Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Aanleiding en verloop van de procedure
3.De beschikking
Beklag
BeoordelingMet toestemming van de Belgische autoriteiten is onder meer het volgende gedeeld over het Belgische onderzoek:
In de nacht van 21 op 22 juni 2023 werd in MAASMECHELEN een voertuig TOYOTA Rav 4, met Belgisch kenteken [kenteken], gestolen. Op 22/06/2023, om 02u05, werd de Nederlander [klager] door de Nederlandse politie gearresteerd in dit gestolen voertuig. Hij werd door de Nederlandse politie verhoord over zijn aanwezigheid in dit voertuig (PL2300- 2023095922-9). [klager] was in het bezit van een iPhone 12 met imei-nummer [imei-nummer] en oproepnummer [telefoonnummer]. Betrokkene gaf geen toestemming tot uitlezing van dit toestel. Uitlezing van dit toestel zou kunnen leiden tot de identificatie van mededaders."
4.Het middel
terwijlde rechtbank heeft miskend dat [de klager] als eigenaar van de mobiele telefoon een recht op bescherming van dit eigendom heeft, althans daarover niets heeft overwogen”. Die beslissing is onbegrijpelijk en geeft blijk van een onjuiste toepassing van het recht, aldus de steller van het middel.
kunnenhouden, omdat de rechtbank gebonden is aan de in art. 5.4.4. Sv genoemde weigeringsgronden. [6] Het in art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM besloten proportionaliteitsvereiste is niet aan de orde bij een beklag als het onderhavige waarbij in verband met het vertrouwensbeginsel zoveel mogelijk aan het verlangde gevolg moet worden gegeven. [7] De rechtbank heeft dus geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft haar oordeel toereikend en niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Ten overvloede merk ik in dit verband op dat het motiveringsvereiste dat volgt uit art. 359 lid 2 Sv Pro in geval wordt afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt niet het oog heeft op een ter gelegenheid van de behandeling van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv in raadkamer ingenomen standpunt. [8]