2.2Daartoe heeft het hof de volgende bewijsmiddelen gebezigd (met weglating van de verwijzingen naar de dossierpagina’s):
“
In de hierna te melden bewijsmiddelen wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2016311943, gesloten en getekend op 27 juni 2017, door verbalisant [verbalisant 1], hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland.
1. Het door verbalisant [verbalisant 2], BOA domein generieke opsporing politie eenheid Midden-Nederland, in de wettelijke vorm: opgemaakte proces-verbaal van aangifte, genummerd PL0900-2016311943-1 2016 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 2], verbalisant BOA domein generieke opsporing van politie (…) voor zover inhoudende de
verklaring van [aangever] (namens Bghu), zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van verduistering. Ik ben gemachtigd voor het doen van deze aangifte. Ik ben directeur bij genoemde benadeelde, BGHU Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, gevestigd op het Stadsplateau 1 te Utrecht. Ik doe bij deze aangifte tegen [verdachte].
De [verdachte] was in dienst van bovengenoemde benadeelde, als deurwaarder. Op 3 juni 2016 heeft zich een belastingschuldige gemeld aan het loket bij een medewerkster van werkstroom innen. Deze belastingschuldige gaf aan een brief te hebben ontvangen waarin vermeld stond dat de belastingschuld niet was voldaan. De belastingschuldige gaf aan deze schuld volledig te hebben afgelost bij [verdachte] en overhandigde de uitgeschreven kwitanties aan de medewerkster. Deze kwitanties zijn uitgeschreven door [verdachte]. Deze kwitanties zijn per e-mail verzonden aan [verdachte] met het verzoek om uit te zoeken waar het geld was gebleven en een terugkoppeling te geven.
Als een vordering niet is geïnd krijgt de belastingschuldige wederom een brief met het verzoek om tot betaling over te gaan. Als een belastingschuldige het geldbedrag of een deel van het geldbedrag heeft betaald bij de deurwaarder, moet dit bedrag door de deurwaarder worden afgestort bij BGHU. Een baliemedewerker geeft de deurwaarder dan een computerkassabon als betalingsbewijs of een kwitantie mee als bewijs dat het geld is afgestort.
Op 14 juni 2016 heeft [verdachte] een bedrag van ongeveer 1.500,00 euro (vijftienhonderd) betaald bij de balie bij een medewerker klantcontact ten behoeve van de belastingschuldige. Er bleef nog een bedrag van 57,01 euro aan rente openstaan. [verdachte] heeft gevraagd aan de senior medewerker om het bedrag af te boeken. De senior medewerker heeft vervolgens gezegd dit te melden bij de leidinggevende. [verdachte] heeft toen gezegd dat hij zelf contact op zou nemen.
De senior medewerker heeft vervolgens contact opgenomen met de leidinggevende en de situatie uitgelegd. [verdachte] heeft zelf geen contact meer opgenomen met de leidinggevende.
Er heeft op 20 juni 2016 een gesprek plaatsgevonden met [verdachte] en twee andere personen van de BGHU. In dit gesprek is gevraagd of [verdachte] de afdracht bonnen kon overleggen. Dit zijn de bonnen van het gestorte geld. [verdachte] kon deze niet overhandigen.
Vervolgens is een bedrijfsrecherchebureau, genaamd Hoffmann ingeschakeld om onderzoek te doen. Er zijn diverse bedragen niet afgestort door [verdachte], welke hij wel heeft geïnd bij belastingschuldige.
2. Een geschrift,
zijnde een rapport, opgemaakt door Hoffmann bedrijfsrecherche[…] voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Bedragen die door de [verdachte] bij belastingschuldigen zijn geïnd en door hem niet zijn afgedragen bij BghU en dus niet zijn afgeboekt op een of meerdere vorderingen van de betreffende belastingschuldigen; [betrokkene 1] en [betrokkene 2].
In het geval van belastingschuldige [betrokkene 1] gaat het om een totaalbedrag van € 7.502,33 dat werd betaald door deze belastingschuldige.
In het geval van belastingschuldige [betrokkene 2] gaat het om een bedrag van € 365,- dat werd betaald door deze belastingschuldige op 22 september 2014. Dit bedrag werd geïnd maar niet afgedragen door de [verdachte].
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor van aangever, met als
bijlage een brief aan verdachte, Fout! De documentvariabele ontbreekt, van politie eenheid Midden-Nederland, proces-verbaalnummer
Fout! De documentvariabele ontbreekt. PL0900-2016311943-2, d.d. 16 november 2016 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 2], verbalisant BOA domein generieke opsporing van politie […] voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Naast de gedragingen, zoals beschreven in het voorgenomen besluit d.d. 30 augustus 2016, is uit recent onderzoek gebleken dat u bij twee andere belastingplichtigen ook bedragen heeft geïnd en deze vervolgens niet heeft afgedragen aan de BghU. Het betreft de volgende bedragen:
Belastingplichtige [betrokkene 3]
23 november 2015 € 700,-
23 december 2015 € 430,-
25 januari 2016 € 700,-
26 februari 2016 € 970,-
23 maart 2016 € 400,-
8 mei 2016 € 500,-
27 mei 2016 € 500,-
14 juni 2016 € 210,-
Augustus 2016 € 400,-
Totaal € 4.810,-
Belastingplichtige [betrokkene 4]
22 oktober 2014 € 150,-
9 oktober 2014 € 100,-
26 november 2014 € 150,-
6 januari 2015 € 150,-
28 januari 2015 € 150,-
5 maart 2015 € 150,-
Totaal € 850,-
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte
proces-verbaal verhoor van verdachte, proces-verbaalnummer PLO900-2016311943-4, d.d. 4 mei 2017, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1], hoofdagent van politie […] voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
V: vraag
A: antwoord
O: opmerking
M: mededeling
O: Ik toon de verdachte bijlage 1.1 en 1.2, te weten 5 kopieën van kwitanties op naam van [betrokkene 1].
V: Wat kan jij over deze kwitanties verklaren?
A: Er valt verder weinig over te verklaren. Ik heb ze uitgeschreven en geïnd.
M: Het betreffen vier kwitanties welke contant zijn geïnd en 1 welke met een pintransactie is geïnd. A: Bij mijn weten en in mijn herinnering heb ik meerdere malen ook pintransacties verricht.
M: De drie contante betalingen zijn met een kwitantieboekje van Stichtse Rijnlanden en gemeente Utrecht uitgeschreven in het jaar 2015. De pintransactie is uitgeschreven met een kwitantieboekje van BGHU, maar in het jaar 2014.
V: Wat was de reden dat je nog gebruik maakte van een oud kwitantieboekje in het jaar 2015 terwijl de nieuwe BGHU kwitantieboekjes in 2014 al in gebruik waren?
A: Omdat ik hem nog had, maar hij was alleen niet val.
V: Wat heb je met het geld gedaan die hij deze kwitanties horen?
A: Nou blijkbaar zijn daar dingen verkeerd mee gegaan en ik heb dat ook terug betaald. Dus daar kan ook geen discussie over zijn. Ik heb later een brief gekregen getekend door BGHU en daar stonden bedragen op, maar geen namen. Ik heb het toen maar betaald. Ik heb toen ook zelf ontslag genomen op voorstel van BGHU en kwam niet voor een uitkering in aanmerking. Daarna heb ik nog een brief gekregen met bedragen en zonder namen en die heb ik ook betaald. In de hoop dat de kous hier mee af was. (...) Ik ben ook gewoon naïef geweest en laks. (...)
V: Ik hoor je zeggen er zijn dingen verkeerd gegaan, wat is er dan verkeerd gegaan?
A: Nou dat ik te laks was om dingen af te storten.
5. Het door verbalisant [verbalisant 2], BOA domein generieke opsporing politie eenheid Midden-Nederland, in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte,
met als bijlage het voorgenomen besluit d.d. 30 augustus 2016, genummerd PL0900-2016311943-1 2016 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 2], verbalisant BOA domein generieke opsporing van politie […] voor zover inhoudende een overzicht van vijf betalingen, zakelijk weergegeven:
Vast staat dat u de volgende vijf betalingen heeft geïnd:
- 22 september 2014 (€ 365,--)
- 26 november 2014 (€ 250,--)
- 6 januari2015 (€ 250,--)
- 2 maart 2015 (€100,--)
- 28 april 2015 (€119,-)
Uit uitvoerig onderzoek blijkt dat u deze bedragen niet heeft afgedragen aan BghU. Het spreekt voor zich dat u als goed ambtenaar, zeker in uw functie, de door u geïnde bedragen dient af te dragen. Dat heeft u echter niet gedaan en daarmee heeft u zich schuldig gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim.”