Conclusie
Nummer22/02556
Inleiding
De zaak
rechtspraak.nlis gepubliceerd. [2]
Het procesverloop en de overwegingen van het hof
Het gevoerde verweer ex artikel 359a Sv
Het eerste middel
police incementof
entrapment. [5] Hoewel deze EHRM-rechtspraak in eerdere conclusies al uitgebreid aan de orde is geweest [6] en ik me daarom hieronder tot de relevante onderdelen daarvan beperk, zal ik voor een goed begrip van het een en ander toch een recent arrest van de Hoge Raad citeren dat het juridisch kader weergeeft. Bij de bespreking van de deelklachten ga ik nog op enkele detailkwesties nader in.
substantive test) en de procedurele toets (
procedural test). [8] Het zwaartepunt ligt doorgaans op de materiële toets, omdat de procedurele toets pas aan de orde komt als de materiële toets geen eenduidig (dus een
inconclusive) resultaat oplevert of wanneer de uitkomst van de materiële toets is dat sprake was van uitlokking (dan gaat het om het daaraan te verbinden rechtsgevolg). [9]
voorafgaandaan een pseudokoop een objectieve, concrete en verifieerbare verdenking jegens de verdachte bestaat. [28] Op voorhand bij de opsporingsdiensten bekende geruchten of informatie afkomstig van politie-informaten is hiervoor in beginsel niet voldoende. [29] Ook hiervoor is illustratief dat het EHRM in de zaak Sepil tegen Turkije gegevens die bij de tot pseudokoop overgaande opsporingsambtenaren niet bekend waren op het moment van het aangaan van die transactie, expliciet als irrelevant aanmerkt. [30]