Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsmotivering
1. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1300-2016191166-5 van 3 september 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1](…).
getuige [betrokkene 1]:
het hof begrijpt: Roemeens), klein van stuk, ongeveer 165 cm lang, hanenkam op zijn hoofd (
het hof begrijpt: [medeverdachte] ).
het hof begrijpt: Roemeens), stevig gespierd, ongeveer 170 cm lang. Gemillimeterd, donkerblond haar (
het hof begrijpt: [verdachte]).
het hof begrijpt: Roemeens), normaal postuur, ongeveer 180 cm lang. Kort, donker haar (
het hof begrijpt: [betrokkene 5]).
getuige [betrokkene 1]:
het hof begrijpt: de Molensteeg). We staken het bruggetje over. Ik was met [aangever] (
het hof begrijpt: [aangever]) en we stonden aan de overkant van het bruggetje. We moesten daar even wachten op de rest van de jongens. Op het bruggetje begon een opstootje tussen twee groepen. De rest van onze groep kwam tussen die twee groepen in, in ieder geval een groep met Polen, Oost-Europees (
het hof begrijpt: de groep Roemenen). Ik ben naar het bruggetje toegegaan en kreeg plotseling een klap op mijn neus waardoor ik een bloedneus opliep. Zoals u ziet heb ik daardoor nog een wond op mijn neus.
[betrokkene 2]:
het hof begrijpt: de Molensteeg). Eén groep was drie Roemenen. Ik zag dat mijn broer (
het hof begrijpt: [betrokkene 3]) op de grond viel. Ik ging meteen naar mijn broer en hij stond op en ik zag dat hij zijn hand voor zijn mond hield. Ik hoorde hem zeggen: “mijn tand, mijn tand”. Ik kan me herinneren dat het een drukke zaterdagavond op de wallen was en het was druk op de brug.
getuige [betrokkene 3]:
het hof begrijpt: de Molensteeg). Ik zag een drietal Oostblokkers. Onmiddellijk explodeerde de situatie. Ik zag dat de drie vermoedelijk Poolse mannen er op los sloegen. (...) Ik weet wel dat de drie Poolse mannen helemaal los gingen. Ik zag dat het drie blanke mannen waren. Ik zag dat een van de drie mannen niet langer dan 165 cm lang was. En de langste niet langer dan 180 cm. De derde man zat er tussenin qua lengte. De kleinste van de drie mannen was het agressiefst. Ik ben door een van de drie Poolse mannen (
het hof begrijpt hier en hiervoor steeds: Roemeense mannen) in mijn gezicht geslagen. Ik heb nu diverse pijnlijke plekken in mijn gezicht en een dikke opgezette lip en ik mis een voortand.
getuige [betrokkene 4]:
het hof begrijpt: de Molensteeg).
het hof begrijpt: [medeverdachte]).
getuige [betrokkene 4](waarbij ‘V’: staat voor een vraag van de verbalisant, en ‘A’ voor een antwoord van de getuige):
aangever [aangever]:
het hof begrijpt: de Molensteeg) ben ik mishandeld. Ik draaide me even om. Het volgende moment zag ik [betrokkene 3] op de grond liggen. Ik ben er naar toe gelopen. Op een meter of 3 van [betrokkene 3] vandaan kwam er toen iemand uit de menigte naar mij toe gestormd/gevlogen. Ik zag dat hij sprong. Zijn onderarm of vuist belandde op mijn schouder. Ik kon zien dat hij zijn arm sterk gespannen had, door zijn T-shirt met korte mouwen kon ik zien dat zijn armspieren gebald waren. Ik voelde vervolgens dat iets hard en met kracht op mijn schouder terecht kwam.
getuige [aangever]:
het hof begrijpt: [verdachte]).
verbalisant:
verbalisant:
het hof begrijpt: [medeverdachte]), [betrokkene 5] en [verdachte] (
het hof begrijpt: [verdachte]) richting de Oudezijds Achterburgwal.
verdachte [verdachte]:
het hof begrijpt: [medeverdachte] en [betrokkene 5]) voor mij. De groep jongens was op een brug. Wij liepen ook op de brug. Ik heb twee mensen met de vuist geslagen. Toen is de vechtpartij doorgegaan tot de voorkant van de seksclub met het grote rode teken (
het hof begrijpt: [A]). Dat hele stuk heb ik gevochten. Er werd gevochten met de vuisten. Ik heb met dezelfde groep personen gevochten."
[betrokkene 9]:
het hof begrijpt: [medeverdachte]) gedroeg zich agressief. Die kleine Pool nam een agressieve houding aan. Hij nam een bokshouding aan. Ik heb toen het horecateam gebeld. Ik heb gezegd dat het een groep was en dat ik dacht dat het Polen waren.
getuige [betrokkene 6]:
het hof begrijpt: [medeverdachte]). Ze kwamen uit de richting van het bruggetje bij de Molensteeg. Hij stond uitdagend met zijn handen te zwaaien in de richting van de brug Molensteeg.
getuige [betrokkene 8]:
het hof begrijpt: 3 september 2016) heb ik een vechtpartij gezien. Ik zag twee groepjes vechten. Ik zag dat erover en weer geslagen werd. Het was op dat moment heel druk op straat.”
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
openlijkgeweld heeft gepleegd, nu daarvoor is vereist dat de verdachte en zijn vrienden geschikt moeten worden geacht om de openbare orde te verstoren. De handelingen van de verdachte zagen er juist op om een einde te maken aan de openbare ordeverstoring door de groep Voorthuizenaren. Deze wijze van (gezamenlijke) geweldpleging in de openbare ruimte, te weten het proberen te redden van het lijf, levert geen openlijk geweld in de zin van artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht op.
het hof begrijpt: [betrokkene 3]), gedroeg (‘vooral’) hij zich agressief, ging hij ‘uit zijn dak’ en zwaaide hij uitdagend met zijn handen. De getuige [betrokkene 8] heeft verklaard dat over en weer werd geslagen.
de geweldpleging zich op zodanige wijze en op een zodanige plaats moet hebben voltrokken dat de openbare orde is verstoord”. Het moet gaan om geweld dat zich door onverholen, niet heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard. De vechtpartij vond plaats in het Amsterdamse Wallengebied, dat voor eenieder toegankelijk is en waar het op dat moment zeer druk was. Het geweld waaraan de verdachte heeft bijgedragen vond aldus plaats aan de openbare weg. Willekeurige omstanders hebben de geweldpleging kunnen waarnemen en blijkens het dossier hebben diverse mensen het geweld ook daadwerkelijk waargenomen. Nu de verdachte een bijdrage aan het geweld heeft geleverd op deze openbare, voor iedereen vrij toegankelijke plaats, heeft hij het achterliggende rechtsgoed van artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten de verstoring van de openbare orde, geschonden. Daarbij heeft, hij niet alleen getracht het door anderen gepleegde geweld te doen stoppen, maar ook zelf geweldshandelingen gepleegd. Daarom is sprake van openlijk in vereniging gepleegd geweld. Voor zover het verweer van de raadsman een beroep op noodweer inhoudt, vindt de beoordeling daarvan plaats onder het kopje ‘Strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde’.
het hof begrijpt: [medeverdachte]- zich agressief gedroeg, uit zijn dak ging en op de brug bij de Molensteeg één van de Voorthuizenaren heeft neergeslagen.
Het cassatiemiddel en de bespreking daarvan
bedoelingom die vriend te beschermen en ontzetten, terwijl de verklaring zoals door het hof weergegeven de indruk wekt dat de verdachte ‘ins Blaue hinein’ twee personen met de vuist heeft geslagen.
Slotsom