Conclusie
Nummer 22/02393
Inleiding
Het eerste middel
Vrijspraak na bewijsuitsluiting wegens vormverzuimen
Standpunt van de verdediging
hof: het pand waarin kennelijk was ingebroken of getracht in te breken) en de [b-straat] . Een minuut later omstreeks 01:46 uur zag ik een wit voertuig vanaf [B] op de [b-straat] rijden in de richting van de [a-straat] . Ik ben direct achter dit voertuig aan gereden. Dit deed ik omdat er omstreeks dit tijdstip weinig tot geen voertuigen rijden die deze richting uitkomen en omdat je vanaf die richting aan de achterzijde van het bedrijventerrein kan komen waar de inbraak was gepleegd.”
staande houdingmoet leiden tot strafvermindering. De klacht mist daarmee feitelijke grondslag.
Het tweede middel
Andere overwegingen met betrekking tot het bewijs
bewijsmiddel 2blijkt dat op 19 mei 2019 om 01:36 uur een melding is gedaan door een persoon die heeft gezien dat er werd ingebroken in Nieuwegein op het adres [a-straat] ter hoogte van de Karwei. Ter hoogte van nummer [...] zag de ter plaatse gekomen verbalisant [verbalisant 1] een opengebroken pand met platen waarin scheuren zaten. [verbalisant 1] zag een witte auto rijden. Zijn collega [verbalisant 2] controleerde de auto.
bewijsmiddel 3blijkt het volgende. Verbalisant [verbalisant 2] kwam op 19 mei 2019 om 01:44 uur aan bij de Karwei aan de [a-straat] . Hij nam positie in op de [a-straat] en zag omstreeks 01:46 uur een witte auto rijden. Hij is achter het voertuig aangereden en zag dat het een witte Seat was. Hij gaf het voertuig een stopteken en zag dat er drie mannen in het voertuig zaten. De bestuurder was de verdachte. De bijrijder was [betrokkene 2] en achterin zat [medeverdachte] . [betrokkene 2] had donkere Adidas schoenen met een lichtere zool, een grijze spijkerbroek en een donker vest aan. [medeverdachte] droeg donkere Nike schoenen met een opvallend witte golvende zool, een grijze spijkerbroek en een zwarte jas. De verdachte had blauw-witte Nike Air Max aan, een lichtere spijkerbroek en een donkerblauw jasje. [verbalisant 2] herkende vervolgens de schoenen van twee verdachten die te zien waren op de camerabeelden ten tijde van de inbraak. Dit betroffen de schoenen die verdachten [betrokkene 2] en [medeverdachte] aanhadden ten tijde van de aanhouding. Hij herkende de Nike schoenen met opvallende witte golvende zolen van verdachte [medeverdachte] en de Adidas schoenen van [betrokkene 2] omdat het logo van Adidas fluorescerend goed in beeld kwam (op de camerabeelden).
Bewijsmiddel 5bevat een verklaring van een verbalisant over dat wat hij heeft waargenomen op de opnamen van bewakingscamera’s van het bedrijf dat is gevestigd op [a-straat 1] te Nieuwegein. Hij geeft een beschrijving van de personen die daarop zijn te zien. Eén verdachte heeft schoenen met fluorescerende stukken erop. Bij de camerabeelden stond als datum en tijd 19 mei 2019 om 1:44 uur aangegeven. Eén verdachte was in het donker gekleed, met donkere schoenen met een witte zool. Eén verdachte heeft donkere bovenkleding aan, grijze broek en donkere schoenen. Bij deze camerabeelden stond als datum en tijd 19 mei 2019 om 00:45 uur aangegeven.
Het derde middel
“Oplegging van straf en/of maatregel
ik begrijp: de verdachte in de samenhangende strafzaak, D.P.) opgelegde straf. Uit de stukken van het dossier in die strafzaak, in welke zaak ik vandaag ook concludeer, volgt dat het hof – hoewel het niet uitging van specifieke recidive en van een taakstrafverbod – aan de medeverdachte gelet op de strafverzwarende omstandigheden van het geval [8] , in plaats van een taakstraf een gevangenisstraf van één maand heeft opgelegd (met aftrek van voorarrest). [9]