Conclusie
Nummer23/00406
Inleiding
De zaak
Bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een aanval op 26 september 2017 op een advocaat in haar kantoor te Zoetermeer, waarbij zij ernstig werd verwond door meerdere messteken. Het hof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad. De verdachte had de rol van het regelen van vervoer en het fungeren als dubbelganger om verwarring te zaaien.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende bewijs had voor opzet en medeplegen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met mededaders en op de hoogte was van het plan om het slachtoffer te verminken. De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor zijn handelen en gebruikte een telefoonnummer dat alleen op de dag van het delict werd gebruikt om contact te onderhouden met mededaders.
De Hoge Raad bevestigt dat medeplegen ook kan worden vastgesteld zonder dat de verdachte lijfelijk aanwezig was bij het delict, mits sprake is van nauwe en bewuste samenwerking en een materiële of intellectuele bijdrage. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad wordt bevestigd.