ECLI:NL:HR:2011:BP1153
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt maatstaf bij verzoek tot verlof overdracht inbeslaggenomen stukken rechtshulp België
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen twee beschikkingen van de Rechtbank Utrecht betreffende een klaagschrift en het verlenen van verlof tot overdracht van inbeslaggenomen bewijsmiddelen aan Belgische justitiële autoriteiten. Betrokkene verzette zich tegen de overdracht en verzocht primair om teruggave van de inbeslaggenomen mobiele telefoons en computers, subsidiair om het maken van kopieën waarna de voorwerpen zouden worden geretourneerd.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid om te beslissen over het voortduren van het beslag bij de Belgische autoriteiten ligt en dat het belang van de strafvordering zich niet verzet tegen het voortduren van het beslag. De rechtbank verleende het verlof tot overdracht onder het voorbehoud dat de stukken na gebruik worden teruggezonden.
De Hoge Raad bevestigde de maatstaf dat bij verzoeken tot verlof op grond van een verdrag het verzoek zoveel mogelijk moet worden ingewilligd, tenzij er wezenlijke belemmeringen zijn voortvloeiend uit het verdrag, de wet of fundamentele beginselen van het Nederlandse strafprocesrecht. De klachten over schending van eigendomsrechten en motivering faalden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot overdracht van inbeslaggenomen stukken aan Belgische autoriteiten blijft gehandhaafd.