ECLI:NL:PHR:2024:700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht calamiteitenrapport bij ernstig strafrechtelijk onderzoek
In deze zaak gaat het om het beklag van een zorginstelling tegen de uitlevering van een calamiteitenrapportage die is opgesteld na het overlijden van een patiënt en diens echtgenote. De zorginstelling beroept zich op het verschoningsrecht en de bescherming van medische gegevens, terwijl het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat het rapport noodzakelijk is voor een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke dood door schuld.
De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en oordeelde dat het rapport onder het verschoningsrecht valt, maar dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn die doorbreking rechtvaardigen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het belang van waarheidsvinding in ernstige strafzaken kan prevaleren boven het beroepsgeheim, mits de inbreuk strikt noodzakelijk is.
De Hoge Raad behandelt ook de toepasselijkheid van artikel 9 lid 6 Wkkgz Pro, dat het gebruik van calamiteitenrapporten in strafrechtelijke procedures beperkt, maar erkent dat deze uitzondering niet geldt bij calamiteiten die leiden tot overlijden. Verder wordt het belang van de veronderstelde toestemming van de nabestaande meegewogen, evenals het feit dat het rapport minder ingrijpend is dan het volledige medisch dossier.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, waarmee de uitlevering van het calamiteitenrapport voor het strafrechtelijk onderzoek wordt toegestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verschoningsrecht wordt doorbroken vanwege zeer uitzonderlijke omstandigheden.