ECLI:NL:PHR:2024:299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen bedrieglijke bankbreuk met 18 maanden gevangenisstraf
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van bedrieglijke bankbreuk in relatie tot het faillissement van een bedrijf en privé-faillissement van haar ex-echtgenoot. De feiten betreffen onttrekkingen van goederen en geldbedragen aan de boedel ter bedrieglijke verkorting van de schuldeisersrechten.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet bewust was van de aanmerkelijke kans op faillissement en dat zij niet betrokken was bij de financiële situatie van het bedrijf. Het hof oordeelde echter dat uit het ondertekenen van een borgstellingsovereenkomst en het samenstel van handelingen blijkt dat de verdachte zich bewust was van de kans op faillissement en deze aanvaardde.
Ook werd een complexe constructie van leningen en pandrechten beoordeeld, waarbij het hof concludeerde dat de verdachte medepleger was en dat de gebruikte overeenkomsten vals waren. De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie, onder meer omdat het hof de motivering voldoende achtte en het bewijs op juiste gronden beoordeelde.
Ten slotte bevestigde de Hoge Raad de strafoplegging, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De gevangenisstraf werd vastgesteld op 18 maanden.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.