggen.
in Heetengebroken Schwingplaten. En niet op een vergelijking tussen het ene merk en het andere merk, en de vraag of generieke Voermanplaten beter zijn dan generieke Schwingplaten.
gemiddeldetestresultaten van
niet in Heeten gebruikteplaten (in plaats van de materiaaleigenschappen van de in het geding zijnde platen), en - nog belangrijker -
zonderdaarbij de materiaal
gebrekendie Plastiprop heeft geconstateerd te betrekken of zelfs maar te bespreken.
in het algemeenmeer of minder geschikt is dan een gemiddelde Voermanplaat
in het algemeen, is voor deze strafzaak niet zo relevant.
zondermateriaalgebrek geen aanleiding is om te veronderstellen dat ze kunnen breken, en ze breken toch, dan wijst dat wel heel erg
in de richtingvan een materiaalgebrek.
datablad, net zoals het Materialdatenblatt en de databladen van Voerman.
algemeneinformatie lijkt te bevatten over stempelplaten. Dat is zoals gezegd minder relevant voor de vraag hoe het met de platen uit Heeten zat.
bij het bepalen van de materiaaleigenschappen van Schwing stempelplatenen bij de vergelijking met Voerman stempelplaten, zo schrijft zij (rapport p.5 en 15). En zo blijkt ook uit het rapport (p.20-22). En dat bevestigt nog eens dat het NFI, als het gaat over materiaaleigenschappen, het alleen heeft over algemene,
generiekewaarden.
brosse breukzonder plasticiteit vertonen die het gevolg is van een evidente en aantoonbare materiaalfout, wordt in het NFI-rapport niet eens
genoemd.
Deskundige Van Gelderen geeft aan dat er na aanvullend onderzoek mogelijk met meer zekerheid een uitspraak kan worden gedaan. De conclusies in het onderzoek zullen echter niet veranderen.” (p.3 p.-v.). De RHC heeft toen besloten de twee op dat moment bestaande Plastiprop-rapporten (deel 1 en 2) aan het NFI te sturen, met het verzoek die rapporten mee te nemen in het uiteindelijke rapport van het NFI (p.5 p.-v.). De RHC beëindigt zijn p.-v. met de opmerking dat gelet op de toelichting door de deskundige dat aanvullend onderzoek niet zal leiden tot herziening van
de reeds getrokken conclusiesalsmede
gelet op de verwerking van de (conclusies in de) rapporten van Plastiprop in het uiteindelijke NFI-rapport, hij van oordeel is dat aanvullend onderzoek door het NFI naar de eigenschappen van de stempelplaten niet nodig is. Maar het NFI heeft de kernconclusies uit de Plastiprop-rapporten
over de materiaalsamenstelling en de oorzaak van het brekennietin haar rapport verwerkt. Het in het p.-v. genoemde nader onderzoek is er niet gekomen, omdat de RHC er van uit is gegaan dat het NFI de conclusies van Plastiprop in haar definitieve rapport zou meenemen, maar dat is slechts zeer ten dele gebeurd.
voorwaardelijk verzoek tot nader technisch onderzoekmoet doen, voor het geval u de genoemde conclusies van het NFI-rapport en het door Plastiprop verrichte breukfenomenologisch en materiaalkundig onderzoek onvoldoende vindt voor de conclusie, dat het breken van de platen in Heeten onvoorzienbaar was en [verdachte] geen schuld in de zin van 307 Sr treft. Dan is het noodzakelijk dat, vóórdat u als laatste feitelijke instantie tot een oordeel komt, de in Heeten gebroken platen zelf alsnog breukfenomenologisch en materiaalkundig onderzocht worden.
brosse breuk, wat betekent dat het materiaal abrupt is gebroken
zondervooraf optredende plasticiteit.
doorbuigenvan de stempelplaten dat deze gingen vloeien en uiteindelijk braken (p.50).
doorbogen, totdat ze de toenemende buigspanningen niet meer konden opnemen en ze begonnen te vloeien (p.49).
vanafhet gaan vloeien van de stempelplaten tot het breken heeft in zeer korte tijd plaatsgevonden, wat tot een abrupte verzakking van de betonpompwagen heeft geleid, zo schrijft het NFI (p.50).
juisthet door het NFI aangenomen toenemend doorbuigen vóórafgaand aan het vloeien (dus als er nog buigweerstand in de platen is) eerst tot een
geleidelijkeverzakking hebben moeten leiden, waarop ingegrepen had kunnen worden.
tot aan het vloeien, geleidelijk verzakt zijn, en vervolgens, door het breken kort na het vloeien, abrupt (p.49). Echter, van toenemend doorbuigen voorafgaand aan vloeien en vervolgens breken is blijkens het breukfenomenologisch onderzoek van Plastiprop geen sprake geweest.
andersom, en dat is een belangrijk verschil.
"Ik hoorde een hele harde klap. Ik zie de BPW bewegen ik spring aan de kant en schreeuwde.”
klap(het breken van de platen),
bewegen BPW(de verzakking van de BPW)
aan de kant springen(want de BPW met giek komt omlaag) en schreeuwen.
klapvan het breken van de platen is de eerste aanwijzing voor het verzakken van de betonpompwagen geweest. Vóór de klap van het breken was er juist géén aanwijzing voor verzakken. En na de klap van het breken verzakte de betonpomp abrupt.
volledigaan op het scenario van de abrupte
brosse breukzonder voorafgaand doorbuigen en vloeien, zoals dat door Plastiprop beschreven is. En die brosse breuk kan alleen een
materiaalkundigeoorzaak hebben.
oorzaakvan de brosse breuk is gelegen in de slechte, heterogene opmenging van het zwart pigment in de plaat. Dat leidde tot de fatale afwezige plasticiteit. Een pure materiaalfout.
Gevolgtrekkingen test- en onderzoeksresultaten.
materiaalfout. De natuurlijke ondergrond had met het breken niets te maken. Dat ze bros braken zonder plasticiteit maakte ze ongeschikt voor
iedereondergrond. Vandaar dat de Schwingplaten ook in het laboratorium van Nebest (zonder natuurlijke ondergrond) bros braken, terwijl de platen van Voerman niet braken. Het materiaal van de in Heeten gebruikte platen was
vanwege het gebrek in de samenstellingvan het materiaal niet geschikt voor toepassing in stempelplaten.
in de praktijkniet]
monsters van de materialenvan Schwing- en Voermanplaten in een laboratoriumomgeving zijn gebroken. De
materialenvan Schwing en Voermanplaten kunnen dus breken (p.43).
eventerecht dat daaruit géén directe relatie volgt met het al dan niet breken van een
stempelplaatvan dat materiaal, bij gebruik
in de praktijk. En al helemaal niet zonder plasticiteit, dus met een
brossebreuk, voeg ik daar aan toe.
in de toepassing als onderstempeling van een betonpompwagenniet breken, ongeacht de ondergrond.
platendie
ooitzijn gebroken, in het veld én in het laboratorium, zijn Schwingplaten, en wel met een
brosse breuk.
nooiteen kunststofplaat gebroken. Niet bij [verdachte] en niet in de branche.
empirischefeiten mag dus geconcludeerd worden dat [verdachte] er van uit mocht gaan dat de platen niet zouden breken.
onbreekbarestempelplaten, zie de bijlage bij deze pleitnota.
bevestigtdat: “
Ondanks dat het verzakken van betonpompen regelmatig gebeurt, is het dus in de praktijk niet de verwachting dat dit tot falen van de ondersteuning leidt.” (rapport, p.53).
er [is] geen (theoretische) aanleiding om aan te nemen dat een polyetheen stempelplaat zal breken in de praktijk opstelling.”(rapport p.55).
noch in de praktijk, noch in theorie, rekening mee te houden dat de platen zouden kunnen breken. Ze zijn toch gebroken, vanwege het voor [verdachte] niet kenbare dubbele materiaalgebrek (het was zowel geen UHMwPE als gebrekkig opgemengd).
Afronding.
machinistis verantwoordelijk voor een veilige opstelling, zoals ook het 'Veiligheidshandboek VDMA stelt (p.5086).
Hoehij die veiligheid waarborgt, is uiteindelijk aan hém.
voor de ondergrond in Heetenongeschikt was, dat dát de oorzaak van het ongeval was en dat die onderstempeling aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam, onzorgvuldig of nalatig was.
wasniet ongeschikt voor de ondergrond in Heeten. De oorzaak van het ongeval
lagook niet in de manier van onderstempeling, maar in het onvoorzienbare breken van de stempelplaten. Als de platen niet gebrekkig waren geweest, was er geen ongeval geweest. Die gebrekkigheid kan [verdachte] niet verweten worden.
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus’. Het hof spreekt, voorafgaand aan de verwijzing naar deze pagina’s, over ‘een natuurlijke ondergrond, voorzien van een recent opgebrachte en aangereden laag gebroken puin’.
braken’ (p. 4).