Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 januari 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 10 januari 2023 uitspraak gedaan in een cassatiezaak tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch van 2 april 2021. De zaak betrof een verdachte die op 18 december 2016 te Breda openlijk in vereniging geweld pleegde en opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebracht aan een benadeelde partij. Het hof had de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof had verzuimd te vermelden dat sprake was van een alternatieve betalingsverplichting, waardoor dubbele schadevergoeding wordt voorkomen. Tevens klaagde hij dat het hof niet had vastgesteld dat verdachte en mededader hoofdelijk aansprakelijk waren, wat gevolgen heeft voor de betalingsverplichting. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad had nagelaten de alternatieve vergoedingsplicht op te nemen, wat tot vernietiging van dat deel van het arrest leidt.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het hof niet heeft geoordeeld over hoofdelijke aansprakelijkheid en dat deze niet ambtshalve geldt. De Hoge Raad bevestigde dat hoofdelijkheid voortvloeit uit de wet en alleen door de rechter bij beslissing kan worden vastgesteld. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad bepaalde dat betaling aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer doet vervallen en vice versa.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens ontbreken alternatieve vergoedingsplicht en wijst beroep verder af.