Conclusie
Nummer22/02266
De bewezenverklaring en de bewijsmiddelen
1.De verklaring van de verdachte.
OVC en taps [verdachte](…), inhoudende als relaas van de verbalisant:
“Oh God, ik zal martelaar worden op Uw pad, Oh God, help me om martelaar te worden op Uw pad
De ongelovigen, O Allah maak de ongelovigen vandaag ..., vernietig ze O Allah, vernietig ze, vernietig ze met jouw regen O Allah. O Allah ik vraag je elke ongelovige, vrouw of man die zich op straat begeeft om die met jouw wind, met deze wind te vernietigen, met jouw regen. O Allah ik vraag je de overwinning voor de mujahidin (strijders), maak dat de mujahidin van de ongelovigen winnen. Ik vraag je, O Allah, om de kop/hoofd van de ongelovige mensen en taghut er af te hakken. (...) O God, deze mensen hier, O God, vernietig ze, O God, vermoord ze, O God, vermoord, ze. U de Barmhartige de Genadevolle, O God, vernietig ze, O God, zegen, ze niet, O God, ik vraag U ieder ongelovige/afvallige die op dit moment op straat is, O God dat U hem vernietigt, O God, dood ze, O God, dood ze. O God/heerser van de werelden, Vernietig ze O God/Heerser van de werelden. Hun en hun kinderen en hun vader en moeder. Allemaal één voor één. O God/Heerser van de werelden, O Allah ik vraag u om hun de kanker te geven.”
Allah vernietig iedereen die in de weg staat van onze islam en moslims .,,,.NTV,,, vernietig de ongelovigen die vijandig zijn tegenover de islam en de moslims, vernietig de ongelovigen die onze moslims hebben opgesloten, vernietig de ongelovigen die hebben geholpen met deze proces en iedereen die ons kwaad wil doen en onze vrouwen en kinderen. (...) O Allah schenk ons het martelaarschap omwille van Allah.”
“Clear”.
[verdachte](…), inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Vrees God he! Een advies, misschien zie ik jou niet meer, een advies om Allah, Geheiligd en Verheven zij Hij, te vrezen en jou religie te blijven... standvastig erop te blijven, en laat niet jezelf kapotmaken door de ongelovigen.”
"Ja, moge God je zegenen.”
"En u ook. Vrede zij met u.”
(…) Uitwerking OVC bijeenkomst vakantiehuisje [plaats] d.d. 27 september 2018.
[verdachte]: ja dat is het beste, dat is het beste. [medeverdachte 1] : Het is meer als een type disco-ruimte, zoiets, er zijn wat feestjes in november, de meeste ervan zijn gayfeestjes. Dus jullie moeten er goed uitzien als je naar binnen wilt. Zo niet, dan gaan we met geweld naar binnen. We doden de beveiliging. (...) (…)
[verdachte]: Dus je gaat naar binnen, we gaan hard om eerst een doel uit te zoeken, dan schiet je op iedereen en dan komen de anderen. Brrrrr 'repeterend schietgeluid’. [medeverdachte 1] : misschien gaat een deel alvast naar binnen. (…)
[verdachte]: kan het ook door een auto te laten ontploffen. We hebben een auto om dichtbij te komen, waarom rijd je niet hun kant op. Ik weet het niet. Omdat je weet wel, als je op die plek staat te wachten en er gebeuren dingen, omdat als je volgens mij hebt, ik zeg het alleen maar. In dit geval zou ik mijn leven niet opofferen voor twee gekke politieagenten. Als ik het wil doen, dan kom je met de auto om de patrouille te doden. (…) De anderen zullen zo komen en de helikopter zal komen en dan kom jij met de auto, een grote auto en ramt alles... tha tha tha da... BOEM.
we are now 5. Im bust with sixth, but for now we focus on the 5 guys.”
ik hoop dat mijn nieuwe simkaart binnen is. (...) ik sta voor een paar goeie uitdagingen binnenkort.” Ook zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4] dat hij een nieuwe, schone telefoon nodig heeft die ook WhatsApp moet hebben.
"Clear".
Because for his job, for the plan I have, I need 5 man.” Ook aan het eind van de ontmoeting zegt [medeverdachte 1] : “
For now, I focus on this five”.
that they must know, it’s them that made possible, with the will of Allah” aldus [medeverdachte 1] , komt aan de orde. De verdachte gaat hiermee akkoord.
ze zoiets willen doen als de broeders in Frankrijk hebben gedaan”. Als een van de politie-infiltranten in verband met het vermaken van de bomvesten vraagt of het overdag of in het donker gaat gebeuren (met een jas erover of niet), antwoordt [medeverdachte 1] dat het gaat om een type discoruimte. Er zijn wat feestjes in november, de meeste ervan zijn ‘gayfeestjes’, dus de anderen moeten er goed uitzien als zij naar binnen willen. Zo niet dan doden zij de beveiliging. Daarop zegt de verdachte: "
Dus je gaat naar binnen, we gaan hard om eerst een doel uit te zoeken, dan schiet je op iedereen en dan komen de anderen.” Vervolgens suggereerde de verdachte dat het ook kan door een auto te laten ontploffen.
het hof begrijpt: 17 september 2018) heeft hij voor het eerst met hen gesproken over de aanslag en wapens. Zij wisten niet dat het over een aanslag ging, ze dachten alleen dat het over een wapen ging. Ze kregen onenigheid. Een aanslag zou niet bij hun Aqida, visie op het geloof, passen. Hij heeft vervolgens tegen hen gezegd dat ze gewoon moesten doen wat hij zei, omdat ze dan een wapen hadden.
dat kan, maar dat zijn ook vragen die u aan hen kan stellen”.
I told to the brothers", zag wel op zijn vrienden (het hof begrijpt uit de context van dit verhoor dat het over de medeverdachten gaat). Deze e-mail was volgens [medeverdachte 1] niet met de intentie dat deze broeders een aanslag wilden plegen. Hij stelt vanaf het begin af te hebben gelogen tegen de infiltrant. Over candy zegt hij dat het probleem is dat hij dacht dat zij hetzelfde dachten als hij, maar dat was niet zo. Hij zegt ook dat wanneer hem door hen vragen waren gesteld, hij hen niet de waarheid had verteld. Over de ontmoeting op 31 augustus 2018, een dag na zijn ontmoeting met [A] , zegt hij dat hij het woord ‘candy’ heeft gebruikt, maar dat hij niet meer weet wanneer of op welke wijze. Ook zegt hij nooit enige informatie over waarom hij [A] eigenlijk sprak, te hebben gedeeld.
"Ik heb eigenlijk tegen alle jongens gelogen.”
"dit zal mijn sleutel tot de Djenna (paradijs) zijn. Allahu Akbar.”Hij zei verder dat hij er meer van houdt dan van zijn vrouw en dat hij er de niet-gelovigen mee gaat doden.
vrouwen vriend” (paradijselijke vrouwen die verheerlijkt worden voor hun schoonheid). Hij maakte zich vervolgens groot, spreidde zijn armen uit en zei: “
whole live dreamed about this, Allahu Akbar”. De verdachte heeft vervolgens de politie-infiltrant gevraagd om het bomvest te laten vermaken. Hij had de knop om de bom te laten ontploffen liever niet aan de rechter- maar aan de linkerkant. Dan kon hij er beter bij. De verdachte zei toen: “
mijn vrouw, my wife. It’s better than my wife, whollah. Whollah it’s better than my wife. It’s bring me to Djenna (Paradijs)”. De verdachte tekende toen nog aan dat het volgens de jurisprudentie van het martelaarschap niet de bedoeling is het bomvest te gebruiken om zelfmoord te plegen. Volgens de verdachte moest je het gebruiken om mensen schade toe te brengen.
Allah is mijn getuige als ik me in naam van god tot ontploffing zou brengen zou ik ze willen vermoorden omdat zij niet moslims zijn.” Op 28 mei 2018 vroeg de verdachte hardop Allah hem het martelaarschap te geven en de dag erna bad hij dat de ongelovigen moeten worden vernietigd. Op 26 juni 2018 hield de verdachte een smeekbede waarin hij vroeg om vernietiging van de ongelovigen en om het martelaarschap te verkrijgen. Kort daarop - op 4 augustus 2018 - zei de verdachte in een telefoongesprek met [medeverdachte 3] dat hij zo'n zin heeft om naar [plaats] te gaan en die hoge status te pakken. En op 13 september 2018 zei de verdachte tegen zijn moeder dat Allah "
ons moge laten sterven als martelaars". Op 24 september 2018 liet hij haar in een telefoongesprek weten dat hij het paradijs wenst. De dag voor de geplande wapentraining in het vakantiehuisje in [plaats] op 27 september 2018 heeft de verdachte een telefoongesprek met een kennis beëindigd met:
Vrees God he! Een advies, misschien zie ik jou niet meer, (...) , laat niet jezelf kapotmaken door de ongelovigen.
TERECHTZITTING VAN 12 JUNI 2020
De voorzitter vraagt wat [verdachte] in het vakantiehuisje deed.
De verdachte [verdachte] verklaart:
De verdachte [verdachte] verklaart:
De voorzitter hervat op 5 april 2022 het op de terechtzitting van 29 maart 2022 onderbroken onderzoek.
Ten aanzien van alle feiten: Terroristisch misdrijf, oogmerk en opzet
Feit 1 : voorbereidingshandelingen terroristische misdrijven
Ten aanzien van feit 2, deelneming aan een terroristische organisatie
Feit 3: training als bedoeld in artikel 134a
Enkele algemene opmerkingen over het bewijs
De verwerping van de gevoerde verweren
4. Gevoerde verweren
brothers” zijn waarop [A] in bovenstaande e-mail van 11 juni 2018 doelt.
brothers" zijn waarvan politie-infiltrant [A] spreekt in zijn e-mail van 11 juni 2018.
: “(...) one more brother join too (...). I will mail brother [A] , I inform you and update about any news.”
De wetgever heeft een duidelijk juridisch en feitelijk onderscheid voor ogen gestaan tussen enerzijds het optreden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en anderzijds het optreden van de opsporingsdiensten, waarbij de onderscheiden bevoegdheidstoedeling niet in de weg staat aan informatieverstrekking door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan de opsporingsdiensten en andersom. Op grond van de WIV 2002 zijn wederkerige contacten tussen de verschillende diensten mogelijk, maar daarbij geldt dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevoegdheden uitsluitend voor de eigen taakstelling mogen aanwenden. De WIV 2002 verleent evenwel aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de discretionaire bevoegdheid tot het verstrekken van informatie aan hef openbaar ministerie. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn daarin autonoom en dienen binnen het wettelijk kader een eigen afweging te maken. De WIV 2002, noch het doel of de strekking van deze wet, verzet zich tegen informatieverstrekking op verzoek van het openbaar ministerie, of de opsporingsdiensten. Voorts belet geen rechtsregel het openbaar ministerie of de opsporingsdiensten nadere informatie aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te vragen. Daarbij verdient echter opmerking dat het met het oog op het buiten toepassing laten van strafvorderlijke waarborgen doelbewust niet aanwenden van opsporingsbevoegdheden teneinde gebruik te kunnen maken van door een inlichtingen- en veiligheidsdienst vergaarde informatie, evenals het door een inlichtingen- en veiligheidsdienst aanwenden van zijn bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden,, in strijd is met de. wet (vgl. HR 5 september 2006, LJN AV4122, NJ 2007, 336, rov. 4.7.2 en 6.4.2.).”
détournement de pouvoirin een aan het opsporingsonderzoek parallel verlopend onderzoek. In het hiervoor geciteerde arrest HR 13 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2553 wordt daaromtrent overwogen dat:
"het door een inlichtingen- en veiligheidsdienst aanwenden van zijn bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, in strijd is met de wet.”
op korte termijnen daarmee - onvermijdelijk - enige invloed op de per 11 juni 2018 daadwerkelijk aangevangen strafrechtelijke infiltratie jegens [medeverdachte 1] uit te oefenen. Het intensiveren van het e-mail contact om [medeverdachte 1] van zijn aanslag op militairen af te houden en de aanmoediging om bij het plan te blijven om contact op te nemen met “
een trustworthy brother” die hem bij de volgende stappen zou begeleiden (in plaats van nu een aanslag te plegen), had mede tot gevolg dat het op 5 juli 2018 tot een ontmoeting met de politie-infiltrant [A] kwam. Hiermee heeft de AIVD zijn bevoegdheden niet aangewend voor strafvorderlijke doeleinden, maar om een aanslag op korte termijn te voorkomen.
heb je nog iets bekeken sinds de vorige keer, inzake evenementen?"geantwoord: "
Dat is geen probleem. Broeder, er zijn er zo veel...”Waarop de politie-infiltrant zegt: "
Dus als jij het zegt, we hebben een evenement gevonden in september, we hebben er eentje in oktober gevonden. Dus we weten, ok, het zal ergens in oktober zijn. En dan kun je iets vinden wat dichterbij is. Dan begin ik met voorbereiden van uhh...”
Het instigatieverbod; rechtspraak van het EHRM
police incitement’ in de zaak
Teixeira De Castro t. Portugal. [3] In
Ramanauskas t. Litouwen, een zaak uit 2008 waar veelvuldig naar wordt verwezen in de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota, heeft het EHRM onder het kopje ‘
General principles’ onder meer de volgende overwegingen inzake het instigatieverbod geformuleerd (met weglating van verwijzingen en citaten): [4]
Teixeira de Castro(…) the Court found that the two police officers concerned had not confined themselves “to investigating Mr Teixeira de Castro’s criminal activity in an essentially passive manner, but [had] exercised an influence such as to incite the commission of the offence”. It held that their actions had gone beyond those of undercover agents because they had instigated the offence and there was nothing to suggest that without their intervention it would have been committed (…).
permissible conduct’ te onderscheiden van ‘
entrapment’ heeft het EHRM in 2010 in
Bannikova t. Ruslandeen aantal rechtsregels geformuleerd. [5] Nadien zijn deze rechtsregels in 2017 samengevat in
Matanović t. Kroatië. [6] Die samenvatting is ook te vinden in de in 2021 gewezen uitspraak
Yakhymovych t. Oekraïne: [7] De overwegingen in
Yakhymovych t. Oekraïneluiden als volgt (met weglating van verwijzingen):
(a) Relevant general principles
Bannikova v. Russia(…). These criteria are summarised below (…).
agent provocateurcomplaint (…).
Ramanauskas(…):
agent provocateurclaim, as well as the procedural guarantees relating to the disclosure of evidence and questioning of the undercover agents and other witnesses who could testify on the issue of incitement (…).
Akbay e.a. t. Duitslandkan worden afgeleid dat ook sprake kan zijn van ‘
entrapment if he or she was not directly in contact with the police officers working undercover, but had been involved in the offence by an accomplice who had been directly incited to commit an offence by the police’. [8] Vereist is dat
‘the acts of the police represented an inducement to commit the offence for this further person as well’. Het EHRM neemt daarbij in aanmerking ‘
whether it was foreseeable for the police that the person directly incited to commit the offence was likely to contact other persons to participate in the offence, whether that person’s activities were also determined by the conduct of the police officers and whether the persons involved were considered accomplices in the offence by the domestic courts’.
Bespreking van het eerste middel
Bespreking van het tweede middel
fruit of a poisonous tree’. De bewijsuitsluitingsregel waar het middel een beroep op doet, ziet evenwel niet op bewijsgaring door de politie en is derhalve niet aan de orde bij de bewijsmiddelen waar de bewezenverklaring in de onderhavige zaak op is gebaseerd.
op korte termijnen daarmee – onvermijdelijk – enige invloed op de per 11 juni 2018 daadwerkelijk aangevangen strafrechtelijke infiltratie jegens [medeverdachte 1] uit te oefenen’. Deze invloed had ‘mede tot gevolg dat het op 5 juli 2018 tot een ontmoeting met de politie-infiltrant [A] kwam’. Hiermee heeft de AIVD, aldus het hof, ‘zijn bevoegdheden niet aangewend voor strafvorderlijke doeleinden, maar om een aanslag op korte termijn te voorkomen’.
this week a new phone number’ te willen regelen waarna hij een ‘
mail where to meet’ zou sturen. En op 29 juni 2018 had [medeverdachte 1] aan politie-infiltrant [A] een mail gestuurd waarin hij onder meer sprak over een ontmoeting in Sarajevo en aangaf dat hij [A] vertrouwde (bewijsmiddel 4). Tegen deze overweging, die de verwerping van het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer zelfstandig draagt, worden in cassatie geen klachten geformuleerd. [20]
Bespreking van het derde middel
police incitement’ en de daarmee gepaard gaande blootstelling aan ‘
the risk of being definitively deprived of a fair trial from the outset’in de eerste plaats een ‘
substantive test of incitement’. Daarbij gaat het erom ‘
whether the offence would have been committed without the authorities’ intervention, that is to say whether the investigation was “essentially passive”.’Bij de beoordeling of het onderzoek ‘
essentially passive’was, kijkt het EHRM naar ‘
the reasons underlying the covert operation, in particular whether there were objective suspicions that the applicant had been involved in criminal activity or had been predisposed to commit a criminal offence (…) and the conduct of the authorities carrying it out.’
objective suspicions’is van belang dat uit de bewijsvoering blijkt dat [medeverdachte 1] tegen [A] heeft verklaard dat hij ‘twee keer aangehouden is geweest en dat hij de laatste keer aangehouden werd in de nacht dat hij naar Syrië wilde vertrekken’ alsmede dat hij ‘in de gevangenis’ heeft gezeten, waar hij een droom had gehad waarin ‘de profeet Mohammed (had) gewezen in de richting van de kuffar en zei ‘aanvallen’’ (bewijsmiddel 5). [23] In verband met ‘
the conduct of the authorities’is van belang dat [medeverdachte 1] tegen politie-infiltrant [A] heeft aangegeven dat [C] ‘heel voorzichtig’ was. En dat het hof heeft vastgesteld dat het contact alleen schriftelijk is geweest terwijl uit de overgelegde e-mails niet blijkt dat het instigatieverbod is geschonden.
essentially passive’zijn gebleven. Dat brengt mee dat niet kan worden gezegd dat de toetsingsmogelijkheden voor de verdediging ontoereikend zijn geweest in het licht van art. 6 EVRM Pro..
the findings under the substantive test (…) inconclusive’zijn, merk ik het volgende op. In dat geval speelt de ‘
procedural test of entrapment’een rol en moet worden nagegaan of het onderzoek naar ‘
the issue of entrapment’ gelet op de omstandigheden van het geval voldoende
‘adversarial, thorough, comprehensive and conclusive’ is geweest. In dat verband is ook van belang dat het contact tussen [medeverdachte 1] enerzijds en [B] en [C] anderzijds alleen schriftelijk is geweest, dat e-mails waarin dat contact bestond aan het dossier zijn toegevoegd, dat de LOVJ in drie processen-verbaal informatie over de gevolgde procedure heeft gedeeld en dat de LOVJ bij de raadsheer-commissaris en [medeverdachte 1] tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gehoord. Ik meen dat ook ingeval de ‘
procedural test’ bij het oordeel dient te worden betrokken niet kan worden gezegd dat de toetsingsmogelijkheden voor de verdediging ontoereikend zijn geweest in het licht van art. 6 EVRM Pro.
Akbay e.a. tegen Duitslandbetrof een strafzaak waarin een informant een zekere N.A. had gevraagd ‘
whether he would be interested in trafficking heroin’. [24] De informant had N.A. uitgelegd ‘
that he could import drugs via the port of Bremerhaven in containers and remove them from the port area, bypassing customs inspection, with the help of a dock worker’. N.A. had daarop geantwoord ‘
that he did not want to have anything to do with heroin, but that hashish and cocaine were a different matter’ (par. 6). In vervolg daarop ontmoetten
‘N.A. and the second applicant (…) an acquaintance of the latter in the Netherlands’en werd er een cocaïnetransport afgesproken. ‘
The second applicant was the contact person between N.A. and the group of persons in the Netherlands’(par. 10). Kort nadat de cocaïne was ingevoerd werden N.A. en (onder meer) ‘
the second applicant’ gearresteerd (par. 11). In Straatsburg werd geklaagd over
‘incitement’. Het EHRM overwoog onder meer dat ‘
the second applicant decided to take part in N.A.’s plan to import drugs through the port of Bremerhaven precisely because of the seemingly safe route set up by the police’en dat zijn activiteiten ‘
must therefore be considered to have been determined by the setting up by the police of the route for importing the drugs’(par. 130).
‘incitement’van een verdachte die door een informant wordt benaderd per definitie ook ‘
incitement’oplevert van een andere verdachte, die door de ‘benaderde’ verdachte bij het realiseren van het strafbare feit wordt betrokken. Uit
Akbay e.a. tegen Duitslandkan worden afgeleid dat van ‘
incitement’jegens een andere verdachte sprake is als de gunstige voorwaarden bij het begaan van dat strafbare feit die (door de informant of infiltrant) aan de benaderde verdachte zijn voorgespiegeld, een rol hebben gespeeld bij de beslissing van de andere verdachte om daaraan deel te nemen. Het gaat erom of ‘
the acts of the police represented an inducement to commit the offence for this person as well’(par. 117). Ik wijs in dit verband ook op arresten van Uw Raad van 8 december 2020, waaruit kan worden afgeleid dat het gaat om de wijze waarop de verdachte bij het feit betrokken raakte. [25]
Bespreking van het vierde middel
11. Voorwaardelijk verzoek
9.2 Voorwaardelijk verzoeken