Conclusie
Nummer23/03702
Inleiding
Het eerste middel
Toepassingscriterium
Het tweede middel
Bewijsmiddelen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf wegens onder meer medeplegen van eenvoudig witwassen en overtreding van de Opiumwet. Het hof nam tevens beslissingen over inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een kogelwerend vest.
De verdediging stelde drie cassatiemiddelen voor: het eerste betrof de afwijzing en het verzuim te beslissen op getuigenverzoeken om verbalisanten te horen; het tweede middel betrof de motivering van de bewezenverklaring van medeplegen eenvoudig witwassen; het derde middel betrof de motivering van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het kogelwerend vest.
De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof voor het afwijzen van de getuigenverzoeken begrijpelijk was en dat het verzuim te beslissen op het tweede verzoek niet tot cassatie leidt wegens gebrek aan belang. De bewezenverklaring van medeplegen was voldoende gemotiveerd, waarbij het hof aannam dat de medeverdachte wetenschap had van het geldbedrag in de woning. Het middel over de onttrekking van het kogelwerend vest slaagde omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het vest uit de baten van het strafbare feit was verkregen. De Hoge Raad vernietigde daarom dat deel van het arrest en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het deel over onttrekking aan het verkeer van het kogelwerend vest en het beroep wordt voor het overige verworpen.