Conclusie
Nummer22/04600
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring van het tweede feit ontoereikend heeft gemotiveerd, nu uit de gebruikte bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen niet kan worden afgeleid dat de verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen elektrische energie heeft weggenomen.
het hof begrijpt de raadsman aldus dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde periode welke is gelegen tussen 1 augustus 2018 en 10 oktober 2018). De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de in de woning aangetroffen goederen die verband houden met de hennepkwekerij tweedehands heeft gekocht en het derhalve mogelijk is dat er om die reden hennepresten en kalkresten zijn aangetroffen en de koolstoffilters vervuild waren. De [getuige 1] heeft bovendien bij de raadsheer-commissaris verklaard dat zij na augustus 2018 nog in de woning van de verdachte is geweest en daar de gehele woning heeft schoongemaakt en geen hennepkwekerij heeft waargenomen. [getuige 2] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat er in de zomer bij de woning van de verdachte nog een barbecue is geweest en dat hij ook daarna nog meermalen bij de woning van verdachte is geweest; niet is uitgesloten dat deze bezoeken enkel vóór augustus 2018 hebben plaatsgevonden. Het is op grond van bovenstaande niet komen vast te staan dat de verdachte reeds een in werking zijnde hennepkwekerij in zijn woning had en dus elektriciteit heeft weggenomen vanaf de datum 1 augustus 2018, waardoor de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder feit 2 tenlastegelegde periode vanaf 1 augustus 2018 tot omstreeks 10 oktober 2018. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor wat betreft de onder feit 2 tenlastegelegde periode van zeven weken voorafgaand aan 28 november 2018.
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof bij de schadevergoedingsmaatregel in het dictum ten onrechte heeft nagelaten te bepalen dat de verdachte hoofdelijk aansprakelijk met zijn mededader(s) is om aan de Staat een bedrag van € 2.612,44 te betalen.
Vordering van de benadeelde partij Enexis B.V.
Totaal € 2.612,44
BESLISSING
Vordering van de benadeelde partij Enexis B.V.
€ 2.612,44 (tweeduizend zeshonderdtwaalf euro en vierenveertig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente 28 november 2018 tot aan de dag der voldoening.