Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
Eerste aanleg
de overige grieven van [erflater] en de grief van Solidiam Vorderingen” de vraag of het aannemelijk is dat [betrokkene 1] ten gevolge van de ten laste van hem gelegde beslagen in liquiditeitsproblemen is komen te verkeren en dientengevolge schade heeft geleden als kern van de rechtsstrijd in hoger beroep aangeduid:
A-G] tot de vorderingen betreffende door [betrokkene 1] geleden schade, gaat het bij de overige grieven van [erflater] in essentie – naast het door [erflater] in de grieven andermaal aan de orde gestelde verwijt van misbruik van procesbevoegdheid van Solidiam Vorderingen – alleen nog om de vraag of het aannemelijk is dat [betrokkene 1] ten gevolge van de ten laste van hem gelegde beslagen in liquiditeitsproblemen is komen te verkeren en dientengevolge schade heeft geleden (r.o. 4.11 vs rb). Dezelfde vraag staat centraal in het door Solidiam Vorderingen ingestelde hoger beroep. In de grief van Solidiam Vorderingen wordt het oordeel van de rechtbank bestreden dat schade die [betrokkene 1] stelt te hebben geleden doordat aan hem gelieerde vennootschappen ten gevolge van de ten laste van hem gelegde beslagen schade hebben geleden (afgeleide schade) in elk geval niet als een gevolg van een ten laste van hem onrechtmatig gelegd beslag aan [erflater] kan worden toegerekend (r.o. 4.13 vs rb). Het hof zal de grieven van partijen betreffende voormelde vraag hierna gezamenlijk bespreken.”
dat [betrokkene 1] zonder het beslag de in de Indicatieve Term Sheet omschreven financiering zou hebben verkregen” (rov. 3.4.6.). [23]
term sheetvoor de financiering van Rabobank door [betrokkene 1] zou kunnen worden aangewend voor andere doelen (aflossing andere schulden en verstrekking van financiële middelen aan derden, zie ook rov. 3.4.8., tweede zin) dan waarvoor financiering werd gevraagd:
A-G] Vorderingen heeft evenmin iets concreets gesteld over de aard van de verbouwplannen en het stadium waarin deze verkeerden. Aan de stelling van Solidiam Vorderingen dat de financieringsaanvraag is gestrand als gevolg van het beslag op de panden [a-straat] , wordt voorts afbreuk gedaan door het feit dat de financieringsaanvraag (d.d. 9 juni 2017 en door [betrokkene 1] ondertekend op 14 juni 2017) is gedaan op een moment dat op 6 juni 2017 al beslag op de panden was gelegd en op 5 juli 2017 nog een taxatierapport voor de panden in opdracht van Rabobank (prod. 26 eva) is uitgebracht op grond van een eveneens van na het beslag daterende offerte van 19-6-2017. Zonder een concrete, door Solidiam Vorderingen niet gegeven, verklaring daarvoor, wijzen deze feiten en omstandigheden er niet op dat de gevraagde financiering aan [betrokkene 1] ten gevolge van het beslag niet is verleend. Door Solidiam Vorderingen is verder niets gesteld waaruit kan worden geconcludeerd dat een krediet als in de term sheet aan de orde, een bouwkrediet, door [betrokkene 1] zou hebben kunnen worden aangewend voor andere doelen (aflossing andere schulden en verstrekking van financiële middelen aan derden) dan waarvoor de financiering werd gevraagd.”
conclusie:”) en in het dictum van het bestreden arrest een aantal conclusies getrokken en de zaak afgedaan zoals vermeld in randnummer 2.5 hiervoor (rov. 3.7.1. en 4.).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
mogelijkheidvan geleden of nog te lijden schade die is of wordt veroorzaakt door een aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis aannemelijk is gemaakt. De rechter kan een verwijzing naar de schadestaatprocedure daarom niet afwijzen als (i) zijn uitspraak in de hoofdprocedure in het midden laat of de mogelijkheid van schade aannemelijk is en (ii) de rechter niet om een andere (terechte) reden die geen betrekking heeft op de aannemelijkheid van de mogelijkheid van schade de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure heeft afgewezen. [29] Een gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure kan dus wel worden afgewezen als het oordeel van de rechter in de hoofdprocedure inhoudt dat de mogelijkheid van schade niet aannemelijk is. Is de mogelijkheid van schade volgens het oordeel van de rechter niet aannemelijk, dan bestaat in cassatie geen belang bij een klacht die al dan niet terecht aan de orde stelt dat de rechter een onjuiste maatstaf voor verwijzing naar de schadestaatprocedure heeft gehanteerd. [30]
kan” gebruikt, [32] maar daarmee heeft het hof niet als maatstaf gehanteerd of een mogelijkheid van schade aannemelijk is. Het gebruik van het woord “
kan” is immers gekoppeld aan “
aannemelijk(…)
worden geacht” en “
worden geconcludeerd”, en niet aan (het lijden van) schade. [33]
wat– het relevante (rechts)feit – aannemelijk moet zijn gemaakt, begrijp ik rov. 3.4.4. van het bestreden arrest zo dat het hof daarin heeft geoordeeld dat Solidiam Vorderingen aannemelijk moet maken dat [betrokkene 1]
schadelijdt. [34] Volgens het hof moet immers uit voldoende concrete feiten en omstandigheden geconcludeerd kunnen worden dat schade aannemelijk kan worden geacht (dus: feiten en omstandigheden die schade aannemelijk maken). Bovendien heeft het hof in rov. 3.4.1. van het bestreden arrest als centrale vraag aangemerkt “
of het aannemelijk is dat [betrokkene 1] ten gevolge van de ten laste van hem gelegde beslagen in liquiditeitsproblemen is komen te verkeren en dientengevolge schade heeft geleden”. Ook dit steunt de in dit randnummer verdedigde lezing van rov. 3.4.4. van het bestreden arrest dat het hof niet de mogelijkheid van schade van [betrokkene 1] als maatstaf heeft gehanteerd maar de maatstaf of schade van [betrokkene 1] aannemelijk is. Het hof heeft daarmee een onjuiste maatstaf gehanteerd voor de beoordeling van de door Solidiam Vorderingen gevorderde schadevergoeding met verwijzing naar de schadestaatprocedure. Als gezegd is volgens Uw Raad het aannemelijk te maken (rechts)feit de
mogelijkheid van schadeen niet
schade, zoals de rechtbank in eerste aanleg ook terecht heeft geoordeeld (zie randnummer 2.2 hiervoor).
nietgeoordeeld dat het gezien de vaststaande feiten en omstandigheden aannemelijk is dat causaal verband of schade ontbreken. Mogelijk is de aanleiding voor het hanteren van een onjuiste maatstaf geweest dat de gedingstukken in hoger beroep – in mijn lezing – de juiste maatstaf voor verwijzing naar de schadestaatprocedure niet (of in elk geval niet uitgebreid) centraal stellen.
term sheetaan de orde is, een bouwkrediet, door [betrokkene 1] zou hebben kunnen worden aangewend voor andere doelen (aflossing andere schulden en verstrekking van financiële middelen aan derden) dan waarvoor de financiering werd gevraagd (rov. 3.4.7.). [35] Hiermee heeft het hof niet uitgesloten dat de mogelijkheid van schade als gevolg van de onterechte beslagen – als bedoeld in het onbestreden slot van rov. 3.4.5., onder a en b – aannemelijk is en dat [betrokkene 1] dáárvoor wel voldoende heeft gesteld. Het hof laat dit als gezegd in het midden. [36] Zie daarvoor de bespreking van de stellingen van Solidiam Vorderingen in randnummers 3.17-3.33 hierna.
betreffende dergelijke schade” – volgens het onderdeel “
“afgeleide” (gevolg) schade” van [betrokkene 1] die [betrokkene 1] in persoon zou hebben geleden door de gevolgen van beslagen voor de [betrokkene 1] -vennootschappen – afstuit op het slagen van grief 14. Volgens het onderdeel is deze overweging zonder nadere motivering onbegrijpelijk, omdat grief 14 van [erflater] betrekking zou hebben op rov. 4.11. van het vonnis van de rechtbank in eerste aanleg over rechtstreekse schade van [betrokkene 1] door het bankbeslag en niet op de hiervoor bedoelde “
“afgeleide” (gevolg) schade” van [betrokkene 1] en het gedeelte van het vonnis dat betrekking heeft op deze laatste schade. Volgens het onderdeel is daarom onbegrijpelijk hoe het hof in rov. 3.6. tot het oordeel is gekomen dat de grief van Solidiam Vorderingen niet kan slagen omdat grief 14 van [erflater] slaagt. Deze grief van Solidiam Vorderingen heeft volgens het onderdeel betrekking op alle beslagen (met name op de beslagen op onroerende zaken) en op de schade die [betrokkene 1] in persoon zou hebben geleden door de gevolgen van deze beslagen voor de [betrokkene 1] -vennootschappen. De grief van Solidiam Vorderingen zou niet betrekking hebben op de rechtstreekse schade van [betrokkene 1] door het bankbeslag.
bankbeslagen. Maar anders dan onderdeel 2 aanvoert, maakt dit op zich rov. 3.6. van het bestreden arrest niet onbegrijpelijk. Voor zowel de beoordeling van grief 14 van [erflater] als de beoordeling van het belang bij de grief van Solidiam Vorderingen is immers relevant of (onder andere) bankbeslagen tot liquiditeitsproblemen voor [betrokkene 1] hebben geleid (zie ook rov. 3.4.1. van het bestreden arrest). [37] Met grief 14 heeft [erflater] aangevoerd dat het niet aannemelijk is (geworden) dat het bankbeslag dat doel trof [betrokkene 1] dwong om derden (ik begrijp mede in het licht van het onbestreden slot van rov. 3.4.5. van het bestreden arrest: de [betrokkene 1] -vennootschappen) onroerend goed te laten verkopen met het doel om het gemis aan liquiditeiten – de beweerdelijke liquiditeitsproblemen – te compenseren. [38] Het hof heeft [erflater] hierin gelijk gegeven (zie met name rov. 3.4.2.-3.4.4.), en dat impliceert dat de schadevergoedingsvordering van Solidiam Vorderingen niet kan slagen voor wat betreft de gevolgen van dit bankbeslag voor de [betrokkene 1] -vennootschappen en (dus) dat de grief van Solidiam Vorderingen bij gebrek aan belang onbesproken kan blijven. Uit rov. 3.4.1.-3.4.8. van het bestreden arrest volgt in het algemeen dat het hof niet heeft geoordeeld dat het aannemelijk is dat beslagen nadelige en (in)directe gevolgen voor [betrokkene 1] hebben gehad.
term sheetis bedoeld gedetailleerd besproken en weerlegd, [40] en heeft Solidiam Vorderingen aangegeven wat aan Solidiam Vorderingen [41] is medegedeeld door Rabobank toen Rabobank kennis had gekregen van het beslag op de panden van [betrokkene 1] , [42] aldus het subonderdeel.
term sheetvoor de financiering door Rabobank was opgesteld en dat in opdracht van Rabobank en [betrokkene 1] een taxatierapport van Colliers International was vervaardigd. [43] Solidiam Vorderingen heeft daarbij gemotiveerd gesteld dat Rabobank een dergelijke opdracht niet verstrekt als er geen serieus offertetraject loopt, wat de
term sheetin de kern inhield, en wat het doel van de financiering was (volgens Solidiam Vorderingen met verwijzing naar de
term sheet: (ook) een beleggingsfinanciering). Ook heeft Solidiam Vorderingen aangevoerd dat [betrokkene 1] uiteindelijk bij een andere partij financiering heeft verkregen, en dat [betrokkene 1] in verband met deze financiering acties heeft verricht en laten verrichten die “
exact het scenario” inhouden dat zou hebben plaatsgevonden als Rabobank financiering had verstrekt. De structuur van deze financiering zou volgens Solidiam Vorderingen (grotendeels) identiek zijn aan die van Rabobank. [44] Bovendien heeft Solidiam Vorderingen (beweerdelijke) oorzaken van het mislukken van het financieringstraject die [erflater] had aangevoerd gemotiveerd weersproken. Deze alternatieve oorzaken heeft het hof ook niet als oorzaak aangemerkt. Sterker nog: het hof heeft in het midden gelaten waardoor het financieringstraject is mislukt. Hoewel ik niet kan uitsluiten dat de beslagen niet de oorzaak zijn van het mislukken van het (beweerdelijke) financieringstraject, [45] meen ik dat de motivering van het hof in rov. 3.4.7. van het bestreden arrest onvoldoende is. Als het hof in de hoofdprocedure al duidelijkheid had willen krijgen over de oorzaak van het mislukken van het (beweerdelijke) financieringstraject moest het hof daartoe in de hoofdprocedure (vollediger) onderzoek doen, [46] al dan niet met behulp van bewijslevering, en pas daarna een knoop doorhakken. Het is de vraag of de stellingen van Solidiam Vorderingen juist zijn, maar deze vraag heeft het hof in het bestreden arrest niet beantwoord.
een telefonische mededelingvan die strekkingvan de directeur [betrokkene 5] van Rabobank[onderstreping van mij,
A-G]” heeft het hof de inhoud van het telefoongesprek benoemd en bij zijn oordeel betrokken. Onbegrijpelijk is wel dat het hof heeft overwogen dat Solidiam Vorderingen “
slechts” hiernaar heeft verwezen en dat Solidiam Vorderingen onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangebracht voor de stelling dat het om een financieringstraject in een vergevorderd stadium ging maar dat de bank vanwege het beslag op de panden van [betrokkene 1] de financiering niet heeft willen verlenen (zie randnummer 3.19 hiervoor en randnummers 3.23 en 3.25 hierna). Maar daarover klaagt subonderdeel 3.2 niet. Subonderdelen 3.1 en (gedeeltelijk en/of indirect) subonderdelen 3.3 en 3.4 klagen daar wel over, overigens terecht.
vanwegede beslagen op de panden van [betrokkene 1] . Ik kan niet uitsluiten dat bij een onderzoek naar de juistheid van deze stelling de tijd en de datum van het telefoongesprek een rol kunnen spelen. Maar dat onderzoek heeft het hof niet (volledig) verricht, ook niet door [betrokkene 5] in het kader van bewijslevering te horen. Ik heb mij nog afgevraagd of de overweging ook zo kan worden gelezen dat het hof daarin niet heeft geëist dat Solidiam Vorderingen de datum en tijd van het telefoongesprek had moeten stellen, maar daarin slechts heeft geconstateerd dat Solidiam Vorderingen geen datum en tijd heeft gesteld. Dat vind ik echter geen overtuigende lezing. De overweging van het hof volgt direct op zijn oordeel dat Solidiam Vorderingen onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld. Kennelijk heeft het hof de stelling over het telefoongesprek
op zichonvoldoende geacht omdat Solidiam Vorderingen niet het moment, de datum en bijzonderheden van dit gesprek heeft gesteld. [50] Als gezegd: dat is onbegrijpelijk.
term sheetvoor de financiering had opgesteld en dat Solidiam Vorderingen stellingen heeft ingenomen over de kern van de inhoud van deze
term sheet. Subonderdeel 3.4 verwijst verder naar andere vindplaatsen dan de vindplaatsen die subonderdeel 3.1 noemt. Deze andere vindplaatsen bevatten echter geen nieuwe relevante stellingen. Aan het hof kan nog worden toegegeven dat Solidiam Vorderingen niet een expliciete stelling heeft ingenomen over de vraag of door [betrokkene 1] aan voorwaarden van Rabobank zou (kunnen) zijn voldaan. Een dergelijke expliciete stelling heb ik niet teruggevonden in de vindplaatsen waarnaar Solidiam Vorderingen in het subonderdeel verwijst. [56] Maar Solidiam Vorderingen heeft daarin wel de acties beschreven die (beweerdelijk) zijn gedaan in het kader van de financiering die [betrokkene 1] bij een andere partij heeft verkregen. Solidiam Vorderingen heeft daarover gesteld dat dit “
scenario” zich ook zou hebben voltrokken als Rabobank financiering had verstrekt. Daarmee heeft Solidiam Vorderingen weliswaar niet uitgebreid gemotiveerd gesteld dat [betrokkene 1] aan voorwaarden van Rabobank had kunnen voldoen, maar deze stelling kan wel uit hetgeen Solidiam Vorderingen heeft aangevoerd worden afgeleid. In de door Solidiam Vorderingen als productie overgelegde
term sheetzijn overigens verschillende voorwaarden opgenomen.
kanbijdragen. Ook dan is de gewraakte overweging onbegrijpelijk.
nadathet beslag op de panden was gelegd, waardoor de causaliteit zou ontbreken. Volgens het subonderdeel heeft het hof hiermee ten onrechte aangenomen dat de bank al voorafgaand aan het verstrekken van het aanvraagformulier voor de financiering (de
term sheet), de offerte voor de taxatie of het uitbrengen van het taxatierapport wist van de beslagen. Deze wetenschap op de genoemde momenten staat echter niet vast en is door geen van beide partijen gesteld. Integendeel, Solidiam Vorderingen heeft gesteld dat Rabobank in een telefoongesprek aan [betrokkene 1] heeft medegedeeld dat begrepen moest worden dat het financieringstraject niet door kon gaan vanwege de gelegde beslagen op de panden van [betrokkene 1] . [57]
term sheeten een in het kader van het financieringstraject opgesteld taxatierapport (en de offerte daarvoor) dateren van ná het leggen van de beslagen. Het hof heeft hier geen definitieve waardering van deze stelling van Solidiam Vorderingen gegeven, maar heeft in wezen wel geoordeeld dat deze stelling minder geloofwaardig is gezien de data van de beslagen, de
term sheeten het taxatierapport (en de offerte daarvoor). Hoewel niet helemaal duidelijk is waarop het hof dit oordeel heeft gebaseerd, kan uit zijn oordeel worden afgeleid dat het hof heeft aangenomen dat Rabobank vóór of op de data van de
term sheeten/of het taxatierapport (en/of de offerte daarvoor) wetenschap had van de beslagen. Immers: deze data doen in de visie van het hof
in dat geval– dus: als deze wetenschap vaststaat – afbreuk aan de stelling dat het financieringstraject is gestrand door het beslag op de panden van [betrokkene 1] . Het door laten gaan van het (later afgebroken) financieringstraject mét wetenschap van gelegde beslagen kan (bewijstechnisch) inderdaad een indicatie zijn dat het financieringstraject ook zonder gelegde beslagen zou zijn afgebroken. Maar dit is niet meer dan een indicatie: het blijft dan mogelijk dat (later toch) is besloten het financieringstraject te beëindigen vanwege gelegde beslagen, dus ook als Rabobank al vanaf het begin van het financieringstraject wist van de gelegde beslagen. Hoe dan ook: het moment van het ontstaan van deze wetenschap bij Rabobank heeft het hof niet vastgesteld en partijen hebben hierover, zoals het subonderdeel terecht aanvoert, inderdaad geen (duidelijke) stellingen in hoger beroep ingenomen. [58] Dat het hof (impliciet) heeft aangenomen dat Rabobank van de beslagen wist op de data van de
term sheeten/of het taxatierapport (en/of de offerte daarvoor) verdraagt zich bovendien niet zonder meer met de stelling van Solidiam Vorderingen dat Rabobank in een telefoongesprek aan [betrokkene 1] heeft medegedeeld dat begrepen moest worden dat het financieringstraject niet door kon gaan vanwege de gelegde beslagen op de panden van [betrokkene 1] , zoals het subonderdeel eveneens terecht aanvoert. Subonderdeel 3.6 richt zich ook tegen de overweging die direct volgt op het hier besproken oordeel van het hof. Deze overweging luidt: “
Zonder een concrete, door Solidiam Vorderingen niet gegeven, verklaring daarvoor, wijzen deze feiten en omstandigheden er niet op dat de gevraagde financiering aan [betrokkene 1] ten gevolge van het beslag niet is verleend.”. Voor zover het hof met deze overweging heeft voortgebouwd op het oordeel dat aan de stelling van Solidiam Vorderingen dat het financieringstraject is gestrand door het beslag op de panden van [betrokkene 1] afbreuk doet dat de
term sheeten een in het kader van het financieringstraject opgesteld taxatierapport (en de offerte daarvoor) dateren van ná het leggen van de beslagen, wordt ook deze overweging succesvol bestreden.
term sheet. [59] Verder zou volgens het subonderdeel zijn gebleken dat het geld voor de door [betrokkene 1] bedoelde doelen kon worden aangewend, omdat [betrokkene 1] uiteindelijk exact dezelfde financiering (maar tegen een hogere rente) heeft kregen bij een andere partij, en dat met die financiering precies is uitgevoerd wat werd beoogd met de financiering door Rabobank. [60] Ook deze essentiële stellingen zou het hof niet, althans niet kenbaar, in zijn beoordeling hebben betrokken. Zijn overwegingen en oordeel zijn ook op dit punt onbegrijpelijk, aldus het subonderdeel.
term sheetheeft aangevoerd dat (i) niet alleen sprake was van een bouwfinanciering maar ook van een beleggingsfinanciering en (ii) hoe [betrokkene 1] gebruik zou hebben gemaakt van de financiering van Rabobank. Zoals subonderdeel 3.7 eveneens terecht stelt, heeft Solidiam Vorderingen hierbij verwezen naar een ander financieringstraject dat [betrokkene 1] beweerdelijk in plaats van het mislukte financieringstraject met Rabobank heeft doorlopen en naar de gekregen bestemming van die andere financiering. Ik verwijs naar randnummer 3.19 hiervoor om herhaling te voorkomen. Ik kan niet uitsluiten dat zal blijken dat de financiering van Rabobank niet zou kunnen worden aangewend voor de door [betrokkene 1] beoogde doelen, maar daarvoor is wel een onderzoek en een beoordeling van de stellingen van Solidiam Vorderingen nodig. Het is te kort door de bocht om te volstaan met de overweging, zoals het hof heeft gedaan, dat Solidiam hierover “
verder niets” heeft gesteld. Overigens heeft het hof hierbij ook geen (kenbare) aandacht besteed aan de stellingen van [erflater] (wederom in rov. 3.4.7.-3.4.8.). Zie voetnoot 45 hiervoor.
term sheetzelf ook de beleggingsfinanciering wordt genoemd. [64] . Het hof had het bewijsaanbod van Solidiam Vorderingen in haar memorie van antwoord en memorie van grieven niet, althans niet met deze overwegingen, mogen passeren.
isin deze zaak een verklaring voor recht dat [erflater] onrechtmatig jegens [betrokkene 1] heeft gehandeld. Hoe dan ook is rov. 3.4.9. van het bestreden arrest niet onbegrijpelijk vanwege het enkele feit dat het hof daarin de gevorderde verklaring voor recht (indirect) heeft geconcretiseerd met de overweging: “
nu [erflater] niet betwist dat een onterecht gelegd beslag onrechtmatig moet worden geacht”.
verklaring voor rechtis gevorderd en in het dictum wordt toegewezen. Ook zonder de toewijzing van een gevorderde verklaring voor recht kan verwijzing naar de schadestaatprocedure plaatsvinden. Art. 612 Rv Pro eist dat een rechter een veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat uitspreekt. Wel is het zo dat de rechter pas een zaak naar de schadestaatprocedure zal verwijzen zodra hij heeft geoordeeld (in het lichaam van zijn uitspraak) dat sprake is van een aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis. [69] Maar dat hoeft hij niet in de vorm van een verklaring voor recht te doen.
op zichal blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onbegrijpelijk is. Ik ben tot de conclusie gekomen dat subonderdeel 5.2 dit niet aanvoert. [70] Dat doen andere klachten, zoals de klachten genoemd in subonderdelen 5.1 en 5.3, in mijn lezing overigens ook niet. [71]
dat Solidiam Vorderingen bij haar(…) [gevorderde verklaring voor recht,
A-G]
geen zelfstandig belang heeft nu [erflater] niet betwist dat een onterecht gelegd beslag onrechtmatig moet worden geacht” heeft voortgebouwd op zijn overweging dat de (mogelijkheid van) schade niet aannemelijk is geworden en dat daarom geen verwijzing naar de schadestaat hoeft te volgen (waarbij geen belang meer bestaat voor een aparte verklaring voor recht omdat de onrechtmatigheid van het handelen van [erflater] jegens [betrokkene 1] door [erflater] is erkend).