Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat een aantal bewijsklachten.
uitvoeringshandelingenvan het stilzwijgend gewijzigde gezamenlijk plan’. [8]
Parket bij de Hoge Raad
Op 21 augustus 2020 werd verdachte samen met een medeverdachte veroordeeld voor diefstal met geweld in vereniging, gericht op het wegnemen van een mobiele telefoon van het slachtoffer. Het hof bevestigde de bewezenverklaring van de politierechter en oordeelde dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking (medeplegen).
De zaak draaide om de vraag of de verdachte betrokken was bij het feit en of het hof het bewijs voldoende had gewogen, ondanks dat sommige verklaringen van het slachtoffer verschillen. Het hof baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, de medeverdachte, getuigen en politieverslagen, en concludeerde dat verdachte en medeverdachte samenwerkten om onder bedreiging met geweld de telefoon te stelen.
De verdediging voerde aan dat het plan van verdachte niet gericht was op diefstal met geweld en dat het bewijs onvoldoende was, met name omdat het hof zich volgens hen te veel baseerde op één getuige (unis testis). De Hoge Raad oordeelt echter dat het bewijs niet uitsluitend op één getuige hoeft te steunen voor de gehele tenlastelegging en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom het bewijs betrouwbaar is.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte medepleger was en dat het opzet gericht was op de diefstal met geweld. Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor diefstal met geweld in vereniging met medeplegen.